Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:3309

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-03-2020
Datum publicatie
14-04-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 4207
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Na de door eiseres gestelde toename van klachten heeft verweerder de WIA-uitkering van eiseres niet gewijzigd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft gesteld dat er geen medisch objectiveerbare reden bestaat tot het aannemen van meer beperkingen. Verweerder heeft de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 19/4207

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 maart 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. P.H. Lammerts),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder

(gemachtigde: J.H. Swart).

Procesverloop

Bij besluit van 7 september 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres met ingang van 6 september 2017 vastgesteld op 43,76% en de uitkering die eiseres ontvangt ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) niet gewijzigd.

Bij besluit van 24 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 februari 2020. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en vergezeld van M. Dekkers, vertegenwoordiger van de werkgever van eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres was laatstelijk werkzaam als energieadviseur voor 24 uur per week. Op 16 februari 2015 is eiseres ziek uitgevallen voor dit werk met een hernia en later ook burn-outklachten. Bij besluit van 8 maart 2017 is aan eiseres een WIA-uitkering toegekend per 9 februari 2017 op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 50,83%. Op 8 mei 2017 heeft eiseres middels een wijzigingsformulier aan verweerder meegedeeld dat haar gezondheid is verslechterd.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd, waarin de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 43,76% met ingang van
6 september 2017 en de WIA-uitkering van eiseres niet is gewijzigd.

3. Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit. De toegenomen klachten van eiseres, het behandelverloop, haar dagverhaal en de ingebrachte medische informatie dienen te leiden tot het oordeel dat haar medische situatie verslechterd is. De verzekeringsarts heeft het dagverhaal van eiseres niet beschreven en er is geen rekening gehouden met de ingebrachte medische informatie. Medici kunnen de klachten van eiseres niet volledig verklaren, maar dat maakt niet dat haar klachten geen bestaansrecht hebben. Eiseres is gediagnosticeerd met artrose en fibromyalgie. Deze staan los van haar neurologische klachten. Onderzocht moet worden of haar klachten passend zijn in het kader van een conversiestoornis. Eiseres stelt dat een urenbeperking aan de orde is. Ten tijde van de datum in geding was zij tot niets in staat en heeft zij ruim een jaar uitgeschakeld op bed gelegen. Eiseres heeft moeite met begrijpend lezen, coördinatieproblemen, uitvalklachten aan de rechterzijde van het zicht, de arm en het been, concentratieproblemen en duizeligheidsklachten. Bij te veel inspanning ervaart zij uitval en een verergering van haar klachten, waarna zij moet slapen om volledig tot rust te komen. Eiseres heeft een vitamine B12-tekort, waardoor schade aan het zenuwstelsel is ontstaan. Zij stelt dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en in aanmerking komt voor een IVA-uitkering. Tevens heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) eiseres niet gezien of gesproken. Verweerder heeft ten onrechte gesteld dat zij heeft afgezien van haar recht om gehoord te worden, aldus eiseres. Tot slot betoogt eiseres dat de geschiktheid van de functies door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (b&b) op een aantal punten niet (voldoende) dragend is onderbouwd. Deze beroepsgronden zal de rechtbank hieronder, bij de arbeidskundige beoordeling van het bestreden besluit, nader weergeven.

4. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

5. Ter zitting is de bezwaarprocedure besproken. Eiseres heeft ter zitting verklaard dat zij haar bezwaar van 15 september 2017 telefonisch heeft ingetrokken op
18 oktober 2017 omdat verweerder haar had meegedeeld dat de gewijzigde mate van arbeidsongeschiktheid geen financiële consequenties voor haar zou hebben. Omdat de gewijzigde mate van arbeidsongeschiktheid consequenties had voor het arbeidsongeschiktheidspensioen van eiseres en telefonische intrekking van een bezwaar niet rechtsgeldig is, heeft verweerder aanleiding gezien om het bezwaar inhoudelijk te behandelen. Verweerder heeft ter zitting erkend dat zijn wijze van handelen in de bezwaarprocedure geen schoonheidsprijs verdient. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat het bezwaar van eiseres, gelet op de hiervoor vermelde omstandigheden, tijdig is.

6. De rechtbank begrijpt de beroepsgrond van eiseres dat zij wel gebruik had willen maken van een hoorzitting aldus dat verweerder de hoorplicht van artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft geschonden. Artikel 7:2, eerste lid, van de Awb bepaalt dat een bestuursorgaan, voordat het op het bezwaar beslist, belanghebbenden in de gelegenheid stelt te worden gehoord. Uit de telefoonnotitie van 28 maart 2019 volgt dat eiseres na uitleg afziet van een hoorzitting. De rechtbank ziet geen aanleiding aan de juistheid hiervan te twijfelen. Van schending van de hoorplicht is de rechtbank dan ook niet gebleken. De beroepsgrond slaagt niet.

7. De rechtbank stelt voorop dat verweerder de rapporten van de verzekeringsartsen mag volgen als aan drie voorwaarden is voldaan. De rapporten moeten zorgvuldig zijn opgesteld, ze mogen niet tegenstrijdig zijn en ze moeten begrijpelijk zijn. Als eiseres vindt dat het rapport niet aan deze voorwaarden voldoet, dan moet zij uitleggen waarom zij dat vindt. Als eiseres het niet eens is met de beoordeling van de verzekeringsartsen, dan moet zij een rapport van een andere arts inbrengen waaruit blijkt dat de beoordeling onjuist is. De rechtbank vindt het niet genoeg als eiseres alleen haar gezondheidsklachten noemt.

8.1

Op 19 juli 2017 heeft de primaire arts, onder supervisie van een verzekeringsarts, eiseres op het spreekuur gezien, waarbij lichamelijk en psychisch onderzoek is verricht. Daarnaast heeft deze arts dossieronderzoek verricht en medische informatie bij de huisarts opgevraagd. Aan de hand van zijn bevindingen heeft de primaire arts een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opgesteld met de beperkingen van eiseres. Deze houden verband met zowel de psychische als de lichamelijke klachten van eiseres.

8.2

Naar aanleiding van het bezwaar heeft de verzekeringsarts b&b op 22 mei 2019 een rapport uitgebracht, gebaseerd op dossieronderzoek en de opgevraagde medische informatie van huisarts C. van Blooijs van 16 augustus 2017, waarin informatie van de KNO-arts van april 2017 en de neuroloog van februari 2017 wordt besproken. In zijn rapport heeft de verzekeringsarts b&b opgenomen dat bestudering van de gegevens geen aanleiding geeft om de beoordeling van de primaire arts te herzien.

9.1

De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om het verrichte medisch onderzoek onzorgvuldig te achten. De primaire arts heeft dossieronderzoek verricht en eiseres psychisch en lichamelijk onderzocht. Het dagverhaal is door de primaire arts in zijn rapport van 26 juli 2017 beschreven. De verzekeringsarts b&b heeft dossieronderzoek verricht en de medische informatie van de huisarts bij zijn oordeelsvorming betrokken. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (uitspraak van 18 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4633) kan de enkele omstandigheid dat een zelfstandig medisch onderzoek door een verzekeringsarts b&b achterwege is gebleven niet leiden tot de conclusie dat reeds daarom sprake is van een onzorgvuldige besluitvorming in bezwaar. Uit de rapporten van de verzekeringsartsen blijkt dat alle klachten van eiseres in de beoordeling zijn betrokken. Er zijn geen klachten over het hoofd gezien en alle beschikbare informatie is meegenomen in de beoordeling. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om het medisch onderzoek van de verzekeringsarts b&b onzorgvuldig te achten.

9.2

De rechtbank is voorts van oordeel dat de beroepsgronden geen reden geven te twijfelen aan het medisch oordeel van de (verzekerings)arts(en). De (verzekerings)arts(en) hebben met betrekking tot de lichamelijke en psychische klachten van eiseres diverse beperkingen opgenomen in de FML. Volgens de primaire arts kunnen de geclaimde forse vermoeidheids- en duizeligheidsklachten niet in dergelijke mate geobjectiveerd worden tijdens het spreekuur. Op KNO- en neurologiegebied zijn ook geen afwijkingen gevonden, waardoor er geen lichamelijk substraat is voor alle klachten, aldus de primaire arts. Uit de vastgestelde vitamine B12 waardes kunnen niet de klachten die eiseres ervaart, worden verklaard. Volgens de arts zal een psychosomatisch component een grote rol spelen. De primaire arts kan, gelet op het voorgaande, niet volledig meegaan met de door eiseres geclaimde beperkingen. Ook is er geen indicatie voor een urenbeperking, aldus de primaire arts. De verzekeringsarts b&b stelt dat uit het medisch onderzoek niet kan worden geconcludeerd dat er medisch objectief een verslechtering is opgetreden in vergelijking met het onderzoek in december 2016 in het kader van de WIA-aanvraag. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan het oordeel van de verzekeringsartsen te twijfelen. Eiseres heeft in beroep geen medische stukken overgelegd die aanknopingspunten bieden voor het oordeel dat zij op de datum in geding op medisch objectieve gronden meer beperkt is dan in de FML is vastgelegd. Dat eiseres het niet eens is met de vastgestelde beperkingen, kan op zichzelf niet leiden tot het oordeel dat de medische beoordeling onjuist is. Het is juist de specifieke deskundigheid van de verzekeringsartsen om op basis van medisch objectiveerbare klachten beperkingen vast te stellen.

9.3

De rechtbank wenst in dit licht te benadrukken dat zij met dit oordeel geen afbreuk wenst te doen aan de beleving van de klachten van eiseres en de impact van die beleving op haar dagelijks leven. Aan hoe eiseres zelf haar klachten en haar belastbaarheid ervaart, hoe invoelbaar ook, kan bij de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid geen doorslaggevende waarde toekomen. De rechtbank heeft immers, in lijn met de wet- en regelgeving inzake arbeidsongeschiktheid, te toetsen of op basis van de beroepsgronden een medisch objectiveerbare reden bestaat tot het aannemen van meer beperkingen dan waarop het bestreden besluit zich baseert. Hiervan is naar oordeel van de rechtbank niet gebleken.

9.4

Het voorgaande betekent dan ook dat de medische component van het bestreden besluit naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden berust. De beroepsgronden hiervoor vermeld onder 3. treffen daarom geen doel.

10.1

In bezwaar heeft de arbeidsdeskundige b&b de door de primaire arbeidsdeskundige geduide functies herbeoordeeld. Hij is tot de conclusie gekomen dat deze functies passend zijn. Het gaat om de functies productiemedewerker textiel, geen kleding (SBC-code 272043), samensteller elektronische apparatuur, wikkelaar (SBC-code 267050), productiemedewerker industrie (SBC-code 111180), archiefmedewerker (SBC-code 315132) en administratief medewerker (document scannen) (SBC-code 315133).

10.2

Eiseres kan zich met de arbeidskundige beoordeling van de arbeidsdeskundige b&b niet verenigen. Zij voert aan dat geen van de functies passend is gelet op haar wisselende belastbaarheid, haar energetische klachten en haar zicht- en duizeligheidsklachten. Voorts is de functie productiemedewerker textiel, geen kleding niet passend omdat eiseres niet in staat kan worden geacht om een in een rumoerige, ruime bedrijfshal met naaimachines te werken gelet op haar beperking voor geluid. Bij deze beperking heeft de primaire arts vermeld: ‘geen heel lawaaiige werkomgeving’.

10.3

Uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot eiseres vastgestelde medische beperkingen is de rechtbank van oordeel dat de functies die aan het bestreden besluit ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor eiseres in medisch opzicht geschikt dienen te worden aangemerkt. De rechtbank ziet geen aanleiding om de beroepsgrond van eiseres dat de functie productiemedewerker textiel, geen kleding niet passend is, te volgen. Het Claim beoordelings- en borgingssysteem heeft in de bedoelde functie geen signalering opgegeven op beoordelingspunt 3.7 (geluidsbelasting). Dit betekent dat er in deze functie geen sprake is van een overschrijding van de belastbaarheid van eiseres op dit onderdeel.

11. Het voorgaande betekent dat verweerder terecht en op goede gronden de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres heeft vastgesteld op 43,76%.

12. Het beroep is ongegrond.

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.M. Kettenis-de Bruin, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P.G. van Egeraat, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 23 maart 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het Corona virus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.