Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:3980

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30-04-2020
Datum publicatie
06-05-2020
Zaaknummer
C/09/586304 / KG ZA 20-8
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Intellectuele eigendom. Kort geding. Vordering verstrekken gegevens door gedaagde als serverprovider van klanten die via IP-adressen inbreuk maken op auteursrechten van eiseres. Toepasselijk recht: artikel 843a Rv is o.b.v. artikel 10:3 Rv toepasselijk omdat dit een bepaling is van formeel procesrecht. Aan de vereisten van artikel 843a Rv is ten dele voldaan, alleen zijn de gevorderde gegevens te onbepaald in omvang en tijd. Slechts de NAW-gegevens plus e-mailadressen en KVK-nummers (m.b.t. ondernemingen) hoeven te worden verstrekt en alleen voor de tijdspanne waarin (vooralsnog) vaststaat dat via de IP-adressen van gedaagde inbreuk is gemaakt op de (naar voorlopig oordeel aangenomen) auteursrechten van eiseres. Aan de vereisten onder de AVG is eveneens voldaan. De verplichting tot verstrekking van de gegevens aan de Amerikaanse eiseres kan worden gebaseerd op de uitzondering van artikel 49 onder e AVG.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/586304 / KG ZA 20-8

Vonnis in kort geding van 30 april 2020

in de zaak van

de rechtspersoon naar vreemd recht

DISH NETWORK L.L.C.,

te Englewood, Verenigde Staten van Amerika,

eiseres,

advocaat mr. K.A.J. Bisschop te Amsterdam,

tegen

WORLDSTREAM B.V.,

te Naaldwijk,

gedaagde,

advocaat mr. L. Keukens te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Dish Network en WorldStream genoemd worden. De zaak is voor Dish Network inhoudelijk behandeld door mr. Bisschop voornoemd en mr. C. Sijm, advocaat te Amsterdam en voor WorldStream door mr. Keukens voornoemd en mr. H.R. Goudsmit, advocaat te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 9 januari 2020;

  • -

    de akte houdende overlegging producties van Dish Network, ingekomen ter griffie op 13 januari 2020, met producties 1 tot en met 7;

  • -

    de akte overlegging producties van WorldStream, ingekomen ter griffie op 7 februari 2020, met producties 1 tot en met 6;

  • -

    de akte houdende overlegging aanvullende producties tevens wijziging van eis van Dish Network, ingekomen ter griffie op 14 februari 2020, met producties 8 en 9;

  • -

    de akte houdende overlegging aanvullende productie van Dish Network, ingekomen ter griffie op 17 februari 2020, met productie 10;

  • -

    het als productie 7 overgelegde aanvullende kostenoverzicht van WorldStream, ingekomen ter griffie op 26 februari 2020;

  • -

    de geactualiseerde kostenopgave van Dish Network, ingekomen ter griffie op 27 februari 2020;

  • -

    de mondelinge behandeling van 28 februari 2020 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitnotities van Dish Network en WorldStream.

1.2.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Dish Network is een aanbieder van betaalde televisie in de Verenigde Staten. Zij levert auteursrechtelijke beschermde programmering aan miljoenen abonnees in het hele land. Ze biedt meer dan 400 zenders aan in 27 verschillende talen. Dish Network doet dit ofwel door satellietlevering ofwel met behulp van een openbare internetinfrastructuur.

2.2.

WorldStream is een in 2014 opgerichte internet service provider. Zij levert wereldwijd onbeheerde hosting diensten aan haar klanten, te weten uitsluitend de hardware en het besturingssysteem.

2.3.

De International Broadcaster Coalition Against Piracy (hierna: IBCAP) en de Amerikaanse advocaat van Dish Network hebben WorldStream namens Dish Network vanaf juli 2018 verschillende malen aangeschreven met ‘notice and take down’ en ‘cease and desist’ verzoeken. WorldStream heeft vervolgens verschillende door haar uitgegeven IP-adressen geblokkeerd.

2.4.

Bij brief van 19 november 2019 heeft de Nederlandse advocaat van Dish Network WorldStream een brief gestuurd waarin - onder meer - is opgenomen:

(…)

DISH Network holds the exclusive rights to distribute and publicly perform in the United States, by means including satellite, OTT, IPTV and Internet, the programs that make up copyright protected channels. DISH Network contracts for and licenses rights for the international channels distributed on its platforms from channel owners and their agents, including Al Jazeera Media Network, ARY Digital USA LLC, B4U U.S., GEO USA LLC, Hum Network Limited, MBC FZ LLC; MSM Asia Limited, International Media Distribution (Luxembourg) S.A.R.L., World Span Media Consulting, Inc.; and Dream Media ("Content Owners").

It has come to the attention of my client that your company WorldStream B.V. ("WorldStream") provides hosting services of the following distributed protected channels via SatOcean IPTV and Nasa IPTV. This includes, without limitation, Al Arabiya, Al Hayah 1, Al Jazeera Arabic News, Al Jazeera Mubasher, ART Cima, ARY Digital, B4U Music, CBC, CBC Drama, Dream 2, Future TV, GEO News, Geo TV, Hekayat, Hum TV, Hum World, LBC, LDC, MBC1, MBC Drama, MBC Kids (a/k/a MBC3); MBC Masr, Melody Classic, SAB and SET Max ("Protected Content") in the United States.

Customers of WorldStream are operating the SatOcean IPTV and Nasa IPTV services using a number of IP addresses. WorldStream customer SatOcean IPTV is in any event using the following IP address: [IP-adres 1] . WorldStream customer Nasa IPTV is any event using the following IP addresses: [IP-adres 2] ; [IP-adres 3] and [IP-adres 4] .

The displaying and making available to the public of the Protected Content via SatOcean IPTV and/or Nasa IPTV constitute infringements of DISH Network's exclusive rights, as well as an unlawful act against DISH Network under United States copyright law(…). DISH Network did not provide any authorization to host, store, index, provide access, or in any way contribute to the infringement of DISH Network's Protected Content.

In addition, WorldStream, as a party that performs hosting, is liable for the infringing activities pursuant to article 6:196c(4) of the Dutch Civil Code, unless it is not aware (or reasonably could not be aware) of the infringing activities.(…) WorldStream cannot state that it was not aware of the infringing activities because DISH Network has sent several letters with notice-and-takedown requests to WorldStream.

WorldStream’s customers (most of them are unknown to DISH Network) who use the servers of WorldStream to host and store Protected Content and stream it to consumers infringe also DISH Network’s exclusive rights and act unlawful against DISH Network. Dish Network has sent them (the customers to the extent known to DISH Networks) also several letters with notice-and-takedown requests. Unfortunately, neither WorldStream nor its customers has complied with the notice-and-takedown requests yet.

In addition, there are more WorldStream customers who infringe the exclusive rights of DISH Network but they are unknown to DISH Network. Only WorldStream has this information. This means that it is for DISH Network impossible to take action against these unknown infringers. In view of the above, DISH Network has valid legal grounds in obtaining identifying personal data of these customers from WorldStream.(…)

In order to prevent further legal actions, we request you, pursuant to section 843a DCCP, to provide us within 5 days after receiving this letter with:

 all identifying data of its customers that is making or has made use of WorldStream's services as regards to distribute the Protected Content;

 information regarding the use of the servers on which WorldStream's customers host and store or have hosted and stored Protected Content; specifically:

o an overview of the traffic and use data of the customer's servers, including the number of visitors and the number of streams;

o a recent copy or a backup of the servers from the customers of WorldStream on which the Protected Content is or has been hosted and stored;

o all historical data regarding the legal relationship between WorldStream and its customers, including the agreement between these parties and relevant support tickets.

(…)

2.5.

In reactie op de brief heeft WorldStream op 19 november 2019 per e-mail - onder meer - als volgt gereageerd:

WorldStream offers unmanaged dedicated servers to its customers. This means that we only have physical access to the server. We do not have login credentials of the server and do not control the traffic that the server is emitting nor the content which is placed on the server.

You’ve stated that Worldstream (or our customers) did not comply with the notice-and-takedown requests yet. We can not speak on behalf of our customers as we are not allowed to see the traffic of our customers. However, WorldStream has taken action against the customers by nullrouting/blocking multiple IP-addresses after a notification regarding copyright issues. The notifications were sent by the law firm " [X] LLC", also on behalf of your client, DISH Network. After processing the messages, we have also replied to the sender. We also stated that they can let us know if they require any further information or action from Worldstream.

In the past months we have received multiple messages from the law firm [X] LLC, on behalf of your client, DISH Network, to which we all replied.

In one of the more recent messages, [A] , an employee of the law firm [X] LLC, stated that he did not receive a response from us for three months to several cases. To straighten out this miscommunication, we replied with the following message:

“We were very surprise [sic, vzr] by your message stating that you did not receive any updates from us since June. As we replied to every message we have received from you. Please find attached an example reply to you.”

In a reaction to our message [A] stated:

“Thank you. I believe your emails were sent to someone else in our office, so I was perhaps mistaken about that. I appreciate your cooperating with us to hold your customers accountable for copyright infringements”

(…)

In regards to the IP-addresses;

[IP-adres 1] has been blocked on Wed, 11 Sep 2019 15:54:01 (+0200)

[IP-adres 4] has been blocked on Mon, 14 Oct 2019 14:23:01 (+0200)

[IP-adres 2] has been blocked on Tue, 19 Nov 2019 16:24:02 (+0100)

[IP-adres 3] has been blocked on Tue, 19 Nov 2019 16:24:02 (+0100)

Please also see the attachments for the proof of blocking the IP-addreses [sic, vzr].

(…)

As we do understand your concerns regarding this issue. We have thought of an alternative. If you are prepared to grant a safeguard against damage that Worldstream B.V. suffers as a result of non-compliance with the GDPR/AVG, Worldstream B.V. can provide the personal data without risk.

(…)

3 Het geschil

3.1.

Dish Network vordert na wijziging van eis - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar te verklaren bij voorraad

1. WorldStream zal bevelen binnen 48 uur na betekening van het vonnis aan de advocaten van Dish Network de volgende gegevens/informatie te verstrekken van haar klant of klanten (hierna gezamenlijk: Klant) die gebruik maakt/maken of heeft/hebben gemaakt van de IP-adressen [IP-adres 1] , [IP-adres 4] , [IP-adres 2] en [IP-adres 3] :

( a) alle gegevens die noodzakelijk zijn voor het identificeren van de Klant, waaronder in elk geval:

Ten aanzien van een onderneming

- Naam-, adres- woonplaats (NAW)-gegevens;

- E-mailadres(sen);

- Telefoonnummer(s);

- Contactperso(o)n(en);

- Gebruikersna(a)m(en)/gebruikte Client ID('s);

- Geboortedatum of -data van de contactperso(o)n(en);

- KvK-nummer(s) c.q. vergelijkbare registratienummers bij vennootschappen naar buitenlands recht;

Ten aanzien van iedere natuurlijk persoon

- Naam-, adres- woonplaats (NAW)-gegevens;

- E-mailadres(sen);

- Telefoonnummer(s);

- Gebruikersna(a)m(en)/gebruikte Client ID('s);

- Geboortedatum;

in alle gevallen onder verschaffing van documenten waaruit de juistheid van de opgegeven gegevens onomstotelijk blijkt;

( b) betalingsgegevens ten aanzien van elk account van de Klant in de periode van januari 2017, of een door de rechtbank te bepalen datum, tot en met de dag van het vonnis, een en ander onder verschaffing van documenten waaruit de juistheid van de opgegeven gegevens onomstotelijk blijkt, waaronder rekeningafschriften waaruit betaling door de Klant aan WorldStream volgt;

( c) alle gegevens van elk product dat en/of dienst dat/die is afgenomen (al dan niet tegen betaling) door de Klant van WorldStream van januari 2017, of een door de rechtbank te bepalen datum, tot en met de dag van het vonnis, met inbegrip van alle gegevens over de server(s) en IP-adres(sen) die aan de Klant zijn toegewezen en/of door de Klant zijn en/of worden gebruikt;

( d) alle gegevens waaruit IP-adressen kunnen worden geïdentificeerd en die te herleiden zijn tot de server(s) van de Klant en die zijn gelokaliseerd in het data centrum van WorldStream en/of anderszins WorldStream ter beschikking staan;

( e) alle historische data over de rechtsverhouding tussen WorldStream en de Klant, waaronder de overeenkomst tussen deze partijen en correspondentie over de totstandkoming van de overeenkomst;

( f) alle gegevens omtrent een verzoek van de Klant om een account aan te maken en/of te wijzigen;

( g) een overzicht van alle activiteiten op elk account van de Klant, waaronder de IP-adressen waarmee is ingelogd, de tijdstippen waarop dat is gebeurd en de locaties waarvan dit is gebeurd;

( h) alle communicatie tussen WorldStream en de Klant met betrekking tot accountinstellingen en support tickets van januari 2017, of een door de rechtbank te bepalen datum, tot en met de dag van het vonnis;

( i) een overzicht van de verkeers- en gebruiksgegevens van de servers van de Klant, waaronder het aantal bezoekers en het aantal streams;

( j) een recente kopie van een back-up van de server(s) van de Klant;

( k) een overzicht van de beheerconnectielogs van elke server van de Klant;

2. WorldStream zal veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 10.000,- voor iedere geheel of gedeeltelijke niet-nakoming van de sub 1 gevorderde bevelen dan wel, ter keuze van Dish Network, voor iedere dag of gedeelte hiervan dat WorldStream in gebreke mocht blijven aan de veroordeling te voldoen;

3. WorldStream zal veroordelen in de volledige kosten van deze procedure conform artikel 1019h Rv, althans conform het liquidatietarief, daaronder tevens te begroten de nakosten, met bepaling dat, indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van het vonnis zullen zijn voldaan, WorldStream daarover zonder nadere sommatie wettelijke rente zal zijn verschuldigd.

3.2.

Ter onderbouwing van haar vorderingen stelt Dish Network - verkort weergegeven - het volgende.

3.2.1.

Dish Network heeft met de eigenaren van diverse televisiezenders waaronder Al Jazeera Media, Network, ARY Digital USA LLC, B4U U.S., GEO USA LLC, Hum Network Limited, MBC FZ LLC, MSM Asia Limited, International Media Distribution (Luxembourg) S.A.R.L., World Span Media Consulting, Inc. en Dream Media (hierna gezamenlijk: de Netwerken) licentieovereenkomsten gesloten. Op basis van die overeenkomsten heeft DISH Network het exclusieve recht om zenders en televisieprogramma's van de Netwerken te distribueren en openbaar te maken in de Verenigde Staten via satelliet, Over The Top diensten (hierna: OTT), Internet Protocol Television (hierna: IPTV) en internet.

3.2.2.

Dish Network heeft onder meer exclusieve rechten op de zenders Al Arabiya, Al Hayah 1, Al Jazeera Arabic News, Al Jazeera Mubasher, ART Cima, ARY Digital, B4U Music, CBC, CBC Drama, Dream 2, Future TV, GEO News, Geo TV, Hekayat, Hum TV, Hum World, LBC, LDC, MBC1, MBC Drama, MBC Kids (a/k/a MBC3), MBC Masr, Melody Classic, SAB en SET Max (deze zenders en de daarop uitgezonden programma’s worden hierna gezamenlijk aangeduid als: Beschermde Content). De Netwerken zijn auteursrechthebbenden op de Beschermde Content. Zij hebben deze auteursrechten deels verkregen doordat zij zelf maker van Beschermde Content zijn. Voor het andere deel hebben zij de auteursrechten van de makers van Beschermde Content verworven.

3.2.3.

Op grond van het toepasselijke Amerikaanse auteursrecht is ook Dish Network aan te merken als auteursrechthebbende op de Beschermde Content, in elk geval voor de Verenigde Staten.

3.2.4.

Op de exclusieve rechten van Dish Network wordt grootschalige inbreuk gemaakt. IBCAP heeft ten behoeve van Dish Network hiernaar onderzoek gedaan. In haar rapport heeft zij uiteengezet dat inbreuk wordt gemaakt door aanbieders zoals Arabic IPTV en Nasa IPTV. Die bieden via hun websites set-top boxen (decodeerkastjes) aan en televisieabonnementen op zenders. IBCAP heeft voor haar onderzoek dergelijke televisieabonnementen aangeschaft. Met een dergelijk abonnement wordt toegang verkregen tot de Beschermde Content waarop Dish Network exclusieve rechten heeft, zonder dat de afnemer daarvoor aan Dish Network hoeft te betalen.

3.2.5.

De toegang tot de Beschermde Content via het televisieabonnement wordt verkregen doordat - sterk vereenvoudigd weergegeven - de set-top box contact maakt met een authentication server met een bepaald IP-adres gehost door WorldStream. Via de authentication server wordt, zodra deze server de set-top box herkent, de toegang tot de video content server gerealiseerd waar de Beschermde Content is opgeslagen. In het geval van Arabic IPTV hadden de authentication server en de video content server hetzelfde IP-adres, te weten [IP-adres 1] . Bij Nasa IPTV had de authentication server het IP-adres [IP-adres 2] en werd de Beschermde Content geleverd via de video content servers met de IP-adressen [IP-adres 3] en [IP-adres 4] . Alle voornoemde IP-adressen zijn van WorldStream, waardoor WorldStream betrokken is bij de inbreuk op de exclusieve rechten van Dish Network.

3.2.6.

Op basis van de vereisten / belangenafweging die voortvloeien uit artikel 28 lid 9 Aw1 in samenhang met artikel 843a Rv2 jo artikel 1019a Rv dan wel op grond van onrechtmatig handelen, verscheidene persoonlijkheidsrechten zoals opgenomen in het EVRM3 en het EU-Handvest4 alsmede artikelen in de AVG5, is WorldStream gehouden de door Dish Network gevorderde gegevens te verstrekken.

3.3.

WorldStream voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

De voorzieningenrechter stelt ambtshalve vast dat hij op grond van artikel 4 lid 1 Brussel I bis-Vo6 internationaal bevoegd is tot kennisname van de vorderingen van Dish Network tegen WorldStream aangezien WorldStream in Nederland is gevestigd. De (internationale en relatieve) bevoegdheid is overigens niet bestreden.

Spoedeisend belang

4.2.

Als meest verstrekkend verweer heeft WorldStream aangevoerd dat Dish Network geen spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Enerzijds niet omdat WorldStream bereid is geweest de identificerende gegevens te verstrekken op voorwaarde dat Dish Network haar zou vrijwaren voor schade door handhavend optreden door de privacyautoriteiten of de betrokkene maar Dish Network deze vrijwaring heeft geweigerd. Anderzijds niet omdat Dish Network al vanaf 16 juli 2018 ‘cease and desist’ verzoeken aan WorldStream heeft gestuurd en zij pas anderhalf jaar later in kort geding opkomt om de volgens haar inbreukmakende klanten van WorldStream te identificeren.

4.3.

De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, dient beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat het spoedeisend belang in beginsel is gegeven zolang de gestelde inbreuk of het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt. Indien daartegen echter onvoldoende voortvarend is opgetreden, kan dit een aanwijzing zijn dat het belang van de eisende partij kennelijk geen voorlopige maatregel vergt. Dit hangt af van de omstandigheden van het geval.

4.4.

In dit geval acht de voorzieningenrechter van doorslaggevend belang dat de gevraagde voorziening niet ziet op een (voor gedaagde) potentieel ingrijpende verbodsvordering maar op het verkrijgen van identificerende gegevens om vermeend inbreukmakers op te kunnen sporen met de bedoeling deze op hun gedrag aan te spreken en desnodig in rechte te betrekken. Dish Network kan deze gegevens slechts krijgen van derde partijen zoals WorldStream, nu alleen deze partijen op de hoogte zijn van klantgegevens van personen achter de door hen ter beschikking gestelde IP-adressen / servers die volgens de stelling van Dish Network gebruikt worden voor inbreukmakend handelen. Het daar tegenoverstaande belang van WorldStream van de vrijheid van ondernemerschap en het behoud van haar klanten, acht de voorzieningenrechter minder zwaarwegend. Ondanks dat Dish Network erg lang heeft gewacht met het instellen van een vordering in kort geding, waarbij zij overigens ook op andere wijze heeft geprobeerd de betreffende partijen op te sporen, heeft zij in dit geval nog spoedeisend belang bij haar vordering, mede gegeven het feit dat de vermeende inbreuken volgens Dish Network tot kort voor de dagvaarding nog plaatsvonden.

Het verstrekken van informatie

Toepasselijk recht

4.5.

Dish Network baseert haar vordering tot het verstrekken van informatie door WorldStream op drie grondslagen, te weten 28 lid 9 Aw, artikel 843a Rv jo 1019a Rv en onrechtmatig handelen. Voor wat betreft de grondslag artikel 843a Rv (jo artikel 1019a Rv) is op grond van artikel 10:3 BW Nederlands recht van toepassing, nu artikel 843a Rv een bepaling is van formeel procesrecht.

Artikel 843a Rv

4.6.

Artikel 843a Rv jo artikel 1019a Rv ziet op een bijzondere exhibitieplicht in en buiten rechte. Deze exhibitieplicht dient ertoe om bepaalde bewijsstukken in de procedure als bewijsmiddel ter beschikking te doen komen. In Nederland bestaat géén algemene exhibitieplicht voor procespartijen in die zin dat zij als hoofdregel verplicht kunnen worden tot het elkaar verschaffen van alle denkbare informatie en documenten. Met het oog daarop en ter voorkoming van zogenaamde ‘fishing expeditions’ is de toewijsbaarheid van een op artikel 843a Rv gebaseerde vordering in dat wetsartikel ingevolge lid 1 aan de volgende voorwaarden gebonden. 1) De eiser tot exhibitie dient een rechtmatig belang te stellen en te hebben. 2) De vordering moet “bepaalde bescheiden” (dan wel ander bewijsmateriaal ex artikel 1019a lid 2 Rv) betreffen waarover 3) de verweerder daadwerkelijk de beschikking heeft of kan krijgen. 4) De eiser tot exhibitie dient partij te zijn bij de rechtsbetrekking waarop de gevorderde specifieke bescheiden zien, waarbij in artikel 1019a lid 1 Rv is bepaald dat een verbintenis uit onrechtmatige daad wegens inbreuk op een recht van intellectuele eigendom geldt als een dergelijke rechtsbetrekking.

4.7.

Ten aanzien van het vierde vereiste, te weten de rechtsbetrekking gegrond op artikel 1019a lid 1 Rv, wordt vooropgesteld dat degene die inzage, afgifte of uittreksel van bewijsmateriaal verlangt zodanige feiten en omstandigheden dient te stellen en die met reeds voorhanden bewijsmateriaal dient te onderbouwen, dat voldoende aannemelijk is dat inbreuk op een recht van intellectuele eigendom is of dreigt te worden gemaakt. De vraag wat in het kader van een vordering uit hoofde van artikel 1019a Rv als een ‘voldoende’ mate van aannemelijkheid kan worden beschouwd, kan niet in algemene zin worden beantwoord. Daarbij komt het immers aan op een waardering van de stellingen en verweren van partijen en de overtuigingskracht van het eventueel reeds overgelegde bewijsmateriaal. Wel is uitgangspunt dat niet behoeft te zijn voldaan aan de mate van aannemelijkheid die is vereist voor toewijzing in kort geding van een op een (dreigende) inbreuk gebaseerde vordering. Uit de stellingen en (zo mogelijk met bewijsmateriaal gestaafde) feiten en omstandigheden moet een redelijk vermoeden van (dreigende) inbreuk kunnen worden afgeleid.7 Bij de beoordeling dient de rechter in de toetsing van het ‘rechtmatig belang’ (het eerste vereiste in het kader van artikel 843a Rv) de belangen van de gedaagde te betrekken, waaronder diens belang dat de bescherming van vertrouwelijke informatie is gewaarborgd, maar in het bijzonder ook om verschoond te blijven van de ingrijpende maatregel die exhibitie niet zelden is, ingeval de beweerde inbreuk niet voldoende aannemelijk is, of indien de exhibitie verlangende partij ook andere effectieve, maar voor de gedaagde minder belastende middelen tot bewijsgaring ten dienste staan. In de onderhavige zaak dient de door Dish Network gevorderde exhibitie tot verkrijging van bewijs van ‘niet-technische inbreuk’. De genoemde afweging van de bij de vraag naar de toewijsbaarheid van een exhibitievordering over en weer bestaande belangen zal eerder in het voordeel van de eisende partij kunnen uitvallen als het gaat om ‘technisch bewijs’ dan wanneer het bewijs van andere feiten in het geding is, zoals in casu, maar uiteenlopende maatstaven voor de vraag wat in een concreet geval als ‘voldoende aannemelijk’ moet gelden is afhankelijk van de afwegingen zoals hiervoor genoemd.8

4.8.

Indachtig vorenstaande maatstaf wordt geoordeeld dat van de vereiste rechtsbetrekking sprake is en daarmee van een rechtmatig belang bij afgifte van (een deel van) de gevorderde (identificerende) gegevens. Dish Network heeft immers voldoende gesteld, onderbouwd met het in 3.2.4 bedoelde rapport, om uit te gaan van een redelijk vermoeden van (het faciliteren van) inbreuk door de klanten van WorldStream, welke laatste hier als derde bij betrokken is.9 In het bijzonder heeft Dish Network ter onderbouwing van haar stelling betoogd dat er grootschalig inbreuk is gemaakt op haar exclusieve rechten waarbij IP-adressen van WorldStream zijn betrokken en dat met abonnementen van Arabic IPTV (SatOcean) en Nasa IPTV toegang wordt verkregen tot zenders en televisieprogramma’s van de Netwerken zonder Dish Network daarvoor te betalen waardoor Dish Network schade lijdt.

4.9.

WorldStream, die de gestelde inbreuk door haar klanten althans het faciliteren daarbij niet heeft weersproken, heeft daartegenover slechts bloot betwist dat Dish Network - kort gezegd - als licentienemer over rechten op de Beschermde Content beschikt waarbij zij voorts in twijfel trekt of de Netwerken (gedeeltelijk) auteursrechthebbenden zijn. Het is bovendien onduidelijk, aldus nog steeds WorldStream, of Dish Network wel bevoegd is om zelfstandig handhavend te mogen optreden terwijl ook niet kan worden vastgesteld of er sprake is van een geldige overdracht van het auteursrecht aan de Netwerken. Daargelaten welk recht in dit verband van toepassing is op deze verschillende rechtsvragen (waarbij de voorzieningenrechter opmerkt dat dit niet in alle gevallen een eenvoudig te beantwoorden vraag betreft), gaat de voorzieningenrechter aan het verweer voorbij. Dish Network heeft een verklaring van haar CEO de heer [B] in het geding gebracht waarin hij uiteenzet dat - samengevat - Dish Network licenties met de Netwerken heeft gesloten en dat zij daardoor auteursrechthebbende is naar Amerikaans recht. WorldStream heeft die verklaring niet ontzenuwd. Daar komt bij dat Dish Network WorldStream al vanaf juli 2018 bijna maandelijks notice-and-take down brieven heeft gestuurd waarop WorldStream haar klant de opdracht heeft gegeven om de Beschermde Content te verwijderen bij gebreke waarvan het IP-nummer werd genullrouteerd. Daarbij heeft zij nimmer de rechten van Dish Network in twijfel getrokken zodat ook om die reden het thans gevoerde verweer niet geloofwaardig voorkomt. Ten slotte heeft WorldStream ter zitting aangegeven dat als Dish Network een vrijwaring had gegeven, WorldStream de gevorderde gegevens allang zou hebben afgegeven.10 Ook die stelling verhoudt zich niet goed met het gevoerde verweer.

4.10.

Bij de afweging van belangen weegt mee dat het in casu niet gaat om een voor WorldStream ingrijpende exhibitie. Zoals hierna wordt overwogen zal slechts een klein deel van de gevraagde (identificerende) informatie worden toegewezen, welke afgifte voor WorldStream weinig belastend zal zijn. Het belang aan de zijde van Dish Network is daarentegen groot. Er staan haar bovendien geen andere effectieve middelen ten dienste om nu, constaterend dat de inbreuk ondanks de vele notice-and-take down brieven voortduurt, door te kunnen pakken.

4.11.

Het voorgaande betekent dat aan het eerste en vierde vereiste in de zin van artikel 843a Rv is voldaan.

4.12.

Problemen zijn er wel met het tweede (en derde) vereiste. De door Dish Network gevorderde inzage (vergelijk 3.1 onder 1, (a) tot en met (k)) is namelijk voor een groot deel onvoldoende bepaald. Daarbij constateert de voorzieningenrechter allereerst dat Dish Network haar vordering ten aanzien van de betalingsgegevens, de gegevens over de producten en/of diensten die zijn afgenomen en de gegevens over de communicatie tussen WorldStream en haar klant(en) (vergelijk 3.1 onder 1 (b), (c), (e), (f) en (h)), baseert op titel 17 van de United States Code. Het is de voorzieningenrechter niet duidelijk waarom Dish Network meent dat Amerikaans recht in deze toepasselijk is. De inzagevordering is gebaseerd op Nederlandse bepalingen van formeel procesrecht waarmee Nederlands recht van toepassing is (vergelijk r.o. 4.5).

4.13.

WorldStream merkt terecht op dat voor het identificeren van (vermeend) inbreukmakers de NAW-gegevens11 voldoende zijn, naar voorlopig oordeel aangevuld met het e-mailadres waarmee de desbetreffende Klant bij WorlStream staat geregistreerd alsmede met de KvK-gegevens12 in geval van rechtspersonen c.q. vergelijkbare registratienummers bij vennootschappen naar buitenlands recht. Waarom Dish Network de overige lijst van (ongebreidelde) gegevens nodig heeft om vermeend inbreukmakers te kunnen identificeren, heeft zij niet anders toegelicht dan met de enkele opmerking dat zij effectief moet kunnen optreden, met name omdat de klanten van WorldStream steeds gebruikmaken van wisselende websites, domeinnamen, IP-adressen en aanduidingen. Daarmee is echter nog steeds niet duidelijk waarom ook die gegevens noodzakelijk zouden zijn en niet kan worden volstaan met de NAW-gegevens aangevuld met het e-mailadres van de klant van WorldStream. Dit heeft consequenties voor de toewijsbaarheid van de gevorderde inzage. Dat betekent dat de vordering in 3.1 onder 1 (a) - behoudens de gevorderde gegevens voor wat betreft een onderneming onder het eerste en laatste gedachtestreepje en voor wat betreft een natuurlijke persoon onder het eerste gedachtestreepje - zal worden afgewezen evenals de vorderingen in 3.1 onder 1 (b) tot en met (k).

4.14.

Bovendien is de vordering zoals geformuleerd in 3.1 onder 1 (a) - voor zover toewijsbaar zoals bovengenoemd - in tijd niet dan wel onvoldoende bepaald. Enkel de NAW-gegevens / KvK-gegevens zijn relevant van personen / ondernemingen ten aanzien waarvan met redelijke zekerheid is vastgesteld dat die op een bepaald moment - met gebruikmaking van de door Dish Network specifiek genoemde IP-adressen - Beschermde Content openbaar hebben gemaakt en inbreuk maken. Immers, Dish Network stelt zelf dat de vermeend inbreukmakers hun diensten zo hebben ingericht dat zij gebruik maken van duizenden IP-adressen bij verschillende aanbieders, zodat, wanneer een IP-adres wordt afgesloten, de service onmiddellijk kan worden overgenomen door een ander IP-adres. Wanneer WorldStream alle NAW-gegevens van (voormalig) klanten zou moeten verstrekken die de door Dish Network genoemde IP-adressen op enig moment hebben gebruikt, is op voorhand duidelijk dat zich daaronder veel (voormalig) klanten zullen bevinden die niets met openbaarmaking van Beschermde Content te maken hebben gehad. Dat betekent dat WorldStream met betrekking tot de in het petitum genoemde IP-adressen, enkel de NAW-gegevens / KvK-gegevens hoeft te verstrekken op de data waarvan in het NAGRA-rapport van IBCAP (overgelegd als productie EP02) is vastgesteld dat via die IP-adressen inbreuk is gemaakt.

4.15.

Ten aanzien van Arabic IPTV (SatOcean IPTV) gaat het om IP-adres [IP-adres 1] waarbij de vermeende inbreuken zijn vastgesteld op 6 en 7 september 2019. Met betrekking tot Nasa IPTV gaat het om de IP-adressen [IP-adres 2]13, [IP-adres 3] en [IP-adres 4]14. De vermeende inbreuken zijn vastgesteld op 21 en 30 augustus 2019 en 3 oktober 2019. WorldStream heeft nog aangevoerd dat het rapport op dit punt niet klopt, althans de voorzieningenrechter begrijpt dat zij dit bedoelt te betogen. Volgens WorldStream blijkt op grond van de onafhankelijke website www.securitytrails.com - met verwijzing naar productie GP02 - dat het domein https://nasa-iptv.com niet naar de voornoemde IP-adressen heeft verwezen. De voorzieningenrechter gaat hieraan voorbij. In het rapport op pagina 28 onder “c. Scan results” is een tabel opgenomen met daarin de resultaten van de toegang tot de kanalen op de Nasa IPTV playlist. Daarin is in de linkerkolom de datum, in de middelste kolom de naam van het desbetreffende tv-kanaal en in de rechterkolom de video URL opgenomen. Daaruit volgt dat op de voornoemde data van 21 en 30 augustus 2019 en 3 oktober 2019 de verschillende kanalen bereikbaar waren, via de IP-adressen [IP-adres 3] en [IP-adres 4] . Dat betekent dat naar voorlopig oordeel deze IP-adressen op die data gekoppeld zijn geweest aan de video content servers die gebruikt werden door Nasa IPTV. Dat de gebruiksrechten van deze IP-adressen door WorldStream zijn uitgegeven, is door WorldStream niet betwist. Bovendien staat als onweersproken vast dat deze IP-adressen door WorldStream op 14 oktober respectievelijk 19 november 2019 zijn geblokkeerd.

4.16.

Ook het betoog dat het IP-adres [IP-adres 2] niet op het door WorldStream overgelegde IP-historie overzicht van het domein https://nasa-iptv.com voorkomt (GP02), wordt gepasseerd. Dish Network heeft immers een ViewDNS overzicht in het geding gebracht waarop het IP-adres wel staat. Dat dat overzicht niet van waarde zou zijn omdat gezocht zou zijn op het domein nasaiptv.com (in plaats van nasa-iptv.com dus met koppelteken) geldt dan net zo goed voor de productie van WorldStream omdat het domein daar ook zonder koppelteken wordt vermeld. Belangrijker is dat door WorldStream niet is betwist dat de toegang tot de Beschermde Content wordt verleend door min of meer gelijktijdige werking van de authentication server (die de gebruikersnaam en het wachtwoord van de gebruiker controleert) en de video content server die de Beschermde Content levert. Nu uit het rapport volgt dat de video content servers met de IP adressen [IP-adres 3] en [IP-adres 4] op de voornoemde data de Beschermde Content hebben geleverd en uit het rapport volgt dat de bijbehorende authentication server het IP-adres [IP-adres 2] had, is vooralsnog voldoende aannemelijk dat dit IP-adres door WorldStream is uitgegeven aan een vermeend inbreukmaker. Dat geldt temeer nu WorldStream niet heeft betwist dat zij dit IP-adres heeft uitgegeven en dat dit IP-adres door haar is geblokkeerd op 19 november 2019.

AVG

4.17.

Vervolgens is de vraag aan de orde of de AVG verstrekking van de gegevens door WorldStream aan Dish Network verhindert, nu partijen het erover eens zijn dat WorldStream als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4 onder 7 AVG onderworpen is aan de wettelijke verplichtingen uit de AVG. Op grond van - in het onderhavige geval relevante - artikel 6 lid 1 aanhef en onder f) AVG, rust op WorldStream - onverminderd de bepalingen voortvloeiend uit hoofdstuk V AVG (Doorgiften van persoonsgegevens aan derde landen of internationale organisaties) - een rechtsplicht tot afgifte (verwerking) van persoonsgegevens aan Dish Network als (a) sprake is van een gerechtvaardigd belang, (b) de verwerking noodzakelijk is en (c) het belang van Dish Network behoort te prevaleren boven het belang van de betrokken klant van WorldStream.15

Gerechtvaardigd belang

4.18.

Met verwijzing naar r.o. 4.8 en 4.9 heeft Dish Network naar voorlopig oordeel een gerechtvaardigd belang bij de verstrekking van NAW-gegevens / KvK-gegevens aangevuld met e-mailgegevens van de betrokken klant door WorldStream aan haar. Zij heeft voldoende gesteld om aannemelijk te achten dat klanten van WorldStream toegang verlenen (dan wel faciliteren dat toegang wordt verleend) tot de Beschermde Content, waarmee opzettelijk en doorlopend inbreuk wordt gemaakt op de exclusieve rechten van Dish Network.

Verwerking noodzakelijk

4.19.

Of de verwerking noodzakelijk is, moet worden beoordeeld aan de hand van de in het recht ontwikkelde begrippen proportionaliteit en subsidiariteit. Naar voorlopig oordeel heeft Dish Network een reëel belang bij de verstrekking van de NAW-gegevens / KvK-gegevens aangevuld met e-mailgegevens van de betrokken klant, omdat zij alleen op die wijze onderzoek kan doen naar de identiteit van vermeende inbreukmakers opdat zij deze op hun gedrag (in rechte) kan aanspreken. Met verwijzing naar r.o. 4.10 staan haar ook geen andere effectieve middelen ter beschikking om dit doel te bereiken. Voorts is de afgifte van gegevens - zowel qua omvang van de gegevens als qua tijdvak - zodanig beperkt (vergelijk r.o. 4.13 en 4.14) dat daarmee een voldoende afbakening is gegeven en verstrekking van de gegevens proportioneel is.

Belangenafweging

4.20.

In het kader van de AVG dient de belangenafweging gemaakt te worden of de grondrechtelijk beschermde belangen van Dish Network (onder andere het volledig kunnen uitoefenen van het grondrecht op intellectuele eigendom), behoort te prevaleren boven de privacybelangen van de betrokken klant van WorldStream (het recht op bescherming van persoonsgegevens).

4.21.

Naar voorlopig oordeel dient deze afweging in het voordeel van Dish Network uit te vallen. Daarbij gaat de voorzieningenrechter voorbij aan het betoog van WorldStream dat de belangen van haar klanten zwaarder moeten wegen omdat Dish Network niet heeft onderbouwd hoe zij de rechten van de klanten van Dish Network zal waarborgen en/of wat de schade behelst, wat de hoogte van die schade is en wat dit per individuele klant gaat betekenen en/of welke actie(s) Dish Network daarbij zal inzetten. Dish Network heeft voldoende gesteld waaruit blijkt dat de desbetreffende klanten WorldStream achter de specifieke IP-adressen op de genoemde tijdstippen (vergelijk r.o. 4.14) grootschalige inbreuk maken op haar auteursrechten, waarbij zij tevens - onbetwist - heeft gesteld dat de schade ten gevolge van deze inbreuken groot is. Daarnaast heeft zij aangegeven deze vermeende inbreukmakers in rechte te willen aanspreken en deze schade te willen verhalen. In deze specifieke omstandigheden is dit voldoende om de weegschaal richting Dish Network te laten uitslaan. Zoals Dish Network terecht opmerkt, gaan de grondrechten van klanten van WorldStream niet zover dat zij met een beroep op die rechten anoniem inbreuk zouden mogen maken op de exclusieve rechten van Dish Network. De wijze waarop Dish Network de rechten van de klanten van WorldStream zal waarborgen, is in het kader van de onderhavige belangenafweging niet aan de orde, nu Dish Network een buitenlandse organisatie is in de zin van hoofdstuk V. Daarvoor gelden nadere vereisten die de voorzieningenrechter hieronder zal bespreken.

Hoofdstuk V AVG

4.22.

In dit hoofdstuk is geregeld dat doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen / buitenlandse organisaties (buiten de EU) in beginsel alleen onder de in de artikelen 44 t/m 47 AVG vervatte voorwaarden is toegestaan. Partijen zijn het erover eens dat Dish Network geen beroep kan doen op één van de voornoemde artikelen. Zij beroept zich echter op de uitzondering van artikel 49 lid 1 onder e) AVG. Wanneer de doorgifte noodzakelijk is voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering, kan die plaatsvinden ook zonder dat sprake is van een adequaatheidsbesluit dan wel van passende waarborgen. Deze uitzondering is in de onderhavige zaak aan de orde. Dish Network heeft deze gegevens nodig om een volgende stap te kunnen zetten in het in rechte aanspreken van de inbreukmakers. Ook al is er geen heel nauw verband tussen de gegevensdoorgifte en een specifieke procedure met betrekking tot de desbetreffende situatie, zoals volgens de richtsnoeren van de EDPB wordt vereist in deze bepaling,16 naar voorshands oordeel is in de specifieke omstandigheden van het onderhavige geval deze bepaling toch van toepassing. Daarbij is van doorslaggevend belang dat (i) de gegevensdoorgifte noodzakelijk is om überhaupt een (toekomstige) zaak tegen de inbreukmakers te kunnen beginnen en (ii) Dish Network niet of nauwelijks andere mogelijkheden ten dienste staan om de inbreukmakers in rechte te kunnen betrekken. De voorzieningenrechter begrijpt dat de door WorldStream opgeworpen bezwaren in dit kader (terecht) zien op de doorgifte van de door Dish Network gevorderde gegevens zoals genoemd in 3.1 onder 1 (b) tot en met (i). De gegevensdoorgifte in het kader van deze bepaling, dient (vanuit het beginsel van gegevensminimalisering) beperkt te blijven tot wat noodzakelijk is voor de doelstellingen waarvoor zij worden verwerkt. Nu de onderdelen van de vordering genoemd in 3.1 onder 1 (b) tot en met (k) zijn afgewezen (zie r.o. 4.13), is aan dit noodzakelijkheidsvereiste voldaan en betreft dit geen struikelpunt meer.

Vorderingen

4.23.

Met verwijzing naar r.o. 4.13 en 4.14 zal de vordering genoemd in 3.1 onder 1 (a) worden toegewezen als daar omschreven. Om executieproblemen te voorkomen, zal de termijn waarbinnen WorldStream de gegevens dient te verstrekken, worden bepaald op vijf werkdagen na betekening van dit vonnis.

4.24.

Voor oplegging van een dwangsom bestaat, anders dan WorldStream meent, voldoende aanleiding zij het dat die zal worden gematigd en gemaximeerd.

Proceskosten

4.25.

WorldStream zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Dish Network heeft een proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv gevorderd. Met Dish Network is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat artikel 1019h Rv van toepassing is, aangezien Dish Network op grond van artikel 843a Rv afgifte vordert van bescheiden waarmee zij wil bewijzen dat inbreuk werd/wordt gemaakt op haar IE-rechten.17 Daarbij maakt het naar voorlopig oordeel geen verschil of deze vordering wordt ingesteld jegens de vermeend inbreukmaker dan wel jegens een derde (zoals WorldStream).

4.26.

Dish Network heeft specificaties van haar kosten van in totaal € 23.875,82 overgelegd (inclusief dagvaardingskosten en griffierecht en exclusief BTW). WorldStream betwist de redelijkheid en evenredigheid van de hoogte van deze kosten. De voorzieningenrechter acht dit bezwaar gegrond en is van oordeel dat deze zaak kwalificeert als een normaal kort geding. Dat betekent dat een bedrag van € 15.000,- aan advocaatkosten zal worden toegewezen, te verhogen met € 93,99 kosten dagvaarding en € 656,- aan griffierecht, waarmee de vordering in 3.1 onder 3 zal worden toegewezen tot een totaalbedrag van € 15.749,99, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. De voorzieningenrechter zal de nakosten begroten op € 157,- zonder betekening, dan wel € 246,- ingeval van betekening.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt WorldStream binnen vijf werkdagen na betekening van het vonnis aan de advocaten van Dish Network de volgende gegevens te verstrekken van haar klant of klanten die op 6 en 7 september 2019 het IP-adres [IP-adres 1] heeft/hebben gebruikt en van haar klanten of klanten die op 21 en 30 augustus 2019 en 3 oktober 2019 de IP-adressen [IP-adres 2] , [IP-adres 3] en [IP-adres 4] heeft/hebben gebruikt:

Ten aanzien van een onderneming

  • -

    Naam-, adres- woonplaats (NAW)-gegevens,

  • -

    KvK-nummer(s) c.q. vergelijkbare registratienummers bij vennootschappen naar buitenlands recht,

  • -

    het e-mailadres of de e-mailadressen waarmee de desbetreffende klant bij WorldStream staat geregistreerd,

Ten aanzien van iedere natuurlijk persoon

  • -

    de volledige voornaam of voornamen, althans, als die gegevens niet bekend zijn, de voorletter of voorletters,

  • -

    de volledige achternaam,

  • -

    de volledige adresgegevens, bestaande uit de straatnaam, huisnummer en eventueel huisnummer toevoeging, postcode en woonplaats,

  • -

    het e-mailadres of de e-mailadressen waarmee de desbetreffende klant bij WorldStream staat geregistreerd,

5.2.

bepaalt dat WorldStream een dwangsom verbeurt van € 1.000,- voor iedere dag dat zij niet voldoet aan het in 5.1 opgelegde bevel, met een maximum van € 100.000,-,

5.3.

veroordeelt WorldStream in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Dish Network begroot op € 15.749,99, één en ander te voldoen binnen 14 dagen na betekening van het vonnis en - voor het geval voldoening van de kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening tot aan de dag van algehele voldoening,

5.4.

bepaalt de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak in de zin van artikel 1019i Rv op zes maanden na heden,

5.5.

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.Th. van Walderveen en in het openbaar uitgesproken door mr. D. Nobel op 30 april 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.

1 Auteurswet

2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

3 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie

5 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG

6 Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken

7 HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3304 (AIB/Novisem)

8 HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2643 (Synthon v. Astellas)

9 HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1834 (Alphense schietincident)

10 Vergelijk 1.3 pleitnota WorldStream

11 De volledige voornaam of voornamen, althans de voorletter of voorletters, de volledige achternaam, de volledige adresgegevens, bestaande uit de straatnaam, huisnummer en eventueel huisnummer toevoeging, postcode en woonplaats

12 Kamer van Koophandel gegevens

13 Dit is het IP-adres van de server achter de domeinnaam: EP02, pag. 22.

14 Dit zijn de IP-adressen van de video content servers: EP02, pag. 22.

15 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 november 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:9352 (DFW v. Ziggo)

16 European Data Protection Board, Richtsnoeren 2/2018 inzake afwijkingen op grond van artikel 49 van Verordening 2016/679, pag. 13 en 14.

17 Vergelijk gerechtshof Den Haag 17 januari 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BV1072 (Hoogendonk v. Dutch Spiral c.s.)