Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:4550

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-05-2020
Datum publicatie
26-05-2020
Zaaknummer
09/857066-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

6 jaar cel voor de productie van crystal meth in drugslaboratorium in Wateringen

De rechtbank Den Haag heeft vandaag drie mannen uit Mexico veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar voor hun betrokkenheid bij de productie van crystal meth.

Tip

Naar aanleiding van een tip van een informant heeft op 26 februari 2019 een inval plaatsgevonden in een loods In Wateringen. Daar is een professioneel opgezet en ingericht laboratorium aangetroffen waar bijna 850 kilo crystal meth (methamfetamine) is geproduceerd. Op het moment van de inval waren de verdachten daar aan het werk.

Hoogwaardig eindproduct

De verdachten zijn uit Mexico naar Nederland gekomen. Zij werden dagelijks in de maand februari 2019 naar de loods vervoerd. Zij hadden volgens de rechtbank de kennis om een hoogwaardig eindproduct te maken.

Geen excuus

Dat de verdachten gedwongen waren in het laboratorium te werken en dat zij werden uitgebuit, vindt de rechtbank niet aannemelijk geworden. De verdachten werkten zonder enig toezicht in het drugslab, ze waren in het bezit van de sleutel van het appartement waar zij verbleven en een van hen had een telefoon waarmee versleuteld kan worden gecommuniceerd. Het zal zeker zo zijn dat het leven in Mexico niet altijd makkelijk is en dat de verleiding groot is om in Nederland een naar Mexicaanse begrippen vorstelijk salaris te verdienen. Dat vindt de rechtbank echter geen excuus.

Gevaarlijke drug

Crystal meth is wellicht de voor de volksgezondheid meest gevaarlijke drug die op dit moment op de markt wordt gebracht. Het werkt bijzonder verslavend en deze drug heeft op de mens een bijna verwoestende uitwerking. Daarom is een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaar op zijn plaats.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/857066-19

Datum uitspraak: 26 mei 2020

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1960 te [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Ter Apel te Ter Apel.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 4 juni 2019, 22 augustus 2019, 30 oktober 2019, 16 januari 2020, 8 april 2020 (alle pro forma) en 12 mei 2020 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. K. van Diemen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman

mr. C.C. Polat naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 12 mei 2020 - ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 februari 2019 tot en met 26 februari 2019 te Wateringen, gemeente Westland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd

en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, ongeveer 843 kilogram methamfetamine en/of een grote hoeveelheid amfetamine en/of een grote hoeveelheid MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine en/of amfetamine en/of MDMA, zijnde methamfetamine en/of amfetamine en/of MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 26 februari 2019 te Wateringen, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 405,22 kilogram en 1092 liter methamfetamine en/of ongeveer 222,1 gram MDMA en/of ongeveer 37,5 liter amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine en/of amfetamine en/of MDMA, zijnde methamfetamine en/of amfetamine en/of MDMA, (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

3 Geldigheid van de dagvaarding

3.1

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding ten aanzien van feit 2 partieel nietig is met betrekking tot de tenlastegelegde 1092 liter methamfetamine en 221,1 gram MDMA. Naar zijn mening is het volstrekt onduidelijk hoe de officier van justitie tot deze hoeveelheden methamfetamine en MDMA is gekomen. Het is voor de verdachte daarom niet duidelijk waartegen hij zich moet verdedigen.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verweer van de raadsman dient te worden verworpen. Zij heeft daarbij verwezen naar het eindrapport van De Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Operationele Samenwerking, Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (hierna: de Dienst LFO). De tenlastegelegde hoeveelheden betreffen de aangetroffen hoeveelheden die ook positief zijn getest door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: het NFI).

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet de tenlastelegging ten aanzien van feit 2 aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. In de tenlastelegging staat voldoende duidelijk omschreven waarvan de verdachte verdacht wordt, te weten het aanwezig hebben van verschillende hoeveelheden harddrugs die in de tenlastelegging worden genoemd. Of het tenlastegelegde en de tenlastegelegde hoeveelheden wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, is een vraag die hieronder aan de orde zal komen.

De dagvaarding is mitsdien geldig.

4. Bewijsoverwegingen 1

4.1

Inleiding

Naar aanleiding van informatie van een informant van het Team Criminele Inlichtingen van de Eenheid Den Haag (hierna: TCI-informant) dat in het pand aan de [adres] te Wateringen (hierna: het pand) mogelijk een drugslaboratorium zou zitten, is door de politie een onderzoek ingesteld. De politie heeft een camera bij het pand geplaatst.

Op de camerabeelden is onder meer te zien dat in de periode van 14 tot en met 19 februari 2019 op verschillende dagen en tijdstippen, verschillende mannen het pand betraden en enige tijd later weer verlieten, terwijl zij dozen, dan wel tassen met goederen bij zich droegen. Ook is op verschillende dagen te zien dat vroeg in de ochtend een bestelbus van het merk Opel, type Vivaro bij het pand kwam aanrijden. Na het openen van het rolluik van het pand reed de bestelbus achteruit het pand in. Even later vertrok de bestelbus weer. Laat in de middag of vroeg in de avond kwam de bestelbus weer bij het pand aanrijden. Na het openen van het rolluik reed de bestelbus wederom achteruit het pand in. Even later vertrok de bestelbus weer.2

Na nader onderzoek heeft een verbalisant de bestuurder van de Opel Vivaro herkend als [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ).3

Op de camerabeelden van 25 februari 2019 is te zien dat [medeverdachte 3] om 10.11 uur het pand verliet in een bestelbus. Om 16.18 uur kwam hij met dezelfde bestelbus aanrijden. Na het openen van het rolluik reed hij met de bestelbus achteruit het pand in. Om 16.32 uur vertrok hij met de bestelbus uit het pand.4

Tijdens een observatie bij het pand op 26 februari 2019 hebben verbalisanten waargenomen dat een bedrijfsauto van het merk Peugeot met het [kenteken] bij het pand kwam aanrijden. Na het openen van het rolluik reed de bedrijfsauto achteruit het pand in.

Na sluiten van het rolluik is een arrestatieteam het pand binnen gegaan.5

In het pand werd een laboratorium voor de grootschalige productie van synthetische drugs aangetroffen.6 In de koffieruimte/keuken van het pand7 werden zes personen aangehouden, te weten: [medeverdachte 4]8 (hierna: [medeverdachte 4] ), [medeverdachte 5]9 (hierna: [medeverdachte 5] ), de verdachte10 (hierna ook: [verdachte] ), [medeverdachte 1]11 (hierna: [medeverdachte 1] ), [medeverdachte 3]12 en [medeverdachte 2]13 (hierna: [medeverdachte 2] ).

Onder [medeverdachte 5]14, [medeverdachte 1]15, [medeverdachte 2]16 en [medeverdachte 3]17 zijn mobiele telefoons van het merk BQ Aquarius X2 inbeslaggenomen. In de hal van het pand nabij de toegangsdeur werd ook een mobiele telefoon van het merk BQ Aquarius X2 aangetroffen.18

Dergelijke mobiele telefoons betreffen zogenaamde beveiligde PGP-telefoons die niet zijn uit te lezen door opsporingsinstanties.19 Voorts zijn onder [medeverdachte 1] twee sleutels inbeslaggenomen.20 Tevens heeft een verbalisant geconstateerd dat alleen een deur op de eerste etage was afgesloten middels slot en sleutel. De andere deuren in het pand waren niet afgesloten.21

De verdachte wordt – kort samengevat – verweten dat hij zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de grootschalige productie van synthetische drugs en aan het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid synthetische drugs.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, met dien verstande dat zij ten aanzien van feit 1 niet wettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de productie van amfetamine en MDMA. De verdachte dient van die onderdelen in de tenlastelegging te worden vrijgesproken. De productie van ongeveer 843 kilogram methamfetamine acht zij wel wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 2 acht de officier van justitie met betrekking tot de vloeibare methamfetamine wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte 776 liters methamfetamine aanwezig heeft gehad. Voor de overige liters methamfetamine dient de verdachte partieel te worden vrijgesproken.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van feit 1 niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de productie van amfetamine en MDMA. Voorts heeft de raadsman zich ten aanzien van feit 1 op het standpunt gesteld dat slechts bewezen kan worden dat de verdachte methamfetamine heeft “bewerkt” en “verwerkt”. Van de overige tenlastegelegde handelingen dient hij te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de tenlastegelegde periode in feit 1 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat deze dient te worden beperkt tot de periode van 23 tot en met 26 februari 2019.

Ten aanzien van feit 2 kan volgens de raadsman niet wettig en overtuigend bewezen worden dat de verdachte de drugs aanwezig heeft gehad die niet direct in het zicht lagen. De verdachte had daar geen wetenschap van, was zich niet bewust van de aanwezigheid van deze drugs en had daar geen beschikkingsmacht over.

4.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Het pand aan de [adres] te Wateringen

De Dienst LFO heeft onderzoek in het pand verricht en het navolgende geconstateerd.

Het pand betrof een bedrijfspand met twee etages in een rij van geschakelde units. Aan beide zijden van het pand zaten meerdere andere bedrijven. De begane grond bestond uit een hal en een loods (hierna: de loods) met aan de linkerzijde drie ruimtes. In de eerste ruimte bevond zich een keuken met een trap naar de bovenverdieping (hierna: de keuken). In de tweede ruimte stond een poederschudder en diverse emmers met restanten kleurstoffen (hierna: de mengruimte). De gehele ruimte was verontreinigd met glitter en roze poeder. De derde ruimte was ingericht met twee banken en een salontafel. In deze ruimte stond een deels uit elkaar gehaalde tabletteermachine (hierna: de tabletteerruimte). Ook deze ruimte was besmet met roze poeder. Boven deze ruimte bevond zich nog een ruimte (hierna: de ruimte boven de tabletteerruimte). De bovenverdieping was te bereiken via de eerder genoemde trap. Bovenaan de trap was een deur die toegang gaf tot een ruimte met zes vriezers en diverse tafels met daarop een zeer grote hoeveelheid kristallen (hierna: de sorteerruimte). Vanuit deze ruimte waren twee andere ruimtes te betreden. Eén hiervan was te betreden via een deur recht tegenover de trapdeur. Deze gaf toegang tot een ruimte waar afval lag en waar gascilinders stonden. Ook stonden hier drie branders en diverse pannen (hierna: de kookruimte). Rechts achterin was nog een deur die toegang gaf tot de laatste ruimte. In deze laatste ruimte lagen nog meer kristallen en stonden ventilatoren (hierna: de droogruimte). De Dienst LFO heeft geconcludeerd dat op de bovenverdieping in een drietal ruimtes goederen en chemicaliën aanwezig waren voor de grootschalige herkristallisatie van methamfetamine. In de kookruimte waren gasflessen, gasbranders, hamers, staafmixers en pannen aanwezig voor het maken van een verzadigde methamfetamine-wateroplossing. In de kookruimte waren vuilniszakken aanwezig met daarin 311 opengesneden verpakkingen met poederresten. Deze verpakkingen waren soortgelijk als de opengesneden verpakkingen die op de begane grond in de loods waren aangetroffen. In totaal lagen er in het pand 843 lege verpakkingen met restanten methamfetamine. In de droogruimte waren afdruiprekken, ventilatoren, jerrycans met aceton, jerrycans met vervuilde aceton, lege gebruikte emmers en ijsemmers aanwezig die waren gebruikt voor het afgieten en verwijderen van de uitgekristalliseerde methamfetamine kristallen, het 'wassen' van deze methamfetamine kristallen alsmede het drogen en uit elkaar halen. In de droogruimte waren 81,37 kilo droge methamfetamine kristallen, al dan niet uit elkaar gehaald, aanwezig. In de sorteerruimte waren vriezers aanwezig die in bedrijf waren. In de vriezers werden ijsemmers aangetroffen met daarin methamfetamine kristallen en vloeistof. Op deze vriezers lagen 39 plastic zakken met daarin zeer heldere en lange methamfetamine kristallen. Iedere zak bevatte een kilo kristallen. Op de tafels in de sorteerruimte lag een aanzienlijke hoeveelheid zeer heldere en lange methamfetamine kristallen die kennelijk op lengte waren gesorteerd. In bakken, zakken en dozen her in der in de sorteerruimte werd in totaal 182,576 kilo droge methamfetamine kristallen aangetroffen. In 19 ijsemmers die buiten de vriezers stonden werd in totaal 235,89 kilo natte methamfetamine kristallen aangetroffen. In de kookruimte en de droogruimte was een afzuiging aangebracht die via twee luchtslangen uitkwam in een daarvoor aangebrachte ruimte op de bovenetage aan de voorzijde van het bedrijfspand. In deze ruimte waren de luchtslangen aangesloten op actiefkoolfilters en het klapraampje van deze ruimte was opengezet zodat de gezuiverde lucht naar de buitenlucht kon worden afgevoerd.

In de sorteerruimte en in de droogruimte werd voor een totaalgewicht van 499,84 kilo aan kristallen aangetroffen.22

Van 405,22 kilo kristallen heeft het NFI vastgesteld dat het methamfetamine bevat.23

In zowel de sorteerruimte als de droogruimte werd een grote hoeveelheid vloeistoffen aangetroffen. Van 776 liter vloeistoffen heeft het NFI vastgesteld dat het methamfetamine bevat.24

Verder heeft het NFI geconcludeerd dat de 843 lege verpakkingen, die door het hele pand zijn aangetroffen, per verpakking circa l kilogram uitgangsmateriaal bevatte. Uitgaande van die 843 aangetroffen geleegde verpakkingen is naar schatting 843 kilogram methamfetamine HCI bewerkt.25

Op de benedenverdieping waren alle ruimtes besmet met een dunne laag roze poeder. In de mengruimte werd een stofzuiger met daarin 13 roze tabletten à 0,46 gram per tablet en een groen/grijs tablet van 0,46 gram aangetroffen. Voorts werd in de mengruimte in een witte ovale bak kristallen met een totaalgewicht van 5,40 gram aangetroffen. In de tabletteerruimte werd in een sporttas op de bank 210 gram blauwe rechthoekige tabletten aangetroffen met diepdruk “AMG”. In de tabletteermachine werd een tablet van 0,42 gram aangetroffen.26 Van al deze goederen met een totaalgewicht van 221,74 gram heeft het NFI na onderzoek geconcludeerd dat ze MDMA bevatten.27

In de loods werd een jerrycan met 25 liter vloeistof en een jerrycan van 25 liter die halfvol zat met vloeistof aangetroffen. Het NFI heeft na onderzoek geconcludeerd dat de vloeistof amfetamine bevat.28

Sporenonderzoek in het pand

In de droogruimte meteen links van de tafel werd op een grijs masker DNA veiliggesteld29 dat matcht met het DNA van [verdachte] met een matchkans kleiner dan 1 op 1 miljard.30

Op de eerste etage bovenaan de trap nabij de sorteerruimte werd op een gelaatsmasker dat aan een kapstok hing DNA veiliggesteld31 dat matcht met het DNA van [medeverdachte 2] met een matchkans kleiner dan 1 op 1 miljard.32

In de sorteerruimte werd op de eerste tafel rechts op een werkhandschoen DNA veiliggesteld.33 De hypothese dat dat DNA-spoor een DNA-mengprofiel van [verdachte] en [medeverdachte 1] bevat is 1 miljard keer waarschijnlijker dan de hypothese dat de bemonstering het DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.34

In de sorteerruimte werd DNA veiliggesteld op een gele handschoen die op de eerste vrieskist nabij de trap lag.35 Het DNA-spoor bevat een DNA-mengprofiel dat van [medeverdachte 2] , [verdachte] en minimaal één onbekende persoon kan zijn.36

In de sorteerruimte werd DNA op een gele handschoen op de derde vriezer vanaf de trap gezien veiliggesteld. Voorts werd DNA op een roze handschoen uit een plastic bak veiliggesteld.37 Deze DNA-sporen bevatten DNA-mengprofielen die van [verdachte] en [medeverdachte 4] kunnen zijn.38

In de sorteerruimte werd DNA op een gele handschoen uit een plastic bak nabij de eerste tafel aan de rechterzijde veiliggesteld.39 Dit DNA-spoor bevat een DNA-mengprofiel dat van [verdachte] , [medeverdachte 4] en minimaal één onbekende persoon kan zijn.40

In de droogruimte werd DNA op een gele handschoen nabij de deur links op de tafel veiliggesteld.41 Dit DNA-spoor bevat een DNA-mengprofiel dat van [verdachte] en [medeverdachte 5] kan zijn.42

Onderzoek aangetroffen kassabonnen

In het pand werden diverse kassabonnen van onder meer de [bedrijfsnaam 1] aan de [straatnaam] te Rotterdam en van de [bedrijfsnaam 2] aan de [straatnaam] te Rotterdam aangetroffen. Door deze bedrijven werden de camerabeelden met betrekking tot de aankopen op de kassabonnen overhandigd.43

Op de camerabeelden van de [bedrijfsnaam 1] van 9 februari 2019 is te zien dat [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] diverse goederen kopen bij deze winkel. Op de camerabeelden van de [bedrijfsnaam 2] van 20 februari 2020 is te zien dat [medeverdachte 3] met onder andere [medeverdachte 2] boodschappen ter waarde van € 261,92 doet bij deze winkel.44

Voorts is na onderzoek van de aankoopbonnen gebleken dat een deel van de gekochte goederen betrekking kunnen hebben op de productie van synthetische drugs. Soortgelijke goederen zijn ook aangetroffen in het pand. Het betreffen onder meer bakken, zakjes, gasmaskers, gasbrander, pannen, staafmixer, hamers en handschoenen. Er werd voor een totaalbedrag van € 2.876,64 aan goederen gekocht. Dat bedrag werd contant betaald.45

De verklaringen van de verdachte

[verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij op 6 of 7 februari 2019 naar Nederland is gekomen om te komen werken en om het land te leren kennen. Hij kreeg werk aangeboden van een hem onbekend persoon. Hij verbleef in een appartement met de mensen die ook zijn aangehouden. Hij heeft een paar dagen in het pand gewerkt.46

Bij de rechter-commissaris heeft [verdachte] als getuige verklaard dat hij ongeveer een week in het pand heeft gewerkt. Hij wist niet wat voor soort werk hij aan het doen was. Hij voerde alleen onder bedreiging de opdrachten uit. Hij moest vegen, schoonmaken en spullen van de ene plek naar de andere plek verplaatsen. Hij kreeg daarbij handschoenen en maskers. Hij verbleef in een appartement met de verdachten die ook in het pand zijn aangehouden. Hij dacht dat hij in de bouw zou gaan werken. Toen hij in het appartement aankwam, zei de persoon die hem van het vliegveld heeft opgehaald dat er geen werk in de bouw zou zijn en dat het een ander soort werk zou zijn en dat hij zijn mond moest houden. Daarbij toonde hij foto’s van zijn familie/gezin. Vervolgens raakte hij in paniek.

Hij heeft verklaard dat zijn paspoort en zijn mobiele telefoon ook werden afgepakt. Hij mocht geen geld hebben. Er was een persoon die in het pand instructies heeft gegeven. Deze persoon heeft op de werkplek uitleg gegeven wat er moest gebeuren en is toen weggegaan. Hij is daarna nooit meer teruggekomen.47

Ter terechtzitting van 12 mei 2020 heeft [verdachte] – kort samengevat – gepersisteerd bij zijn verklaring als getuige bij de rechter-commissaris. Hij heeft op nadere vragen van de rechtbank over de bedreiging verklaard dat er sprake was van een eenmalige bedreiging, waarbij in het appartement foto’s van zijn gezin werden getoond. De persoon die hem bedreigde zei erbij dat tegen zijn familie zou worden opgetreden, indien [verdachte] wat zou zeggen. Over zijn komst naar Nederland heeft hij verklaard dat hij in Mexico in de bouw werkte en dat hij, toen hij aan het werk was, werd benaderd door een onbekend persoon met de vraag of hij wilde gaan werken in Nederland. Die persoon heeft ook zijn ticket naar Nederland betaald. Toen hij in Nederland aankwam, hoorde hij pas dat hij niet in de bouw zou gaan werken. Hij werd vervolgens bedreigd met de foto’s van zijn gezin. Na de bedreiging heeft hij de persoon die hem heeft bedreigd nooit meer gezien.

Ook heeft [verdachte] verklaard dat hij, als hij dat had gewild, het appartement kon verlaten en dat hij geld had om boodschappen te doen.48

De verklaring van [medeverdachte 1]

Bij de politie heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij in [plaatsnaam] te Mexico werkte als personal trainer in een sportschool. In januari 2019 vroeg iemand die hij trainde, [naam 1] genaamd, of hij interesse had om in Nederland te gaan werken in de bouw voor 2.000,- Amerikaanse dollar per maand. [medeverdachte 1] is vervolgens half januari 2019 vanuit Mexico naar Parijs gevlogen. Vanuit Parijs is hij naar Nederland gekomen. [naam 1] heeft zijn vliegticket en een hotel geregeld en betaald. Toen [medeverdachte 1] in Nederland aankwam, is hij met een taxi naar het hotel gegaan. Na twee dagen werd hij gebeld door de architect, genaamd [naam 2] . Hij moest naar Rotterdam gaan om appartementen te bouwen. Bij het Centraal Station in Rotterdam werd hij opgewacht door [naam 2] en door hem werd hij naar een appartement gebracht. Zijn mobiele telefoon en zijn paspoort zijn toen door [naam 2] afgepakt om te voorkomen dat hij het land uit zou gaan. Na drie weken kreeg hij het paspoort terug. [naam 2] zei dat hij geen stommigheden mocht begaan, anders zou zijn familie wat overkomen. [medeverdachte 1] werd een maand vastgehouden in het appartement. Hij mocht niet weg uit het appartement, had geen sleutel en werd bedreigd. Hij moest daar wachten totdat het werk zou beginnen. Hij was eerst alleen in het appartement maar later kwamen er meer mensen. Een paar dagen voor zijn aanhouding is hij voor het eerst naar het pand gebracht. Hij moest daar werken samen met vier andere mensen. Zij verbleven ook in het appartement. Sindsdien is hij vijf of zes keer in het pand geweest. Hij en de vier anderen werden door een jongen met een afgesloten bus naar de loods gebracht. Later kwam die jongen hen weer halen. [medeverdachte 1] is overal in de loods geweest. Hij moest alles schoonmaken. De telefoon die hij bij zich had, heeft hij de avond voor zijn aanhouding van [naam 2] gekregen. Als de telefoon ging, moesten hij en de anderen naar beneden komen vanuit het appartement. In de loods moest hij de telefoon laten liggen als ze weggingen. De twee sleutels die hij bij zich had, waren van het appartement. De laatste persoon die wegging moest afsluiten.49

De verklaringen van [medeverdachte 2]

heeft verklaard dat een persoon in Mexico vroeg of hij naar Nederland wilde gaan om te werken. Die persoon zei niet tegen hem wat voor werk hij moest doen. [medeverdachte 2] dacht dat hij in de bouw zou gaan werken. Die persoon zei: “Als jij dat niet doet, dan gaat er iets met jouw familie gebeuren”. Hij zou zijn vrouw ontvoeren als [medeverdachte 2] niet mee zou werken. [medeverdachte 2] heeft geen wapens bij hem gezien maar hij wist dat hij altijd wapens bij zich had. Die persoon heeft ook zijn ticket geboekt. [medeverdachte 2] moest voor ongeveer een maand naar Nederland komen. [medeverdachte 2] is vervolgens op 20 januari 2019 met het vliegtuig naar Nederland gekomen. In Nederland stond iemand op het vliegveld op hem te wachten. Die persoon heeft hem meegenomen naar een appartement in Rotterdam. Hij verbleef daar sinds 21 januari 2019. Zijn broer en andere personen die hij niet kende verbleven daar ook. Hij werd dagelijks met een busje gebracht naar het pand waar hij is aangehouden. Zij zaten met vijf personen in het busje. Zij moesten van acht uur in de ochtend tot zes uur in de avond in het pand werken. Daarna werden zij weer teruggebracht naar het appartement. Hij kon wel uit het appartement en het eten en het drinken betaalden zij met z’n vijven. Hij zou € 2.000,- per maand verdienen. Hij en de anderen waren werknemer in het pand en zij moesten daar schoonmaken. Hij heeft een week in het pand gewerkt. Volgens [medeverdachte 2] heeft hij in zekere zin geholpen met het maken van drugs. De andere mannen deden dat ook. De twee sleutels die hij bij zich had ten tijde van zijn aanhouding, zijn van het appartement in Rotterdam waar hij verbleef.50

[medeverdachte 2] heeft als getuige bij de rechter-commissaris verklaard dat hij een hulpje was in het lab. Hij werd gedwongen om daar te werken. Hij heeft een week gewerkt in het pand. Hij was voortdurend bang voor zijn veiligheid en die van zijn familie. Hij werd voor het eerst in Nederland bedreigd en de bedreigingen waren voortdurend. Toen hij in Nederland aankwam en zag dat het werk niet was wat er afgesproken was, was er sprake van bedreigingen. Als hij niet zou doen wat zij zeiden, zou zijn familie iets aangedaan worden.51

De verklaringen van de overige verdachten

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij op verzoek van iemand sinds een of twee weken mensen op en neer reed naar het pand. In de ochtend bracht hij de mensen naar het pand en in de avond haalde hij de mensen weer op. Ook deed hij af en toe aan de hand van een boodschappenlijst die hij kreeg boodschappen voor die mensen. Hij heeft die mensen ook een keer gebracht naar de [bedrijfsnaam 2] om boodschappen te doen. Zij betaalden de boodschappen en deelden het bedrag door vijf.52

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij in het pand werkte met vier anderen. [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] ) en [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ) gaven de opdrachten maar zij werkten met z’n allen aan hetzelfde.53

Beoordeling van de tenlastelegging

Ten aanzien van feit 1 is de rechtbank – met de officier van justitie en de raadsman – van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte betrokken is geweest bij de (grootschalige) productie van MDMA en amfetamine. De rechtbank zal de verdachte van die onderdelen in de tenlastelegging vrijspreken.

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, samen met anderen, circa 843 kilogram methamfetamine heeft bereid, bewerkt en vervaardigd.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de conclusies in het proces-verbaal van de Dienst LFO in twijfel te trekken. Voorts overweegt de rechtbank dat volgens artikel 1 lid 3 van de Opiumwet onder “vervaardigen” wordt begrepen “raffineren” en “omzetten”. Gelet op de bevindingen van de Dienst LFO is de rechtbank van oordeel dat er in het pand sprake is geweest van het vervaardigen van methamfetamine.

Voorts acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, samen met anderen, ongeveer 405,22 kilogram en 776 liter methamfetamine en ongeveer 222,1 gram MDMA en ongeveer 37,5 liter amfetamine aanwezig heeft gehad.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de verdachte verantwoordelijk kan worden gehouden voor alle synthetische drugs die in het pand lagen, ook voor de drugs die niet direct in het zicht lagen. De verdachte is willens en wetens met anderen betrokken geweest bij de grootschalige productie van methamfetamine in een professioneel ingericht drugslaboratorium dat vrij toegankelijk was voor de verdachte en de medeverdachten. Ook de synthetische drugs die niet direct in het zicht lagen, waren vrij toegankelijk en bevonden zich in de beschikkingsmacht en de machtssfeer van de verdachte en de medeverdachten. Gelet op hetgeen door de Dienst LFO is gerelateerd over de grote hoeveelheid synthetische drugs en de wijze waarop deze drugs in het pand werden bewaard en aangetroffen, kan het ook niet anders dan dat de verdachte ook wetenschap had van de aanwezigheid van deze drugs.

Met betrekking tot de tenlastegelegde periode overweegt de rechtbank dat er aanwijzingen in het dossier aanwezig zijn dat het drugslaboratorium reeds vanaf 1 februari 2019 in het pand aanwezig was. Concreet bewijs daarvoor ontbreekt echter. Wel kan op grond van de bewijsmiddelen vastgesteld worden dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 9 februari 2019 bij de [bedrijfsnaam 1] goederen heeft aangeschaft die gebruikt kunnen worden bij de productie van synthetische drugs. Soortgelijke goederen zijn ook in het pand aangetroffen. De rechtbank zal daarom ten aanzien van feit 1 de periode van 9 februari 2019 tot en met 26 februari 2019 bewezen verklaren. Dit strookt ook met de verklaring van de verdachte dat hij op 6 of 7 februari 2019 in Nederland is aangekomen.

Conclusie

De rechtbank acht de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten – zoals hieronder weergegeven – wettig en overtuigend bewezen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1.

hij in de periode van 9 februari 2019 tot en met 26 februari 2019 te Wateringen, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft bereid en bewerkt en vervaardigd, ongeveer 843 kilogram methamfetamine, zijnde methamfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op 26 februari 2019 te Wateringen, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 405,22 kilogram en 776 liter methamfetamine en ongeveer 222,1 gram MDMA en ongeveer 37,5 liter amfetamine, zijnde methamfetamine en amfetamine en MDMA, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6 De strafbaarheid van de verdachte

6.1

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat de verdachte naar zijn mening met succes een beroep op psychische overmacht kan doen. De verdachte is slachtoffer van mensenhandel, hetgeen onvoldoende is onderzocht door de politie en de officier van justitie. De verdachte werd uitgebuit en heeft onder druk en bedreiging de bewezenverklaarde feiten gepleegd.

6.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep op psychische overmacht dient te worden verworpen. Naar haar mening heeft de verdachte onvoldoende concrete aanknopingspunten naar voren gebracht voor de conclusie dat er sprake was van mensenhandel en dat hij de tenlastegelegde feiten onder druk en bedreiging heeft gepleegd. Voorts heeft de verdachte hieromtrent wisselende en onaannemelijke verklaringen afgelegd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Voor een geslaagd beroep op psychische overmacht is vereist dat er sprake is van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden.

De rechtbank is van oordeel dat door de verdachte onvoldoende concrete feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht waaruit blijkt dat de verdachte slachtoffer zou zijn van mensenhandel, dat hij werd uitgebuit en dat hij onder dwang en bedreiging de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. De verklaringen van de verdachte hieromtrent zijn vaag en wisselend en bieden daardoor onvoldoende concrete aanknopingspunten voor een nader onderzoek door de politie en door de officier van justitie.

De verdachte heeft slechts verklaard over vage personen die hem onder valse voorwendselen naar Nederland hebben gelokt en die hem onder dwang en bedreiging zouden hebben laten werken in het pand. Concrete en verifieerbare gegevens zoals (achter)namen, woon- of verblijfplaats, of contactgegevens van deze personen heeft hij niet aangeleverd.

Daarbij overweegt de rechtbank dat in de hierboven genoemde bewijsmiddelen niets wijst op uitbuiting of dwang.

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren in het bezit van de sleutel van het appartement waarin de verdachte en zijn medeverdachten verbleven. De verdachte heeft ook verklaard dat hij het appartement kon verlaten als hij dat wilde.

Voorts hebben een aantal medeverdachten inkopen bij de [bedrijfsnaam 1] en de [bedrijfsnaam 2] gedaan. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij aan de hand van een boodschappenlijst weleens boodschappen deed voor de verdachte en zijn medeverdachten. De kosten werden dan gedeeld door vijf personen.

Ook waren een aantal medeverdachten in het bezit van PGP telefoons, waarmee het mogelijk is versleuteld te communiceren met andere gebruikers. De rechtbank acht het onaannemelijk dat dit soort telefoons worden gebruikt door personen die slachtoffer zijn van mensenhandel.

Daarnaast werkten de verdachte en zijn medeverdachten zonder enig toezicht in een pand dat vrij toegankelijk was, terwijl in het pand voor een enorme waarde aan synthetische drugs aanwezig was. Ook dit past niet bij een uitbuitingssituatie.

Al het vorenstaande wijst niet op dwang of op uitbuiting.

Al met al is de rechtbank van oordeel dat het beroep op psychische overmacht verworpen moet worden.

Voor het overige zijn er geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar.

7 De strafoplegging

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met het feit dat de verdachte slachtoffer is van mensenhandel en dat hij een ondergeschikte rol in het productieproces had. Gelet hierop en gelet op zijn persoonlijke omstandigheden heeft de raadsman verzocht aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van zijn voorarrest op te leggen. Voorts heeft de raadsman opheffing van de voorlopige hechtenis verzocht op grond van artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De ernst van de feiten

De verdachte is in een drugslaboratorium betrokken geweest bij de productie van een zeer grote hoeveelheid methamfetamine, ook wel crystal meth genoemd. Dit drugslaboratorium was professioneel opgezet en ingericht voor het op zeer grote schaal produceren van methamfetamine. Op het moment dat het drugslaboratorium werd ontdekt, was de verdachte met zijn medeverdachten daar aanwezig. In het pand werd ook een grote hoeveelheid methamfetamine, vloeibare methamfetamine, MDMA en vloeibare amfetamine aangetroffen.

De rechtbank is ervan overtuigd dat de verdachte niet de grote baas is van dit laboratorium, maar zij is wel van oordeel dat de verdachte niet moet worden gezien als enkel een ondergeschikte of iemand die alleen het vieze werk opknapte. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat het productieproces van methamfetamine een ingewikkeld en gevaarlijk chemisch proces betreft, hetgeen ook moge blijken uit de ongelukken die de laatste jaren in illegale laboratoria hebben plaatsgevonden en waarbij ook “laboranten” om het leven zijn gekomen. Het productieproces vergt specifieke kennis en vaardigheden om op een veilige manier tot een hoogwaardig eindproduct te komen. Die specifieke kennis en vaardigheden waren bij de verdachte, dan wel zijn medeverdachten, zeker aanwezig. De verdachte en zijn medeverdachten hebben dag in dag uit in het pand zich bezig gehouden met de productie van deze drugs. De verdachte werd voor dit werk overgevlogen vanuit Mexico naar Nederland, hoogstwaarschijnlijk omdat in Mexico de kennis met betrekking tot het productieproces aanwezig is. Gebleken is dat de verdachte en zijn mededaders in staat waren om een hoogwaardig eindproduct te maken.

Crystal meth is wellicht de voor de volksgezondheid meest gevaarlijke drug die momenteel op de markt wordt gebracht. Het werkt bijzonder verslavend en deze drug heeft op de mens een bijna verwoestende uitwerking. De verdachte heeft bewust zijn medewerking verleend aan het productieproces en heeft door zich hiermee in te laten de volksgezondheid in gevaar gebracht. Het mag dan zo zijn dat het leven in Mexico voor de verdachte niet altijd makkelijk was en dat de verleiding groot was om tegen een voor Mexicaanse begrippen vorstelijk salaris deze werkzaamheden in Nederland uit te voeren, maar dat vormt naar het oordeel van de rechtbank geen enkel excuus voor het plegen van de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank houdt de verdachte en zijn medeverdachten dan ook ten volle verantwoordelijk voor hetgeen op 26 februari 2019 in het pand te Wateringen werd aangetroffen.

Op grond van dit alles is de rechtbank van oordeel dat, rekening houdend met de straffen die in soortgelijke gevallen doorgaans worden opgelegd, een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is.

De persoon van de verdachte

De verdachte is blijkens het op zijn naam gestelde Uittreksel Justitiële Documentatie van

21 april 2020 niet eerder wegens strafbare feiten met politie en justitie in Nederland in aanraking gekomen.

Het oordeel van de rechtbank

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden is. Zoals reeds overwogen gaat de rechtbank ervan uit dat de verdachte geen slachtoffer is van mensenhandel en dat hij niet werd uitgebuit. Bij de strafoplegging ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding hiermee rekening te houden. Ook de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geven, mede gelet op de ernst van de feiten, de rechtbank geen aanleiding om van de eis van de officier van justitie af te wijken.

Voorlopige hechtenis

Gelet op de op te leggen straf ziet de rechtbank geen reden om de voorlopige hechtenis op te heffen. De redenen die tot de voorlopige hechtenis van de verdachte hebben geleid, zijn nog onverkort aanwezig en een situatie als bedoeld in 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering is – gelet op de op te leggen straf – niet aan de orde.

Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt dan ook afgewezen.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2 en 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 4.5 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder D, van de Opiumwet gegeven verbod

ten aanzien van feit 2

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 (ZES) JAREN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Montijn, voorzitter,

mr. S.W.E. de Ruiter, rechter,

mr. M.S. Neervoort, rechter,

in tegenwoordigheid van W.H. Ng, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 mei 2020.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 2019-039146 van de Politie Eenheid Den Haag, Districtsrecherche Westland-Delft, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 1008).

2 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 150-160.

3 Proces-verbaal Herkenning [medeverdachte 3] , blz. 161.

4 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 974-975.

5 Proces-verbaal van observatie dinsdag 26 februari 2019, blz. 320.

6 Proces-verbaal (eindproces-verbaal van bevindingen) met het nummer 2019-02-26 van de Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Operationele Samenwerking, Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen, blz. 16.

7 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 264.

8 Proces-verbaal van aanhouding, blz. 64.

9 Proces-verbaal van aanhouding, blz. 78.

10 Proces-verbaal van aanhouding, blz. 92.

11 Proces-verbaal van aanhouding, blz. 105.

12 Proces-verbaal van aanhouding, blz. 118.

13 Proces-verbaal van aanhouding, blz. 133.

14 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 181.

15 Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, blz. 11.

16 Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, blz. 15.

17 Proces-verbaal mobiele telefoon [medeverdachte 3] , blz. 613.

18 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, blz. 164.

19 Proces-verbaal mobiele telefoon [medeverdachte 3] , blz. 613.

20 Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, blz. 13.

21 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 264.

22 Proces-verbaal (eindproces-verbaal van bevindingen) met het nummer 2019-02-26 van de Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Operationele Samenwerking, Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen, blz. 1-16.

23 Rapport van het NFI d.d. 22 oktober 2019, zaaknummer 2019.02.28.053, aanvraagnummer 1, blz. 9 en 10.

24 Rapport van het NFI d.d. 22 oktober 2019, zaaknummer 2019.02.28.053, aanvraagnummer 1, blz. 9 en 10.

25 Rapport van het NFI d.d. 22 oktober 2019, zaaknummer 2019.02.28.053, aanvraagnummer 1, blz. 8.

26 Proces-verbaal (eindproces-verbaal van bevindingen) met het nummer 2019-02-26 van de Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Operationele Samenwerking, Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen, blz. 14-15.

27 Rapport van het NFI d.d. 22 oktober 2019, zaaknummer 2019.02.28.053, aanvraagnummer 3, blz. 8.

28 Rapport van het NFI d.d. 22 oktober 2019, zaaknummer 2019.02.28.053, aanvraagnummer 3, blz. 8.

29 Proces-verbaal forensisch onderzoek bedrijf ( [adres] Wateringen), blz. 845.

30 Rapport van het NFI d.d. 17 september 2019, zaaknummer 2019.02.28.053 (aanvragen 010 en 011), blz. 2.

31 Proces-verbaal forensisch onderzoek bedrijf ( [adres] Wateringen), blz. 843.

32 Rapport van het NFI d.d. 17 september 2019, zaaknummer 2019.02.28.053 (aanvragen 010 en 011), blz. 2.

33 Proces-verbaal forensisch onderzoek bedrijf ( [adres] Wateringen), blz. 843.

34 Rapport van het NFI d.d. 30 augustus 2019, zaaknummer 2019.02.28.053 (aanvragen 008 en 009), blz. 3 en 4.

35 Proces-verbaal forensisch onderzoek bedrijf ( [adres] Wateringen), blz. 843.

36 Rapport van het NFI d.d. 17 september 2019, zaaknummer 2019.02.28.053 (aanvragen 010 en 011), blz. 3.

37 Proces-verbaal forensisch onderzoek bedrijf ( [adres] Wateringen), blz. 843 en 844.

38 Rapport van het NFI d.d. 17 september 2019, zaaknummer 2019.02.28.053 (aanvragen 010 en 011), blz. 3.

39 Proces-verbaal forensisch onderzoek bedrijf ( [adres] Wateringen), blz. 844.

40 Rapport van het NFI d.d. 17 september 2019, zaaknummer 2019.02.28.053 (aanvragen 010 en 011), blz. 3.

41 Proces-verbaal forensisch onderzoek bedrijf ( [adres] Wateringen), blz. 845.

42 Rapport van het NFI d.d. 17 september 2019, zaaknummer 2019.02.28.053 (aanvragen 010 en 011), blz. 3.

43 Proces-verbaal veiligstellen camerabeelden nav kassabonnen, blz.379.

44 Proces-verbaal Onderzoek camerabeelden van winkels, blz. 381 en 382, met bijlagen blz. 384 en 385.

45 Proces-verbaal van bevindingen blz. 977 en 978.

46 Proces-verbaal van verhoor [verdachte] , blz. 201 en 202.

47 Proces-verbaal verhoor van getuige [verdachte] , opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris, de punten 16, 18, 19, 20, 34, 35 en opmerking bij punt 51.

48 Eigen verklaring ter terechtzitting van 12 mei 2020.

49 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , blz. 183-185 en proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , blz. 285-290.

50 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , blz. 205-207, proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , blz. 268-272, proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , blz. 1007.

51 Proces-verbaal verhoor van getuige [medeverdachte 2] , opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris, de punten 7, 13, 30 en 31.

52 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] , blz. 713-715.

53 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] , blz. 294-295.