Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:3782

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-04-2020
Datum publicatie
24-04-2020
Zaaknummer
NL19.17286
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asiel - Oeganda. Eiser heeft uitvoerig en consitent verklaard over de problemen die hij stelt te hebben en heeft ter onderbouwing van zijn asielrelaas ook diverse stukken overgelegd, waaronder krantenartikelen, video-opnames en een geluidsopname van een telefoongesprek. Hoewel aan deze documenten en opnames niet de waarde kan worden gehecht zoals eiser dat wenst, kunnen ze wel dienen te onderbouwing van zijn relaas. Nu eiser een begin van bewijs heeft geleverd, lag het op de weg van verweerder om nader onderzoek te verrichten, bijvoorbeeld door een individueel ambtsbericht op te vragen. Verweerder heeft niet goed gemotiveerd waarom hij dat niet heeft gedaan. Beroep is gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL19.17286


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [#]

(gemachtigde: mr. A. Hol),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. F. Gieskes en mr. C. van der Zijde).


Procesverloop
Bij besluit van 19 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Tevens heeft hij verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van eisers verzoek om een voorlopige voorziening (NL19.17287), plaatsgevonden op 20 augustus 2019. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen T. Kibuuka. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F. Gieskes.

De rechtbank heeft het onderzoek op 2 september 2019 heropend om eiser in de gelegenheid te stellen video-opnames in te brengen. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter diezelfde dag de door eiser gevraagde voorlopige voorziening toegewezen en bepaald dat eiser niet mag worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.

Eiser heeft een usb-stick met video-opname overgelegd.

Eiser heeft vervolgens aangegeven nader te willen worden gehoord op zitting. Hij heeft op 9 december 2019 nadere gronden ingediend.

Verweerder heeft op 13 december 2019 een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting is voortgezet op 19 december 2019. Eiser en zijn gemachtigde zijn verschenen. Er is geen tolk verschenen. Op verzoek van eiser heeft de behandeling van de zaak toch plaatsgevonden. Namens verweerder is mr. C. van der Zijde verschenen.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Oegandese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] .

2. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij een rijke en invloedrijke man is in Oeganda. Naast zijn commerciële zaken heeft eiser ook diverse activiteiten opgezet waarmee hij de minder bedeelden in Oeganda wil helpen. Eiser hield zich bezig met het promoten van artiesten en voetballers en organiseerde voetbaltoernooien. Ook verkocht hij sinds 2015 scooters op afbetaling aan arme jongeren. Door zijn werkzaamheden werd eiser bekend en had hij veel ‘volgers’. Vanwege zijn invloed is eiser benaderd door de president van Oeganda. De president wilde dat eiser mensen zou mobiliseren om op hem te stemmen bij de verkiezingen in 2016. Eiser heeft twee vergaderingen gehad met de president in januari 2016 en heeft toegezegd de president te helpen in ruil voor een geldbedrag (600.000 US dollar). Met dat geldbedrag kon eiser zijn werkzaamheden in zijn projecten voor arme mensen voortzetten. Hij heeft mensen ook beloftes gedaan, bijvoorbeeld dat zij een scooter op afbetaling zouden kunnen kopen. Eiser is zijn afspraak met de president nagekomen en heeft onder andere op de radio opgeroepen om op de president te stemmen. De mensen verwachtten een dag na de verkiezingen dat zij hun beloofde scooter zouden kunnen kopen, maar omdat de president eiser nooit volledig heeft betaald, kon hij zijn beloftes niet nakomen. Deze mensen werden boos en wilden eiser vermoorden. Eiser is toen ondergedoken in Kenia. Hij was daardoor ook niet in staat om de prijzen van een door hem georganiseerd voetbaltoernooi uit te reiken en te verstrekken, waardoor ook deze mensen boos op hem zijn geworden. Eiser heeft telefonisch gesproken met de president over het nakomen van zijn afspraak. Dit gesprek heeft eiser opgenomen met zijn telefoon en dit is in de media gekomen. Eiser kreeg daardoor vanaf begin mei 2020 problemen met de veiligheidsdienst/autoriteiten. Eiser heeft via via gehoord dat hij vermoord zal worden, omdat hij het geschil met de president in de media heeft gebracht. Eiser is vervolgens op legale wijze vertrokken uit Oeganda. Eiser vreest dus zowel voor de mensen die hij mobiliseerde om op de president te stemmen en die hij na de verkiezingen een scooter had beloofd, als voor de mensen die boos zijn omdat hij de beloofde prijzen bij een voetbaltoernooi niet heeft uitgereikt, als voor de autoriteiten, die boos zijn omdat eiser een opgenomen gesprek met de president aan de media heeft verstrekt.

3. Verweerder heeft eisers aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

- identiteit en nationaliteit;

- problemen met jongeren, prijswinnaars en met de president van Oeganda.

Verweerder heeft het eerste relevante element geloofwaardig geacht, het tweede niet. Op basis daarvan komt eiser niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw.

4. Eiser voert aan dat zijn asielrelaas feitelijk complex en niet eenvoudig te doorgronden is. Hij heeft echter zeer gedetailleerde verklaringen afgelegd over zijn werkzaamheden, de wijze waarop hij vanwege die werkzaamheden in contact is gekomen met president [naam] en diens entourage. Hij heeft ter onderbouwing van zijn relaas het volgende overgelegd:
- documenten met betrekking tot zijn identiteit, de wijziging van zijn naam, nationaliteit en reisroute;

- krantenartikelen;

- een gedetailleerd overzicht van de leden van de staf van [naam] met wie hij contact heeft gehad;

- links naar video’s waarop eiser campagne voert voor [naam] ;

- opnames van telefoongesprekken met [naam] en leden van diens staf, inclusief transcripties van die gesprekken;

- de uitnodiging voor de inauguratie van [naam] ; en

- documentatie van zijn bedrijf, ook ten aanzien van de transacties voor de scooters.

Ten aanzien van de krantenartikelen voert eiser aan dat hij naar aanleiding van het voornemen nog meer artikelen heeft overgelegd die na onderzoek zeer wel mogelijk echt zijn bevonden. Dat niet alle informatie in de krantenartikelen juist is, komt omdat de krant Red Pepper een boulevardblad is en van goed journalistiek onderzoek nauwelijks sprake is. Dit laat echter onverlet dat verweerder de mogelijkheid en de taak heeft deze documenten op juistheid te controleren. Eiser heeft voldaan aan zijn plicht om zijn aanvraag zoveel mogelijk te onderbouwen. Het ligt nu op de weg van verweerder om de bronnen van het artikel te verifiëren. Eiser heeft in de zienswijze al gewezen op de mogelijkheid voor verweerder om een individueel ambtsbericht te laten opstellen. Verweerder heeft dit ten onrechte nagelaten. Met betrekking tot de (transcriptie) van de telefoongesprekken met [naam] voert eiser aan dat hij de transcriptie op verzoek van verweerder heeft overgelegd. De transcriptie komt overeen met wat eiser daarover heeft verklaard. Verweerder heeft niks met de transcriptie gedaan. [naam] heeft een herkenbare stem en die is ook door de verschillende tolken herkend. Verweerder mag ook in staat worden geacht om dit soort onderzoeken te verrichten en beschikt daartoe over uit Oeganda afkomstige taalanalisten. Uit de telefoongesprekken blijkt voorts dat er daadwerkelijk afspraken zijn gemaakt, deze zijn echter niet op papier vastgelegd. Bij de aankoop van de scooters op afbetaling kregen de jongeren een ontvangstbewijs voor de door hun gedane betalingen. De betalingen werden contant gedaan en zijn vastgelegd in een kasboek. Eiser heeft van beiden kopieën overgelegd. Dat eiser vermogend is en de financiering van de motorfietsen voor eigen rekening had kunnen doen, laat onverlet dat dit een groot beslag zou leggen op zijn vrije vermogen. Daarnaast is het voor eiser een principe kwestie en heeft [naam] voldoende financiële middelen om zijn afspraak na te komen. Daar komt nog bij dat eiser de ontvangen aanbetalingen voor de motorfietsen, zonder dat die al geleverd waren, ten dele heeft gebruikt om campagne te voeren voor [naam] . Eiser heeft voorts door middel van video’s aangetoond dat hij veel volgers heeft. Zo is onder andere te zien dat hij op een groot podium een publiek van duizenden mensen toespreekt. Duidelijk is dat eiser het publiek vraagt op [naam] te stemmen, ook al noemt hij zijn naam niet. Dat er beelden zijn ingelast in de video, doet daaraan niet af. Verweerder stelt dan ook ten onrechte dat uit onderzoek niet zou zijn gebleken van grootschalige verkiezingscampagnes voor [naam] . Ten aanzien van het visum dat eiser eerder heeft aangevraagd stelt eiser dat hij ook toen al problemen had met [naam] en te voorzien viel dat de situatie zou escaleren. Er kan hoogstens worden gesteld dat eiser zijn vlucht heeft voorbereid. Hij beroept zich op paragraaf 40 van het Handboek van UNHCR. Gelet op alles wat eiser heeft overgelegd, had het op verweerders weg gelegen nader onderzoek te verrichten. Door dat na te laten, heeft verweerder zijn onderzoeksplicht geschonden.

4.1

De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat verweerder eiser niet heeft tegengeworpen dat hij onvoldoende, vaag, summier, bevreemdend of (met uitzondering van een ondergeschikt punt te weten het noemen van zowel 600.000 dollar als 700.000) tegenstrijdig zou hebben verklaard over de problemen die hij in Oeganda stelt te hebben. Wel heeft verweerder gewezen op omstandigheden op grond waarvan verweerder meent dat deze afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas.

4.2

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers legale uitreis uit Oeganda afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas. Ondanks eisers vrees voor de president en zijn medewerkers, heeft eiser immers legaal en zonder problemen Oeganda kunnen verlaten. De verklaring die eiser hiervoor heeft gegeven, heeft verweerder onvoldoende kunnen achten. Verweerder heeft voorts in zijn standpunt kunnen betrekken dat eiser weinig stukken heeft overgelegd van de bedrijven die hij stelt te hebben en ook de kopieën van kasboeken en ontvangstbewijzen van de aanbetalingen van klanten voor een motorfiets, overtuigen onvoldoende. Met betrekking tot het eerder door eiser aangevraagde visum heeft verweerder voorts kunnen betrekken dat eiser heeft gelogen over de opgegeven reden van zijn gewenste verblijf in Nederland en verweerder daarbij op het verkeerde been heeft willen zetten. Tot slot heeft verweerder niet ten onrechte in zijn beoordeling betrokken dat eiser heeft verklaard dat hij de scooters zelf had kunnen financieren, maar dat niet heeft gedaan omdat hij een zakenman is en het een principe kwestie vond. Dit doet afbreuk aan de door eiser gestelde vrees.

4.3

De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder niet ten onrechte zijn bedenkingen heeft bij de overgelegde krantenartikelen, video’s en (transcripties) van de telefoongesprekken die eiser heeft overgelegd. Ten aanzien van de krantenartikelen is door Bureau Documenten immers geconcludeerd dat een deel van de krantenartikelen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijk niet in deze staat door de krant zijn opgemaakt en uitgegeven. Ten aanzien van andere artikelen is geoordeeld dat de krant zeer wel mogelijk in deze verschijningsvorm is gepubliceerd en uitgegeven. Ten aanzien van alle artikelen is aangegeven dat niet kan worden vastgesteld of het inhoudelijk juist is. De rechtbank is van oordeel dat de bewijswaarde van deze artikelen daardoor in ieder geval afneemt. Met betrekking tot de video-opname, die ook door de rechtbank is bekeken, heeft verweerder zich voorts op het standpunt kunnen stellen dat hieruit niet (direct) kan worden afgeleid dat eiser campagne aan het voeren is voor president [naam] ’s herverkiezing. Daarnaast is duidelijk sprake van een gemonteerde video, hetgeen ook afbreuk doet aan de bewijswaarde. Ten aanzien van de geluidsopname van een telefoongesprek met [naam] heeft verweerder voorts kunnen stellen dat niet is aangetoond dat het daadwerkelijk om [naam] gaat met wie eiser spreekt.

4.4

Het voorgaande laat echter onverlet dat eiser uitvoerig en consistent heeft verklaard over de door hem gestelde problemen en dat eiser zijn relaas met documenten en opnames heeft onderbouwd. Hoewel de bewijswaarde van de krantenartikelen waarvan Bureau Documenten heeft geoordeeld dat die waarschijnlijk zo zijn gepubliceerd en uitgegeven, niet zo groot is als eiser meent, maakt dit niet dat hieraan geen enkele waarde kan worden gehecht. Ondanks dat het een boulevardblad betreft, kan hieruit wel worden afgeleid dat eiser kennelijk een bekend persoon is in Oeganda en wordt er ook een link gelegd tussen eiser en president [naam] . Ditzelfde geldt voor de video-opname. Hierop is immers wel te zien dat eiser een grote groep toespreekt vanaf een podium en dat hij diverse cheques uitreikt. Ook staat eisers naam vermeld. Dit komt overeen met eisers verklaringen en kan bovendien een onderbouwing zijn voor eisers bereik en volgers in zijn regio op grond waarvan hij stelt te zijn benaderd door de president. Met betrekking tot de (transcripties van de) geluidsopname van de telefoongesprekken met [naam] , heeft eiser voorts gesteld dat de stem van [naam] zeer herkenbaar is en door diverse tolken is herkend als die van de president. Verweerder heeft dit ook niet gemotiveerd betwist.

4.5

Gelet op het voorgaande is de rechtbank, alles in samenhang beziend, van oordeel dat eiser in ieder geval een begin van bewijs heeft geleverd om zijn asielrelaas te onderbouwen. Dat brengt mee dat het vervolgens op de weg van verweerder lag om hier nader onderzoek naar te verrichten, bijvoorbeeld door de geluidsopname van het telefoongesprek door een taalanalist te laten onderzoeken en/of door een individueel ambtsbericht op te vragen. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij daarvan heeft afgezien. De beroepsgrond slaagt.

5. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten, zelf in de zaak te voorzien of een bestuurlijke lus toe te passen, omdat dit zich laat aanzien geen doelmatige en efficiënte afdoeningswijze zou inhouden. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.

6. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 787,50,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 0,5 punt voor het verschijnen op de (nadere) zitting met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1). De rechtbank betrekt daarbij dat de kosten van de zitting op 20 augustus 2019 reeds zijn toegekend in de zaak NL19.17287. Omdat aan eiser een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing


De rechtbank:

-
verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 787,50,-.


Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.W. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. Schaap-Huijsmans, griffier.

Deze uitspraak is gedaan op:

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.