Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:3653

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21-04-2020
Datum publicatie
24-04-2020
Zaaknummer
C-09-590486-KG ZA 20-269
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Verstekvonnis in 'Coronatijd'.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/590486 / KG ZA 20-269

Vonnis in kort geding van 21 april 2020

in de zaak van

AMBOZ B.V.,

gevestigd te Den Haag,

eiseres,

advocaat mr. A.G.A. van Rappard te Den Haag,

tegen:

1 [gedaagde sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [gedaagde sub 2] ,

wonende te [plaats] ,

gedaagden,

niet verschenen.

Partijen worden hierna aangeduid als enerzijds 'Amboz' en anderzijds ' [gedaagde sub 1] ' en ' [gedaagde sub 2] ' (voor zover gezamenlijk bedoeld als ' [gedaagde sub 1 c.s.] ').

1 Het procesverloop

1.1.

Op 26 maart 2020 heeft Amboz een aanvraag voor een kort geding ingediend.

1.2.

Naar aanleiding daarvan heeft de griffier van deze rechtbank - bij e-mailbericht van 26 maart 2020 - aan (de advocaat van) Amboz bericht dat (i) in verband met de uitbraak van het 'Coronavirus' de rechtbank haar deuren grotendeels heeft gesloten, (ii) in beginsel alle zittingen - met uitzondering van zeer urgente zaken - voor de komende tijd zijn verdaagd en (iii) de voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de onderhavige zaak zeer urgent is. Verder is aan Amboz verzocht om overeenkomstig het (op schrift gestelde) beleid dat de voorzieningenrechter hanteert in dergelijke zaken (waarvan een exemplaar is bijgevoegd) te handelen en de uit te brengen dagvaarding(en) dienovereenkomstig in te richten, met dien verstande dat binnen drie werkdagen moet worden gedagvaard. Voor zover hier van belang luidt dat beleid:

"Beleid rechtbank Den Haag in kg-zaken die als zeer urgent zijn aangemerkt:

  • -

    De griffie verstrekt aan de advocaat van de eisende partij een afschrift van dit beleid.

  • -

    De eisende partij dient de datum voor verschijning in de dagvaarding te stellen op 30 april 11.00 uur ingeval van betekening in maart en op 29 mei 11.00 uur ingeval van betekening in april. Dit betreffen pro-forma zittingsdata.

(…)

  • -

    Een afschrift van dit beleid dient met de dagvaarding aan gedaagde te worden meebetekend.

  • -

    De eisende partij dient in de dagvaarding voor zover bij hem bekend direct het telefoonnummer en het e-mailadres van gedaagde op te nemen. Indien hij daarmee niet bekend is dient hij in de dagvaarding op te nemen dat de advocaat van gedaagde die informatie zelf per omgaande aan de voorzieningenrechter dient te verstrekken. Indien gedaagde geen advocaat heeft, dient hij zelf zijn telefoonnummer en e-mailadres direct na betekening van de dagvaarding aan de griffie door te geven. Die informatie kan worden doorgegeven via e-mail: akg.rb.den.haag@rechtspraak.nl. Voor zover gedaagde niet over e-mail beschikt, kan hij deze gegevens telefonisch doorgeven via telefoonnummer […] . De eisende partij dient ook zijn eigen telefoonnummer en e-mailadres op bovenstaande wijze aan de voorzieningenrechter te verstrekken.

  • -

    Indien bovengenoemde contactgegevens niet door gedaagde worden verstrekt, leidt dat in beginsel tot verstekverlening.

  • -

    Na ontvangst van de contactgegevens zal de voorzieningenrechter op grond van de inhoud van de dagvaarding beoordelen wat het geëigende verloop van de procedure zal zijn. Die beslissing zal direct na het nemen daarvan per e-mail aan partijen worden medegedeeld of bij gebreke daarvan per telefoon.

  • -

    Uitgangspunt is dat de procedure geheel schriftelijk wordt gevoerd. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen zal worden gehoord op afstand, al dan niet via een beeldverbinding, een en ander ter beoordeling van de voorzieningenrechter.

De schriftelijke procedure verloopt in beginsel als volgt:

- Door gedaagde kan op de dagvaarding een schriftelijke reactie worden gegeven. De termijn die daarvoor wordt geboden wordt door de voorzieningenrechter bepaald en per e-mail dan wel per telefoon aan partijen medegedeeld."

./. 1.3. Amboz heeft vervolgens [gedaagde sub 1 c.s.] op 27 maart 2020 gedagvaard tegen de zitting van de (alsdan dienstdoende) voorzieningenrechter van deze rechtbank van 30 april 2020 te 11.00 uur en voorts overeenkomstig de aangehechte kopie van de dagvaarding. Hieruit blijkt dat daarin de e-mailadressen en telefoonnummers van [gedaagde sub 1 c.s.] zijn opgenomen, alsmede dat daarin - voor zover hier relevant - het volgende uitdrukkelijk wordt vermeld:

"• dat in verband met de maatregelen in verband met het SARS-CoV-2 virus (Coronavirus) een tijdelijk afwijkend beleid geldt voor de behandeling van voorlopige voorzieningen;

dat een afschrift van het tijdelijke beleid van de rechtbank Den Haag in kort geding zaken die als zeer urgent zijn aangemerkt als productie 1 aan deze dagvaarding is gehecht;

dat als het e-mailadres en het telefoonnummer van gedaagden hierboven onjuist mochten blijken te zijn gedaagden, althans hun advoca(a)t(en), de juiste gegevens aan de griffier van de rechtbank Den Haag dient te verstrekken via e-mail akg.rb.den.haag@rechtspraak.nl, of zover gedaagden niet over e-mail beschikken telefonisch […] ;

(…)

• dat indien een gedaagde niet in persoon of bij advocaat ter terechtzitting in het geding verschijnt, en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, de voorzieningenrechter verstek tegen hem / haar zal verlenen en de vordering jegens deze gedaagde zal toewijzen, tenzij deze de rechtbank onrechtmatig of ongegrond voorkomt;"

1.4.

Na ontvangst van de betekende dagvaarding heeft de griffier - per e-mail - aan alle partijen medegedeeld dat de verdere procedure vanwege de Coronacrisis zoveel mogelijk schriftelijk zal verlopen, welke procedure - in beginsel - aldus verloopt dat [gedaagde sub 1 c.s.] tot uiterlijk 10 april 2020 een conclusie van antwoord kunnen indienen, bij voorkeur per e-mail, en dat na ontvangst daarvan door de voorzieningenrechter zal worden beoordeeld hoe het verdere verloop van de procedure zal zijn.

1.5.

Bij brief van 9 april 2020 heeft Amboz aanvullende producties ingezonden.

1.6.

Bij e-mailbericht van 14 april 2020 heeft de griffier van deze rechtbank aan partijen bericht dat - nadat was geconstateerd dat van [gedaagde sub 1 c.s.] taal noch teken is vernomen - tegen [gedaagde sub 1 c.s.] verstek is verleend, en dat op 21 april 2020 een (verstek)vonnis zal worden gewezen.

2 De beoordeling van het geschil

2.1.

Vooropgesteld wordt dat de door Amboz op 9 april 2020 toegezonden nadere producties buiten beschouwing zullen worden gelaten, nu gesteld noch gebleken is dat deze (ook) aan [gedaagde sub 1 c.s.] zijn betekend en/of toegezonden.

2.2.

Ondanks het voorgaande komt de primaire vordering de voorzieningenrechter noch onrechtmatig noch ongegrond voor, zodat deze - zij het op de hieronder in het dictum vermelde wijze - zal worden toegewezen. De gevorderde ontruiming van het gehuurde zal enkel worden toegewezen voor zover het niet - met klaarblijkelijk toestemming van Amboz (zie productie 9) - is onderverhuurd aan één of meer derden. Uit hetgeen in de dagvaarding onder 2.17 is aangevoerd, kan immers worden afgeleid dat Amboz door middel van dit kort geding slechts beoogt te bewerkstelligen dat het door [gedaagde sub 2] - al dan niet als middellijk bestuurder c.q. aandeelhouder van [gedaagde sub 1] - gebruikte deel ervan wordt ontruimd. Voor oplegging van een dwangsom ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding, nu de deurwaarder op grond van de artikelen 555 en volgende van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering ('Rv'), in samenhang met artikel 444 Rv, bevoegd is tot reële executie van de veroordeling tot ontruiming. Daarbij heeft Amboz dus geen afzonderlijk belang.

2.3.

[gedaagde sub 1 c.s.] zullen, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor een veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

3 De beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde sub 1 c.s.] hoofdelijk om binnen 48 uur na de betekening van dit vonnis de kantoorruimte op de eerste verdieping aan de [adres], voor zover deze niet (met goedkeuring van Amboz) is onderverhuurd aan één of meer derden, met al het hunne en al de hunnen te ontruimen en die kantoorruimte leeg, ontruimd, bezemschoon en onder afgifte van de sleutels aan Amboz op te leveren;

3.2.

veroordeelt [gedaagde sub 1 c.s.] hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van Amboz begroot op € 1.393,54, waarvan € 633,-- aan salaris advocaat, € 656,-- aan griffierecht, € 100,89 aan dagvaardingskosten en € 3,65 aan verschotten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het uitspreken van dit vonnis;

3.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2020.

jvl