Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:2755

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-03-2020
Datum publicatie
27-03-2020
Zaaknummer
FT RK 20/280
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Faillissement / surplus / benoeming curator als vereffenaar

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 23
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2020-0105
OR-Updates.nl 2020-0135
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventies

zaaknummer / rekestnummer: FT RK 20/280

Beschikking van 26 maart 2020

I. Het verzoek

Op 12 februari 2020 hebben:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Mexx Europroductions B.V., statutair gevestigd te Voorschoten, verkerend in staat van faillissement en vertegenwoordigd door haar curator mr. F. Kemp, en

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Mexx Holding Netherlands B.V., statutair gevestigd te Amsterdam, eveneens verkerend in staat van faillissement en vertegenwoordigd door haar curator mr. F. Kemp,

een verzoekschrift ingediend, ingekomen op 13 februari 2020.

Het verzoek strekt tot benoeming van een vereffenaar van Mexx Europroductions B.V. (hierna: de vennootschap), op grond van artikel 2:23 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en tot bepaling dat de kosten van deze procedure ten laste komen van de vereffening.

II. De feiten

1. Op 10 december 2014 is de vennootschap in staat van faillissement verklaard waarbij mr. L. van Berkum (thans mr. I.M. Bilderbeek) als rechter-commissaris is benoemd en mr. F. Kemp als curator is aangesteld.

2. De verificatievergadering vond plaats op 12 oktober 2017. Volgens verzoeksters ziet het ernaar uit dat alle geverifieerde schuldeisers volledig kunnen worden voldaan. Daarna resteert een surplus dat ook moet worden vereffend. De curator en het bestuur van de vennootschap zijn het erover eens dat ook de vereffening van het surplus door de curator moet gebeuren. De rechter-commissaris heeft daarmee ingestemd.

III. De beoordeling

1. De rechtbank vindt het voldoende aannemelijk dat verzoekster sub 1 (de vennootschap) en verzoekster sub 2 (de enig aandeelhouder van de vennootschap) belang hebben bij hun verzoek. Nu het ernaar uitziet dat alle crediteuren van de vennootschap volledig kunnen worden voldaan en er een surplus zal resteren, moet een vereffenaar dat surplus vereffenen. Eventuele vorderingen van crediteuren die in het faillissement niet-verifieerbaar zijn, zoals met name rentevorderingen, kunnen tijdens die vereffening alsnog worden voldaan, en het liquidatieoverschot kan aan de aandeelhouder worden afgedragen. De curator, mr. F. Kemp, beschikt over de daartoe benodigde administratieve stukken en is bekend met de wettelijke systematiek. Het bestuur en de rechter-commissaris hebben ermee ingestemd dat de curator de vereffenaar wordt. Van overige belanghebbenden is niet gebleken. De rechtbank is daarom van oordeel dat de curator de meest gerede persoon is om de vereffening te voltooien. Het verzoek is dus in beginsel voor toewijzing vatbaar.

2. De vraag is of het ook noodzakelijk is dat voormelde benoeming (bij beschikking) plaatsvindt. Gebleken is dat de slotuitdelingslijst nog niet is gedeponeerd en dus nog niet verbindend is geworden. Er is dus nog niet aan de geverifieerde schuldeisers uitgedeeld en de curator heeft nog geen rekening en verantwoording afgelegd. Dat betekent dat het faillissement nog niet geƫindigd en de curator nog niet is gedefungeerd. Hij zou wellicht met het deponeren en de uitdeling kunnen wachten totdat hij ook de (andere) belangen van de schuldeisers en die van de aandeelhouders heeft behartigd, dus tot het moment dat behalve de afwikkeling van het faillissement ook de vereffening van het vermogen van de rechtspersoon (de vennootschap) kan worden afgerond. Hij kan dan ook het surplus vereffenen.

3. Er is geen wettelijke grondslag die de curator verplicht tot een integrale vereffening van zowel de failliete boedel als het vermogen van de ontbonden rechtspersoon. De curator kan eerst het faillissement afwikkelen. Als dat gebeurt is hij, na het einde van het faillissement, in elk geval gedefungeerd en daardoor niet meer bevoegd het restant te vereffenen. Erop vooruitlopend dat de curator op deze manier te werk zal gaan, zal de rechtbank hem daarom alvast als vereffenaar van het surplus benoemen.

4. Overeenkomstig het verzoek zal de rechtbank bepalen dat de kosten van deze procedure ten laste van de vereffening zullen komen.

IV. De beslissing

De rechtbank:

- benoemt mr. F. Kemp, Fort advocaten, gevestigd te Amsterdam, tot vereffenaar

van het surplus;

- bepaalt dat de vereffenaar een beloning word toegekend in overeenstemming met de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling;

- bepaalt dat de kosten van deze procedure ten laste van de vereffening zullen

komen;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Don en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2020.