Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:2762

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-03-2020
Datum publicatie
31-03-2020
Zaaknummer
C/09/587930 / FA RK 20-543
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beëindiging gezag en beslissing op het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing - telefonisch horen ivm het coronavirus

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaksgegevens: FA RK 20-543C/09/587930 / FA RK 20-543 en

C/09/588557 / JE RK 20-389

Datum uitspraak: 18 maart 2020

Beschikking van de kinderrechter

Beëindiging gezag en beslissing op het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak naar aanleiding van het op 4 februari 2020 ingekomen verzoek van:

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden (hierna te noemen: de Raad),

en

het op 13 februari 2020 ingekomen verzoek van:

de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (verder: de gecertificeerde instelling),

betreffende:

[minderjarige] geboren op [geboortedag 1] 2004 te [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vrouw]

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

[pleegmoeder] en [pleegvader] ,

hierna: de pleegouders,

wonende te [woonplaats] .

Procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- de verzoeken, met als bijlage bij het verzoek van de Raad onder meer het rapport van de

Raad van 31 januari 2020;

- het emailbericht van 17 maart 2020, met bijlage, van de zijde van de gecertificeerde

instelling.

Op 18 maart 2020 zijn in verband met de maatregelen tegen het coronavirus (COVID-19), de verzoekers gehoord in een zogeheten conferentiegesprek. Gehoord zijn [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming en [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling.

De pleegouders hebben desgevraagd via de gecertificeerde instelling hun mening kenbaar gemaakt.

De kinderrechter heeft meerdere malen geprobeerd telefonisch contact met de moeder te krijgen, maar dit is niet gelukt, ook niet na het inspreken van een voicemailbericht.

[minderjarige] heeft haar mening op schrift gesteld. De rechtbank heeft dit schrijven op 12 maart 2020 ontvangen.

Feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft feitelijk bij de pleegouders in [woonplaats] .

De kinderrechter heeft bij beschikking van 15 augustus 2019 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd van 20 september 2019 tot 20 september 2020, alsmede voor dezelfde duur

de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg. [minderjarige] woont sinds de zomer van 2018 in het gezin van het huidige pleeggezin.

Verzoek en verweer

De Raad verzoekt het gezag van de moeder over [minderjarige] te beëindigen en de pleegouders te benoemen tot voogd over [minderjarige] .

Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat [minderjarige] in ieder geval tot haar meerderjarigheid zal wonen in het gezin van haar [pleegmoeder] , haar huidige pleeggezin.

Werken aan een terugplaatsing bij de moeder is niet aan de orde, omdat de hulpverlening voor de moeder niet van de grond komt. In die zin zijn de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing niet meer geëigend en dient een gezagsbeëindigende matregel te worden uitgesproken.

De pleegmoeder regelt nu al veel praktische zaken voor [minderjarige] . Het is dan ook niet meer dan passend als [pleegmoeder] en haar partner de voogdij over [minderjarige] uitoefenen.

Tijdens de telefonische behandeling is van de zijde van de Raad en de gecertificeerde instelling aangegeven dat [minderjarige] destijds zelf heeft besloten bij haar tante te gaan wonen en dat zij het aldaar supergoed doet.

De moeder komt nooit haar afspraken na. Zij ziet wel in dat beëindiging van haar gezag het beste is voor [minderjarige] en kan hier mee instemmen.

Van de zijde van de gecertificeerde instelling is voorts aangegeven dat het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing niet langer wordt gehandhaafd als het verzoek tot beëindiging van het gezag wordt toegewezen.

De pleegouders hebben de jeugdbeschermer laten weten dat zij [minderjarige] als hun eigen kind opvoeden en dat het fijn zou zijn als zij ook de benodigde beslissingen kunnen nemen.

[minderjarige] heeft schriftelijk aangegeven dat zij het naar haar zin heeft in het gezin van haar tante en dat zij daar graag wil blijven. Ook wil zij graag dat haar pleegouders het gezag krijgen en de beslissingen over haar kunnen nemen.

Beoordeling

Nu de kinderrechter de moeder na diverse pogingen telefonisch niet heeft kunnen horen, hoewel de jeugdbeschermer haar op 17 maart 2020 op de hoogte heeft gebracht van het tijdstip van de belafspraak, ziet de kinderrechter geen reden tot aanhouding van de behandeling over te gaan.

De kinderrechter overweegt dat zij op grond van artikel 1:266, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) het gezag van een ouder kan beëindigen, indien

a. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of

b. de ouder het gezag misbruikt.

De kinderrechter is van oordeel dat aan het criterium van artikel 1:266, eerste lid, onder a BW is voldaan. Uit de overgelegde stukken en het horen van verzoeker en de gecertificeerde instelling is gebleken dat de moeder niet binnen een voor [minderjarige] aanvaardbaar te achten termijn de verantwoordelijkheid kan dragen om beslissingen rondom [minderjarige] te nemen.

De rechtbank zal het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder toewijzen.

Aangezien de beëindiging van het gezag van de moeder ertoe zal leiden dat een gezagsvoorziening over [minderjarige] komt te ontbreken, dient de kinderrechter op grond van artikel 1:275, eerste lid, BW een voogd over haar te benoemen. In dat verband overweegt de kinderrechter dat de pleegouders zich schriftelijk bereid hebben verklaard de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden.

Nu het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing niet langer wordt gehandhaafd, constateert de kinderrechter dat zij in die zaak (C/09/588557) geen beslissing meer hoeft te nemen.

Beslissing

De kinderrechter:

beëindigt het ouderlijk gezag van

de moeder: [de vrouw] , geboren op [geboortedag 2] 1981 te [geboorteplaats 2] ,

over de minderjarigen:

- [minderjarige] geboren op [geboortedag 1] 2004 te [geboorteplaats 1] ,

benoemt tot voogden over voormelde minderjarige:

- [pleegmoeder] geboren op [geboortedag 3] 1967 te [geboorteplaats 3] (Suriname),

- [pleegvader] geboren op [geboortedag 4] te [geboorteplaats 4] (Suriname),

gelast de griffier deze beslissing te laten aantekenen in het gezagsregister;

stelt vast dat er de zaak met nummer C/09/588557 / JE RK 20-389 niets meer te beslissen valt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2020 door mr. E.M.M. Engbers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 maart 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.