Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:2706

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-02-2020
Datum publicatie
03-04-2020
Zaaknummer
NL20.356
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

mondelinge uitspraak, mob vertrokken, geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.356

V-nummer: [nummer]


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R. Jonkman).


Procesverloop
Bij besluit van 30 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.357, plaatsgevonden op 5 februari 2020. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.

2. Bij brief van 1 februari 2020 heeft verweerder de rechtbank geïnformeerd dat eiser sinds 24 januari 2020 staat geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken.

3. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser in de gelegenheid gesteld om te reageren op de brief van verweerder van 1 februari 2020. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank op 3 februari 2020 geïnformeerd dat hij de vragen die de rechtbank hem heeft gesteld niet kan beantwoorden, omdat hij dan zijn beroepsgeheim schendt. Verder heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank meegedeeld dat hij niet ter zitting zal verschijnen.

4. De rechtbank stelt vast dat eiser per 24 januari 2020 staat geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft niet aangegeven wanneer hij voor het laatst contact met eiser heeft gehad en of hij weet of eiser nog in Nederland verblijft. Ook is eiser niet ter zitting verschenen. Gelet hierop concludeert de rechtbank dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op toelating door Nederland. Om die reden heeft eiser niet langer belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

5. Omdat het procesbelang is komen te ontvallen, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier, op 5 februari 2020.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.