Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:3831

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-04-2020
Datum publicatie
24-04-2020
Zaaknummer
NL19.16518
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

proceskosten veroordeling / art. 8:54 Awb / art. 8:75 Awb / Art. 8:75a Awb

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL19.16518

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,

van Libische nationaliteit,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag.

Verweerder heeft bij besluit van 18 maart 2020 de aanvraag van verzoeker ingewilligd.

Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.

Verweerder heeft hierop niet gereageerd.

Overwegingen

  1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

  2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker. Bij besluit van 18 maart 2020 is de aanvraag van verzoeker ingewilligd.

4. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe en veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker. Deze kosten stelt de rechtbank voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 262,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 262,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van
S.J. Versteeg, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.