Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:1877

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-03-2020
Datum publicatie
17-03-2020
Zaaknummer
C/09/564005 / HA ZA 18-1200
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over mislukte samenwerking in telecombranche. Indiening van vervalste stukken door eiseressen. Ernstige schending waarheidsplicht (art. 21 Rv). Sanctie: integrale afwijzing vorderingen. Gedeeltelijke toewijzing tegenvorderingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/564005 / HA ZA 18-1200

Vonnis van 4 maart 2020

in de zaak van

1 MASSAAL HOLDING B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

2. TELECOMHUYS DEN HAAG B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

3. TELECOMHUYS ZAKELIJK B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

4. TELECOMHUYS BERKEL B.V.,

gevestigd te Lansingerland,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. T. Schutte te Amsterdam,

tegen

1 [de B.V.] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. A.C. Hansen te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Massaal Holding c.s. en [de B.V. c.s.] genoemd worden. Partijen worden afzonderlijk aangeduid als Massaal Holding, Telecomhuys Den Haag, Telecomhuys Zakelijk, Telecomhuys Berkel, [de B.V.] en [gedaagde sub 2] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 14 november 2018 met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 27 maart 2019 waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte overlegging producties, met producties;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 20 november 2019 en de daarin genoemde nadere stukken;

  • -

    de brief van de raadsman van [de B.V. c.s.] van 3 december 2019 waarin wordt meegedeeld dat de reconventionele vordering onder VI wordt ingetrokken;

  • -

    de rolbeslissing van deze rechtbank van 11 december 2019 waarin is besloten om de ‘akte uitlating partijen tevens houdende akte uitlating producties’ aan de zijde van Massaal Holding c.s. van 4 december 2019 buiten beschouwing te laten.

1.2.

Het proces-verbaal van comparitie is buiten aanwezigheid van partijen opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om eventuele feitelijke onjuistheden binnen twee weken schriftelijk kenbaar te maken aan de rechtbank. Partijen hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

1.3.

Ten slotte is de datum voor het wijzen van vonnis nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Massaal Holding is de enig bestuurder en enig aandeelhouder van haar dochtervennootschappen Telecomhuys Den Haag, Telecomhuys Zakelijk en Telecomhuys Berkel.

2.2.

Massaal Holding, Telecomhuys Den Haag en Telecomhuys Zakelijk zijn actief in de dienstverlening op het gebied van telecommunicatietechnologie. De onderneming is op dit moment verdeeld in Telecomhuys Den Haag voor de particuliere markt in de regio Den Haag en Telecomhuys Zakelijk voor de zakelijke markt, met een landelijke dekking. Tot de verkoop van de bedrijfsactiviteiten in mei 2018 door Massaal Holding was ook Telecomhuys Berkel onderdeel van de onderneming. Telecomhuys Berkel bediende de particuliere markt in de regio Berkel. Telecomhuys Berkel, Telecomhuys Den Haag en Telecomhuys Zakelijk worden hierna gezamenlijk aangeduid als de ‘Onderneming’.

2.3.

[A B.V.] (hierna: [A B.V.] ) is de persoonlijke holding van [A] (hierna: [A] ). [B B.V.] (hierna: [B B.V.] ) is de persoonlijke holding van [B] (hierna: [B] ).

2.4.

[de B.V.] is de persoonlijke holding van [gedaagde sub 2] . [gedaagde sub 2] heeft daarnaast een eenmanszaak onder de naam [de Eenmanszaak] .

2.5.

[A] en [B] zijn in de loop van 2016 met [gedaagde sub 2] een samenwerking aangegaan onder de naam ‘ [X] ’. In dat verband hebben zij met elkaar onder meer gesproken en gecorrespondeerd over een inbreng van de eenmanszaak [de Eenmanszaak] door [gedaagde sub 2] in Massaal Holding of in (een van) haar dochterondernemingen.

2.6.

Op 7 november 2016 is [de B.V.] krachtens deze samenwerking toegetreden als aandeelhouder en bestuurder van Massaal Holding, naast [A B.V.] en [B B.V.] . De aandelen in Massaal Holding worden vanaf deze datum, ieder met gelijke delen, door [A B.V.] , [B B.V.] en [de B.V.] gehouden.

2.7.

Artikel 16 lid 7 van de statuten van Massaal Holding bepaalt:

“Ingeval van ontstentenis of belet van een bestuurder blijven de overige bestuurders met het bestuur belast. Bij ontstentenis of belet van alle bestuurders berust het bestuur van de

vennootschap tijdelijk bij één door de algemene vergadering daartoe aangewezen persoon.

De algemene vergadering heeft het recht om ook ingeval van ontstentenis of belet van één of meer, doch niet alle bestuurders, een persoon als bedoeld in de vorige zin, aan te wijzen die alsdan mede met het bestuur is belast.”

2.8.

In januari 2017 heeft [de B.V. c.s.] een leaseauto ter beschikking gekregen.

2.9.

Op 25 oktober 2017 heeft een algemene vergadering van aandeelhouders van Telecomhuys Zakelijk plaatsgevonden. De notulen van die vergadering vermelden dat [A] , [B] en [gedaagde sub 2] als (middellijke) aandeelhouders aanwezig waren. In de vergadering is met algemene stemmen besloten om de winst van € 105.887 toe te voegen aan de overige reserves. De notulen zijn door [A] en [B] ondertekend.

2.10.

Op 30 mei 2018 heeft [gedaagde sub 2] zich per e-mail ziek gemeld bij [A] en [B] . In de periode daarvoor waren de verhoudingen tussen enerzijds [gedaagde sub 2] en anderzijds [A] en [B] verslechterd.

2.11.

Op 25 juni 2018 heeft een bestuursvergadering van Massaal Holding plaatsgevonden. [A] en [B] waren hierbij aanwezig. [gedaagde sub 2] was niet aanwezig. In de bestuursvergadering is besloten om de managementfee van [gedaagde sub 2] voorlopig stop te zetten tot hij weer volledig ingezet kon worden.

2.12.

Op 27 juni 2018 heeft [A] [gedaagde sub 2] per e-mail het volgende bericht:

“Beste [gedaagde sub 2] ,

Erg vervelend dat het nog steeds niet goed met je gaat en dat je tegen een zware burn-out aanzit. Wij gunnen jou dan ook alle ruimte om aan jouw herstel te werken.

Helaas heeft jouw afwezigheid ook impact op de bedrijfsvoering. Door jouw wegvallen staan de kosten onder druk, zeker gezien ik me vrijwel niet meer met verkoop kan bezighouden omdat ik jouw taken mbt support/installatie en administratie nu volledig moet overnemen. Daarnaast zijn wij genoodzaakt meer externe uren in te huren voor de implementatie van telefonie en ICT-projecten. Dit zal gevolgen hebben voor de omzet in de komende tijd.

Ik hoop dat je begrijpt dat het in deze situatie voor [X] onverantwoord is om jouw

management fee te blijven uitkeren. [B] en ik hebben als zittend bestuur dan ook besloten om vanaf 1 juni jouw managementvergoeding on-hold te zetten totdat je weer volledig inzetbaar bent voor [X] .

Bijgevoegd tref jij een volledig verslag van de bestuursvergadering.

Nogmaals, erg vervelend deze situatie. Ik hoop dat je snel beter wordt!”

2.13.

Op 28 en 29 juni 2018 heeft [gedaagde sub 2] ten laste van Telecomhuys Zakelijk, Telecomhuys Berkel en Telecomhuys Den Haag voor duizenden euro’s betalingen verricht aan [de B.V.] (hierna: de Transacties).

2.14.

Bij aandeelhouders- en bestuursbesluiten van 29 juni 2018 heeft Massaal Holding besloten om alle machtigingen van en volmachten aan [gedaagde sub 2] en [de B.V.] in te trekken en hen te gebieden zich per direct te onthouden van alle handelingen die Telecomhuys Den Haag, Telecomhuys Zakelijk en Telecomhuys Berkel kunnen schaden. Voorts is besloten om per direct alle machtigingen van [gedaagde sub 2] en [de B.V.] voor de ICT-systemen, ICT-omgevingen en websites van deze vennootschappen in te trekken en om [gedaagde sub 2] en [de B.V.] te sommeren per omgaande de desbetreffende inloggegevens en wachtwoorden aan [A] en [B] te verstrekken.

2.15.

Op 30 juni 2018 hebben [A] en [B] de hiervoor genoemde aandeelhouders- en bestuursbesluiten en een oproep voor de algemene vergadering van aandeelhouders van Massaal Holding op 11 juli 2018 per e-mail (als bijlagen) verstuurd aan [gedaagde sub 2] . Op de agenda van die aandeelhoudersvergadering is het voorgenomen ontslag van [gedaagde sub 2] als bestuurder van Massaal Holding en het horen van [gedaagde sub 2] daaromtrent geagendeerd. De tekst van de begeleidende e-mail luidt onder meer als volgt:

“Tot ons grote teleurstelling en spijt hebben wij de afgelopen week moeten constateren datje als (middellijk) bestuurder en (middellijk) aandeelhouder van Massaal Holding BV, Telecomhuys Berkel BV, Telecomhuys Den Haag BV en Telecomhuys Zakelijk BV (de "Vennootschappen") de belangen van de Vennootschappen in ernstige mate hebt geschaad.

We hebben vastgesteld dat je ten laste van de Vennootschappen overboekingen aan jezelf en [de B.V.] hebt gedaan, alsook betalingen hebt verricht. Daarnaast heb je de bankpassen van de rekeningen van de Vennootschappen bij ING en ABN AMRO geblokkeerd. Dit heeft er toe geleid dat de bedrijfsvoering van de Vennootschappen in gevaar komt en de belangen van de Vennootschappen ernstig zijn geschaad. In dat verband verwijzen we je naar bijgaande besluitvorming van de Vennootschappen alsmede een oproeping voor de algemene vergadering van aandeelhouders van Massaal Holding BV op 11 juli 2018 om 10.00 uur op het kantoor van Massaal Holding BV ( [adres] ).

In verband met het voornoemde sommeren we je om per ommegaande:

1. alle onttrokken gelden van de Vennootschappen te retourneren aan de Vennootschappen;

2. ervoor te zorgen dat [A B.V.] en [B B.V.] onverkort toegang hebben en blijven houden tot de bankrekeningen van de Vennootschappen;

3. je te onthouden van enige of verdere handelingen voor, namens of ten laste van de Vennootschappen.

We stellen jou en [de B.V.] hierbij aansprakelijk voor alle schade die hieruit voortvloeit en reeds is voortgevloeid. De Vennootschappen alsmede [A B.V.] en [B B.V.] behouden zich uitdrukkelijk alle rechten voor.”

2.16.

Met een brief van 2 juli 2018 heeft [de B.V.] aan [B B.V.] en [A B.V.] het volgende bericht:

“Beste [A] en [B] ,

Als medeaandeelhouder van Massaal holding bv en de daarbij behorende

werkmaatschappijen, Telecomhuys Zakelijk BV, Telecomhuys Berkel BV en Telecomhuys

Den Haag BV licht ik jullie als volgt in:

Ik weet niet wat jullie beide allemaal aan het doen zijn, echter sinds mijn ziek melding

hoor of zie ik niks meer van jullie en heb ik het idee dat jullie er wederom een puinhoop

van maken. Dit is niet wenselijk daar het mij, zoals jullie weten, dik een jaar heeft gekost

om de financiële puinhoop die jullie ervan gemaakt hadden op te ruimen. Met daarbij oa

de eindeloos lange discussie over onrechtmatig geld naar jezelf toesluizen en "jullie

manier" van zwart geld generen uit de kassa's van de winkels.

Sinds maandag 18 juni jl, heb ik geen toegang meer tot mijn email, crm, de boekhouding

(Excat online). Elke ander klanten portaal waarbij wij toegang zou moeten hebben heb ik

geen toegang meer toe. Inloggen op de zaak kan zelfs niet meer.

Van het weekend was ik in [plaats] en bleek de winkel leeg te zijn, wat er op

duid dat er dat de werkzaamheden zijn gestaakt voor Telecomhuys Berkel BV? Dit zal eerst

ter goedkeuring van de aandeelhouders moeten komen, voordat hier een akkoord op

gegeven wordt. Alsmede zal er een prijs bepaald moeten worden. Dit is bij niet gebeurd.

Tevens heb ik tot afgelopen vrijdag toegang gehad tot de bankrekeningen gehad (mijn

bankpassen blijken ineens geen toegang meer te hebben tot de bankrekeningen) waarop er

veiligstellingen gedaan werden naar een rekeningen nummer die niet bekend is bij mij, nog

ik toegang tot heb maar waaruit blijkt dat ik daar wel mede eigenaar van ben. Dit is

natuurlijk niet de bedoeling. Tevens duid het erop dat jullie je betaalpassen kwijt zijn wat

echt weer wat voor jullie is, of dat jullie weer geld aan het doorsluizen zijn zoals jullie

hiervoor ook steeds deden.

Het lijkt erop dat jullie mij compleet aan het buiten sluiten zijn en jullie zelfstandig

beslissingen aan het maken zijn die de wederom bedrijfsvoering ernstig in gevaar brengen.

Dit kan en mag natuurlijk niet en is wettelijk niet toegestaan. Ik hoop dat jullie hiervan op

de hoogte zijn.

Mijn burn-out zal nog geruime tijd in beslagnemen, echter door dit soort dingen zal het

alleen maar langer duren voor dat ik hersteld ben. Dit is echt niet wenselijk voor de

organisatie, en zelfs naar het asociale toe.

Tot dat ik hersteld bent van de burn-out, kunnen en mogen er geen bedrijf kritische

beslissingen genomen worden. Dit is ook niet noodzakelijk daar ik in overleg met jullie de organisatie dusdanige heb neergezet dat de toekomst van de organisatie er zeer

rooskleurig uitziet.

Indien jullie van mening zijn samen de organisatie voort te willen zetten, daar het erop

lijkt dat jullie beide mij volledig buitensluiten, staat het jullie altijd vrij mij een serieus

goed aanbod te doen voor mijn aandelen, zodat ik kan overwegen mijn aandelen aan jullie

te koop aan te bieden.

Ik hoop in deze dat ik de verkeerde conclusie trek en dat we bijvoorbeeld gehackt zijn, en

jullie mij "vergeten" zijn in te lichten.

Ik zie dan ook de toegang tot alle portalen alsmede de betaling van mijn vergoedingen per

omgaande tegemoet.

Is dit niet het geval dan stel ik jullie beide aansprakelijk voor de schade die de organisatie

lijdt alsmede mijzelf toekomt, dit voor tijdsbestek dat mijn herstel van mijn ziekte (burnout)

en door het onrechtmatig handelen wat jullie beide erop nahouden. De daarbij

komende kosten (juridisch en medisch) worden tevens op jullie beide verhaald

Nogmaals, totdat ik herstelt ben van de burn-out mogen en kunnen er op geen

strategische, dan wel op aandeelhouders niveau, beslissingen worden genomen. Daar dat

met deze ziekte helaas niet gaat.”

2.17.

Per brief van 12 juli 2018 heeft [de B.V.] aan [B B.V.] en [A B.V.] bericht geen oproep of agenda voor een algemene aandeelhoudervergadering van Massaal Holding op 25 juni 2018 te hebben ontvangen. [de B.V.] schrijft dat zij (onder meer) het besluit tot de stopzetting van de managementfee vernietigt, nu dit besluit gebreken kent.

2.18.

Op 12 juli 2018 heeft [gedaagde sub 2] ten laste van Telecomhuys Zakelijk een betaling uitgevoerd aan [de B.V.] voor een bedrag van € 2.486.

2.19.

Op 13 juli 2018 heeft een algemene vergadering van aandeelhouders van Massaal Holding plaatsgevonden. Aanwezig waren [A] en [B] . [gedaagde sub 2] was niet aanwezig. Wel heeft [de B.V. c.s.] heeft voorafgaand aan de vergadering per e-mail en whatsapp laten weten bezwaar te maken tegen het geagendeerde besluit tot ontslag van [de B.V.] als bestuurder van Massaal Holding. In de vergadering is vervolgens met twee/derde meerderheid van stemmen besloten tot dit ontslag.

2.20.

Met een aangetekende brief van 13 juli 2018, voorzien van de notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders van Massaal Holding op 13 juli 2018 als bijlage, heeft de advocaat van Massaal Holding c.s. onder meer het volgende aan [de B.V. c.s.] bericht:

“Tot grote teleurstelling en spijt van het bestuur van de Onderneming heeft men moeten constateren dat u na voornoemde brief in de periode tussen 18 juni 2018 en donderdag 12 juli 2018 de belangen van de Onderneming verder en in ernstige mate hebt geschaad (…).

(…)

Als gevolg van de (…) genoemde acties, de acute spoedeisendheid en daarmee het ernstig schaden van de belangen van de Onderneming heeft het bestuur van Massaal op 29 juni 2018 een bestuursbesluit genomen (mede namens Telecomhuys Berkel, Telecomhuys Den Haag en Telecomhuys Zakelijk) (de "Besluiten"). Deze Besluiten zijn aan u op 30 juni 2018 per e-mail en op 4 juli 2018 per aangetekende post aan u verzonden. In deze Besluiten is, kort gezegd en zoals reeds bekend bij u, besloten al uw machtigingen en/of volmachten die u alsmede [de B.V.] hebt, in te trekken en bent u gesommeerd zich te onthouden van enige handeling namens Massaal Holding, Telecomhuys Berkel, Telecomhuys Den Haag en Telecomhuys Zakelijk. Tevens bent u gesommeerd om per ommegaande alle inloggegevens en wachtwoorden ten aanzien van alle digitale systemen te verstrekken aan de andere leden ven het bestuur. Tenslotte is de algemene vergadering van aandeelhouders van Massaal Holding opgeroepen waarbij uw ontslag als bestuurder is geagendeerd.

(…)

Tot op heden hebt u niet aan de sommaties in de Besluiten voldaan. De algemene vergadering van aandeelhouders van Massaal Holding heeft op 13 juli 2018 plaatsgevonden, waarin het besluit tot uw ontslag is genomen. De notulen van deze algemene vergadering zijn als bijlage bij deze brief gevoegd. Thans bent u geen bestuurder meer van Massaal Holding. Ter voorkoming van enig misverstand, u hebt geen enkele (vertegenwoordigings) bevoegdheid meer ten aanzien van Massaal Holding en/of de Onderneming, welke u dient te respecteren. Tevens heeft u geen recht meer op enige vergoeding uit dien hoofde.

Hierbij sommeer ik u nogmaals om te voldoen aan de verzoeken zoals genoemd in de Besluiten. [de B.V.] en u worden hierbij hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor alle reeds ontstane en toekomstige schade van de Onderneming (waaronder Massaal Holding, Telecomhuys Berkel, Telecomhuys Den Haag en Telecomhuys Zakelijk) alsmede [A B.V.] en [B B.V.] . Tenslotte sommeer ik u om uiterlijk dinsdag 17 juli 2018 alle eigendommen van de Onderneming in uw bezit in te leveren bij de heer [A] of de heer [B] , waaronder in ieder geval wordt begrepen uw laptop, telefoon en leaseauto.”

2.21.

Met een aangetekende brief van 18 juli 2018, die ook is verzonden aan drie afzonderlijke e-mailadressen van [gedaagde sub 2] , is [de B.V.] uitgenodigd voor een algemene vergadering van aandeelhouders van Massaal Holding op 27 juli 2018. De uitnodiging vermeldt als agendapunten onder meer het voorstel tot de bevestiging en/of goedkeuring, voor zover vereist, van het besluit van 25 juni 2018 om de betaling van de managementfee aan [de B.V.] op te schorten en van alle handelingen en besluiten van het bestuur van Massaal Holding in de periode tussen 31 mei 2018 en heden.

2.22.

Op 27 juli 2018 heeft de algemene vergadering van aandeelhouders van Massaal Holding plaatsgevonden. Aanwezig waren [A] en [B] . [gedaagde sub 2] was niet aanwezig. De notulen vermelden onder meer dat de vergadering unaniem heeft ingestemd met het voorstel tot bevestiging en/of goedkeuring, voor zover vereist, van het besluit van 25 juni 2018 om de betaling van de managementfee aan [de B.V.] op te schorten en van alle handelingen en besluiten van het bestuur van Massaal Holding in de periode tussen 31 mei 2018 en heden.

2.23.

Met een aangetekende brief aan [B B.V.] en [A B.V.] van 5 september 2018 schrijft [de B.V. c.s.] onder meer dat zij geen oproep of agenda voor de AVA van 27 juli 2018 heeft ontvangen en dat zij de daarin genomen besluiten om die reden vernietigt.

2.24.

Met een andere aangetekende brief van 5 september 2018 heeft [de B.V.] de door haar in Massaal Holding gehouden aandelen voor een bedrag van € 650.000 aangeboden aan [B B.V.] en [A B.V.] .

2.25.

Bij brief van haar raadsman van 18 september 2018 heeft Massaal Holding c.s. gereageerd op (onder meer) voornoemde brieven van 5 september 2018. In de brief stelt de raadsman zich op het standpunt dat [de B.V.] rechtsgeldig is opgeroepen voor de algemene vergadering van aandeelhouders van Massaal Holding van 27 juli 2018 en dat de besluitvorming in die vergadering rechtsgeldig is geweest. Ook bevat de brief een tijdelijk tegenbod van € 44.000 voor de aandelen van [de B.V.] in Massaal Holding met als alternatief waardering van die aandelen door een onafhankelijke derde. Voorts wordt [de B.V. c.s.] gesommeerd om uiterlijk 21 september 2018 de aan [gedaagde sub 2] ter beschikking gestelde leaseauto, sleutels, telefoon en laptop alsmede een onrechtmatig toegeëigende bedragen van € 21.068,69 en € 19.000 af te geven op het kantoor van Massaal Holding respectievelijk over te maken op haar bankrekening.

2.26.

[de B.V. c.s.] heeft geen gevolg gegeven aan deze sommatie. Ook hebben partijen geen overeenstemming bereikt over de waardering en overname van de aandelen van [de B.V.] in Massaal Holding door [A B.V.] en [B B.V.] .

2.27.

Na daartoe op 29 oktober 2018 verlof te hebben verkregen van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, heeft Massaal Holding c.s. ten laste van [de B.V.] en [gedaagde sub 2] conservatoir beslag gelegd op de woning van [gedaagde sub 2] in [woonplaats] en onder diverse banken.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Massaal Holding c.s. vordert samengevat – hoofdelijke veroordeling van [de B.V. c.s.] tot betaling van € 83.846, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

Hieraan legt Massaal Holding c.s. het volgende ten grondslag, samengevat.

[gedaagde sub 2] en [de B.V.] hebben jegens Massaal Holding c.s. onrechtmatig gehandeld. Massaal Holding c.s. heeft daardoor schade geleden voor in totaal € 83.846. [de B.V. c.s.] kunnen meer specifiek de volgende verwijten worden gemaakt:

  1. [gedaagde sub 2] heeft in de periode van 18 juni 2018 tot en met 12 juli 2018 voor een bedrag van € 24.548,69 zonder goedkeuring van het bestuur van de Onderneming meerdere betalingen uitgevoerd ten laste van Massaal Holding c.s.

  2. In een op 7 november 2016 gesloten overeenkomst hebben [de B.V. c.s.] en Massaal Holding c.s. vastgelegd dat per 1 oktober 2016 alle activa van [de Eenmanszaak] , waaronder de bedrijfsactiviteiten en klanten, werden verkocht en geleverd aan Massaal Holding. Dit betekende dat alle activiteiten van (voorheen) [de Eenmanszaak] vanaf die datum voor rekening en risico kwamen van Massaal Holding. [gedaagde sub 2] heeft niettemin in de periode tussen 18 oktober 2016 en 10 juli 2017 in strijd met de overeenkomst in totaal € 27.154,14 exclusief BTW (€ 32.856,51 inclusief BTW) van Telfort ontvangen, welk bedrag aan Massaal Holding c.s. had moeten toekomen. Verder is [gedaagde sub 2] in strijd met de overeenkomst uit naam van [de Eenmanszaak] aan klanten van Massaal Holding c.s. blijven factureren. Concreet heeft [gedaagde sub 2] in de periode tussen 1 oktober 2016 en 15 november 2016 voor een bedrag van € 13.081,45 exclusief BTW (€ 15.828,56 inclusief BTW) uit naam van zijn eenmanszaak [de Eenmanszaak] aan klanten van Massaal Holding c.s./de Onderneming gefactureerd. [gedaagde sub 2] heeft aldus onrechtmatig een bedrag van in totaal € 48.685,07 geïncasseerd. Dit bedrag had ten goede moeten komen aan Massaal Holding c.s. en zij maakt aanspraak op dit bedrag. [de B.V.] is als bestuurder van Massaal Holding en [gedaagde sub 2] als natuurlijk persoon (handelend onder de naam [de Eenmanszaak] ) en bestuurder van [de B.V.] jegens Massaal Holding c.s. persoonlijk aansprakelijk.

  3. Op 13 september 2018 heeft [gedaagde sub 2] de bevoegdheden van het bestuur en de medewerkers van het facturatiesysteem gewijzigd, als gevolg waarvan er (weer) niet kon worden gefactureerd. Alle instellingen van het facturatiesysteem moesten door een externe partij (Kavos ICT & Hosting), ad hoc hersteld worden. De daarmee gepaard gaande kosten bedragen € 7.620.

  4. [de B.V.] is bij besluit van de AVA van 13 juli 2018 ontslagen als bestuurder. [de B.V. c.s.] moest daarom alle eigendommen van de Onderneming en in bezit van [de B.V. c.s.] , (onder meer) bestaande uit een laptop, telefoon en leaseauto, uiterlijk 17 juli 2018 inleveren. Omdat [gedaagde sub 2] op geen enkele wijze wilde meewerken aan het inleveren van die bedrijfseigendommen, hebben [A] en [B] zich genoodzaakt gezien om aangifte te doen. Dit betekende dat de politie, na maanden van sommaties door Massaal Holding c.s., er uiteindelijk aan te pas moest komen om de leaseauto te kunnen retourneren aan de leasemaatschappij. De schade bedraagt € 2.992,68.

3.3.

[de B.V. c.s.] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

[de B.V. c.s.] vordert – na wijziging van eis – zakelijk weergegeven:

I. veroordeling van Massaal Holding c.s. om te voldoen terzake managementfee, vanaf juli 2018 tot en met februari 2019, 8 maanden à € 5.445 incl BTW = € 43.560,-; en dit te vermeerderen met iedere maand € 5.445 voor zolang als het aandeelhouderschap van [de B.V.] in Massaal Holding voortduurt; althans, subsidiair: de managementfee over de maanden juli en augustus 2018 ad € 5445,- incl BTW = € 10.890;

II. veroordeling van Massaal Holding c.s. om te voldoen terzake compensatie van de ten onrechte ingenomen auto en tankpas, te rekenen vanaf oktober 2018 tot en met februari 2019, 5 maanden x € 848,72 per maand = € 4.24,36; alsmede voor iedere maand vanaf maart 2019 een bedrag van € 848,72 voor zolang als het aandeelhouderschap van [de B.V.] in Massaal Holding voortduurt;

III. veroordeling van Massaal Holding c.s. om te voldoen terzake het aandeel in de winst van Telecomhuys Zakelijk B.V., 1/3 deel van het resultaat ad € 105.887 = € 35.295,66;

IV. aangaande de eenmanszaak [de Eenmanszaak] , te verklaren voor recht dat Massaal Holding c.s. onrechtmatig jegens [gedaagde sub 2] heeft gehandeld en deswege aansprakelijk is voor de door [gedaagde sub 2] terzake geleden schade, deze schade nader op te maken bij staat; en Massaal Holding c.s. te veroordelen aan [gedaagde sub 2] deze schade te vergoeden;

V. veroordeling van Massaal Holding c.s. om te voldoen de wettelijke handelsrente over de vorderingen sub I, II, III en IV, te berekenen vanaf de datum dat deze vorderingen opeisbaar werden althans vanaf de datum van dagvaarding en tot aan de datum van algehele voldoening;

een en ander met veroordeling van Massaal Holding c.s. in de proceskosten.

3.5.

Aan deze vorderingen legt [de B.V.] c.s het volgende ten grondslag, samengevat.

Ad I. Bij aanvang van de samenwerking hebben partijen op aandeelhoudersniveau van Massaal Holding B.V. afgesproken dat aan ieder der bestuurders/aandeelhouders een managementfee vergoeding toekomt en dat die afspraak alleen kan worden gewijzigd indien alle drie de aandeelhouders van Massaal Holding hun toestemming hiervoor geven. Inmiddels is daarom verschuldigd: juli 2018 tot en met februari 2019, 8 maanden à € 5.445 inclusief BTW = € 43.560,-, en dit te vermeerderen met iedere maand € 5.445 voor zolang als het aandeelhouderschap van [de B.V.] in Massaal Holding voortduurt. Zou dit rechtens niet gelden, dan (en tenminste) bestaat recht op managementfee over de maanden juli en augustus 2018 ad € 5.445,- inclusief BTW = € 10.890.

Ad II. Voorts bestaat gedurende het aandeelhouderschap van [de B.V.] in Massaal

Holding recht op een lease auto, tankpas, telefoon met abonnement. Nu de auto aan [de B.V.] onrechtmatig is ontnomen door toedoen van Massaal Holding c.s., vordert [de B.V.] vergoeding van de waarde van deze zaken, per maand te berekenen op € 701,42 te vermeerderen met btw = € 848,72. Per heden is in ieder geval verschuldigd: 5 maanden x € 848,72 per maand = € 4.24,36, en dit te vermeerderen met iedere maand € 848,72 te rekenen vanaf maart 2019 voor zolang als het aandeelhouderschap van [de B.V.] in Massaal Holding voortduurt.

Ad III. In de AVA van 25 oktober 2017 is vergaderd over het vaststellen van de jaarrekening 2016 van Telecomhuys Zakelijk BV. Massaal Holding c.s. stellen dat alle partijen bij die AVA aanwezig waren ook akkoord waren met het vaststellen van de jaarcijfers over 2016, met inbegrip van het toevoegen van de winst van € 105.887 aan de reserves. Echter, [gedaagde sub 2] heeft daar niet mee ingestemd. De notulen van de AVA van 25 oktober 2017 zijn ook niet door [gedaagde sub 2] ondertekend, terwijl wordt aangegeven dat [gedaagde sub 2] wel aanwezig zou zijn geweest. [gedaagde sub 2] is niet akkoord met vaststelling van de resultaatsbestemming. [de B.V. c.s.] meent dat dit als dividend had moeten worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. Terzake heeft [de B.V. c.s.] als 1/3 aandeelhouder daarom te vorderen een bedrag van 1/3 van de winst á € 105.887 = € 35.295,66.

Ad IV. Sedert medio 2018 kan [gedaagde sub 2] niet meer bij zijn gegevens, bij de activa van zijn eenmanszaak [de Eenmanszaak] . De domeinnaam [de Eenmanszaak] , de e-mailadressen, het telefoonnummer [nummer], de klanten en klantgegevens, de voorraden, kortom alle activa van zijn eenmanszaak zijn alle in beheer van Telecomhuys Zakelijk BV. Hiertoe heeft [gedaagde sub 2] op geen enkel moment toestemming gegeven. [gedaagde sub 2] meent ten principale dat deze activa van de eenmanszaak van hem zijn ontnomen, hetgeen jegens hem onrechtmatig is. [gedaagde sub 2] is niet in staat geweest de onderneming van [de Eenmanszaak] verder te exploiteren. Voorheen draaide deze eenmanszaak een omzet van ca € 13.872 per maand. Tevens had/heeft [de Eenmanszaak] een eigen vermogen van € 39.209. [gedaagde sub 2] wenst te worden gecompenseerd voor de door hem geleden schade, welke zich nu nog niet geheel laat begroten. Terzake vordert [gedaagde sub 2] vergoeding van de door hem geleden schade, op te maken bij staat.

3.6.

Massaal Holding c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

Schending waarheidsplicht

4.1.

Artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) verplicht partijen de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Dit betekent niet alleen dat partijen de rechter volledig moeten inlichten over alle voor de beslissing relevant zijnde feiten (volledigheidsplicht), maar ook dat partijen de feiten naar waarheid moeten aanvoeren (waarheidsplicht). Wordt deze plicht niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.

4.2.

Massaal Holding c.s. baseert haar geldvordering voor een belangrijk deel (meer dan de helft) op een schending door [de B.V. c.s.] van verplichtingen die voortvloeien uit een overeenkomst van 7 november 2016, door Massaal Holding c.s. overgelegd als productie 17. In die overeenkomst staat dat alle activa van de eenmanszaak van [gedaagde sub 2] ( [de Eenmanszaak] ), waaronder de bedrijfsactiviteiten en klanten, per 1 oktober 2016 aan Massaal Holding c.s. zijn verkocht en geleverd.

4.3.

[de B.V. c.s.] zegt volledig verrast te zijn door die overeenkomst. Volgens haar is deze niet door [gedaagde sub 2] ondertekend, noch is de inhoud van deze overeenkomst door hem met de contractuele partijen bij deze overeenkomst besproken en evenmin heeft hij hiermee ingestemd. Massaal Holding c.s. hebben hiermee valsheid in geschrifte gepleegd en op frauduleuze wijze een rechtsverhouding voorgespiegeld die niet waar is, aldus [de B.V. c.s.]

4.4.

Onder de door Massaal Holding c.s. als productie 17 in het geding gebrachte overeenkomst van 7 november 2016 staan de handtekeningen van [gedaagde sub 2] , [A] en [B] . Ter onderbouwing van haar standpunt omtrent de vervalsing van de overeenkomst heeft [de B.V. c.s.] als productie 15 vier later – te weten op 25 oktober 2017 – door [gedaagde sub 2] ondertekende akkoordverklaringen voor publicatiestukken van Massaal Holding c.s. overgelegd. In haar productie 16 toont [de B.V. c.s.] een visuele vergelijking tussen de handtekening van [gedaagde sub 2] onder de overeenkomst en diens handtekening onder één van die vier akkoordverklaringen. De rechtbank constateert dat beide handtekeningen tot in de kleinste details met elkaar overeenkomen en stelt vast dat de handtekeningen volstrekt identiek zijn. De treffende gelijkenis springt dermate in het oog dat de rechtbank geen noodzaak ziet om een handtekeningdeskundige nader onderzoek te laten doen. De rechtbank heeft [A] en [B] ter zitting met de gelijkenis geconfronteerd. Zij hebben niet tegengesproken dat de handtekeningen identiek zijn. Een afdoende verklaring hebben zij hier echter niet voor gegeven. De reactie van [A] ter zitting dat [gedaagde sub 2] voor de ondertekening van beide documenten gebruik moet hebben gemaakt van eenzelfde digitale (gescande) handtekening valt niet goed te rijmen met het gegeven dat de vier akkoordverklaringen allemaal dateren van 25 oktober 2017 en dat de handtekeningen van [gedaagde sub 2] op deze documenten alle vier duidelijk van elkaar verschillen. De niet nader toegelichte reactie van [A] komt erop neer dat [gedaagde sub 2] drie van de vier akkoordverklaringen handmatig heeft ondertekend, maar op dezelfde dag voor de vierde - gelijkluidende - akkoordverklaring gebruik heeft gemaakt van een gescande handtekening van meer dan een jaar oud. De rechtbank acht die - door [gedaagde sub 2] bestreden - uitleg van [A] volstrekt ongeloofwaardig. Bovendien heeft [A] op 7 november 2018 in een e-mail over de overeenkomst aan [B] gevraagd: “Hebben we dit ooit getekend? Denk het niet, jij? Stom trouwens!”, waarop [B] heeft geantwoord: “Nope... (productie 18 aan de zijde van [de B.V. c.s.] ). De raadsman van Massaal Holding c.s. heeft ter zitting de rechtbank nog verzocht om deze e-mails buiten beschouwing te laten omdat deze tussen [A] en [B] zijn gewisseld in vervolg (als ‘forward’) op een vertrouwelijke e-mail van hun raadsman en omdat [de B.V. c.s.] volgens hem op onrechtmatige wijze de beschikking moet hebben gekregen over die e-mails. De rechtbank wijst dit verzoek af, nu zij geen acht slaat op de e-mail van de raadsman en ten aanzien van de e-mails tussen [A] en [B] van oordeel is dat hier het zwaarwegende algemeen maatschappelijke belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt ten dienste van een goede rechtsbedeling, moet prevaleren.

4.5.

Uit de hiervoor besproken stukken volgt dat de handtekening van [gedaagde sub 2] onder de overeenkomst is gekopieerd uit een van de vier akkoordverklaringen van latere datum. Ook volgt uit voornoemde e-mails van 7 november 2018 dat de handtekeningen van [A] en [B] pas op of na die datum – en dus pas enkele dagen vóór het uitbrengen van de dagvaarding – onder de overeenkomst zijn gezet. Het ligt voor de hand om aan te nemen dat [A] en [B] met deze handelwijze een gunstige bewijspositie voor Massaal Holding c.s. hebben willen creëren in het kader van de onderhavige procedure.

4.6.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van een schending van de waarheidsplicht, die daaruit bestaat dat Massaal Holding c.s. moedwillig een vervalst bewijsstuk voor haar schadevordering in het geding heeft gebracht. De vervalsing heeft geen betrekking op ondergeschikte details, maar ziet op het bestaan van een specifieke, in de overeenkomst omschreven rechtsverhouding op grond waarvan alle activa van [de Eenmanszaak] op Massaal Holding c.s. zouden zijn overgegaan en op grond waarvan Massaal Holding c.s. aanspraak maakt op een niet geringe schadevergoeding van € 48.685,07. Met de vervalsing heeft Massaal Holding c.s. aldus een aanmerkelijke bevoordeling van zichzelf beoogd ten koste van [de B.V. c.s.] Hiermee is gegeven dat sprake is geweest van een substantiële en een doelbewuste schending van de waarheidsplicht door Massaal Holding c.s.

4.7.

Verder weegt mee dat Massaal Holding c.s., ondanks het feit dat zij ter zitting door de rechtbank nadrukkelijk is gewezen op de mogelijk ernstige gevolgen van een schending van de waarheidsplicht, niet van haar schreden is teruggekeerd. Zij heeft de als productie 17 in het geding gebrachte overeenkomst niet ingetrokken.

4.8.

Bij haar oordeel omtrent de ernst van de schending van de waarheidsplicht door Massaal Holding c.s. betrekt de rechtbank voorts dat in een civiele procedure als de onderhavige de rechter in grote mate afhankelijk is van de informatievoorziening door partijen. Daarbij gaat de rechter in beginsel uit van de waarheidsgetrouwheid van partijen. Zo pleegt de rechter in beginsel uit te gaan van de echtheid van de door partijen in het geding gebrachte bewijsstukken en controleert de rechter niet de authenticiteit van die stukken. Ook een partij mag in beginsel vertrouwen op de echtheid van de stukken die haar wederpartij in het geding brengt. De gerechtvaardigdheid van dit vertrouwen vloeit voort uit de op partijen rustende waarheidsplicht, maar ook op de goede trouw die partijen jegens elkaar en jegens de rechter in acht dienen te nemen en in het algemeen ook plegen te nemen. Overigens berust het bedoelde vertrouwen ook op praktische argumenten: het is voor de rechter (en ook voor de wederpartij) doorgaans praktisch ondoenlijk om de waarheid van elke uitlating of de echtheid van elk bewijsstuk te verifiëren.

4.9.

Aan het bewust onjuist informeren van de rechtbank en aan het ter zitting (en daarna) volharden daarin verbindt de rechtbank de gevolgtrekking dat de vordering van Massaal Holding c.s. integraal wordt afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat, alles overwegende, de ernst van de schending van de waarheidsplicht in dit geval meebrengt dat niet met een geringere sanctie kan worden volstaan.

Proceskosten in conventie

4.10.

Massaal Holding c.s. zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten in conventie. Deze kosten worden aan de zijde van [de B.V. c.s.] tot dusver begroot op € 4.098,-, waarvan € 1.950,- aan griffierecht en € 2.148,- aan salaris advocaat (2 punten à € 1.074,- volgens tarief IV).

in reconventie

Managementfee en compensatie voor ingenomen leaseauto en tankpas

4.11.

De vorderingen onder I en II zijn gegrond op de stelling dat [de B.V.] uit hoofde van haar voortdurende aandeelhouderschap in Massaal Holding onverminderd recht heeft op een managementfee en op een leaseauto met tankpas.

4.12.

De rechtbank is van oordeel dat [de B.V. c.s.] deze stelling tegenover de gemotiveerde betwisting van Massaal Holding c.s. onvoldoende heeft onderbouwd. Massaal Holding c.s. heeft genoegzaam toegelicht dat dat de managementfee en de leaseauto met tankpas geen vergoedingen betreffen voor de aandeelhouders, maar onderdeel zijn van de bezoldiging van bestuurders van Massaal Holding en verband houden met het (in opdracht) besturen van de vennootschap, zoals het bezoeken van haar klanten of van haar dochterondernemingen met een auto ‘van de zaak’. [de B.V. c.s.] heeft geen overtuigende aanknopingspunten aangedragen voor een andere uitleg. Daarmee is komen vast te staan dat sprake is van vergoedingen die naar hun aard toekomen aan bestuurders (managers) van de onderneming als tegenprestatie voor het door hen gevoerde bestuur (management). Daar komt bij dat [de B.V.] niet heeft bestreden dat zij voor de managementvergoeding facturen stuurde en dat zij hierover btw in rekening bracht, hetgeen eveneens een concrete aanwijzing is voor de juistheid van de door Massaal Holding c.s. aan de vergoedingen gegeven uitleg.

4.13.

Aan de orde is dan de vraag of [de B.V.] rechtsgeldig is ontslagen als bestuurder van Massaal Holding, waardoor haar recht op een managementfee en op een leaseauto met tankpas is geëindigd. Massaal Holding c.s. beantwoordt die vraag bevestigend, [de B.V. c.s.] bepleit het tegendeel.

4.14.

Het wettelijk uitgangspunt met betrekking tot ontslag van de statutair bestuurder is weergegeven in artikel 2:244 Burgerlijk Wetboek. Iedere bestuurder kan te allen tijde worden geschorst en ontslagen door het orgaan dat bevoegd is tot benoeming. De statuten van Massaal Holding bepalen in dit geval (kort gezegd) dat bestuurders door de algemene vergadering van aandeelhouders worden benoemd en te allen tijde door die vergadering kunnen worden geschorst en ontslagen met een meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen (artikel 16 lid 2).

4.15.

Op 13 juli 2018 heeft een algemene vergadering van aandeelhouders van Massaal Holding plaatsgevonden over het ontslag van [de B.V.] / [gedaagde sub 2] als bestuurder. Uit de notulen van die vergadering (met bijlage) volgt dat [de B.V.] voor die vergadering deugdelijk is opgeroepen en dat zij vooraf per e-mail en whatsapp haar zienswijze kenbaar heeft gemaakt. Die zienswijze is vervolgens bij de besluitvorming meegenomen als een tegenstem tegen het geagendeerde voorstel tot haar ontslag als bestuurder van Massaal Holding. Vervolgens is door mede-aandeelhouders [A B.V.] en [B B.V.] met tweederde meerderheid van stemmen besloten tot dit ontslag. Dit besluit is dus rechtsgeldig tot stand gekomen.

4.16.

Dat betekent dat [de B.V.] per 13 juli 2018 is ontslagen als bestuurder van Massaal Holding en per die maand geen recht meer heeft op een managementvergoeding en leaseauto met tankpas. Hierop stuiten de vorderingen onder I en II af, zodat deze zullen worden afgewezen.

Aandeel in winst Telecomhuys Zakelijk

4.17.

De vordering onder III is gebaseerd op de stelling van [de B.V.] dat zij op 25 oktober 2017 niet heeft ingestemd met de vaststelling van de winstbestemming van Telecomhuys Zakelijk over 2016. [de B.V.] meent daarom als eenderde aandeelhouder aanspraak te kunnen maken op een bedrag van € 35.295,66 aan dividend (eenderde van de winst van € 105.887).

4.18.

Met dit standpunt miskent [de B.V.] in de eerste plaats dat een dividenduitkering door Telecomhuys Zakelijk niet leidt tot een dividenduitkering aan [de B.V.] , nu zij zelf geen aandeelhouder is van Telecomhuys Zakelijk maar alleen Massaal Holding. [de B.V.] kan dus zelf jegens Telecomhuys Zakelijk geen aanspraak maken op een dividenduitkering, dat kan alleen Massaal Holding. In de tweede plaats geldt dat het besluit over de winstbestemming is genomen door Massaal Holding als enig aandeelhouder, die in de algemene vergadering werd vertegenwoordigd door haar bestuur en dus door (in elk geval) [A] en [B] . Gesteld noch gebleken is dat [A] en [B] bij die besluitvorming buiten hun wettelijke of statutaire bestuursbevoegdheden zijn getreden of dat de besluitvorming om andere redenen aan een gebrek lijdt.

4.19.

Hiermee is het lot van vordering III gegeven. Deze zal worden afgewezen.

Verklaring voor recht met betrekking tot activa [de Eenmanszaak]

4.20.

Sinds medio 2018 kan [gedaagde sub 2] niet meer bij de activa van zijn eenmanszaak [de Eenmanszaak] . Het gaat daarbij om de domeinnaam [de Eenmanszaak] , e-mailadressen, het telefoonnummer [nummer], klanten, klantgegevens en voorraden. Massaal Holding c.s. spreekt niet tegen dat dit door haar toedoen is en dat de activa van [de Eenmanszaak] op dit moment in beheer zijn van Telecomhuys Zakelijk.

4.21.

Ter afwering van de vordering onder IV betwist Massaal Holding c.s. dat die handelwijze onrechtmatig is. Massaal Holding c.s. meent dat zij simpelweg de door haar als productie 17 in het geding gebrachte overeenkomst van 7 november 2016 naleeft. In de visie van Massaal Holding is de door [gedaagde sub 2] gedreven onderneming [de Eenmanszaak] op grond van die overeenkomst per 1 oktober 2016 ingebracht in Telecomhuys Zakelijk, zodat het [gedaagde sub 2] vanaf dat moment niet is toegestaan die onderneming verder te exploiteren.

4.22.

Op grond van hetgeen in conventie is overwogen laat de rechtbank de vervalste overeenkomst van 7 november 2016 in reconventie met toepassing van artikel 21 Rv buiten beschouwing. Voor het overige geldt dat Massaal Holding c.s. geen concrete en overtuigende aanknopingspunten heeft aangedragen voor de juistheid van haar standpunt dat de door [gedaagde sub 2] gedreven onderneming [de Eenmanszaak] is ingebracht in Massaal Holding of in een van haar dochtervennootschappen. De beschikbare documentatie bevat weliswaar aanwijzingen dat partijen over een inbreng van [de Eenmanszaak] hebben onderhandeld, maar niet dat deze onderhandelingen op enig moment op alle wezenlijke punten tot volledige wilsovereenstemming hebben geleid. Massaal Holding c.s. heeft het door [gedaagde sub 2] gestelde onrechtmatige karakter van haar handelwijze aldus onvoldoende gemotiveerd betwist. Dit leidt tot de vaststelling dat Massaal Holding c.s. [gedaagde sub 2] ten onrechte niet laat beschikken over de activa van zijn eenmanszaak [de Eenmanszaak] . Aan verdere bewijslevering op dit punt wordt niet toegekomen.

4.23.

Ook heeft [gedaagde sub 2] voldoende toegelicht dat hij door de onrechtmatige handelwijze van Massaal Holding c.s. niet in staat is geweest de onderneming van [de Eenmanszaak] verder te exploiteren. De mogelijkheid dat hij hierdoor schade heeft geleden is voldoende aannemelijk geworden.

4.24.

Het voorgaande betekent dat de onder IV gevorderde verklaring voor recht met verwijzing naar de schadestaatprocedure zal worden toegewezen, een en ander zoals hierna geconcretiseerd in de beslissing.

4.25.

De beslissing over de verschuldigdheid van rente (vordering V) zal worden overgelaten aan de rechter die over de schadestaat zal hebben te oordelen. Deze beslissing is te zeer met de schade verweven om daarover op voorhand reeds een uitspraak te doen.

Proceskosten in reconventie

4.26.

Nu partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld, wordt voldoende aanleiding gevonden om de proceskosten in reconventie te compenseren en te bepalen dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst het gevorderde af;

5.2.

veroordeelt Massaal Holding c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [de B.V. c.s.] tot dusver begroot op € 4.098,-;

in reconventie

5.3.

verklaart voor recht dat Massaal Holding c.s. onrechtmatig jegens [gedaagde sub 2] heeft gehandeld door hem niet te laten beschikken over de activa van zijn eenmanszaak [de Eenmanszaak] , alsmede dat Massaal Holding c.s. om die reden aansprakelijk is voor de door [gedaagde sub 2] terzake geleden schade;

5.4.

veroordeelt Massaal Holding c.s. om aan [gedaagde sub 2] deze schade te vergoeden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

5.5.

verklaart de in 5.4 gegeven veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L. Harmsen en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2020.1

1 type: 1324 coll: