Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:3071

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-04-2020
Datum publicatie
06-04-2020
Zaaknummer
NL20.6752
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewaring. Vervolgberoep. Corona. Zicht op uitzetting. Ongegrond.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000 59
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.6752


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. E. El Assrouti),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. W. Vrooman).

Procesverloop

Verweerder heeft op 21 februari 2020 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

De rechtbank heeft partijen op 25 maart 2020 in verband met de ontwikkelingen rondom het coronavirus gevraagd om de beroepsgronden en het verweer zoveel mogelijk schriftelijk in te dienen. De rechtbank heeft partijen daarnaast gevraagd zich telefonisch beschikbaar te houden op het moment van de zitting.

Eiser heeft op 19 maart 2020 de beroepsgronden ingediend.

Verweerder heeft op 26 maart 2020 een reactie op de beroepsgronden ingediend.

De rechtbank heeft de gemachtigden op 30 maart 2020 telefonisch gehoord. De rechtbank heeft het onderzoek daarna gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Egyptische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] .

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 5 maart 2020 (in de zaak NL20.4806) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, te weten 2 maart 2020, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.

4. Eiser voert aan dat de maatregel van bewaring vanaf 16 maart 2020 onrechtmatig is omdat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn vanwege het Coronavirus. De Egyptische autoriteiten plannen geen presentaties in voor laissez-passer (lp) aanvragen. Het luchtruim van Egypte is gesloten. Het is onduidelijk hoe lang dit zal gaan duren. Een pandemie kan behoorlijk lang duren. Het lijkt op de Spaanse griep die in 1918 heerste, die bijna twee jaar heeft geduurd. Enerzijds worden alle aanvragen voor een visum voor kort verblijf nu afgewezen vanwege het Coronavirus, anderzijds wordt gezegd dat er nog zicht op uitzetting is. Dit is tegenstrijdig.

4.1

Verweerder stelt zich op het standpunt dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet is komen te vervallen. Verweerder wijst er in de eerste plaats op dat eiser thans niet over een (vervangend) reisdocument beschikt. Gelet hierop zal eerst de nationaliteit van eiser moeten worden vastgesteld en een vervangend reisdocument moeten worden verkregen alvorens voor hem een vlucht kan worden geboekt. De maatregelen die door Nederland en andere landen zijn getroffen in verband met de bestrijding van het Coronavirus zijn van tijdelijke aard. Het is een tijdelijke belemmering. Verweerder verwijst hierbij naar de uitspraak van 18 september 2019 van de Afdeling bestuursrechtspaak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2018:3075.

4.2

De rechtbank is met verweerder van oordeel dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt. Hoewel er niet op korte termijn naar Egypte kan worden gevlogen vanwege het Coronavirus en op dit moment nog onduidelijk is hoelang de huidige maatregelen ter bestrijding van (de verspreiding van) het Coronavirus zullen duren, zijn de uitzettingsbelemmeringen naar hun aard tijdelijk. Daarbij komt dat op eiser de plicht rust om zijn actieve en volledige medewerking te verlenen aan het verkrijgen van concrete en verifieerbare gegevens, waaronder documenten, die nodig zijn om de beoogde uitzetting te bewerkstelligen en dat hij ook zelf de nodige, controleerbare inspanningen verricht om dergelijke gegevens te verkrijgen. Zoals verweerder heeft gesteld, is eiser op dit moment ongedocumenteerd en zal daarom eerst de nationaliteit van eiser vastgesteld moeten worden en een vervangend reisdocument moeten worden verkregen, alvorens voor hem een vlucht kan worden geboekt. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat eiser de duur van de maatregel zelf kan bekorten door zijn volledige medewerking te verlenen en zelf contact op te nemen met de autoriteiten van zijn land van herkomst of familie aldaar en te verzoeken om afgifte van documenten. Dit heeft hij niet gedaan. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank op dit moment geen aanleiding om te oordelen dat het zicht op uitzetting naar Egypte op een zodanige manier ontbreekt dat tot opheffing van de maatregel dient te worden overgegaan. Vast staat dat de redelijke termijn ten aanzien van de maatregel op dit moment nog niet in het geding is. Indien de situatie dat tijdelijk niet tot uitzetting kan worden overgegaan te lang gaat voortduren, kan eiser de zaak opnieuw voorleggen. De vergelijking van eiser met de duur van de Spaanse griep in 1918 en verweerders handelen ten aanzien van visa, treft geen doel omdat het andere tijden en situaties betreft.

5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Kos, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Pronk, griffier.

Deze uitspraak is gedaan op:

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus wordt deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.