Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:3324

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-04-2020
Datum publicatie
10-04-2020
Zaaknummer
09/066370-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging op grond van art. 2.3, eerste lid, aanhef en onder 4 Wet forensische zorg jo. art. 6.5 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. In strafzaak onderzoek naar mogelijkheden zorgmachtiging. Behandeling tegelijk met strafzaak. OVAR in de strafzaak. Toepassing bevoegdheid Wfz. Voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Opname in accommodatie in afwachting van een geschikte woonplek. (Ondertekening art. 287 jo 230 Rv.)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Afdeling Strafrecht

Zorgmachtiging (artikel 2.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg (Wfz) juncto artikel 6:5, aanhef en onderdeel a, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz))

Rekestnummer: 09/066370-19

Beschikking van de rechtbank naar aanleiding van het door de officier van justitie overgelegde verzoekschrift als bedoeld in artikel 6:4 van de Wvggz, ten aanzien van:

[naam],

hierna te noemen: betrokkene,

[geboortedatum] 1978 [geboorteplaats],

[adres],

advocaat: mr. J.I. Echteld te Gouda,

1 Procesverloop

1.1.

De behandeling van de strafzaak tegen betrokkene met parketnummer 09/239183-19 (hierna: de strafzaak) is op de terechtzittingen van 17 januari 2020 en 31 januari 2020 aangehouden om de officier van justitie de gelegenheid te bieden de mogelijkheid van een zorgmachtiging te onderzoeken.

1.2.

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank op 26 maart 2020, heeft de officier van justitie de volgende bijlagen overgelegd:

  • -

    een op 25 maart 2020 ondertekende medische verklaring van psychiater H.P.W. Peters die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij zijn behandeling betrokken was;

  • -

    de zorgkaart;

  • -

    het zorgplan;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur;

  • -

    een uittreksel uit de justitiële documentatie;

  • -

    een afschrift van de politiemutaties;

  • -

    een historisch overzicht van eerdere civiele machtigingen.

1.3.

De mondelinge en openbare behandeling van het verzoek heeft – gelijktijdig met de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen betrokkene – plaatsgevonden op 27 maart 2020 in het gebouw van de rechtbank Den Haag.

1.4.

Ter zitting waren aanwezig en zijn gehoord:

  • -

    betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • -

    de officier van justitie.

Voorts heeft de psychiater H.P.W. Peters ter zitting telefonisch een nadere toelichting gegeven op de medische verklaring.

2 Standpunten ter zitting

De officier van justitie heeft, naast de vordering in de strafzaak om betrokkene te ontslaan van alle rechtsvervolging, het afgeven van een zorgmachtiging in overweging gegeven. Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg en de op te leggen duur heeft de officier van justitie verwezen naar het verzoekschrift. Hij heeft hier ter zitting aan toegevoegd dat het opnemen in een accommodatie ook zo moet worden begrepen dat betrokkene aansluitend aan zijn preventieve hechtenis wordt opgenomen in een accommodatie in afwachting van een geschikte woonvorm, zoals begeleid wonen.

De betrokkene heeft ter zitting te kennen gegeven dat hij het eens is met de verzochte machtiging, omdat hij een stok achter de deur nodig heeft. De advocaat van betrokkene heeft bepleit dat het verzoek moet worden toegewezen, nu aan alle voorwaarden is voldaan. Directe opname aansluitend aan de preventieve hechtenis is daarbij van groot belang, om te voorkomen dat betrokkene bij gebrek aan een vaste woon- of verblijfplaats gaat rondzwerven op straat. De raadsvrouw heeft daarom zelf voorafgaand aan de zitting contact opgenomen met het plaatsingsloket. Haar is toegezegd dat betrokkene binnen twee weken kan worden geplaatst op een FPA. Een reguliere GGZ-instelling is echter het meest passend als accommodatie voor opname, aldus de advocaat.

De psychiater H.P.W. Peters heeft ter zitting telefonisch een nadere toelichting gegeven op de medische verklaring. Desgevraagd heeft de psychiater medegedeeld dat het opnemen van betrokkene in een accommodatie – naast de minder verregaande vormen van verplichte zorg waaronder het toedienen van medicatie – noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. Deze opname dient volgens de psychiater plaats te vinden in afwachting van een geschikte woonplek zoals begeleid wonen, en verder bij zorgmijding en psychotische decompensatie en/of drugsgebruik. Ook heeft de psychiater desgevraagd medegedeeld dat de noodzakelijke zorg niet op basis van vrijwilligheid kan plaatsvinden, nu van een consistente en betrouwbare bereidheid tot meewerken hieraan bij betrokkene – mede vanwege zijn ziektebeeld – geenszins sprake is.

3 Beoordeling

3.1.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie en een stoornis in het middelengebruik. Daarbij is sprake van chronisch aanwezige psychotische symptomen en maniforme kenmerken.

3.2.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

  1. gevaar voor ernstig lichamelijk letsel van betrokkene of een ander;

  2. ernstige verwaarlozing;

  3. de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;

  4. e situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

De rechtbank overweegt hierbij dat betrokkene met een uitgebreide justitiële voorgeschiedenis, thans in preventieve hechtenis verblijft vanwege het mishandelen van twee hem onbekende personen op straat. Deze incidenten hebben plaatsgevonden terwijl betrokkene psychotisch was en onder invloed van drugs verkeerde. Betrokkene heeft dit ter zitting bevestigd.

3.3.

Om ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

3.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene is wisselend in zijn standpunt of hij openstaat voor opname en behandeling op vrijwillige basis. Gelet hierop en gelet op de stoornis van betrokkene kan zijn instemming voor vrijwillige zorg niet als voldoende betrouwbaar worden aangemerkt. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur.

De volgende vormen van zorg worden voor na te noemen duur verzocht:

Vorm van zorg

Duur

toedienen van medicatie

26 weken

het verrichten van medische controles

26 weken

het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening

26 weken

beperken van de bewegingsvrijheid

26 weken

Insluiten

26 weken

uitoefenen van toezicht op betrokkene

26 weken

onderzoek aan kleding of lichaam

26 weken

onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen

26 weken

controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen

26 weken

aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen

26 weken

beperken van het recht op het ontvangen van bezoek

26 weken

opnemen in een accommodatie

26 weken

3.5.

De rechtbank sluit zich aan bij de standpunten van de officier van justitie en de advocaat ten aanzien van de opname in een accommodatie. Het is van groot belang dat betrokkene na zijn preventieve hechtenis niet op straat komt te staan, maar direct doorstroomt naar een accommodatie waar hij klinisch wordt opgenomen. Van daaruit zal worden gezocht naar een geschikte woonvorm, zoals begeleid wonen. Ter zitting is besproken dat het gelet op de wachtlijsten voor begeleid wonen geruime tijd (langer dan 6 maanden) zal duren voordat er een geschikte woonplek beschikbaar zal zijn voor betrokkene. Gelet hierop ziet de rechtbank aanleiding om de opname – net als de andere vormen van verplichte zorg – voor de gehele duur van de machtiging af te geven.

3.6.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste zorg is rekening gehouden met de veiligheid van betrokkene en met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen.

3.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

3.8.

De rechtbank komt tot de conclusie dat is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

3.9.

De verschillende vormen van zorg kunnen voor de hieronder gestelde termijnen worden toegepast. Deze termijnen zijn noodzakelijk om het doel van verplichte zorg te realiseren.

3.10.

Bij vonnis van heden in de strafzaak is betrokkene ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank zal gebruik maken van de in artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onder 4 Wfz gegeven bevoegdheid.

3.11.

De zorgmachtiging zal dan ook worden verleend.

4 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

[geboortedatum] 1978 [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

Vorm van zorg

Duur

toedienen van medicatie

6 maanden

het verrichten van medische controles

6 maanden

het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening

6 maanden

beperken van de bewegingsvrijheid

6 maanden

Insluiten

6 maanden

uitoefenen van toezicht op betrokkene

6 maanden

onderzoek aan kleding of lichaam

6 maanden

onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen

6 maanden

controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen

6 maanden

aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen

6 maanden

beperken van het recht op het ontvangen van bezoek

6 maanden

opnemen in een accommodatie

6 maanden

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 9 oktober 2020.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.H.M. Smelt, voorzitter, mr. B. Martinez-Hammer en mr. A. Dantuma-Hieronymus, rechters, bijgestaan door mr. M. van Haalem als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 april 2020.

Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter. De griffier is buiten staat deze beschikking te ondertekenen.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.