Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:14921

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-09-2020
Datum publicatie
22-07-2021
Zaaknummer
NL20.4388
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

8:54 BNT Asiel; n.o. i.g.s pre-matuur ingediend door tussentijds dublin traject.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.4388

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.C.E. Hoftijzer), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: A.J.J. Mulder).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

Overwegingen

  1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

  2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een

‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Awb.

3. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw2000) wordt op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld

in artikel 28, dan wel een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33, binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een beschikking gegeven. Op grond

van artikel 42, zesde lid, van de Vw2000 vangt de termijn, bedoeld in het eerste lid, aan op het tijdstip waarop overeenkomstig de Dublinverordening wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek.

4. Eiseres heeft op 14 april 2018 een asielaanvraag in Nederland ingediend. Op

12 juni 2018 heeft verweerder een claim gelegd bij de Kroatische autoriteiten op grond van de Dublinverordening. Deze claim is door de Kroatische autoriteiten op 20 juni 2018 geaccepteerd. Op 20 augustus 2019 heeft verweerder laten weten dat de asielaanvraag alsnog in de nationale procedure zal worden behandeld en dat de Dublinprocedure daarmee komt te vervallen. Op 3 januari 2020 heeft eiseres, door middel van een ingebrekestelling, verweerder medegedeeld dat de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag is verstreken.

5. Omdat op 20 augustus 2019 verweerder de aanvraag van eiseres in de nationale procedure heeft opgenomen en Nederland daarmee vanaf dat moment verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van het verzoek, is op die dag de beslistermijn gestart. Voorafgaand aan 20 augustus 2019 was het wellicht voor eiseres duidelijk dat de aanvraag van eiseres eerder in de nationale procedure had kunnen worden opgenomen, maar dat is niet leidend voor de aanvang van de beslistermijn. Feitelijk is de nationale procedure gestart op 20 augustus 2019, en uit het bepaalde van artikel 42, zesde lid, van de Vw2000 volgt dan dat de beslistermijn op die datum begint.

6. Dat betekent dat de beslistermijn ten tijde van de indiening van ingebrekestelling nog niet was verstreken. Eiseres heeft verweerder prematuur in gebreke gesteld. De ingebrekestelling is dus niet geldig. Omdat zonder geldige ingebrekestelling geen beroep tegen het niet tijdig beslissen kan worden ingesteld is het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

7. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

8. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Sneevliet, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt de uitspraak alsnog, voor zover nodig, in het openbaar uitgesproken.

Deze uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op:

16 september 2020

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.