Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:3697

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-04-2020
Datum publicatie
01-05-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 4526
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vv regulier niet-tijdelijke humanitaire gronden - gegrond - motiveringsgebrek - in stand laten rechtsgevolgen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 19/4526

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres, V-nummer [V-nummers]

(gemachtigde: mr. W.N. van der Voet),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. F. Coenen).

Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor het wijzigen van de verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [A] ’ in een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ afgewezen. Tevens heeft verweerder de verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [A] ’ met terugwerkende kracht ingetrokken vanaf 9 oktober 2017.

Bij besluit van 21 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2020. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens is verschenen de heer E. Tackey (tolk).

Overwegingen

1.
Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1985 en heeft de Ghanese nationaliteit. Met ingang van 24 oktober 2012 is eiseres in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [A] ’. Deze verblijfsvergunning is later verlengd tot 24 oktober 2018. Eiseres heeft op 7 augustus 2018 een aanvraag om wijziging van de beperking van haar verblijfsvergunning ingediend. Op
17 oktober 2018 heeft verweerder het voornemen om de verblijfsvergunning van eiseres met terugwerkende kracht in te trekken vanaf 9 oktober 2017 kenbaar gemaakt. Eiseres heeft hierop op 5 december 2018 haar zienswijze gegeven.

2. Verweerder heeft bij het primaire besluit de verleende verblijfsvergunning regulier met terugwerkende kracht ingetrokken vanaf 9 oktober 2017. Nu eiseres sinds
9 oktober 2017 niet meer op hetzelfde adres staat ingeschreven als de heer [A] voldoet zij niet meer aan de voorwaarden voor de aan haar verleende verblijfsvergunning. Voorts is de aanvraag tot wijziging van de beperking van de verleende verblijfsvergunning afgewezen. Niet is gebleken dat eiseres melding of aangifte heeft gedaan van huiselijk geweld bij de politie.

2.1.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd en het volgende aanvullend overwogen. Eiseres heeft nog geen aangifte gedaan van huiselijk geweld. Niet is gebleken dat eiseres hiertoe niet in staat zou zijn. De stelling dat een aangifte zal leiden tot een ‘tribal war’ tussen de twee families en dat haar dochter gevaar zal lopen om gedood te worden is niet onderbouwd door eiseres. Voort is de stelling van eiseres dat zij slachtoffer is geweest van huiselijk geweld niet onderbouwd met objectieve bewijsstukken, nu de overgelegde stukken die het huiselijk geweld moeten onderbouwen slechts zijn gebaseerd op eigen verklaringen. Tot slot zijn de door eiseres aangevoerde omstandigheden niet aan te merken als bijzondere individuele omstandigheden waardoor verweerder zou moeten afwijken van de beleidsregels.

3. Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Verweerder heeft ten onrechte tegengeworpen dat eiseres niet heeft onderbouwd dat sprake is van huiselijk geweld. Eiseres heeft op 16 maart 2019 een melding van huiselijk geweld gedaan bij de politie. Dit wordt ondersteund door de informatie uit het dossier van Veilig Thuis en de brief van haar huisarts. Eiseres heeft niet eerder melding gedaan bij de politie, vanwege de bedreiging van haar ex-partner dat ze haar verblijfsvergunning zou verliezen. Verweerder heeft onvoldoende betrokken dat eiseres door haar ex-partner is opgedragen abortus te plegen, waarbij hij haar heeft bedreigd met de mogelijke intrekking van haar verblijfsvergunning. Daarnaast betoogt eiseres dat de informatie van Veilig Thuis wel degelijk relevant is, ook al zou de informatie steunen op verklaringen van eiseres zelf. Niet valt in te zien hoe deze informatie verschilt van een aangifte, nu een aangifte ook stoelt op eigen verklaringen. Verder lopen eiseres en haar dochter gevaar als de ex-partner op de hoogte zou komen van de geboorte van hun dochter.

Eiseres stelt voorts dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Niet is ingegaan op alle bijzondere individuele omstandigheden. Verweerder is ten onrechte niet ingegaan op het ontbreken van opvangvoorzieningen voor eiseres en haar dochter noch op het risico dat haar dochter loopt om in Ghana besneden te worden. Daarbij verweerder niet mogen afzien van het horen.

4. Het juridisch kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van de uitspraak.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

5.1.

De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat door eiseres niet langer wordt voldaan aan het verblijfsdoel van de toegekende verblijfsvergunning, omdat de relatie met de heer [A] verbroken is.

5.2.

In geschil is of verweerder de aanvraag van eiseres tot wijziging van de beperking in ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ heeft mogen afwijzen. Hierbij moet verweerder beoordelen of sprake is van bijzondere individuele omstandigheden waardoor eiseres blijvend op verblijf in Nederland is aangewezen, zoals uiteengezet in paragraaf B9/11 van de Vc 2000.

5.3.

De rechtbank constateert dat eiseres naast het gestelde huiselijk geweld meerdere omstandigheden heeft aangevoerd ter onderbouwing van haar stelling dat sprake is van bijzondere individuele omstandigheden waardoor zij blijvend op verblijf in Nederland is aangewezen. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet alle door eiseres gestelde bijzondere individuele omstandigheden heeft betrokken bij de beoordeling. Zo is verweerder in het bestreden besluit voorbij gegaan aan de stelling van eiseres dat bij terugkeer naar Ghana voor haar en haar dochter geen opvangvoorzieningen voorhanden zijn en dat haar dochter risico zal lopen om te worden besneden. Gelet hierop slaagt het betoog van eiseres dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Het beroep is daarom gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank ziet evenwel aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.
5.4. De rechtbank stelt vast dat eiseres ter onderbouwing van haar stelling dat zij slachtoffer is geweest van huiselijk geweld in haar zienswijze een brief van haar huisarts heeft overgelegd. In bezwaar heeft eiseres informatie uit het dossier van Veilig Thuis overgelegd en in beroep een mutatierapport van de politie waaruit blijkt dat eiseres een melding van huiselijk geweld heeft gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat eiseres met de door haar overgelegde documenten niet aannemelijk heeft gemaakt slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld. Uit het door eiseres overgelegde politierapport blijkt dat zij niet wist of zij aangifte wilde doen van huiselijk geweld. Op de vraag of zij is mishandeld door haar ex-partner gaf eiseres niet duidelijk antwoord. Zij heeft alleen gesteld dat zij ruzie had met haar ex-partner over de zwangerschap. Niet is gebleken dat eiseres aangifte heeft gedaan tijdens de daarvoor ingeplande afspraak bij de politie op 28 maart 2019. De rechtbank volgt het betoog van eiseres dat een aangifte niet per definitie noodzakelijk is voor het aannemelijk achten van huiselijk geweld, nu paragraaf B8/2.3 van de Vc 2000 spreekt over een ‘bescheiden van de politie’, maar wel moet bij de politie aannemelijk gemaakt zijn dat huiselijk geweld heeft plaatsgevonden. Verweerder heeft hierbij mogen overwegen dat het dossier van Veilig Thuis en de brief van de huisarts van eiseres gebaseerd zijn op eigen verklaringen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder deze documenten, in combinatie met de melding op het politiebureau waarbij eiseres onduidelijke verklaringen gaf, onvoldoende mogen achten van eiseres om aannemelijk te maken dat zij slachtoffer is geweest van huiselijk geweld. Als gevolg daarvan is geen sprake van bijzondere individuele omstandigheden als bedoeld in hoofdstuk B9/11, onder e, van de Vc 2000.

6. Ten aanzien van de overige bijzondere individuele omstandigheden die eiseres naar voren heeft gebracht overweegt de rechtbank het volgende. Allereest is de rechtbank van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit gemotiveerd is ingegaan op de aangevoerde vrees van eiseres dat haar jongste dochter zal worden gedood omdat zij het tweede buitenechtelijke kind is. Eiseres heeft deze vrees niet onderbouwd. Voorts heeft verweerder gemotiveerd dat de omstandigheid dat eiseres HIV-patiënt is er niet toe leidt dat daarom verblijf moet worden toegestaan. Het feit dat eiseres een studie volgt in Nederland heeft verweerder tot slot als onvoldoende mogen beschouwen om bijzondere banden met Nederland aan te nemen die de gebruikelijke banden overstijgen.

6.1.

Met betrekking tot het betoog van eiseres dat voor haar geen opvang in Ghana aanwezig is, overweegt de rechtbank dat zij deze stelling niet heeft onderbouwd. Zoals verweerder in het verweerschrift heeft gesteld is in dit geval geen sprake van een situatie waarin eiseres opvang nodig heeft om daarmee het gestelde huiselijke geweld te ontlopen, nu de ex-partner van eiseres niet in Ghana woont. Voorts heeft verweerder in het verweerschrift mogen overwegen dat niet is gebleken van omstandigheden waardoor eiseres niet in staat zou zijn zich zelfstandig staande te houden. Hierbij moet van belang worden geacht dat eiseres eerder zelfstandig in Ghana heeft gewoond, daar een baan heeft gehad en momenteel haar familie in Ghana financieel ondersteunt, zoals ter zitting is gebleken.

6.2.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres evenmin voldoende onderbouwd dat haar dochter gevaar loopt om besneden te worden bij terugkeer naar Ghana. Hierbij acht de rechtbank van belang dat de oudste dochter van eiseres in Ghana is geboren en opgegroeid, maar dat gesteld noch gebleken is dat die dochter een dergelijk gevaar heeft gelopen of nog steeds loopt. Niet valt daarom in te zien waarom de jongste dochter dit gevaar dan wel zou lopen.

6.3.

Gelet op het voorgaande is evenmin sprake van bijzondere individuele omstandigheden als bedoeld in hoofdstuk B9/11, onder c en f, van de Vc 2000. Verweerder heeft de aanvraag tot wijziging van de beperking van de verleende verblijfsvergunning daarom terecht afgewezen.

7. De rechtbank is van oordeel dat op basis van wat door eiseres in het bezwaarschrift naar voren is gebracht op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk was dat de bezwaren niet zouden kunnen leiden tot een andersluidend besluit. Verweerder heeft dan ook met toepassing van artikel 7:3 van de Awb, van het horen kunnen afzien.

8. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.

9. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op €1050,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van €525,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van €1050,-

Deze uitspraak gedaan is door mr. drs. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.F.A. Bleichrodt, griffier, op 16 april 2020.

griffier rechter

Als gevolg van de maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Juridisch kader

Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb)

Artikel 3.51, derde lid

(…)

De verblijfsvergunning kan voorts worden verleend aan bij ministeriële regeling aangewezen categorieën vreemdelingen, anders dan bedoeld in het eerste en tweede lid. In de ministeriële regeling kunnen hierover nadere regels worden gesteld.


Voorschrift Vreemdelingen 2000

Artikel 3.24aa, tweede lid

Als categorieën vreemdelingen, bedoeld in artikel 3.51, derde lid, van het Besluit, zijn aangewezen vreemdelingen met het volgende verblijfdoel:

(…)

c. verblijf wegens bijzondere individuele omstandigheden na verblijf als familie- of gezinslid;

(…)

e. verblijf na verblijf als slachtoffer van (dreigend) eergerelateerd geweld of van (dreigend) huiselijk geweld;

Vreemdelingencirculaire 2000

B8/2.3
(…)
De IND beschouwt als bewijsmiddel van huiselijk geweld:
-recente bescheiden van de politie, waarbij bij de politie aannemelijk gemaakt moet zijn dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden; óf
- een recente verklaring van de politie of het OM dat het OM ambtshalve vervolging tegen de dader heeft ingesteld.

in combinatie met recente medische informatie van de (vertrouwens)arts of een recente verklaring van een andere hulpverlener of recente gegevens over verblijf in de opvang of andere objectieve gegevens uit betrouwbare bron, waaruit voldoende moet blijken dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden.
(…)

B9/8.6
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijk humanitaire gronden’ op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder c, VV als:

- de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.50, eerste lid, aanhef en onder a en b, Vb of artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb; en

- de vreemdeling heeft onderbouwd dat sprake is van bijzondere individuele omstandigheden waardoor de vreemdeling blijvend op verblijf in Nederland is aangewezen.


Voor een uitwerking van de bijzondere individuele omstandigheden die een rol in dit kader kunnen spelen zoekt de IND aansluiting bij de bijzondere omstandigheden genoemd in paragraaf B9/11 Vc.

B9/11
De IND verleent een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder i en j, van het Vb, als de vreemdeling aantoont dat de dreiging op grond waarvan de verblijfsvergunning is verleend voortduurt.


Is van een voortduring van (de dreiging van) het geweld geen sprake meer, dan verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’, op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder e, VV, als er sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard waardoor de vreemdeling blijvend op verblijf in Nederland is aangewezen.


Bijzondere individuele omstandigheden

De IND neemt aan dat bijzondere individuele omstandigheden in ieder geval gelegen kunnen zijn in:

(…)
c. de omstandigheid dat in het land van herkomst geen naar maatstaven van dat land aanvaardbaar te achten opvang aanwezig is;
(…)

e. aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie;

f. de banden met Nederland.


Ad e.
De IND verleent de verblijfsvergunning als de vreemdeling aantoont dat huiselijk geweld binnen de familie heeft geleid tot de feitelijke verbreking van de (huwelijks)relatie.

(…)

Ad d. en f.
De IND kent aan deze factoren zwaar gewicht toe als:
- sprake is van in Nederland geboren kinderen, of kinderen met (ook) de Nederlandse nationaliteit; en
- aannemelijk wordt gemaakt dat deze kinderen niet eenvoudig op te lossen problemen ondervinden bij toegang tot een schoolopleiding in het land van herkomst.