Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:3847

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-04-2020
Datum publicatie
30-04-2020
Zaaknummer
C/09/574576 / HA ZA 19-593
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Geschil licentieovereenkomst medische software. Zijn performanceproblemen te wijten aan gebrekkige software van de leverancier of aan onvoldoende gekwalificeerde hardware van de gebruiker? En voor wiens rekening en risico komt dit? Nakoming betalingsverplichting. Omvang betalingsverplichting. Beroep op dwaling. Ontbinding van de overeenkomst ex artikel 6:258 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/574576 / HA ZA 19-593

Vonnis van 22 april 2020

in de zaak van

MEDNED INFORMATION CONSULTANCY B.V. te Leiden,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat: mr. M.A. Ossentjuk te Leiden,

tegen

VROUWENPOLI BOXMEER B.V. te Boxmeer,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat: mr. P.P.J.M. Bruens te Groningen.

Partijen worden hierna MIC en Vrouwenpoli genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 17 mei 2019 met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie met producties;

  • -

    het vonnis van 4 september 2019 waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie en de akte (voorwaardelijke) aanvulling van eis in conventie met producties;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 24 januari 2020 en de daarin genoemde stukken.

1.2.

Het proces-verbaal van comparitie is met instemming van partijen buiten hun aanwezigheid opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om eventuele onjuistheden van feitelijke aard per brief aan de rechtbank kenbaar te maken. Van deze gelegenheid hebben Vrouwenpoli en MIC bij brieven van 10 februari 2020 respectievelijk

12 februari 2020 gebruik gemaakt. Deze brieven maken onderdeel uit van het procesdossier.

1.3.

Ten slotte is de datum voor het wijzen van vonnis nader bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

MIC houdt zich bezig met het ontwikkelen, produceren, uitgeven en ondersteunen van software ten behoeve van de medische sector. Zij biedt onder de naam “Neo ZIS|EPD” een zorginformatiesysteem (hierna ook: ZIS) en een elektronisch patiëntendossier (hierna: EPD) aan. De software bestaat uit verschillende, onderling koppelbare modules waaronder de basismodules EPD, Financieel en Zorgplanning, en tevens diverse optionele modules, waaronder een Elektronisch Voorschrijfsysteem (hierna: EVS).

2.2.

Vrouwenpoli is een praktijk voor gynaecologische en verloskundige diagnoses en behandelingen. Bij Vrouwenpoli zijn meer dan tien medewerkers in dienst.

2.3.

[ICT-adviseur] (hierna: [ICT-adviseur] ) is zelfstandig ICT-adviseur bij Total-IT (voorheen genaamd: Organosi). Hij verzorgt het systeembeheer voor Vrouwenpoli.

2.4.

Op 25 augustus 2017 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [IT-consultant] (hierna: [IT-consultant] ), IT-consultant bij MIC, [directeur 1] (hierna: [directeur 1] ), directeur van Vrouwenpoli, en [ICT-adviseur] . Naar aanleiding van dit gesprek heeft MIC offertes uitgebracht voor de levering van een zorginformatiesysteem. Bij het geven van de prijsindicatie is MIC ervan uitgegaan dat het zorginformatiesysteem op de server van Vrouwenpoli wordt geïnstalleerd.

2.5.

Tussen 16 en 24 november 2017 hebben [IT-consultant] en [ICT-adviseur] via e-mail contact met elkaar gehad over de benodigde specificaties van de server. Hierbij heeft [ICT-adviseur] een offerte van hosting provider ExactHost van 17 oktober 2017 gevoegd waarin de specificaties van de server zijn opgesomd. Vervolgens heeft [ICT-adviseur] de schijfruimte op advies van [IT-consultant] nog uitgebreid. Omdat de tarieven van de hosting provider van MIC (Hosted) hoger waren, heeft Vrouwenpoli gekozen voor ExactHost als hosting provider.

2.6.

Partijen zijn op 27 en 28 november 2017 een overeenkomst aangegaan (hierna: de overeenkomst), die voorziet in een opdrachtverlening aan MIC tot levering van softwarepakket Neo ZIS|EPD waarbij Vrouwenpoli gebruik zal maken van het Neo ZIS|premiumpakket. De overeenkomst is aangegaan voor de duur van vijf jaar. In de overeenkomst zijn voor zover hier van belang de volgende bepalingen opgenomen:

4. Tarieven en Betalingsvoorwaarden

[...]

4.2.

Implementatiekosten

De kosten voor de Implementatie zijn op nacalculatiebasis[...]

4.3.

Licentiekosten

Vrouwenpoli Boxmeer zal gebruikmaken van het Neo ZIS|Premiumpakket. Dit houdt in dat de licentiekosten voor Neo ZIS|EPD vast staan voor een periode van vijf jaar.

De licentievergoeding zal vooraf per kwartaal door MI Consultancy bij Vrouwenpoli

Boxmeer in rekening worden gebracht.

4.4

Bedragen zullen als volgt worden gefactureerd:

a). Implementatiekosten [...] zoals levering van diensten, trainingen en projectleiding worden maandelijks achteraf op nacalculatie gefactureerd.

b). Na acceptatie van een koppeling worden de licentiekosten van deze koppeling gefactureerd.

c). De jaarlijkse kosten zullen vooraf per kwartaal worden gefactureerd.

4.5.

De betaling zal uiterlijk binnen dertig (30) dagen na factuurdatum plaatsvinden. Mocht echter de betaling na zestig (60) dagen nog niet binnen zijn bij MI Consultancy, dan mag, na ingebrekestelling van de zijde van MI Consultancy, het factuurbedrag met de wettelijke handelsrente plus twee procent (2%) worden vermeerderd, te rekenen vanaf de zestigste dag na de factuurdatum tot de datum waarop de betaling uiteindelijk plaatsvindt. Voorts is Vrouwenpoli Boxmeer indien MI Consultancy haar vordering op Vrouwenpoli Boxmeer ter incasso uit handen geeft aan een derde, gehouden tot volledige vergoeding van de door MI Consultancy in dat verband gemaakte gerechtelijke en buitengerechtelijke incassokosten.

[...]

6. Randvoorwaarden

6.1.

Vrouwenpoli Boxmeer verkrijgt het gebruiksrecht voor Neo ZIS|EPD voor de duur van deze overeenkomst.

6.2.

MI Consultancy garandeert een juiste werking van Neo ZIS|EPD op de technische infrastructuur van Vrouwenpoli Boxmeer.

[...]

6.6.

Vrouwenpoli Boxmeer vrijwaart MI Consultancy voor aansprakelijkheid als Vrouwenpoli Boxmeer niet correct en/of tijdig de door MI Consultancy voorgestelde instructies, voorschriften, werkprocedures en dergelijke opvolgt.

[...]

7. Overige bepalingen

[...]

7.4

Op deze Overeenkomst zijn de Algemene Inkoopvoorwaarden Gezondheidszorg (2017) van toepassing [...]

7.6.

De navolgende bescheiden maken deel uit van deze overeenkomst. Voor zover deze bescheiden met elkaar in tegenspraak zijn, geldt de navolgende rangorde, waarbij het hoger genoemde document prevaleert boven en lagere genoemde:

a) deze overeenkomst, inclusief overeengekomen wijzigingen en/of aanvullingen;

b) aanvullende overeenkomsten;

c) de Bijlagen, inclusief eventuele annexes daarbij.”

2.7.

Bij de overeenkomst horen drie bijlagen, te weten een tarievenoverzicht (bijlage 1), Specificaties Hardware & Software (bijlage 2) en de Service Level Agreement (SLA, bijlage 3), die integraal onderdeel uitmaken van de overeenkomst.

2.8.

In het tarievenoverzicht is het volgende kostenoverzicht voor het premiumpakket opgenomen:

In het geval van licentiekosten per concurrent user worden de kosten voor het maximaal aantal gelijktijdige gebruikers in rekening gebracht. In geval van licentiekosten per seat worden de kosten voor het aantal gebruikte werkplekken (of devices) in rekening gebracht. MIC brengt de prijs in rekening die voor de klant het gunstigst is. Bij het sluiten van de overeenkomst gingen partijen aanvankelijk uit van licentiekosten op basis van zeven seats omdat er op de praktijk zeven werkplekken met Apple-computers zijn ingericht.

2.9.

In de SLA zijn voor zover hier van belang de volgende bepalingen opgenomen:

“2.4 [...]

MI Consultancy is niet verantwoordelijk voor het systeembeheer tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen. Dit houdt onder andere in dat het onderhouden van de servers, het controleren op geldigheid van (server)certificaten voor toegang tot onder meer de Grouper, SVB-Z en Vecozo, het maken en controleren van back-ups en het controleren of de benodigde servers draaien, onder verantwoordelijkheid van opdrachtgever vallen.

2.5

Opdrachtgever zal redelijkerwijs zorgdragen voor de benodigde hardware, operating system en software (MS Word), zowel op servers als pc’s. De infrastructuur van de opdrachtgever is leidend, deze dient de ontwikkelingen te volgen waarbij Neo ZIS|EPD een van de systemen is waarmee rekening wordt gehouden. Het beheer van de hardware, het netwerk en het operating system wordt door opdrachtgever verzorgd. [...]

4.3.

Uptime Garantie

MI Consultancy garandeert 99,8% uptime voor wat betreft de Neo ZIS|EPD clientsoftware en Pervasive databasesoftware per jaar bij een 24*7 gebruik.

MI Consultancy garandeert deze uptime indien de volgende punten zijn geregeld:

  • -

    gescheiden databases en servers voor verschillende omgevingen

  • -

    dubbel uitvoeren van servers. Bij voorkeur een clusterinrichting

  • -

    real-timeback-up van database maken

  • -

    dubbel uitvoeren van koppelingsoftware

  • -

    notificatie bij uitval van primaire systemen via telefoon en e-mail

  • -

    beschikbaar zijn van een VPMN verbinding 24*7

[...]

5.3

Werkomgeving inrichten

De opdrachtgever en MI Consultancy zijn samen verantwoordelijk voor het inrichten van de Test- en Productieomgeving, elk met hun eigen taken in het proces.

[…]

Onderdelen

Verantwoordelijke

Hardware configuraties

Opdrachtgever

Infrastructuur aanleggen

Opdrachtgever

Besturingssysteem installeren

Opdrachtgever

MS Word installeren

Opdrachtgever

Pervasive installeren

MI Consultancy

MS SQL Server Installeren

MI Consultancy

SQL Databases aanmaken

MI Consultancy

Neo ZIS|Client installeren

MI Consultancy

Neo ZIS|Services installeren

MI Consultancy

Conversie van patiënten/gebruikers

Opdrachtgever en MI Consultancy

Invoer van nieuwe patiënten/gebruikers

Opdrachtgever

Dossiers inrichten (.EMD)

MI Consultancy

  • -

    Hardware configuraties: het beschikbaar stellen van alle nodige apparatuur om met Neo ZIS|EPD te kunnen werken. Hieronder vallen de computers, server(s) en alle onderdelen daarvan. De verantwoordelijkheid voor het opzetten van de systemen en het in werking houden daarvan ligt bij de opdrachtgever.

  • -

    Infrastructuur: de verbinding met het internet van alle clients en servers en de locale infrastructuur (LAN) vallen onder de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever.

[...]

5.4

Acceptatietest

De opdrachtgever is eindverantwoordelijk voor de acceptatietest en de uitvoering van de test(s) en zal acceptatiecriteria vaststellen op basis van de functionele specificaties. De afgesproken acceptatiecriteria vormen het uitgangspunt voor de Acceptatie.

Opdrachtgever zal aan MI Consultancy formeel bevestigen dat de acceptatietest geslaagd is en wanneer de geaccepteerde programmatuur naar de Productieomgeving wordt overgezet.”

2.10.

De in de SLA genoemde taken van Vrouwenpoli zijn door Vrouwenpoli uitbesteed aan [ICT-adviseur] .

2.11.

Op 13 maart 2018 heeft Vrouwenpoli een offerte van MIC voor de levering van de module Neo ZIS|EVS ten behoeve van het voorschrijven van medicatie voor akkoord ondertekend. In deze offerte zijn voor zover hier van belang de volgende bepalingen opgenomen:

“2.2 De Algemene Inkoopvoorwaarden Gezondheidszorg (2017) en Module ICT zijn op alle diensten en producten van MI Consultancy van toepassing (zie bijlage).

[...]

4 Organisatie en overleg

Wijziging in het op te leveren resultaat zullen niet zonder overleg met en toestemming van opdrachtgever worden doorgevoerd. Het project bij MI Consultancy zal worden uitgevoerd door [A] . Het aanspreekpunt voor MI Consultancy in dit project is [ICT-adviseur] .

[...]

5.1

Jaarlijkse kosten

Licentie- en onderhoudskosten Neo ZIS|EVS PRK per voorschrijver*

€898,03

Totaal

€898,03

5.2

Facturatie

De jaarlijkse licentiekosten worden per kwartaal vooraf gefactureerd en starten na acceptatie van de software. Vrouwenpoli Boxmeer heeft 30 dagen na oplevering van de software de tijd om stoppende bevindingen te melden. Zonder melding van stoppende bevindingen gaat MI Consultancy ervan uit dat de software is geaccepteerd. [...] De jaarlijkse licentiekosten zijn per voorschrijver. Na afloop van elk kwartaal zal MI Consultancy nagaan hoeveel gebruikers medicaties hebben voorgeschreven. Dit aantal zal gelden voor het volgende kwartaal.”

2.12.

De live-gang heeft plaatsgevonden op 1 februari 2018.

2.13.

De eerste factuur van MIC ten bedrage van € 2.048,19 dateerde van 30 januari 2018 en had als vervaldatum 1 maart 2018. Deze factuur zag op de licentiekosten voor februari en maart 2018 en ging uit van vier concurrent users. Deze factuur heeft Vrouwenpoli niet betaald. In de daarop volgende periode tot en met 2 april 2019 heeft MIC nog twintig facturen naar Vrouwenpoli gestuurd. Deze facturen zijn evenmin betaald.

2.14.

Onder de facturen bevindt zich ook een credit-factuur van 3 juli 2017. Op grond van deze factuur worden de licentiekosten over de maanden februari en maart 2018 en het tweede kwartaal van twee concurrent users gecrediteerd. De factuur vermeldt hierover het volgende:

“Conform afspraak met mevrouw [B] is het uselog van het tweede kwartaal toegepast op februari t/m juni.”

2.15.

Bij e-mailberichten van 26 maart 2018, 3 april 2018 en 25 april 2018 wijst MIC Vrouwenpoli op haar betalingsachterstand.

2.16.

Op 4 mei 2018 heeft een bespreking plaatsgevonden bij MIC op kantoor tussen de heer [directeur 2] (directeur van MIC), [ICT-adviseur] en [juridisch adviseur] (hierna: [juridisch adviseur] ) die Vrouwenpoli bijstond als juridisch adviseur. Tijdens deze bespreking is de traagheid van de server bekeken en werd duidelijk dat de server van Vrouwenpoli ook zonder het starten van Neo ZIS erg traag was. [ICT-adviseur] heeft toen aangegeven dat op te nemen met de hosting provider van Vrouwenpoli.

2.17.

Bij e-mail van 29 mei 2018 heeft [C] (medewerker van MIC; hierna: [C] ) [juridisch adviseur] het volgende bericht:

“De performance van NeoZis op jullie server baart mij ook zorgen. Het voldoet niet aan de eisen die wij zelf eraan zouden stellen.

[...]

De performance is bij jullie onder de maat. Zoals al geconstateerd tijdens jullie bezoek is Windows zelf erg traag. Dit zal met jullie hosting provider opgepakt moeten worden. Naar ik heb begrepen is er van jullie kant hierop nog geen (voldoende) actie ondernomen. Als de performance van jullie Terminal Services Sessies op een normaal niveau is gekomen en NeoZis blijkt nog steeds niet voldoende snel te werken dan kunnen wij onderzoeken wat hiervan de oorzaak kan zijn.

Wat betreft het betalingsvoorstel. Zoals al telefonisch met [ICT-adviseur] [Rb.: [ICT-adviseur] ] vorige week besproken zien wij op onze facturen geen onterechte kosten terugkomen. [...]

Ons betalingsvoorstel is dus vooral gericht op het verspreid betalen van de openstaande facturen. Als u iets anders had verwacht dan hoor ik graag wat uw ideeën over zijn.

De performance issues worden niet opgelost als niemand actie onderneemt. Wij willen met plezier met jullie hosting partner in gesprek gaan om hier verbetering in aan te brengen.”

2.18.

Bij e-mail van 12 juni 2018 heeft [C] [ICT-adviseur] onder meer als volgt geschreven:

“Zoals net telefonisch besproken neem jij contact op met de hosting partij voor het omzetten van de omgeving naar een andere server.”

2.19.

Hierop heeft [ICT-adviseur] diezelfde dag per e-mail aan [C] gereageerd:

“Ik heb met Exact Host gebeld.

Wij hebben besloten een test omgeving op een andere server op te zetten met alle resources beschikbaar. Deze omgeving wordt dit weekend opgezet. Ik ga dan in het weekend Neo /Zis testen. Maandag wordt alles weer terug gezet en kunnen ze bij de Vrouwenpoli weer normaal werken. Afhankelijk van mijn bevindingen gaan we kijken of wij alles overzetten naar een nieuwe server of niet.”

2.20.

Op 22 juni 2018 heeft [ICT-adviseur] vervolgens per e-mail aan [C] (met cc aan [juridisch adviseur] ) onder meer het volgende bericht:

“Ik heb gisteren Neo/Zis geprobeerd op een dedicated server en de performance was erg goed. Opstarten in 20 seconden.

MAAR…

De dedicated server was wel een met 48 cores processor en 192 GB intern geheugen. Erg vreemd dat Neo/Zis zo’n grote server nodig heeft om goed te draaien.

[...]

Ik wacht nu een offerte af van Exacthost. Afhankelijk van de prijs gaan we kijken wat we gaan doen.”

2.21.

[juridisch adviseur] heeft hierop diezelfde dag per e-mail geantwoord:

“Dit kan niet waar zijn!

Dus naast alle gemaakte kosten moeten we nu nog € 50.000 in hardware investeren om een werkend systeem te krijgen?

Een systeem dat aanvankelijk begroot was op totale kosten €20.000 per jaar zonder een initiële investering, blijkt nu € 100.000 te kosten en € 30.000 tot € 40.000 per jaar

Én MI consultants blijft gewoon nota’s sturen.

Ze hebben een formule 1 verkocht, maar alleen een chassis geleverd met een motor van een solex.”

2.22.

[C] heeft daarop, eveneens op 22 juni 2018, per e-mail aan [ICT-adviseur] en [juridisch adviseur] het volgende laten weten:

“Goed om te horen dat [ICT-adviseur] [Rb.: [ICT-adviseur] ] betere performance resultaten heeft op een andere server. Echter is deze server niet vergelijkbaar met de huidige server. In eerste instantie ben ik vooral benieuwd of een dedicated server van dezelfde kwaliteit als de huidige voldoende performance geeft. Dan kan met de hosting provider gesproken worden of VPB meer resources kan krijgen op de huidige server. Een andere mogelijkheid is om de omgeving bij ons te hosten.

De kosten zijn destijds duidelijk gecommuniceerd. De licentiekosten staan in bijlage van het contract vermeld. Echter waren het aantal licenties vooraf door [ICT-adviseur] [Rb.: [ICT-adviseur] ] verkeerd ingeschat. En op de implementatiekosten hebben jullie flinke korting gehad. Onze facturen zijn niet onredelijk en gemaakte kosten zullen inderdaad nog gefactureerd worden.”

2.23.

Bij brief van 22 juni 2018 heeft MIC Vrouwenpoli als volgt bericht:

“Herhaaldelijk hebben wij u, zowel mondeling als schriftelijk, verzocht over te gaan tot betaling van de vorderingen die wij nog op u hebben. Ook zijn wij u tegemoet gekomen door een betalingsregeling voor te stellen voor de openstaande facturen. Wij hebben u licenties Neo ZIS | EPD en dienstverlening geleverd. Ondanks onze pogingen u tot betaling te bewegen, hebt u tot op heden nog steeds niet het volledige bedrag betaald.

[...]

Wij zien nu geen andere mogelijkheid meer dan u te sommeren de openstaande facturen [...] binnen 14 dagen na dagtekening van deze brief over te maken [...]

Indien u niet, niet tijdig, of niet volledig betaalt, stellen wij u reeds nu in gebreke en zeggen wij u de wettelijke handelsrente van 8% aan, tevens stoppen wij per 7 juli met de volledige ondersteuning op Neo ZIS |EPD.”

2.24.

Bij brief van 6 juli 2018 heeft [juridisch adviseur] namens Vrouwenpoli aan MIC het volgende geschreven:

“Voor de Vrouwenpoli is [...] een goed werkend EPD-systeem van essentieel belang. Op basis van de door u verstrekte informatie is in goed vertrouwen voor uw systeem gekozen.

Wij moeten helaas constateren dat onze verwachtingen [...] niet zijn uitgekomen. Dit laatste onder meer met betrekking tot kosten, functionaliteit en snelheid.

Diverse malen hebben wij ons ongenoegen hierover geuit, op 4 mei jongstleden zelfs in persoon. Op basis van de toezeggingen door u destijds hadden wij […] toch het vertrouwen dat u onze verwachtingen zou invullen. Tot op heden moeten wij echter constateren dat u uw toezeggingen geen stand doet. [...]

Het zal duidelijk zijn dat wij tot op heden uw inspanningen als wanprestatie moeten betitelen. De schade aan onze zijde is aanzienlijk.

Wij zijn nog steeds bereid om [...] tot een vergelijk te komen. [...] Een initiatief van uw zijde of het verzoek aan ons om het initiatief te nemen verwachten wij binnen twee weken na dagtekening van deze brief. Mocht dit uitblijven kunnen wij dat niet anders interpreteren dan onwil dan wel obstructie en stellen wij u alsdan in gebreke.”

2.25.

Hierna is het geschil tussen partijen gejuridiseerd. Partijen hebben zich voor wat betreft de door hen te verrichten prestaties terughoudend opgesteld. Vrouwenpoli heeft niets betaald. MIC heeft de verdere ondersteuning, zoals aangekondigd in haar brief van 22 juni 2018, stopgezet en heeft alleen nog licentiekosten gefactureerd.

2.26.

Vrouwenpoli heeft in 2019 eenzijdig informaticadeskundige [informatiedeskundige] BI RI (hierna: [informatiedeskundige] ) ingeschakeld. Na een onderzoek op 9 juli 2019 heeft [informatiedeskundige] op 12 juli 2019 een onderzoeksrapport uitgebracht. Kortgezegd komt [informatiedeskundige] tot de conclusie dat de bij Vrouwenpoli beschikbare server voldoet aan de daaraan redelijkerwijze te stellen eisen en dat de facturen volgens hem niet in overeenstemming zijn met de tussen partijen gesloten overeenkomsten.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

MIC vordert – samengevat – uitvoerbaar bij voorraad, na aanvulling van eis:

  • -

    veroordeling van Vrouwenpoli tot betaling van € 54.329,91, primair te vermeerderen met de contractuele rente van 10% en subsidiair te vermeerderen met de wettelijke rente;

  • -

    veroordeling van Vrouwenpoli tot betaling van € 7.386,49 (exclusief btw) per kwartaal met ingang van 1 juli 2019, bij vooruitbetaling te voldoen en te vermeerderen met de wettelijke rente;

  • -

    primair: veroordeling van Vrouwenpoli tot betaling van de daadwerkelijk en feitelijk gemaakte gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet dan wel deze kosten te begroten op € 25.000, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente;

  • -

    subsidiair: veroordeling van Vrouwenpoli tot betaling van een bedrag van € 1.318,30 aan buitengerechtelijke incassokosten en tot betaling van de proceskosten en de nakosten conform het liquidatietarief, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente;

  • -

    voorwaardelijk – in geval de rechtbank de overeenkomst ontbindt of vernietigt – : veroordeling van Vrouwenpoli om uit hoofde van ongedaanmaking of onverschuldigde betaling te betalen een bedrag, nader te begroten op het totaalbedrag van de door MIC aan Vrouwenpoli toegezonden facturen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

MIC legt hieraan ten grondslag dat Vrouwenpoli tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichtingen tegenover MIC.

3.3.

Vrouwenpoli concludeert tot afwijzing van de vordering. Haar verweer komt er in de kern op neer dat zij niet tot betaling gehouden is, omdat MIC niet heeft voldaan aan haar verplichting om een goed werkend softwarepakket af te leveren. Bovendien heeft MIC hogere kosten in rekening gebracht dan partijen hebben afgesproken, aldus Vrouwenpoli. Subsidiair beroept Vrouwenpoli zich op dwaling.

in reconventie

3.4.

Vrouwenpoli vordert – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    een verklaring voor recht dat MIC tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst;

  • -

    ontbinding van de overeenkomst op de voet van artikel 6:267 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en veroordeling van MIC om gedurende een periode van drie maanden na ontbinding medewerking te verlenen aan de overstap naar een software systeem van een derde partij;

  • -

    veroordeling van MIC tot betaling van een schadevergoeding van € 91.065,--, te vermeerderen met een bedrag van € 8.665,25 per maand vanaf 31 juli 2019 tot de datum van ontbinding, te vermeerderen met de wettelijke rente;

  • -

    veroordeling van MIC tot betaling van de proceskosten, waaronder de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.5.

Vrouwenpoli legt hieraan ten grondslag dat MIC haar verplichtingen uit de overeenkomst niet is nagekomen. Vrouwenpoli heeft daaraan toegevoegd dat zij daardoor schade heeft geleden.

3.6.

MIC concludeert tot afwijzing van de vordering. Volgens MIC is Vrouwenpoli zelf in verzuim geraakt door geen enkele factuur te betalen. Bovendien is er volgens MIC geen sprake van gebreken in de nakoming van de overeenkomst door MIC, die ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigen.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

Vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie ziet de rechtbank aanleiding om de vorderingen gezamenlijk te beoordelen.

4.2.

De overeenkomst tussen partijen is een wederkerige duurovereenkomst voor bepaalde tijd. Hieruit vloeien verbintenissen over en weer voort, waaronder:

  • -

    de verbintenis van MIC om het softwarepakket Neo ZIS|EPD gedurende een periode van vijf jaar aan Vrouwenpoli ter beschikking te stellen;

  • -

    de verbintenis van Vrouwenpoli om de facturen van MIC te betalen.

4.3.

Buiten discussie staat dat Vrouwenpoli de facturen van MIC niet heeft betaald. Zij stelt primair dat zij dat niet hoeft te doen omdat MIC een gebrekkige prestatie heeft geleverd. Daarmee gaat deze zaak in de kern om de beantwoording van twee vragen:

  1. Is MIC tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenis tot levering van softwarepakket Neo ZIS|EPD?

  2. Is Vrouwenpoli tekortgeschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting(en)?

4.4.

De rechtbank beantwoordt allereerst de vraag of MIC tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis, zoals hiervoor genoemd. In het verlengde hiervan zullen tevens de reconventionele vorderingen van Vrouwenpoli tot ontbinding van de overeenkomst en tot betaling van schadevergoeding worden beoordeeld. Vervolgens komt de rechtbank toe aan de beantwoording van de tweede vraag (of Vrouwenpoli tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting(en)) en in het verlengde daarvan aan de beoordeling van de conventionele vordering van MIC tot nakoming. In dit kader komt ook het subsidiaire beroep van Vrouwenpoli op dwaling aan de orde. Daarbij gaat de rechtbank eveneens in op de stelling van Vrouwenpoli dat MIC te hoge kosten in rekening heeft gebracht.

Ad 1: Is MIC toerekenbaar tekortgeschoten?

4.5.

De rechtbank stelt voorop dat Vrouwenpoli degene is die zich beroept op de gevolgen van de gebrekkige nakoming door MIC. Het is dan ook aan Vrouwenpoli om te stellen en zo nodig te bewijzen dat gebrekkig is nagekomen.

Trage werking software

4.6.

Vrouwenpoli stelt dat er diverse gebreken kleven aan de prestatie van MIC. In de eerste plaats klaagt Vrouwenpoli erover dat het door MIC geleverde softwaresysteem niet naar behoren werkt. Haar klacht komt er in hoofdzaak op neer dat het systeem zeer traag werkt.

MIC heeft deze zogenoemde “performanceproblemen” erkend, maar zij stelt dat deze problematiek niet te wijten is aan de kwaliteit van de door haar geleverde software, maar aan de ondermaatse serveromgeving van Vrouwenpoli. MIC heeft er in dit verband op gewezen dat Vrouwenpoli ingevolge de tussen partijen geldende overeenkomst – en meer in het bijzonder de in de SLA neergelegde regeling – zelf verantwoordelijk is voor de hardware en infrastructuur die nodig is om met Neo ZIS|EPD te kunnen werken. Vrouwenpoli heeft hier weer tegenin gebracht dat, voor zover de ondermaatse performance van het systeem al te wijten zou zijn aan de ondermaatse kwaliteit van haar haar server – hetgeen zij overigens betwist – dit juist in de risicosfeer van MIC ligt. Zij beroept zich in dit verband op de in artikel 6.2 van de overeenkomst neergelegde garantiebepaling en stelt daarbij dat de SLA pas een regeling biedt voor de (rechts)verhouding tussen MIC en Vrouwenpoli in het stadium na implementatie en acceptatie van de software. Volgens Vrouwenpoli houdt de verplichting van MIC tot implementatie van de software daarmee in dat MIC verantwoordelijk is voor een (blijvende) goede werking van de software binnen de reeds bestaande infrastructuur van Vrouwenpoli. Daarin is MIC volgens Vrouwenpoli tekortgeschoten.

4.7.

De rechtbank is van oordeel dat Vrouwenpoli zelf verantwoordelijk was, en is, voor de hardware en infrastructuur die nodig is om met Neo ZIS|EPD te kunnen werken. Dit volgt in de eerste plaats uit de verschillende onderdelen van de overeenkomst, en meer in het bijzonder uit het bepaalde in de artikelen 2.4, 2.5, 4.3 en 5.3 van de SLA. Het vindt eveneens bevestiging in de tussen MIC en [ICT-adviseur] via e-mail gevoerde correspondentie, zowel voorafgaand aan als na het sluiten van de overeenkomst. Hieruit blijkt de feitelijke omstandigheid dat [ICT-adviseur] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op zoek gaat naar een geschikte hosting provider (zie onder 2.5) en dat [ICT-adviseur] ook degene is die als eerste actie moet ondernemen om de performanceproblemen van de server op te lossen en dat ook doet (zie onder 2.18 en 2.19). De rechtbank gaat dan ook voorbij aan de stelling van Vrouwenpoli dat de SLA slechts een regeling zou bieden voor de periode na implementatie van de software.

4.8.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat voor zover de door Vrouwenpoli gemelde klachten te wijten zijn aan de hardware, dit voor rekening en risico van Vrouwenpoli zelf dient te blijven.

4.9.

Voor wat betreft de hardware staat vast dat Vrouwenpoli in ieder geval tot medio 2018 gebruik maakte van een zogenoemde virtuele server gehost door ExactHost. Buiten discussie staat dat de specificaties van deze server in principe voldoende waren om het softwaresysteem goed te laten draaien. Omdat de capaciteit van deze virtuele server niet exclusief werd gebruikt door Vrouwenpoli, maar gedeeld werd met een onbekend aantal andere klanten van ExactHost, stond slechts een gedeelte van de capaciteit van deze server ter beschikking aan Vrouwenpoli.

Nadat MIC had laten weten dat de performanceproblemen mogelijk door een gebrek aan capaciteit werden veroorzaakt, heeft [ICT-adviseur] in juni 2018 een testomgeving ingericht met een dedicated server die niet werd gedeeld met andere gebruikers. Vervolgens heeft [ICT-adviseur] aan MIC bericht dat de performance van deze server veel beter was.

Uit het voorgaande maakt de rechtbank op dat uitbreiding van de capaciteit van de server heeft geleid tot verbetering van de performance. [ICT-adviseur] heeft hierbij aangetekend dat de server waarmee getest is een veel zwaardere (naar de rechtbank begrijpt: overgekwalificeerde) server betrof. Vervolgens heeft [C] namens MIC te kennen gegeven dat zij benieuwd was of een dedicated server van de dezelfde kwaliteit als de huidige virtuele server voldoende performance zou geven. Uit de aangedragen feiten en omstandigheden blijkt niet dat [ICT-adviseur] hierop een terugkoppeling richting MIC heeft gegeven.

4.10.

Vrouwenpoli stelt nu, onder verwijzing naar een factuur van ExactHost (productie 14), dat zij per medio 2018 op een dedicated server met de juiste specificaties is overgegaan en dat de performanceproblemen onverminderd aanwezig zijn.

Daaraan gaat de rechtbank voorbij. Vrouwenpoli heeft dit namelijk niet (kenbaar) aan MIC gemeld, althans dit blijkt niet uit de stukken, en partijen hebben nadien ook niet meer in gezamenlijk overleg onderzocht waar de performanceproblemen dan wel aan te wijten zijn en of dit voor rekening van MIC of van Vrouwenpoli moet komen. Ook de door Vrouwenpoli ingeschakelde deskundige heeft niet vastgesteld waardoor de problemen, die Vrouwenpoli ervaart, worden veroorzaakt. De deskundige heeft slechts vastgesteld dat de betreffende dedicated server voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zouden mogen worden. Maar daaruit volgt nog niet dat de performanceproblemen te wijten zijn aan de door MIC geleverde software.

Hierbij neemt de rechtbank mede in aanmerking dat Vrouwenpoli, zoals MIC onweersproken heeft gesteld, ook niet heeft voldaan aan alle voorwaarden – zoals het inrichten van gescheiden databases en servers voor verschillende omgevingen – waaronder een uptime van 99,8 % door MIC kon worden gegarandeerd (artikel 4.3 SLA).

4.11.

Op de zitting heeft MIC overigens betwist dat Vrouwenpoli per medio 2018 beschikte over een dedicated server. Zij wijst er in dit verband op dat de deskundige de specificaties van de server niet zelf heeft vastgesteld, maar dat hij zich heeft gebaseerd op de hiervoor genoemde factuur van ExactHost die bovendien niet gericht is aan Vrouwenpoli zelf, maar aan Organosi.

4.12.

Naar het oordeel van de rechtbank kan evenwel in het midden blijven of Vrouwenpoli per medio 2018 al dan niet beschikte over een server met voldoende capaciteit en de juiste specificaties. In het licht van de gemotiveerde betwisting van MIC heeft Vrouwenpoli op haar beurt onvoldoende feitelijk geconcretiseerd dat de trage werking van het softwaresysteem te wijten is aan een gebrekkige prestatie van MIC.

4.13.

Ten overvloede tekent de rechtbank hier het volgende bij aan. Tussen partijen staat niet ter discussie dat MIC en [ICT-adviseur] , zowel voorafgaand aan als na het sluiten van de overeenkomst, veelvuldig en rechtstreeks hebben gecommuniceerd over de implementatie en de werking van de software. Uit de overeenkomst volgt verder dat [ICT-adviseur] , als systeembeheerder van Vrouwenpoli, verantwoordelijk was voor diverse taken rond het implementatieproces van Neo ZIS|EPD. Kortom, waar Vrouwenpoli betoogt dat MIC als enige verantwoordelijk was en is voor de goede werking van het softwaresysteem op haar hardware, is dat feitelijk minder eenduidig en genuanceerder dan zij doet voorkomen.

Overige klachten

4.14.

Tot slot heeft Vrouwenpoli ook nog andere klachten genoemd die te wijten zouden zijn aan een gebrekkige prestatie van MIC. Zo zou de voorschrijfmodule medicatie gebrekkig zijn en vanuit huis helemaal niet werken, zou er geen koppeling zijn met het financiële pakket en zou de koppeling met de stickerprinter ontbreken.

4.15.

MIC betwist de gestelde klachten, althans dat deze klachten aan haar te wijten zouden zijn. Zij heeft in dit verband aangevoerd dat de problemen met inloggen vanuit huis moeten worden opgelost door de systeembeheerder van Vrouwenpoli en dat ook het inrichten van de functionaliteit van de stickerprinter een taak is voor de systeembeheerder. Tot slot heeft MIC erop gewezen dat de gestelde problemen met de betrekking tot de koppeling met het financiële pakket en de facturatie, niet eerder bij haar zijn gemeld door Vrouwenpoli.

4.16.

In het licht van de gemotiveerde betwisting van MIC, heeft Vrouwenpoli onvoldoende concreet toegelicht dat de klachten die zij ervaart bij het gebruik van de geleverde software terug zijn te voeren op een gebrekkige prestatie van MIC. De rechtbank passeert daarom de stellingen van Vrouwenpoli op dit punt.

4.17.

Gelet op al het vorenstaande zijn er geen of onvoldoende feitelijke aanknopingspunten voor de conclusie dat MIC tekortgeschoten is in de nakoming van haar verbintenissen voortvloeiend uit de overeenkomst. Er is daarom geen grond om de overeenkomst op grond van artikel 6:265 BW te ontbinden en evenmin voor schadevergoeding. Daarop stuiten de reconventionele vorderingen van Vrouwenpoli af.

Ad 2: Moet Vrouwenpoli haar betalingsverplichting nakomen?

4.18.

In conventie vordert MIC op grond van artikel 3:296 BW kortgezegd betaling van eenentwintig nog openstaande facturen en betaling van de licentiekosten per kwartaal bij vooruitbetaling met ingang van 1 juli 2019.

4.19.

Vrouwenpoli heeft zich primair op het standpunt gesteld dat zij niet gehouden is om de betreffende facturen te voldoen, omdat MIC haar verplichtingen voortvloeiend uit de overeenkomst niet is nagekomen. Dit standpunt gaat niet op, omdat MIC niet tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenissen voortvloeiend uit de overeenkomst.

Dwaling

4.20.

Subsidiair doet Vrouwenpoli een beroep op dwaling op de voet van artikel 6:228 BW. Zij stelt hiertoe dat zij bij het aangaan van de overeenkomst met MIC een onjuiste voorstelling van zaken had over de door MIC in rekening te brengen licentiekosten en over de extra investeringen in hardware die zij ten behoeve van een goede werking van de software heeft moeten maken. Hierdoor vielen de kosten voor Vrouwenpoli veel hoger uit dan zij had beoogd.

4.21.

Van een succesvol beroep op dwaling kan alleen sprake zijn als de dwalende aantoont dat de overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten en indien voldaan is aan een van de drie in artikel 6:228 lid 1 BW genoemde gevallen. Volgens Vrouwenpoli is de dwaling in de eerste plaats te wijten aan een onjuiste mededeling van MIC over de per kwartaal in rekening te brengen licentiekosten (geval a) en in de tweede plaats aan een schending van de mededelingsplicht van MIC door niet te melden dat de infrastructuur van Vrouwenpoli bij aanvang onvoldoende gekwalificeerd was voor het te leveren softwaresysteem (geval b). Verder is van belang dat een vernietiging van een overeenkomst op grond van dwaling niet kan worden gegrond op een toekomstige omstandigheid of op een oorzaak die gezien de aard van de overeenkomst, de in het verkeer gelden opvattingen of de omstandigheden van het geval, voor rekening van de dwalende behoort te blijven.

Heeft MIC een onjuiste mededeling gedaan over de in rekening te brengen licentiekosten?

4.22.

Vrouwenpoli stelt dat MIC haar ten onrechte licentiekosten heeft voorgespiegeld ten bedrage van € 2.685,07 per kwartaal uitgaande van zeven seats (7 x € 105,68 x 3 x 1,21).

4.23.

MIC heeft dit betwist. Zij stelt zich op het standpunt dat voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst duidelijk is gecommuniceerd dat de in rekening te brengen kosten uiteindelijk zouden worden bepaald door het aantal af te nemen licenties. Dit is ook op die manier vermeld in de prijsbijlage bij de overeenkomst. MIC heeft bevestigd dat in de precontractuele fase is gesproken over zeven seats licenties, maar dit was slechts een rekenvoorbeeld waarbij is uitgegaan van een inschatting van het aantal benodigde licenties door [ICT-adviseur] . Dat deze inschatting achteraf gezien te voorzichtig was, kan MIC niet worden verweten.

4.24.

In het licht van deze gemotiveerde betwisting door MIC, heeft Vrouwenpoli haar stelling dat MIC haar onjuist heeft voorgelicht over de licentiekosten onvoldoende feitelijk onderbouwd, zodat de rechtbank daaraan voorbij gaat.

Had MIC moeten melden dat de infrastructuur van Vrouwenpoli onvoldoende gekwalificeerd was voor een goede werking van haar software?

4.25.

De rechtbank oordeelt dat Vrouwenpoli evenmin voldoende feiten naar voren heeft gebracht die tot de conclusie zouden moeten leiden dat MIC haar mededelingsplicht heeft geschonden met betrekking tot de benodigde hardware.

4.26.

De rechtbank overweegt hiertoe dat uit de zich in het dossier bevindende stukken volgt dat MIC heeft aangeboden om de server van Vrouwenpoli te laten te hosten via haar eigen hosting provider Hosted. Omdat Vrouwenpoli de hieraan verbonden kosten echter te hoog vond, heeft zij ervoor gekozen om de benodigde hardware zelf te regelen via een andere hosting provider (ExactHost). [ICT-adviseur] schrijft hierover in zijn e-mail van 24 november 2017: “Prijs per maand is nu ongeveer 250 euro per maand (100 euro meer). Nog steeds een stuk minder dan wat jullie bij Hosted betalen. Misschien dus een idee om over te gaan??? HAHAHAHA”. Vervolgens hebben MIC en [ICT-adviseur] via e-mail uitgebreid gecorrespondeerd over de vereisten waaraan de server moest voldoen. Onder deze omstandigheden kan MIC niet worden verweten dat zij Vrouwenpoli onvoldoende heeft voorgelicht over de benodigde hardware. Dat de keuze van Vrouwenpoli voor een goedkopere hosting provider uiteindelijk tot veel hogere kosten heeft geleid, kan MIC evenmin worden tegengeworpen.

4.27.

Het voorgaande leidt ertoe dat het beroep van Vrouwenpoli op dwaling faalt.

Welke kosten mocht MIC op grond van de overeenkomst in rekening brengen?

4.28.

Tot slot heeft Vrouwenpoli de omvang van de door MIC in rekening gebrachte kosten betwist.

4.29.

Uit de in het geding gebrachte facturen blijkt dat MIC na creditering de volgende kosten (exclusief btw) in rekening heeft gebracht:

  • -

    Implementatiekosten (januari 2018 t/m juni 2018) € 6.173,08

  • -

    Licentiekosten Neo ZIS|EPD

Februari en maart 2018 – 8 concurrent users € 3.385,44

2e kwartaal 2018 – 8 concurrent users € 5.078,16

3e kwartaal 2018 – 8 concurrent users € 5.149,28

4e kwartaal 2018 – 8 concurrent users € 5.149,28

1e kwartaal 2019 – 9 concurrent users € 5.792,94

2e kwartaal 2019 – 9 concurrent users € 5.792,94

- Licentiekosten Neo ZIS|EVS

Februari en maart 2018 – 5 voorschrijvers € 748,35

2e kwartaal 2018 – 5 voorschrijvers € 1.122,55

3e kwartaal 2018 – 6 voorschrijvers € 1.365,90

4e kwartaal 2018 – 6 voorschrijvers € 1.365,90

1e kwartaal 2019 – 7 voorschrijvers € 1.593,55

2e kwartaal 2019 – 7 voorschrijvers € 1.593,55

  • -

    Sms-kosten (maart 2018 t/m juli 2018) € 117,54

  • -

    ZA registratie (mei 2018) € 464,84

4.30.

De rechtbank zal in het navolgende per kostenpost beoordelen of en zo ja in hoeverre Vrouwenpoli gehouden is het in rekening gebrachte bedrag te voldoen.

Licentiekosten Neo ZIS|EPD

4.31.

Vrouwenpoli heeft met name de omvang van de door MIC in rekening gebrachte licentiekosten Neo ZIS|EPD betwist. Zij heeft in dit verband gesteld dat partijen in de precontractuele fase hebben gesproken over licentiekosten uitgaande van zeven seats en dat haar op basis daarvan licentiekosten zijn voorgespiegeld ten bedrage van € 2.685,07 per kwartaal ( 7 x € 105,67 x 3 x 1,21) terwijl in de praktijk licentiekosten zijn gefactureerd uitgaande van acht of negen concurrent users ( 8 of 9 x € 211,59 x 3 x 1,21). Volgens Vrouwenpoli had MIC niet eenzijdig mogen besluiten Vrouwenpoli meer licenties toe te kennen en te factureren. Verder heeft Vrouwenpoli betwist dat zij gebruik maakte van Neo ZIS|EPD op meer dan 25 seats, zoals MIC stelt. Tot slot meent Vrouwenpoli dat de meting van het aantal concurrent users door MIC gebrekkig is omdat dezelfde gebruiker die twee keer inlogt wordt geregistreerd als twee aparte gebruikers.

4.32.

MIC heeft op de zitting toegelicht dat zij bij de facturering van licentiekosten normaal gesproken het tarief (per seat of per concurrent user) in rekening brengt dat financieel gezien het voordeligst is voor de betreffende klant. Omdat uit de maandelijkse metingen van MIC bleek dat Vrouwenpoli doorgaans gebruik maakte van meer dan 25 seats, was het voordeliger om de licentiekosten per concurrent user in rekening te brengen. Ter onderbouwing van haar stelling betreffende het aantal seats heeft MIC als productie 25 een overzicht in het geding gebracht waarop de verschillende computers of devices zijn vermeld waarop Vrouwenpoli gebruik heeft gemaakt van Neo ZIS|EPD in de periode van juni 2018 tot en met juni 2019. Daaruit blijkt dat het aantal geregistreerde seats per maand tussen de 24 en 37 ligt. Ook het aantal concurrent users is door MIC gemeten. Dat hierbij dubbeltellingen plaatsvinden, heeft MIC bestreden. Zij heeft daaraan toegevoegd dat partijen bovendien op enig moment overeenstemming hebben bereikt over het in rekening brengen van acht concurrent-user-licenties.

4.33.

Naar het oordeel van de rechtbank staat genoegzaam vast dat partijen op of rond 3 juli 2018 overeenstemming hebben bereikt over het in rekening brengen van acht concurrent-user-licenties Neo ZIS|EPD door MIC. Zij overweegt hiertoe dat uit de overgelegde facturen volgt dat voor de periodes februari en maart 2018 en het tweede kwartaal van 2018 in eerste instantie licentiekosten voor vier concurrent users vooraf in rekening zijn gebracht. Op 6 april 2018 zijn daar voor de desbetreffende periodes de licentiekosten voor zes extra concurrent users bijgekomen. Nadien zijn op 3 juli 2018 de licentiekosten voor twee concurrent users voor diezelfde periodes gecrediteerd. Op de creditfactuur staat hierover vermeld dat conform afspraak met [B] het uselog van het tweede kwartaal is toegepast op februari tot en met juni. [B] werkt bij Vrouwenpoli. De rechtbank concludeert hieruit dat partijen, zoals MIC ook op de zitting heeft gesteld, op enig moment overleg hebben gevoerd over het aantal in rekening te brengen licenties, waarop dit aantal naar beneden is bijgesteld voor de periode februari en maart 2018 en het tweede kwartaal van 2018. Vervolgens zijn ook voor het derde en het vierde kwartaal van 2018 vooraf licentiekosten voor acht concurrent users in rekening gebracht. Nu hierover door partijen overeenstemming is bereikt, zal de rechtbank van deze kosten uitgaan, wat er verder ook zij van de wijze waarop MIC het aantal seats of gebruikers heeft geregistreerd. Hierbij merkt de rechtbank op dat het aantal van acht gelijktijdige gebruikers haar, gezien het aantal bij Vrouwenpoli werkzame personen, niet onredelijk of onwaarschijnlijk voorkomt.

4.34.

Voor het eerste en tweede kwartaal van 2019 zijn ten slotte licentiekosten voor negen concurrent users gefactureerd. Niet gesteld of gebleken is dat partijen hierover op enig moment overeenstemming hebben bereikt, terwijl MIC evenmin concreet heeft gemaakt dat in de betreffende periodes ook daadwerkelijk negen concurrent users zijn geregistreerd. Derhalve ziet de rechtbank aanleiding om op het totaalbedrag van de gefactureerde licentiekosten Neo ZIS|EPD een bedrag gelijk aan het tarief voor één concurrent user voor een periode van zes maanden in mindering te brengen.

Licentiekosten Neo ZIS|EVS

4.35.

Vrouwenpoli heeft de door MIC in rekening gebrachte licentiekosten Neo ZIS|EVS niet betwist. Ook blijkt in de hiervoor door Vrouwenpoli ondertekende offerte duidelijk op welke wijze deze licentiekosten door MIC in rekening zullen worden gebracht. De rechtbank gaat dan ook uit van de juistheid van de hiervoor door MIC gefactureerde licentiekosten Neo ZIS|EVS.

Implementatiekosten

4.36.

Voor wat betreft de facturering van de implementatiekosten hebben partijen afgesproken dat deze op basis van nacalculatie zou geschieden. MIC heeft hiervoor in de periode van januari 2018 tot en met juni 2018 een totaalbedrag van € 6.173,08 ex btw in rekening gebracht, uitgaande van een dagtarief van € 929,68 ex btw. Vrouwenpoli heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist dat MIC deze uren niet heeft gemaakt voor de implementatie van de software, zodat de rechtbank ook van de juistheid van deze gefactureerde kosten uitgaat.

Overige kosten

4.37.

De overige op de facturen vermelde kosten heeft Vrouwenpoli niet betwist.

Conclusie gefactureerde kosten

4.38.

De in het geding gebrachte facturen tellen op tot een bedrag van in totaal € 54.320,91. Gezien het voorgaande moeten hierop de kosten van één concurrent-user-licentie voor een periode van zes maanden in mindering worden gebracht. De rechtbank zal Vrouwenpoli daarom ter zake de facturen veroordelen tot betaling van € 52.763,25 (€ 54.320,91 -/- (€ 214,55 x 6 x 1,21).

4.39.

De rechtbank zal het voormelde bedrag, zoals door MIC gevorderd en niet is weersproken, vermeerderen met de verschuldigde contractuele rente tot 1 mei 2019 ten bedrage van € 3.374,44 en met de contractuele rente over € 52.763,25 van 10 % per jaar vanaf 1 mei 2019 tot aan de dag van volledige betaling.

Toekomstige termijnen vanaf 1 juli 2019

4.40.

Voor wat betreft de toekomstige termijnen vanaf 1 juli 2019 geldt dat het derde en vierde kwartaal van 2019 inmiddels zijn verstreken. De rechtbank ziet in het voorgaande aanleiding om Vrouwenpoli over deze periodes te veroordelen tot betaling van licentiekosten Neo ZIS|EPD uitgaande van acht concurrent users en licentiekosten Neo ZIS|EVS uitgaande van zeven voorschrijvers. De rechtbank becijfert deze kosten op € 6.742,83 per kwartaal exclusief btw, in totaal derhalve € 16.317,65 inclusief btw (€ 6.742,83 x 2 x 1,21).

4.41.

De rechtbank zal dit bedrag, zoals door MIC gevorderd, vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag van het verschijnen van de betreffende termijnen (respectievelijk 1 juli 2019 en 1 oktober 2019) tot aan de dag van volledige betaling.

Toekomstige termijnen vanaf 1 januari 2020

4.42.

Voor wat betreft toekomstige termijnen vanaf 1 januari 2020 overweegt de rechtbank het volgende.

4.43.

Vrouwenpoli heeft op de zitting aangevoerd dat voortzetting van de overeenkomst desastreus voor haar zou zijn. De rechtbank beschouwt dit als een beroep op artikel 6:258 BW dan wel een beroep op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid zoals neergelegd in artikel 6:248 lid 2 BW.

4.44.

Op grond van het bepaalde in artikel 6:258 BW kan de rechtbank op verlangen van een der partijen de gevolgen van een overeenkomst wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten.

4.45.

Vrouwenpoli heeft in dit verband aangevoerd dat haar medewerkers inmiddels ruim twee jaar in hun dagelijkse werkzaamheden worden belemmerd vanwege een niet goed werkend softwaresysteem waardoor zij geen enkel vertrouwen meer in dit systeem hebben en daar niet meer mee willen werken. Verder heeft Vrouwenpoli aangevoerd dat zij vanwege het slechtwerkende softwaresysteem veel extra kosten heeft moeten maken om de praktijk draaiende te houden.

4.46.

De rechtbank komt, gelet op de bijzondere omstandigheden van dit specifieke geval, tot het oordeel dat de belangen van Vrouwenpoli bij ontbinding van de overeenkomst in dit geval zwaarder wegen dan de belangen van MIC bij voortzetting van de overeenkomst. Weliswaar is niet vast komen te staan dat MIC op het punt van de werking van het softwaresysteem op de infrastructuur van Vrouwenpoli een verwijt treft, maar gelet op de kosten die Vrouwenpoli nu moet maken naast de kosten die zij aan MIC moet voldoen en die zij van te voren niet had voorzien en gezien het ontbreken van (enig) vertrouwen van de medewerkers van Vrouwenpoli in het softwaresysteem van MIC, is de nakoming van de verbintenissen uit de overeenkomst voor Vrouwenpoli uitermate bezwaarlijk geworden en komt de rechtbank tot het oordeel dat de overeenkomst niet (ongewijzigd) in stand kan blijven. Hierbij betrekt de rechtbank het op de zitting bij haar ontstane beeld dat bij beide partijen geen vertrouwen bestaat in een conflictloze voortzetting van de overeenkomst, waarbij beide partijen hun verbintenissen volledig nakomen. Tot slot neemt de rechtbank hierbij in aanmerking dat MIC op de zitting heeft aangegeven dat Vrouwenpoli slechts een kleine klant voor haar is, terwijl een goede werking van de software voor Vrouwenpoli juist van essentieel belang is.

4.47.

De rechtbank zal daarom voorzien in een ontbinding van de overeenkomst per 1 januari 2020.

Buitengerechtelijke kosten en proceskosten

4.48.

Partijen zijn in artikel 4.5 van de overeenkomst volledige vergoeding van gerechtelijke en buitengerechtelijke incassokosten overeengekomen. Deze afspraak is gemaakt tussen twee professionele partijen. Volledige vergoeding van alle redelijke kosten moet daarom uitgangspunt zijn.

4.49.

Nu Vrouwenpoli grotendeels in het ongelijk is gesteld, zal zij daarom worden veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten – zowel in conventie als in reconventie – aan de zijde van MIC.

4.50.

MIC heeft gesteld dat nog niet duidelijk is welke kosten deze procedure met zich zal brengen en zij heeft daarom verwijzing naar de schadestaatprocedure gevorderd. MIC heeft echter – tegenover de betwisting hiervan door Vrouwenpoli – niet gesteld dat de door haar gemaakte proceskosten en buitengerechtelijke kosten (substantieel) hoger zijn dan de daarvoor geldende reguliere tarieven. Gelet hierop zal de rechtbank de gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure afwijzen en Vrouwenpoli veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten conform de daarvoor geldende reguliere tarieven.

4.51.

De rechtbank zal de buitengerechtelijke incassokosten begroten conform het daarvoor geldende wettelijke tarief. Omdat Vrouwenpoli is veroordeeld tot betaling van € 52.763,25 aan MIC ter zake de haar toegezonden facturen, zal de rechtbank de hieraan verbonden buitengerechtelijke kosten begroten op € 1.302,63 (€ 875 + 1 % over (€ 52.763,25 -/- € 10.000)). De wettelijke rente over deze kosten zal op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.

4.52.

De rechtbank begroot de tot op heden gemaakte proceskosten aan de zijde van MIC in conventie en in reconventie op € 5.302,83, namelijk € 1.992,-- aan griffierecht, € 88,83 aan deurwaarderskosten en € 3.222 aan salaris advocaat (3 punten à € 1.074 volgens tarief IV). De rechtbank zal de nog te maken nakosten begroten conform het daarop toepasselijke liquidatietarief. De wettelijke rente over de proceskosten zal op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.

5 De beslissing

in conventie en in reconventie

De rechtbank:

5.1.

veroordeelt Vrouwenpoli tot betaling aan MIC van:

5.1.1. € 52.763,25,

te vermeerderen met de verschuldigde contractuele rente tot 1 mei 2019 ten bedrage van € 3.374,44 en te vermeerderen met de contractuele rente over € 52.763,25 van 10 % per jaar vanaf 1 mei 2019 tot aan de dag van volledige betaling;

5.1.2. € 16.317,65,

te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 8.158,83 vanaf 1 juli 2019 tot aan de dag van volledige betaling en te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 8.128,82 vanaf 1 oktober 2019 tot aan de dag van volledige betaling;

5.1.3. € 1.302,63

aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de dag der dagvaarding (17 mei 2019) tot aan de dag van volledige betaling;

5.2.

ontbindt de overeenkomst tussen partijen per 1 januari 2020;

5.3.

veroordeelt Vrouwenpoli in de proceskosten, aan de zijde van MIC begroot op € 5.302,83 aan tot op heden gemaakte proceskosten, en op € 157 aan nog te maken nakosten, te vermeerderen met € 82 in geval van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente over genoemde bedragen te rekenen vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling van de proceskosten;

5.4.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de daarin opgenomen veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. van Harten en in het openbaar uitgesproken op

22 april 2020.1

1 type: 1366