Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:3922

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-03-2020
Datum publicatie
30-04-2020
Zaaknummer
AWB 19/7042
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

familieleven, art. 8 EVRM, MVV

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 19/7042

V-nummer: [nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 maart 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam 3] , verzoeker,

gemachtigde: ,

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 september 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als verblijfsdoel ‘familieleven op grond van artikel 8 EVRM’ afgewezen.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb1 uitspraak zonder zitting.

2. Namens verzoeker is een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij zijn minderjarige halfzus [naam 2] op grond van artikel 8 van het EVRM2. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen, omdat verzoeker niet in het bezit is van een geldige mvv3. Ook merkt verweerder in het primaire besluit op dat verzoeker inmiddels is teruggekeerd naar Marokko en dat hij in Marokko een aanvraag om verlening van een mvv kan indienen en de beslissing hierop kan afwachten.

3. In het verzoekschrift stelt verzoeker zich op het standpunt dat hij afhankelijk is van de zorg van zijn moeder. Verzoeker is tijdelijk ondergebracht bij een oppas. Verzoeker moest vanwege zijn medische situatie terugkeren naar Marokko, zodat hij de voor hem noodzakelijke medische zorg kon ontvangen. Verzoeker verzoekt de voorzieningenrechter te bepalen dat aan hem toegang en verblijf wordt verleend in afwachting van de behandeling van zijn bezwaarschrift.

4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de verzochte voorziening een voorlopig karakter mis, omdat toewijzing ervan ertoe zal leiden dat eiser rechtmatig verblijf heeft in Nederland en Nederland kan inreizen, terwijl het primaire besluit als rechtsgevolg heeft dat hij Nederland dient te verlaten. Door terug te keren naar Marokko heeft verzoeker aan deze terugkeerverplichting voldaan. Een dergelijk verzoek zal daarom alleen in uitzonderlijke gevallen voor toewijzing in aanmerking komen, namelijk in die gevallen waarin de nadelige gevolgen van de afwijzing van het verzoek in verhouding tot het belang van verweerder bij de handhaving van die afwijzing zó onevenredig zijn, dat het besluit op bezwaar niet kan worden afgewacht. Voor een dergelijke vergaande beslissing is in principe alleen plaats wanneer een zwaarwegend spoedeisend belang daartoe noodzaakt en sterk getwijfeld moet worden aan de rechtmatigheid van het primaire besluit.

5. Van een zwaarwegend spoedeisend belang als hiervoor bedoeld is naar het oordeel van de voorzieningenrechter in dit geval geen sprake. Uit de overgelegde stukken is niet gebleken dat verzoeker zich niet kan handhaven in Marokko zonder zijn moeder, of dat zijn moeder niet terug kan keren naar Marokko om voor verzoeker te zorgen. Ook is het de voorzieningenrechter niet gebleken dat het primaire besluit evident onrechtmatig is. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Andel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2020.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

1 Algemene wet bestuursrecht.

2 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.

3 Machtiging tot voorlopig verblijf.