Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:1846

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-03-2020
Datum publicatie
10-03-2020
Zaaknummer
C/09/589054 / FA RK 20-1072
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging voortzetting inbewaringstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/589054 / FA RK 20-1072

Datum beschikking: 28 februari 2020

Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikking naar aanleiding van het op 26 februari 2020 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: cliënt,

geboren op [geboortedag] 1965, [geboorteplaats] , Suriname,

wonende en verblijvende in de accommodatie [woonplaats] ,

advocaat: mr. E.A.E.G.J. Libosan te 's-Gravenhage.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 26 februari 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag van 25 februari 2020;

- de op 25 februari 2020 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige

[psychiater] , die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft

onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 28 februari 2020.

Ter zitting zijn de volgende personen door de rechtbank gehoord:

- de cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;

- de [verpleegkundig specialist]

Standpunten ter zitting

De cliënt heeft het standpunt ingenomen dat het goed met hem gaat en dat hij volledig is hersteld. Hij ontkent het syndroom van Korsakov te hebben en wil weg uit het verpleeghuis.

De advocaat heeft namens zijn cliënt aangevoerd dat zijn cliënt wil bewijzen dat hij van de alcohol af kan blijven. De accommodatie heeft, nadat een eerder verzoek om een rechterlijke machtiging door de rechtbank was afgewezen, als reparatiemaatregel deze procedure betreffende een crisismaatregel in gang gezet, waar de advocaat bedenkingen bij heeft. De instelling had de mogelijkheid om een zorgmachtiging op grond van de Wvggz te vragen. De advocaat stelt dat de rechtbank, gelet op de nieuwe wetgeving, niet anders kan dan het verzoek afwijzen.

De verpleegkundig specialist heeft ter zitting bevestigd dat de mensen die in deze accommodatie verblijven onder de Wet zorg en dwang vallen. Een zorgmachtiging in het kader van de Wvggz kan van hieruit niet worden verzocht en de cliënt heeft er geen baat bij om op een andere plek ondergebracht te worden. De cliënt wordt de dupe van de nieuwe wetgeving. Als hij hier vertrekt, dan zal hij buiten beeld raken en weer vervallen in zijn oude gedrag met alle gevolgen van dien. De cliënt heeft ook diabetes en zal zijn medicatie daarvoor niet innemen, met ook de nodige fysieke schade tot gevolg, aldus de verpleegkundig specialist.

Beoordeling

Het verzoek in deze zaak is ingediend door het CIZ en (dus) gebaseerd op de Wet Zorg en dwang psychogeriatische en verstandelijke gehandicapte cliënten (Wzd).

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat de cliënt lijdt aan de ziekte van Korsakov. In de medische verklaring wordt opgemerkt dat uit het dossier blijkt dat een dementie is vastgesteld, waarbij er basis is voor meerdere gronden voor de dementie, te weten alcohol, trauma, slecht gereguleerde suiker en eventueel de gevolgen van epileptische aanvallen. Ook wordt melding gemaakt van een alcoholverslaving, met als gevolg Korsakov. Bij de vraag “Tot welke vermoedelijke diagnose bent u gekomen?”zijn aangekruist ‘andere somatische aandoening’, ‘ongespecificeerde neurocognitieve stoornissen’ en ‘Korsakov’. In het verzoek van het CIZ wordt uitsluitend het syndroom van Korsakov genoemd. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de ziekte van Korsakov bij de cliënt op de voorgrond staat. Er is geen discussie over dat dit syndroom een psychische stoornis is en niet kan worden aangemerkt als een psychogeriatrische ziekte. Dat brengt mee dat op deze ziekte de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) van toepassing is. Mede gelet op de leeftijd van de cliënt, die 54 jaar oud is, ligt het ook niet voor de hand de overige genoemde diagnoses zonder meer aan te merken als psychogeriatrische aandoening(en).

Op grond van artikel 1, vierde lid, Wzd kunnen bij algemene maatregel van bestuur (AMvB)
ziekten en aandoeningen worden aangewezen die voor de toepassing van de Wzd en de daarop rustende bepalingen worden gelijkgesteld met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap. Op 20 september 2019 heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het voornemen kenbaar gemaakt – onder
andere – de ziekte van Korsakov aan te merken als een in artikel 1, vierde lid, Wzd bedoelde ‘gelijkgestelde aandoening’. Dit zal dan gebeuren bij een wijziging van het Besluit Zorg en dwang psychogeriatische en verstandelijke gehandicapte cliënten (Bzd). Cliënten met deze gelijkgestelde aandoening(en) zullen dan binnen het toepassingsbereik van de Wzd kunnen vallen. Volgens dit voornemen wordt die wijziging van het Bzd in het eerste kwartaal van 2020 verwacht.
Over – onder andere – het syndroom van Korsakov wordt in het voornemen opgemerkt dat een deel van de mensen met deze ziekte in ggz-instellingen verblijft, omdat hun zorgvraag het meest overeenkomt met mensen in de psychiatrie. Dit betreft doorgaans een vroeg stadium van de ziekte. In een later stadium vertonen zij over het algemeen dezelfde gedragsproblematiek of hetzelfde regieverlies als mensen met een psychogeriatische stoornis en verblijven zij vaak in verpleeghuizen. In het voornemen van het ministerie wordt opgemerkt dat met de wijziging van het Bzd personen met deze problematiek in beide wetten een plek krijgen, naar gelang hun zorgbehoefte. Afhankelijk van het ziekteverloop kan beoordeeld worden welk wettelijke regime op dat moment van toepassing moet zijn. Het aanwijzen van gelijkgestelde aandoeningen zou op die manier bijdragen aan passende zorg.

De cliënt verblijft thans in verband met zijn aandoening in een verpleeghuis. De bedoelde wijziging van het Bzd is op dit moment echter nog niet tot stand gekomen. Om die reden is een verzoek van het CIZ om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf met betrekking tot de cliënt door een andere rechter van de rechtbank Den Haag bij beschikking van 10 februari 2020 afgewezen.
Het CIZ heeft zich in het voorliggende verzoek beroepen op een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, waarbij is vooruitgelopen op de door het ministerie voorgenomen wijziging (ECLI:NL:RBROT:2020:1347). Verder heeft de verpleegkundig specialist ter zitting aangevoerd dat de gehele populatie van [verblijfplaats] bestaat uit cliënten met het syndroom van Korsakov. Bij afwijzing van het verzoek zullen grote problemen ontstaan bij degenen die daar onvrijwillig verblijven, omdat de instelling is geregistreerd als Wzd-instelling en daarom geen patiënten kan opnemen op grond van de Wvggz.

Zoals uit de genoemde uitspraken  en ook uit uitspraken van andere rechtbanken  blijkt wordt door rechters verschillend met de onderhavige problematiek omgegaan. De rechtbank is geen beroepsinstantie met betrekking tot de bedoelde uitspraken en zal in de onderhavige zaak haar eigen afweging maken.

Artikel 5 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) bepaalt dat niemand zijn vrijheid mag worden ontnomen, behalve in het geval van (onder andere) rechtmatige detentie van geesteszieken volgens een wettelijk voorgeschreven procedure. De authentieke Engelse tekst spreekt over ‘lawful detention’. Dit brengt mee dat uitsluitend sprake kan zijn van rechtmatige gedwongen opneming van iemand die lijdt aan een psychische stoornis als die opname bij of krachtens de wet mogelijk wordt gemaakt. Nu het voornemen van de minister van VWS tot op heden niet heeft geresulteerd in een daadwerkelijke wijziging van het Bzd of in een andere AMvB, kan geen wettige en dus ook geen rechtmatige opneming van de cliënt onder de Wzd plaatsvinden. Dat betekent dat het verzoek moet worden afgewezen.

De rechtbank realiseert zich terdege de risico’s voor de cliënt, die als gevolg van deze beslissing zal worden blootgesteld aan ernstig nadeel voor hemzelf, welk nadeel de nieuwe wetgeving nu juist beoogt af te wenden. Als ten aanzien van zijn medebewoners van [verblijfplaats] verzoeken tot het verlenen van rechterlijke machtigingen zullen worden gedaan, zal dat ook ten aanzien van hen gelden. De rechtbank betreurt dit ten zeerste. De rechtbank kan dit probleem echter niet oplossen en doet dan ook een dringend beroep op de wetgever om zo snel mogelijk over te gaan tot uitvoering van het genoemde beleidsvoornemen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.B. Verkleij, rechter, bijgestaan door dhr. S.P.M. Flipse als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 28 februari 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 maart 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.