Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:1738

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-02-2020
Datum publicatie
19-03-2020
Zaaknummer
8300442 RL EXPL 20-1884
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Huur. Vordering tot tijdelijke ontruiming. Vanwege (renovatie)werkzaakheden aan complex waarvan gehuurde deel uitmaakt is toegang tot het gehuurde nodig, maar voor de uitvoering van de werkzaamheden zelf is ontruiming van het gehuurde niet nodig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

CK/bc

Zaaknummer: 8300442 RL EXPL 20-1884

Vonnisdatum: 28 februari 2020

Vonnis ex artikel 254 Rv in de zaak van:

de stichting

Stichting Vidomes,
gevestigd te Delft,
eisende partij,
gemachtigde: mr. P.J. Remmelts,

tegen


[gedaagde] ,

woonplaats [woonplaats] ,

gedaagde partij,
niet verschenen.

Partijen worden aangeduid als Vidomes en [gedaagde] .

1 Procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • -

    de dagvaarding met producties van 6 februari 2020;

  • -

    de aantekeningen van de griffier van de op 14 februari 2020 gehouden mondelinge behandeling, waarbij Vidomes is verschenen. [gedaagde] is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

1.2.

Aansluitend is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Vidomes verhuurt sinds 12 april 2006 aan [gedaagde] een woning aan de [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde).

2.2.

Vidomes is voornemens vanaf 9 maart 2020 voor de duur van ongeveer 20 werkdagen onderhouds- en renovatiewerkzaamheden uit te laten voeren aan het complex waarvan het gehuurde deel uitmaakt.

2.3.

Dit voornemen heeft Vidomes de huurders in kwestie waaronder [gedaagde] , kenbaar gemaakt bij brief van 2 december 2019. In de maanden voorafgaande aan deze brief zijn de huurders in kwestie geïnformeerd over de voorgenomen werkzaamheden en konden zij zich daarover uitspreken. In de periode van medio oktober tot eind november 2019 heeft de door Vidomes ingeschakelde aannemer een tiental keer aangebeld bij [gedaagde] , maar geen van de keren werd er opengedaan.

2.4.

In de brief van 2 december 2019 is [gedaagde] erop gewezen dat ruim 70% van de huurders inmiddels akkoord is gegaan met uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden en dat de werkzaamheden zullen gaan aanvangen. Voorts is [gedaagde] erop gewezen dat als hij het niet eens is met de voorgenomen werkzaamheden, hij tot 30 januari 2020 heeft dit kenbaar te maken bij de rechter. Op of naar aanleiding van deze brief heeft [gedaagde] niet gereageerd.

2.5.

Bij brief van 22 januari 2020 wordt [gedaagde] gewezen op de verplichting van hem als huurder zijn medewerking te verlenen aan de voorgenomen werkzaamheden. [gedaagde] wordt tot 30 januari 2020 gegund om alsnog te kunnen reageren, waarbij Vidomes heeft aangekondigd dat bij het uitblijven van een reactie zij genoodzaakt is een gerechtelijke procedure te starten.

3 Het geschil in kortgeding

3.1.

Vidomes heeft gevorderd (samengevat):

  1. tijdelijke ontruiming van het gehuurde;

  2. betaling van de proceskosten.

3.2.

Aan de vordering heeft Vidomes ten grondslag gelegd dat [gedaagde] op grond van artikel 7:220 BW in samenhang met artikel 558 Rv is gehouden zijn medewerking aan de werkzaamheden te verlenen door de door Vidomes ingeschakelde aannemer toegang tot het gehuurde met bijbehorende berging te geven. [gedaagde] is voor Vidomes echter onbereikbaar gebleken, waardoor Vidomes er niet vanuit kan gaan dat [gedaagde] op 9 maart 2020 de deur voor de aannemer van Vidomes zal openen. Aangezien er in 270 woningen werkzaamheden zullen worden verricht, is sprake van een strakke planning en lijdt Vidomes financiële schade als de aannemer zijn werkzaamheden niet volgens deze planning kan uitvoeren. In deze omstandigheden is tevens de spoedeisendheid gelegen.

4 De beoordeling in kortgeding

4.1.

De voorgeschreven termijnen en formaliteiten zijn in acht genomen. Tegen [gedaagde] is daarom verstek verleend.

4.2.

Gelet op de omstandigheden van het geval is het spoedeisend belang gegeven.

4.3.

De kantonrechter stelt voorop dat in verstek een vordering wordt toegewezen, tenzij de rechter de vordering onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De kantonrechter is evenwel van oordeel dat de vordering ongegrond is en overweegt daartoe als volgt.

4.4.

Ter zitting heeft Vidomes gezegd dat de tijdelijke ontruiming slechts tot doel heeft zich toegang te kunnen verschaffen tot het gehuurde omdat de werkzaamheden verder niet vereisen dat de inboedel uit het gehuurde moet worden verwijderd. De woning zal ook niet worden leeggehaald of ontruimd, aldus Vidomes. Desgevraagd heeft Vidomes toegelicht dat het middel van de tijdelijke ontruiming alleen is gevorderd omdat deurwaarders een titel tot ontruiming verlangen, ook in het geval slechts sprake is van het openen van een deur.

4.5.

Een tijdelijke ontruiming zoals thans gevorderd door Vidomes kan slechts worden toegewezen als (onderbouwd) wordt gesteld dat voor de uitvoering van de werkzaamheden (gedeeltelijke) ontruiming van het gehuurde nodig is. Dat is evenwel niet door Vidomes gesteld, sterker nog, voor de voorgenomen werkzaamheden is ontruiming van het gehuurde niet nodig. Zo veel blijkt overigens ook uit de overgelegde producties. (Tijdelijke) Ontruiming is onder deze omstandigheden een te zwaar middel. Dat deurwaarders ook om een deur te openen een ontruimingstitel wensen, maakt het oordeel niet anders. Het faciliteren van de deurwaarder vormt immers geen overweging in de beoordeling of een tijdelijke ontruiming gerechtvaardigd is. Dat, zoals Vidomes ter zitting voorts heeft aangevoerd, in de tijdelijke ontruiming van artikel 558 Rv de medewerking is begrepen, leidt evenmin tot een ander oordeel omdat beoordeeld moet worden of de gevorderde ontruiming gerechtvaardigd kan worden.

4.6.

Niettemin biedt artikel 558 Rv de opening om toegang te krijgen via de in artikel 558 sub a Rv genoemde weg. Aangezien [gedaagde] niet in de procedure is verschenen, kan een eventuele wijziging van de eis, zoals Vidomes ter zitting opperde, niet worden toegestaan.

4.7.

De kantonrechter zal Vidomes als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] . Deze kosten worden begroot op nihil.

5 Beslissing

De kantonrechter, rechtdoende ex artikel 254 Rv:

5.1.

wijst de gevorderde voorziening af;

5.2.

veroordeelt Vidomes in de kosten van het geding tot hiertoe aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 februari 2020.