Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:2993

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-04-2020
Datum publicatie
06-04-2020
Zaaknummer
C/09/590748 / JE RK 20-748
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

spoed MUHP

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaksgegevens: C/09/590748 / JE RK 20-748

Datum uitspraak: 1 april 2020

Beschikking van de kinderrechter

Machtiging tot uithuisplaatsing; spoedvoorziening

in de zaak naar aanleiding van het op 1 april 2020 ingekomen verzoek van:

de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering

(hierna te noemen: de gecertificeerde instelling),

betreffende:

[minderjarige] geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoek, met bijlagen, waaronder de Bepaling Jeugdhulp van 1 april 2020.

Feiten

De moeder en de stiefvader zijn thans nog met elkaar gehuwd.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft thans feitelijk bij de moeder.

Verzoek

Het verzoek strekt tot machtiging [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een

accommodatie zorgaanbieder 24 uurs voor de duur van twee maanden. De kinderrechter leest dit als een verzoek tot plaatsing van [minderjarige] in accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.

Het verzoek strekt mede tot toepassing van het bepaalde in artikel 800, derde lid, en artikel 809, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Beoordeling

Hoewel de moeder en de stiefvader, [de man] , thans nog met elkaar gehuwd

zijn, merkt de kinderrechter de stiefvader vooralsnog niet aan als belanghebbende, nu hij kennelijk al enige tijd in voorarest zit op verdenking van een strafbaar feit en er dus nu geen sprake is van family life.

Op grond van de informatie zoals gebleken uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde bijlagen komt de kinderrechter tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [minderjarige] in het belang van de verzorging en opvoeding uit huis wordt geplaatst. Daartoe is redengevend dat bij de moeder thuis de fysieke en emotionele veiligheid van [minderjarige] niet langer kan worden gewaarborgd. Er zijn vermoedens van seksueel misbruik van [minderjarige] door de stiefvader en de moeder zet [minderjarige] onder druk om te verklaren dat hij heeft gelogen. Zij wil hem ook niet langer in huis hebben, omdat zij wil dat de stiefvader terugkomt. Zij gebruikt haar netwerk om [minderjarige] onder druk te zetten. [minderjarige] is bezorgd en angstig. Hij wil onder deze omstandigheden zelf ook niet meer thuis wonen. Hij wil graag terug naar [accommodatie] , waar hij eerder veilig heeft verbleven. Daar is nu ook plek voor hem.

Het verhoor van de verzoekster en de overige belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] .

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing.

De kinderrechter:

merkt de stiefvader vooralsnog niet aan als belanghebbende in deze procedure;

machtigt de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering

[minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een in accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 1 april 2020 tot 11 april 2020;

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

in verband met de maatregelen tegen het coronavirus (COVID-19) worden verzoeker en belanghebbende(n) en [minderjarige] niet op de rechtbank, maar telefonisch gehoord op

9 april 2020 te 13.30 uur ;

verzoekt de gecertificeerde instelling om zo spoedig mogelijk de telefoonnummers van de belanghebbenden en de minderjarige aan de rechtbank te verstrekken;

gelast de griffier tegen voormeld telefonisch verhoor op te roepen:

de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering;
de moeder;
[minderjarige] .

Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. van der Wilt, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte, griffier en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2020.

Voor zover in deze beschikking eindbeslissingen staan, kan hoger beroep tegen deze beschikking worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.