Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:3434

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
02-04-2020
Datum publicatie
16-04-2020
Zaaknummer
C/09/590324 / FA RK 20-1702
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

machtiging tot verlenen verplichte zorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/590324 / FA RK 20-1702

Datum beschikking: 02 april 2020

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[de vrouw] ,

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedag] 1959 te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats]

advocaat: mr. E.A.E.G.J. Libosan te 's-Gravenhage.

Procesverloop
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 19 maart 2019, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een op 25 februari 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater 1] die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;

- een zorgkaart van 05 februari 2020 met bijlagen;

- een zorgplan van 31 januari 2020 met bijlagen;

- een beoordeling van de geneesheer-directeur op het zorgplan van 26 februari 2020;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een afschrift van de politiemutaties.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 02 april 2020.

Vanwege de sluiting van de rechtbank in verband met de maatregelen rond het coronavirus zijn de volgende personen telefonisch door de rechtbank gehoord:

- advocaat van betrokkene,

- de [psychiater 2] , in aanwezigheid van betrokkene.

Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht door de officier van justitie, is de officier van justitie niet telefonisch gehoord.

Standpunten ter zitting

De betrokkene heeft verklaard dat het goed gaat met haar. Ze vindt het afschuwelijk in het psychiatrisch ziekenhuis. Zij heeft een aantal injecties en tabletten gehad waar zij van moest overgeven en waardoor zij last kreeg van maagkrampen. De betrokkene vindt dat zij dit niet nodig heeft.

De psychiater heeft verklaard dat het de afgelopen tijd beter gaat met de betrokkene. In het begin van de opname was een gesprek met haar niet goed mogelijk. Nu is de betrokkene beter in contact. Het gaat beter omdat zij medicatie krijgt. Het plan is om toe te werken naar ontslag en dan moet de betrokkene verder met de ambulante behandelaren. Er moeten eerst goede afspraken met de ambulant behandelaren gemaakt worden. De betrokkene krijgt nu medicatie via een depot. De medicatie moet zij wel blijven innemen. Zij heeft nu geen hulp thuis. De opname hoeft niet lang meer te duren, maar die maatregel is wel nodig. De behandelaar kan zich vinden in een opname van maximaal een maand.

De advocaat heeft verklaard dat het om een reparatiemachtiging zou gaan. Bij de eerder toegewezen voortzetting van de crisismaatregel was het verzoek om de zorgmachtiging niet duidelijk en is toen afgewezen. De termijn die tussen toen en vandaag ligt, is ten nadele van de betrokkene. Mocht de rechtbank de zorgmachtiging toewijzen, dan verzoekt de advocaat om die termijn in mindering te brengen. De advocaat heeft voorts verklaard dat, gelet op de verklaring van psychiater, een opname voor een maand wel voldoende moet zijn en verzoekt de rechtbank niet langer dan een maand toe te wijzen. De betrokkene wil naar huis. Voor het overige heeft de advocaat zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling

Op 6 maart 2020 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 27 maart 2020 en is een verzoek om een zorgmachtiging afgewezen.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaan uit:

- toedienen van vocht;

- toedienen van voeding;

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- opnemen in een accommodatie.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden. Ter zitting is duidelijk geworden dat de huidige opname maximaal een maand zal duren. De rechtbank zal deze vorm van verplichte zorg dan ook toewijzen voor maximaal een maand vanaf heden.

De rechtbank ziet tot slot geen aanleiding om de termijn van de zorgmachtiging te bekorten zoals is verzocht door de advocaat.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[de vrouw] ,

geboren op [geboortedag] 1959 te [geboorteplaats]

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van vocht voor de duur van zes maanden;

- toedienen van voeding voor de duur van zes maanden;

- toedienen van medicatie voor de duur van zes maanden;

- verrichten medische controles voor de duur van zes maanden;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen voor de duur van zes maanden;

- beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van zes maanden;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van zes maanden;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen voor de duur van zes maanden;

- opnemen in een accommodatie voor de duur van maximaal een maand vanaf heden;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 27 september 2020;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.A.G. Nijman, rechter, bijgestaan door A.E. Babulall-Balkaran als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 02 april 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 09 april 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.