Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:3218

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-04-2020
Datum publicatie
24-04-2020
Zaaknummer
SGR 19-3529
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankeloijk beroep. CRvB heeft in hoger beroep voor 2 maanden ANW-uitkering toegekend, daarom is eiseres alsnog verdragsgerechtigde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 19/3529

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2020 in de zaak tussen

V. Zeegelaar, te [woonplaats] , België, eiseres

en

het Centraal Administratiekantoor (CAK), verweerder

(gemachtigde: mr. J.M. Nijman).

Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat eiseres vanaf 31 december 2019 niet meer verdragsgerechtigde is omdat zij geen wettelijk pensioen of uitkering meer ontvangt uit Nederland.

Bij besluit van 10 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het hiertegen door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Partijen waren uitgenodigd voor een zitting op 17 maart 2020. In verband met de maatregelen rondom het coronavirus is die zitting niet doorgegaan. Per email van
27 maart 2020 heeft eiseres desgevraagd toestemming gegeven om de zaak schriftelijk af te doen. Verweerder heeft per email van 24 maart 2020 eveneens toestemming gegeven voor een schriftelijke afdoening van de zaak.

Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiseres heeft zich in beroep tegen het bestreden besluit gekeerd omdat zij het er niet mee eens is dat haar verdragsrecht met ingang van 1 januari 2019 is geëindigd. Zij voert hiertoe - samengevat – aan dat zij de uitspraak afwacht van een procedure bij de rechtbank Amsterdam, welke is gevolgd door een procedure in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB). In die procedure is aan de orde of de Sociale Verzekeringsbank terecht de ANW-uitkering van eiseres per 31 december 2018 heeft beëindigd. Het CAK had de uitkomst van die procedures moeten afwachten, aldus eiseres.

2. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat hij naar de stand van zaken ten tijde van de besluitvorming terecht heeft vastgesteld dat het verdragsrecht van eiseres is geëindigd met ingang van 1 januari 2019. Daarbij heeft verweerder opgemerkt dat hij eiseres met terugwerkende kracht zal aanmerken als verdragsgerechtigde als haar naar aanleiding van de hoger beroepsprocedure over de beëindiging van de ANW-uitkering alsnog een ANW-uitkering wordt toegekend met ingang van 1 januari 2019.

3. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep heeft op 12 september 2019 uitspraak gedaan in de hoger beroepsprocedure (ECLI:NL:CRVB:2019:3058). In die uitspraak heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan in de hoofdzaak en daarbij, zelf voorziend, het besluit van de SVB waarmee de ANW-uitkering van (thans) eiseres is beëindigd per 1 januari 2019 herroepen en bepaald dat de ANW-uitkering van eiseres wordt beëindigd met ingang van 1 maart 2019.

4. De uitspraak van de CRvB betekent dat eiseres per 1 januari 2019 alsnog verdragsgerechtigde is, en wel tot 1 maart 2019.

5. Verweerder heeft in deze procedure toegezegd dat hij eiseres alsnog met terugwerkende kracht aanmerkt als verdragsgerechtigde als haar door de CRvB per
1 januari 2019 een ANW-uitkering wordt toegekend. De rechtbank stelt vast dat de CRvB dat heeft gedaan door aan eiseres alsnog vanaf 1 januari 2019 en tot 1 maart 2019 een ANW-uitkering toe te kennen. Nu eiseres heeft bereikt wat zij wilde bereiken, heeft eiseres geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

7. De rechtbank ziet in de gang van zaken in beroep aanleiding om te bepalen dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 47,-- vergoedt. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is verder niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 47,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 9 april 2020 door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van mr. R.A.E. Bach, griffier.

Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak nog niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de

gelegenheid de uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.