Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:311

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17-01-2020
Datum publicatie
24-01-2020
Zaaknummer
C/09/581243 / KG ZA 19-979
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

ntellectuele Eigendom. Kort geding. Uniemerk en Beneluxmerken. Gebruik voor waren en diensten. Verwarringsgevaar. Geen toestemming voor merkgebruik na einde samenwerking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/581243 / KG ZA 19-979

Vonnis in kort geding van 17 januari 2020

in de zaak van

JUMATECH DC B.V.,

te Nijmegen,

eiseres,

advocaat mr. G.S.C.M. van Roeyen te Eindhoven,

tegen

AECORSIS B.V. tevens handelend onder de naam Asperitas,

te Haarlem,

gedaagde,

advocaat mr. A.H. de Bosch Kemper-de Hilster te Den Haag.

Partijen zullen hierna JuMatech en Asperitas genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 17 oktober 2019 met producties EP 1 t/m EP 10;

  • -

    de brief van 22 november 2019 namens Asperitas, met producties GP 1 t/m GP 21;

  • -

    de brief van 28 november 2019 namens JuMatech van 28 november 2019, met producties EP 11 t/m EP 15;

  • -

    de brief van 6 december 2019 namens Asperitas met producties GP 22 en GP 23 en een nieuwe versie van GP 1;

  • -

    de brief van 11 december 2019 namens JuMatech met producties EP 16 en EP 17 (aanvullend proceskostenoverzicht);

  • -

    de brief van 11 december 2019 namens Asperitas met versie 2 van productie GP 21 (houdende een bijgewerkt proceskostenoverzicht) en een aangepast productieoverzicht;

  • -

    de mondelinge behandeling van 13 december 2019, ter gelegenheid waarvan partijen hun standpunten nader hebben toegelicht aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

JuMatech is opgericht op 5 oktober 2018 en verkrijgende rechtspersoon na afsplitsing van (een deel van) het vermogen van JuMatech B.V. JuMatech B.V. is na naamswijziging op 6 oktober 2018 genaamd JuMatech Holding B.V. JuMatech Holding B.V. is enig aandeelhouder van JuMatech. JuMatech is enig aandeelhouder van BTS-Mine & Trade B.V.

2.2.

JuMatech is actief op het gebied van de informatietechnologie. Zij houdt zich bezig met dienstverlening en productontwikkeling met betrekking tot het oplossen van complexe rekenformules om cryptovaluta te creëren met behulp van hardware en software, het zogenoemde mining en de daarbij gebruikte blokketen (blockchain) technologie. Mining vindt plaats met speciaal daartoe ingerichte computers, die veel elektriciteit verbruiken en veel hitte produceren, zodat goede koeling benodigd is.

2.3.

JuMatech exploiteert onder meer BlockTechSystems (hierna: BTS). BTS bouwt en ontwikkelt datacentra voor blockchain applicaties en streeft er naar zo energie-efficiënt mogelijke blockchain mining systemen te ontwikkelen, bouwen en exploiteren, waarbij de voor koeling vereiste energie wordt hergebruikt.

2.4.

JuMatech is houdster van de volgende merken:

- het hieronder afgebeelde Uniebeeldmerk met registratienummer 017923734, op 27 juni 2018 aangevraagd en op 15 april 2019 ingeschreven voor waren en diensten in klassen 11, 35, 36, 40, 42, en 45 (hierna: het Uniebeeldmerk):

- het hieronder afgebeelde Beneluxbeeldmerk met registratienummer 1394871, op 30 april 2019 aangevraagd en op 1 mei 2019 ingeschreven voor waren en diensten in klassen 9, 36 en 42 (hierna: het zwarte Beneluxbeeldmerk):

- het hieronder afgebeelde Beneluxbeeldmerk met registratienummer 1394877, op 30 april 2019 aangevraagd en op 1 mei 2019 ingeschreven voor waren en diensten in klassen 9, 36 en 42 (hierna: het gele Beneluxbeeldmerk):

2.5.

Het zwarte en gele Beneluxbeeldmerk zullen hierna gezamenlijk ook de Beneluxbeeldmerken worden genoemd. De Beneluxbeeldmerken en het Uniebeeldmerk zullen hierna gezamenlijk ook worden aangeduid als de JuMatech-Merken. Het Uniebeeldmerk is door JuMatech B.V. aangevraagd. JuMatech is sinds 16 september 2019 als houdster van dit merk geregistreerd.

2.6.

Asperitas is op 29 april 2014 opgericht en richt zich met name op de ontwikkeling van een systeem voor het, in plaats van met ventilatoren, met vloeistof koelen van computers, teneinde de prestatie en koeling van de computers te verbeteren en de energiekosten en benodigde ruimte te verminderen. Dit systeem wordt door haar aangeduid met de (merk)naam Immersed Computing.

2.7.

JuMatech en Asperitas zijn omstreeks de zomer van 2017 met elkaar in contact gekomen. Zij zijn gaan samenwerken in een project waarbij ook DCE Operations B.V. handelend onder de naam Ecoracks (hierna: Ecoracks), dat een datacentrum in Eindhoven exploiteert, betrokken was. Asperitas heeft in het kader van deze samenwerking negen modules voorzien van haar vloeistofkoelingsysteem verkocht en geleverd aan JuMatech. Deze modules zijn geplaatst in het datacentrum van Ecoracks in Eindhoven. Asperitas heeft eveneens een module verkocht en geleverd aan Ecoracks. Op de aan JuMatech geleverde modules is op meerdere plaatsen het van de JuMatech-Merken deel uitmakende logo van een gestileerde bij (hierna: het Bij-logo) aangebracht.

2.8.

Ten behoeve van de hiervoor genoemde samenwerking hebben JuMatech, Asperitas en Ecoracks op 24 oktober 2017 een subsidie aangevraagd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Deze zogenoemde DEI-subsidie is bij besluit van 20 februari 2018 verleend, waarbij als looptijd van het project 24 oktober 2017 tot en met
31 december 2018 is vastgesteld. Aan elk van de bij de samenwerking betrokken partijen is een, in hoogte variërend, subsidiebedrag toegekend. Asperitas is bij de subsidieaanvraag als penvoerder opgetreden. In verband met de subsidieaanvraag heeft Asperitas een document getiteld Immersed Blockchain DEI opgesteld. Daarin is onder meer vermeld:

(…)

(…)

(…)

(…)

(…)

2.9.

JuMatech en Asperitas hebben op 26 januari 2018 Beehive B.V. (hierna Beehive) opgericht, waarvan zij ieder een deel van de aandelen houden. Het doel van deze zogenoemde joint venture was het ontwikkelen en verkopen van vloeistofgekoelde mobiele datacentra bestemd voor blockchain en mining technologie. Beehive heeft geen producten verkocht.

2.10.

Op 16 augustus 2018 is in het kader van een nominatie voor de ICT Milieu Award in het datacentrum van Ecoracks in Eindhoven een video gemaakt waarin de modules van JuMatech te zien zijn. Delen van de gemaakte opnamen zijn later ook in andere video’s gebruikt dan wel te zien. Dit betreft in elk geval een video die is gemaakt voor het evenement GITEX Technologie 2018 en een video van een toespraak gehouden tijdens het evenement Cloudfest 2018. De hiervoor genoemde video’s (hierna ook: de Video’s) waarvan hieronder twee screenshots worden afgebeeld, zijn af te spelen via de website van Asperitas, dan wel haar Facebook- en/of Twitter en/of LinkedInpagina.

2.11.

Tussen partijen is in de loop van 2018 een geschil ontstaan over betaling door JuMatech van de facturen van Asperitas en het functioneren van de modules en/of de daarin aangebrachte hardware. Eind juni 2018 heeft JuMatech Asperitas - kort gezegd - bericht niet te zullen betalen voordat de modules voor haar bruikbaar zijn. Asperitas heeft in dit verband een procedure aanhangig gemaakt bij de rechtbank Limburg, locatie Maastricht. Bij dagvaarding van 15 oktober 2019 vordert zij veroordeling van JuMatech tot betaling van
€ 321.681,59, te vermeerderen met rente en kosten.

2.12.

Omstreeks november 2018 heeft JuMatech Asperitas bericht niet verder te willen investeren in Beehive. Begin 2019 is de samenwerking tussen partijen geheel beëindigd.

2.13.

Bij brief van 8 mei 2019 heeft de advocaat van JuMatech - kort gezegd - gesteld dat Asperitas door middel van (onder meer) de onder 2.10 genoemde video’s inbreuk maakt op de merkrechten van JuMatech en haar gesommeerd deze inbreuk te staken.

3 Het geschil

3.1.

JuMatech vordert, na vermindering van eis, - samengevat - dat de voorzieningenrechter bij voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  1. Asperitas beveelt om met onmiddellijke ingang ieder gebruik van de JuMatech-Merken te staken en gestaakt te houden;

  2. Asperitas veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 4.000,- voor iedere overtreding van het onder i) gevorderde;

  3. Asperitas veroordeelt in de volledige proceskosten op grond van artikel 1019h Rv1;

de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv te bepalen op zes maanden na betekening van dit vonnis.

3.2.

Ter onderbouwing van haar vorderingen voert JuMatech - verkort weergegeven - aan dat, nu in de Videos’s het Bij-logo dat op de modules is aangebracht te zien is, Asperitas de JuMatech-Merken gebruikt ter promotie van haar eigen waren en diensten en daarmee inbreuk maakt op die merken. Voor wat betreft de Beneluxbeeldmerken geldt dat sprake is van gebruik van een identiek teken voor dezelfde waren en diensten waarvoor de merken zijn ingeschreven. Voor wat betreft het Uniemerk is sprake van een nagenoeg identiek teken voor identieke waren en diensten, waarbij gevaar voor verwarring bij het publiek kan ontstaan, aldus JuMatech.

3.3.

Asperitas voert gemotiveerd verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

Voor zover de vorderingen zijn gegrond op het Uniebeeldmerk, is de voorzieningenrechter internationaal (en relatief) bevoegd daarvan kennis te nemen krachtens artikel 123 lid 1 in verbinding met artikel 124 aanhef en onder a, en artikel 125 lid 1 UMVo2 in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening inzake het Gemeenschapsmerk, nu Asperitas is gevestigd in Nederland.

4.2.

Voor zover de vorderingen zijn gegrond op de Beneluxbeeldmerken komt de voorzieningenrechter op grond van artikel 4.6 BVIE3 bevoegdheid toe, nu JuMatech heeft gesteld dat de inbreuk via de website en sociale media-pagina’s van Asperitas plaatsvindt en daarmee ook in het arrondissement Den Haag.

4.3.

Asperitas heeft de bevoegdheid overigens niet bestreden.

Spoedeisend belang en complexiteit

4.4.

Asperitas stelt dat geen sprake is van een spoedeisende zaak waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening vereist is. Zij verwijst in dat verband naar de hiervoor onder 2.7 tot en met 2.12 beschreven samenwerking tussen partijen en de beëindiging daarvan en voert aan dat eerst op 8 mei 2019 een sommatie is verstuurd, dat op 16 juni 2019 voor het eerst data voor een kort geding werden gevraagd, waarna de dagvaarding pas vijf maanden later volgde. Voorts wijst zij erop dat het Uniebeeldmerk pas op 27 juni 2018 werd aangevraagd en pas sinds 12 september 2019 op naam van JuMatech staat en dat de Beneluxbeeldmerken pas op 30 april 2019 werden verkregen. Asperitas stelt dat JuMatech probeert zich met het oog op de afwikkeling van de samenwerking een betere onderhandelingspositie te verschaffen en stelt dat de verbindingen tussen partijen te complex zijn om er één element uit te lichten.

4.5.

De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening dient beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat het spoedeisend belang in beginsel is gegeven zolang de gestelde inbreuk of het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt. Indien daartegen echter onvoldoende voortvarend is opgetreden, kan dit een aanwijzing zijn dat het belang van de eisende partij kennelijk geen voorlopige maatregel vergt. Een en ander hangt af van de omstandigheden van het geval.

4.6.

De voorzieningenrechter acht spoedeisend belang aanwezig. Nu sprake is van het voortduren van de gestelde inbreuk en het Uniebeeldmerk en de Beneluxbeeldmerken zijn ingeschreven op 15 april 2019 respectievelijk 1 mei 2019, kan niet worden gezegd dat JuMatech onvoldoende voortvarend heeft opgetreden. Haar eerste sommatie aan Asperitas dateert van 9 mei 2019. JuMatech heeft gesteld dat, nadat in juni 2019 de eerste voorbereidingen voor een kort geding waren getroffen, in (confraternele) correspondentie van de zijde van Asperitas van 18 juni 2019 en 19 september 2019 toezeggingen zijn gedaan omtrent het niet (meer) gebruiken van het Bij-logo. Asperitas heeft dat niet betwist en ook niet gesteld dat JuMatech er op basis daarvan niet op mocht vertrouwen dat de gestelde inbreuk zou zijn dan wel worden gestaakt. Nadat JuMatech ook na 19 september 2019 had geconstateerd dat het door haar gestelde gebruik van het Bij-logo werd voortgezet, heeft zij vervolgens voldoende voortvarend het onderhavige kort geding aanhangig gemaakt.

4.7.

Ook het verweer van Asperitas ten aanzien van de complexiteit van de verhoudingen tussen partijen kan niet slagen. Dat het merkenrechtelijke geschil op zichzelf bezien te complex is heeft Asperitas niet gesteld. Het staat JuMatech in beginsel vrij om haar gestelde merkrechten te handhaven, ook indien partijen ook anderszins in relatie tot elkaar staan of hebben gestaan. Dat tussen partijen ook andere geschillen bestaan en procedures aanhangig zijn, maakt dit niet anders. Voor zover Asperitas zich (ook) beroept op misbruik van recht, heeft zij dit beroep onvoldoende onderbouwd.

Rechthebbende

4.8.

Asperitas heeft zich er ten aanzien van het Uniebeeldmerk op beroepen dat dit pas sinds 12 september 2019 op naam van JuMatech stond, terwijl zij zich bij sommatie van
8 mei 2019 op dit merk beriep en de gestelde inbreuk van oudere datum is. Voorts heeft zij vraagtekens geplaatst bij de geldigheid van de overdacht, omdat een splitsing van het vermogen van JuMatech B.V. heeft plaatsgevonden en in het register JuMatech B.V. als overdrager vermeld staat, terwijl op dat moment alleen sprake was van de vennootschappen JuMatech Holding B.V. en JuMatech DC B.V.

4.9.

Nu Asperitas niet heeft betwist dat JuMatech B.V. en JuMatech Holding B.V. dezelfde rechtspersoon betreft, waarbij sprake is van naamswijziging, wordt dit verweer als onvoldoende onderbouwd verworpen. Ervan uitgaande dat JuMatech - daargelaten haar beroep op de vennootschapsrechtelijke verhoudingen en daarin bestaande licenties - in elk geval vanaf 12 september 2019 de rechten op grond van het Uniebeeldmerk kon handhaven, is zij gerechtigd het onderhavige verbod te vorderen.

4.10.

Asperitas voert verder aan dat ten tijde van het aanbrengen van de Bij-logo’s op de modules en het vervaardigen en openbaar maken van de Video’s JuMatech nog niet over (in Nederland geldende) merkrechten op die logo’s beschikte. Voorshands uitgaande van de - niet betwiste - geldigheid van de JuMatech-Merken staat ook dit, afgezien van het hierna te bespreken beroep van Asperitas op toestemming, op zichzelf niet in de weg aan het thans, na inschrijving van die merken, vorderen van een verbod.

Merkinbreuk

4.11.

JuMatech beroept zich ten aanzien van het Uniebeeldmerk op artikel 9 lid 2 sub b UMVo. De merkhouder kan op grond van dit artikelonderdeel het gebruik van een teken in het economische verkeer voor waren en diensten verbieden wanneer het teken gelijk is aan of overeenstemt met het Uniemerk en wordt gebruikt met betrekking tot waren of diensten die gelijk zijn aan of overeenstemmen met de waren of diensten waarvoor het Uniemerk is ingeschreven, indien daardoor verwarring bij het publiek kan ontstaan.

Gebruik

4.12.

Tussen partijen is in geschil of Asperitas met de Video’s gebruik maakt van het Bij-logo in het economisch verkeer voor waren en diensten. In dat verband heeft Asperitas allereerst aangevoerd dat het Bij-logo in de Video’s niet of nauwelijks zichtbaar is. Overwogen wordt dat in elk geval op de hiervoor onder 2.10 opgenomen screenshots het Bij-logo zodanig zichtbaar is dat dit naar voorlopig oordeel kwalificeert als gebruik daarvan. Dat geldt te meer nu de Video’s als onderwerp de modules hebben, en juist op die modules de Bij-logo’s zijn aangebracht.

4.13.

Asperitas heeft zich er voorts op beroepen dat geen sprake is van gebruik in de zin van artikel 9 lid 2 UMVo omdat de Video’s zijn gemaakt in het kader van een wedstrijd en een beurs, waarbij sprake was van promotie van het gezamenlijke project. Ter zitting is evenwel namens Asperitas verklaard dat zij deze Video’s op dit moment gebruikt om te laten zien wat zij te bieden heeft. Daaruit volgt naar voorlopig oordeel dat zij thans, na de beëindiging van de samenwerking, de Video’s (ook) gebruikt in het economisch verkeer voor haar eigen waren en diensten. Dat geldt te meer nu, naar JuMatech onbetwist heeft gesteld, JuMatech in de Video’s niet wordt genoemd. Het voorgaande brengt naar voorlopig oordeel ook mee dat de omstandigheid dat het Bij-logo in overleg tussen partijen is aangebracht op producten die Asperitas zelf heeft vervaardigd en waarop ook haar eigen merken staan, evenmin betekent dat geen sprake is van merkenrechtelijk relevant gebruik.

4.14.

Ook het gegeven dat voor een deel van de Video’s geldt dat dit beeldmateriaal betreft dat door derden is gemaakt en niet op de website of sociale media-pagina’s van Asperitas zelf staat, neemt naar voorlopig oordeel niet weg dat - zoals hiervoor is overwogen - Asperitas deze Video’s gebruikt in het economisch verkeer voor haar waren en diensten. De Video’s hebben door Asperitas vervaardigde modules als onderwerp en worden op de website dan wel sociale media-pagina van Asperitas met een afbeelding en titel getoond op een zodanige wijze dat - ook indien de bezoeker bij het klikken daarop feitelijk wordt doorgeleid naar een website van een derde - een verband wordt gelegd met de waren en diensten van Asperitas zelf.

4.15.

Asperitas heeft weliswaar gesteld dat het recht op een merk wordt begrensd door de uitingsvrijheid, zij heeft dit beroep echter ten aanzien van het onderhavige gebruik onvoldoende geconcretiseerd. De door haar wel gegeven voorbeelden zoals vergelijkende reclame en refererend merkgebruik betreffen andere situaties en kunnen niet leiden tot het oordeel dat het Bij-logo in de Video’s in het onderhavige geval niet kwalificeert als merkgebruik, althans is toegestaan.

Verwarringsgevaar

4.16.

Het verwarringsgevaar - inhoudende het gevaar dat het publiek kan menen dat de betrokken waren of diensten van dezelfde onderneming of van economisch

verbonden ondernemingen afkomstig zijn - moet globaal worden beoordeeld aan de hand van de indruk die de tekens bij de gemiddelde consument van de betrokken waren achterlaten, met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het geval, waaronder de mate van overeenstemming tussen het merk en het teken, de soortgelijkheid van de waren of diensten en de onderscheidende kracht van het merk. De mate van overeenstemming tussen merk en teken wordt globaal beoordeeld aan de hand van de totaalindruk die bij het in aanmerking komende publiek wordt achtergelaten, gelet op de auditieve, begripsmatige en/of visuele overeenstemming, daarbij onder meer rekening houdend met hun onderscheidende en dominerende bestanddelen en uitgaande van het min of meer vage herinneringsbeeld dat bij het relevante publiek blijft hangen.

4.17.

Naar voorlopig oordeel is sprake van verwarringsgevaar tussen het door Asperitas gebruikte Bij-logo en het Uniebeeldmerk. Wat betreft de waarneembaarheid van het logo, waarop Asperitas zich ook in verband met het verwarringsgevaar heeft beroepen, wordt verwezen naar hetgeen hiervoor onder 4.12 is overwogen. Het in de Video’s gebruikte logo betreft het Bij-logo dat in samenspraak tussen partijen op de modules is geplaatst en derhalve het logo dat JuMatech zelf (in de Jumatech-Merken) gebruikt. Er is dus sprake van een teken dat (wat vorm betreft) identiek is aan het logo in het Uniebeeldmerk, zodat op dit punt (visuele) overeenstemming bestaat. Hierbij geldt dat dit logo een prominente plaats inneemt in de totaalindruk van het Uniebeeldmerk. Het in het Uniebeeldmerk opgenomen kader ontbreekt in het gebruikte teken, maar dit geldt als een betrekkelijk algemene vorm waaraan weinig onderscheidende kracht en betekenis in de totaalindruk toekomt. Aan de in het Uniebeeldmerk opgenomen letters BTS komt weliswaar een groter gewicht toe, het ontbreken van (visuele dan wel auditieve) overeenstemming op dit onderdeel wordt echter gecompenseerd door het identieke logo. Het Uniebeeldmerk heeft voorshands oordelend minimaal een gemiddeld onderscheidend vermogen. Tussen partijen is voorts wat betreft het Uniebeeldmerk niet in geschil dat de waren en diensten die Asperitas aanbiedt gelijk zijn aan (een deel van) de waren en diensten waarvoor dit merk is ingeschreven. Ook indien - gelet op de aard van de waren en diensten - zou moeten worden uitgegaan van een publiek met een hoger aandachtsniveau, brengt de mate van overeenstemming en de gelijkheid in waren en diensten naar voorlopig oordeel mee dat sprake is van verwarringsgevaar. Zelfs publiek dat bekend is met de verschillende ondernemingen van partijen zal aan de hand van het onderhavige gebruik door Asperitas van het Bij-logo op zijn minst genomen kunnen menen dat deze ondernemingen economisch verbonden zijn, in welk geval sprake is van indirect verwarringsgevaar.

Uitputting

4.18.

Het beroep van Asperitas op uitputting kan niet slagen. Van uitputting van merkrechten is sprake indien waren onder het merk door of met toestemming van de merkhouder in de EER4 in de handel zijn gebracht5. Ten aanzien van de modules met daarop de Bij-logo’s geldt echter dat deze door Asperitas aan JuMatech zijn verkocht en nog steeds in eigendom zijn bij JuMatech. Van door of met toestemming van de merkhouder in het verkeer gebrachte waren is dan ook geen sprake.

Toestemming

4.19.

Asperitas heeft zich erop beroepen dat zij toestemming heeft van JuMatech voor het gebruik van het Bij-logo. Zij stelt dat partijen zich in het kader van de DEI-subsidie hebben verplicht tot media-uitingen, waarbij de websites en sociale media zouden worden ingezet om informatie over het demonstratieproject te verspreiden. Voorts wijst zij op overleg tussen partijen over het plaatsen van het Bij-logo op de modules, over het maken van opnames van die modules en over het over en weer gebruiken van materiaal van die opnames.

4.20.

Uit het instemmen door JuMatech met het aanbrengen van het Bij-logo op de voor haar te vervaardigen modules kan voorshands oordelend niet zonder meer het instemmen met het gebruik van beelden van die modules met daarop het Bij-logo worden afgeleid. Voor zover Asperitas zich beroept op het onder 2.8 bedoelde document wordt - daargelaten dat JuMatech heeft betwist dat zij met de inhoud hiervan akkoord is gegaan - het volgende overwogen. Hierin is onder meer opgenomen dat - kort gezegd - het project mede promotie ten doel had en dat de website en sociale media van Asperitas zouden worden gebruikt voor kennisverspreiding over (de resultaten van) het demonstratieproject. Voor zover hierin al toestemming tot gebruik van het Bij-logo besloten zou liggen, moet deze echter worden bezien in het kader van de samenwerking tussen partijen ten behoeve van dit project. Een dergelijke (impliciete) toestemming kan naar voorlopig ordeel niet worden geacht zich uit te strekken tot het na afloop van dat project en na de beëindiging van de samenwerking tussen partijen gebruiken van dat logo voor de waren en diensten van (uitsluitend) Asperitas zelf. Ook als sprake is geweest van overleg over het maken van opnames van de modules van JuMatech en het verwerken hiervan tot de verschillende Video’s - JuMatech betwist dat Asperitas dergelijk overleg met haar heeft gevoerd - moet dit worden gezien binnen het kader van het demonstratieproject en de samenwerking tussen partijen, zodat ook hierin voorshands evenmin zonder meer ook toestemming voor gebruik van het Bij-logo voor eigen waren en diensten na beëindiging van het project en de samenwerking besloten kan liggen.

Verbod

4.21.

Uit het voorgaande volgt dat JuMatech Asperitas op grond van artikel 9 lid 2 sub b UMVo kan verbieden inbreuk te maken op het Uniebeeldmerk door gebruik te maken van het Bij-logo. Het gevorderde inbreukverbod zal dan ook worden toegewezen, met dien verstande dat dit verbod, nu het is gebaseerd op een Uniemerk, (uitsluitend) gelding heeft binnen de Europese Unie. JuMatech heeft haar verbodsvordering tevens gebaseerd op de Beneluxbeeldmerken. Nu het verbod al op grond van het Uniemerk zal worden toegewezen, valt niet in te zien welk belang JuMatech heeft bij beoordeling van haar beroep op de Beneluxbeeldmerken, zodat de voorzieningenrechter daaraan niet toekomt.

4.22.

Asperitas heeft aangevoerd dat een verbod hoogstens verwijdering van eigen video’s van eigen websites en accounts kan betreffen. In dat verband wordt overwogen dat Asperitas gehouden is om haar eigen gebruik van het Bij-logo te staken, hetgeen in elk geval betekent dat zij beeldmateriaal waarin het Bij-logo zichtbaar is - ongeacht wie daarvan de maker is - en links, dan wel andere koppelingen of verwijzingen daarnaar van haar website en sociale media-pagina’s dient te verwijderen. Ten aanzien van Bij-logo’s die kort of vaag zichtbaar zijn wordt overwogen dat ook deze (dan wel het beeldmateriaal waarin ze te zien zijn) moeten worden verwijderd. Dit na afweging van het belang van JuMatech bij staking van elk gebruik van het Bij-logo tegen het voorshands als beperkt te achten nadeel van Asperitas bij het moeten verwijderen dan wel bewerken van beeldmateriaal en bovendien om executieproblemen te voorkomen. Om Asperitas de gelegenheid te bieden aan het verbod te voldoen, zal de termijn daarvoor worden gesteld op twee werkdagen na betekening van dit vonnis. De door JuMatech gevorderde dwangsom zal - zoals Asperitas heeft bepleit - in gematigde en gemaximeerde vorm worden toegewezen zoals in het dictum vermeld.

Proceskosten

4.23.

Asperitas zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. JuMatech maakt aanspraak op vergoeding van de redelijke en evenredige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv en heeft ter onderbouwing van deze vordering haar kosten tot en met de mondelinge behandeling opgegeven tot een bedrag van € 20.114,50. Asperitas heeft ten aanzien van een aantal door JuMatech meegerekende kostenposten betwist dat deze van proceskostenveroordeling deel uit dienen te maken en gesteld dat in dat verband ten minste een bedrag van € 5.000,- dient te worden afgetrokken.

4.24.

De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie april 2017). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Naar voorlopig oordeel is deze zaak - zoals ook partijen hebben bepleit - aan te merken als een normaal kort geding met een maximumtarief van
€ 15.000,-. Dit bedrag zal worden toegewezen, waarbij geldt dat daarmee tevens vermindering van de gevorderde proceskosten plaatsvindt met (meer dan) het door Asperitas bepleite bedrag. Het bedrag voor salaris advocaat van € 15.000,- wordt verhoogd met een bedrag van € 639,- aan griffierechten en een bedrag van € 86,40 aan deurwaarderskosten, waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 15.725,40.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt Asperitas om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op het Uniebeeldmerk in de Europese Unie te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 2.500,- voor iedere overtreding van dit bevel dan wel, naar keuze van JuMatech, een dwangsom van € 2.500,- voor iedere dag dat Asperitas met dit bevel in strijd handelt, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, met een maximum van € 100.000,-;

5.2.

veroordeelt Asperitas in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van JuMatech begroot op € 15.725,40;

5.3.

bepaalt de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na betekening van dit vonnis;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.J. Visser en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2020.

1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

2 Verordening (EU) nr. 2017/1001 van het Europees parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk

3 Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)

4 Europese Economische Ruimte

5 Artikel 15 UMVo