Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:15113

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-12-2020
Datum publicatie
23-09-2021
Zaaknummer
NL20.20542
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewaring, valideren geldigheid elektronische handtekening, voortvarendheid, beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.20542

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.M.H. van de Wal).

Procesverloop

Bij besluit van 26 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen mevrouw M. Medjugorac.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt dat hij de Servische nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum] 1988.

Digitale handtekening

2. Eiser voert aan dat de maatregel van bewaring niet op de juiste wijze is ondertekend, omdat niet verifieerbaar is wanneer en door wie de digitale handtekening is gezet. De maatregel van bewaring is daardoor onrechtmatig.

3. Zoals de rechtbank bekend is, kan de elektronische handtekening worden gevalideerd door het digitale bestand van de maatregel in een pdf-viewer te openen en op de handtekening te klikken. De rechtbank heeft het digitale bestand van de maatregel in een pdf-viewer geopend en nadat is geklikt op de handtekening, verscheen er een melding met de tekst ‘De handtekening is GELDIG en is ondertekend door politie’. De rechtbank is dan

ook van oordeel dat de maatregel op de juiste wijze is ondertekend. De beroepsgrond slaagt niet.

De bewaringsgronden

4. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Verweerder heeft als zware gronden vermeld dat eiser:

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;

3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;

3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

en als lichte gronden vermeld dat eiser:

4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

5. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden die verweerder aan de maatregel van bewaring ten grondslag heeft gelegd, niet heeft betwist.

Voortvarendheid

6. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering. Er is pas op 2 december 2020 een vlucht aangevraagd terwijl eisers paspoort al sinds 26 november 2020 in het bezit van verweerder is.

7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Dit volgt uit de toelichting die verweerder ter zitting heeft gegeven. Verweerder geeft aan dat er is geprobeerd een vertrekgesprek te voeren met eiser, maar dat dit niet lukte doordat eiser niet meewerkte. Verweerder heeft verder toegelicht dat voor het boeken van de vlucht van belang is of eiser tijdens de vlucht een escorte nodig zal hebben. Eiser zal om die reden eerst nog onderzocht worden door een arts. Door de huidige coronamaatregelen is het echter niet mogelijk om een vlucht met escorte te boeken voor eiser. Wanneer uit het onderzoek van de arts blijkt dat dit wel nodig is, zal de vlucht uitgesteld moeten worden tot het moment dat de coronamaatregelen worden opgeheven. Voor de tijdelijkheid van deze maatregelen verwijst de rechtbank naar bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 april 2020. De beroepsgrond slaagt dus niet.

8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

1. Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).

2 Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.

3 ECLI:NL:RVS:2020:1141.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep ongegrond;

  • -

    wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Verduijn, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Bazaz, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

11 december 2020

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.