Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:3800

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-04-2020
Datum publicatie
30-04-2020
Zaaknummer
C/09/589274 / FA RK 20-1178
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/589274 / FA RK 20-1178

Datum beschikking: 10 april 2020

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[de man] ,

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

thans verblijvende in de accommodatie: [verblijfplaats]

advocaat: mr. Ch.J. Nicolaï te Schiedam.

Procesverloop
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 28 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een op 25 februari 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater 1] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij zijn behandeling betrokken was;

- een zorgkaart van 05 februari 2020;

- een beoordeling van de geneesheer-directeur op het zorgplan van 26 februari 2020;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een afschrift van de politiemutaties.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 april 2020.

Vanwege de sluiting van de rechtbank in verband met de maatregelen rond het coronavirus zijn de volgende personen (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) telefonisch door de rechtbank gehoord:

- de advocaat, mr. Ch.J. Nicolaï;

- de [psychiater 2] ;

- [verpleegkundige] , in bijzijn van cliënt.

Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht door de officier van justitie, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.

Feiten

Op 8 april 2019 is een nieuwe voorwaardelijke machtiging met betrekking tot betrokkene verleend tot en met 8 april 2020. De betrokkene verblijft thans op vrijwillige basis in de instelling.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft het volgende aangevoerd: het gaat niet goed met mij. Ik heb nog steeds last van stemmen, verwardheid en ik zie veel schaduwen en heb daar allemaal last van. Ik wil nog blijven omdat ik niet meer op straat wil belanden. Bij het begeleid wonen project kon ik vaak weglopen en dan was ik aan het zwerven op straat en wist ik niet waar ik was. Dat wil ik voorkomen. Het gaat hier nu goed. Ik heb goede gesprekken en aan mijn medicijnen wordt gewerkt welke goed voor mij zijn. Ik werk overal aan mee. Ik wil graag een zorgmachtiging. Mijn advocaat heeft met mij besproken wat een zorgmachtiging inhoudt.

De psychiater heeft naar voren gebracht dat er nog steeds verwardheid speelt bij betrokkene. In een gesprek is hij steeds afgeleid. De stoornis is de oorzaak hiervan. Betrokkene wordt momenteel ingesteld op medicatie. Betrokkene kan nu goed behandeld worden in het kader van een opname. Een zorgmachtiging is noodzakelijk om de zorg te waarborgen.

De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat betrokkene graag wil blijven. Enkele weken reageerde betrokkene geagiteerd op zo’n zelfde vraag. Dat is nu wel anders.

Beoordeling

Op grond van artikel 6:2 lid 1 sub a van de Wvggz dient de rechtbank binnen drie weken na ontvangst van het verzoekschrift tot een zorgmachtiging uitspraak te doen. Deze termijn is inmiddels overschreden. Gelet op de bijzondere omstandigheden veroorzaakt door het coronavirus en nu uit de stukken en ter zitting inzicht is verkregen in de actuele situatie van de betrokkene acht de rechtbank de termijnoverschrijding in dit geval verschoonbaar en zal zij het verzoek in behandeling nemen.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middel gerelateerde en verslavingsstoornissen, en neurocognitieve stoornissen.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- ernstige financiële schade;

- ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.

Om het ernstig nadeel af te wenden en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

De psychiater heeft ter zitting desgevraagd aangegeven dat niet alle hiervoor vermelde vormen van verplichte zorg thans noodzakelijk zijn, te weten:

- toedienen van vocht en voeding;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen.

De rechtbank zal het verzoek in zoverre afwijzen.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- opnemen in een accommodatie.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[de man] ,

geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats]

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- opnemen in een accommodatie.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 10 oktober 2020;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. O.F. Bouwman, rechter, bijgestaan door

F.A.M. Vreeswijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 april 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 21 april 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.