Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:3534

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-04-2020
Datum publicatie
17-04-2020
Zaaknummer
NL19.22125
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dublin / Italië / mob

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL19.22125


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

geboren op [geboortedatum] ,

van Russische nationaliteit,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

2. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000; daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Italië een verzoek om terugname gedaan. Italië heeft dit verzoek op 8 juli 2019 aanvaard.

3. De rechtbank ziet zich eerst ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep. Hierover overweegt de rechtbank als volgt.

3.1.

De rechtbank stelt vast dat eiser, zoals blijkt uit een door verweerder op 10 maart 2020 overgelegde systeemuitdraai, met onbekende bestemming is vertrokken. Eisers gemachtigde heeft op 12 maart 2020 schriftelijk bevestigd dat zij geen contact meer heeft met eiser. Gelet hierop neemt de rechtbank aan dat eiser geen prijs meer stelt op de behandeling van zijn beroep. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen rechtens te honoreren belang meer heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

4. Nu het procesbelang is komen te vervallen, is beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

5. voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van S.J. Versteeg, griffier.

Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.