Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:3884

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-04-2020
Datum publicatie
29-04-2020
Zaaknummer
NL20.7383
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dublin Frankrijk, buiten zitting (8:54 Awb), kennelijk ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: NL20.7383 (beroep)

NL20.7384 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser]

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 23 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

  1. De rechtbank doet op grond van de artikelen 8:54, eerste lid, en 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

  2. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Frankrijk een verzoek om terugname gedaan. Frankrijk heeft dit verzoek op 20 januari 2020 aanvaard.

  3. Eiser voert aan dat hij geen enkele binding met Frankrijk heeft. Hij heeft inmiddels een band opgebouwd met Nederland. Verder merkt eiser op dat Frankrijk hard getroffen is door de uitbraak van het corona-virus. Het is onbekend hoe lang deze uitbraak gevolgen gaat hebben voor de overdracht van vreemdelingen. Niet valt in te zien dat verweerder nog altijd van oordeel is dat eiser zou kunnen worden overgedragen aan de Franse autoriteiten. Gelet hierop is niet Frankrijk, maar Nederland verantwoordelijk voor de behandeling van zijn asielaanvraag.

3.1

De rechtbank is van oordeel dat de eventuele band met een lidstaat niet vermeld staat in de Dublinverordening als grond om een vreemdeling niet over te dragen aan die verantwoordelijke lidstaat. Verder oordeelt de rechtbank dat eiser op geen enkele wijze heeft onderbouwd dat hij een sterkere band met Nederland zou hebben dan met Frankrijk.

3.2

De rechtbank overweegt voorts dat het feit dat het corona-virus zich momenteel (ook) in Frankrijk verspreid, niet maakt dat verweerder eisers asielaanvraag aan zich moet trekken. De omstandigheden rondom het corona-virus leiden nog niet tot de conclusie dat sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen van de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Frankrijk. Deze omstandigheden staan los van de verantwoordelijkheid van Frankrijk voor de behandeling van eisers asielaanvraag. Het feit dat eiser op dit moment ten gevolge van de corona-crisis niet kan worden overgedragen aan Frankrijk, is een tijdelijke belemmering en doet niets af aan de rechtmatigheid van de inhoud van het bestreden besluit.

4. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond. Omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist, is er geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Mac Donald, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Gall, griffier.

Deze uitspraak is gedaan op:

Als gevolg van de maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak nog niet uitgesproken op en openbare uitsprakenzitting. Zodra het uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan, voor zover het de hoofdzaak betreft, verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.