Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:4937

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
02-06-2020
Datum publicatie
08-06-2020
Zaaknummer
NL20.7741
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

AKT, vovo afgewezen.

(ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2020:4936)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.7741

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1999, met de Sierra Leoonse nationaliteit, verzoeker

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.R. de Groot).

Inleiding

Verzoeker heeft op 27 september 2016 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 9 november 2016 afgewezen. Bij uitspraak van 8 december 2016 van deze rechtbank, zittingsplaats Den Haag1 is het beroep tegen dat besluit ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft het hoger beroep op 22 februari 2017 ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft vervolgens op 1 december 2017 een opvolgende aanvraag ingediend. Verweerder heeft de aanvraag op 10 augustus 2018 niet-ontvankelijk verklaard. Hiertegen heeft verzoeker geen rechtsmiddelen aangewend.

Verzoeker heeft op 3 maart 2020 opnieuw een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

Bij besluit van 27 maart 2020 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Op 11 mei 2020 heeft de rechtbank partijen de gelegenheid gegeven om binnen een week te laten weten of zij het noodzakelijk achten op een zitting te worden gehoord.

1 AWB 16/26089

Verweerder heeft op 14 mei 2020 te kennen gegeven dat hij het niet noodzakelijk acht op een zitting te worden gehoord. Verzoeker heeft niet gereageerd.

De rechtbank heeft op 21 mei 2020 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.7740, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.E. van Gestel, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

02 juni 2020

Documentcode: DSR11759271

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.