Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:14701

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17-09-2020
Datum publicatie
22-07-2021
Zaaknummer
AWB 19/5980 en AWB 19/2891
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

P-v mondelinge uitspraak. E is in niet meer in Nederland, heeft in België asiel aangevraagd, is mogelijk terug naar Sri lanka en heeft geen contact meer met gemachtigde. Daarom is geen sprake van procesbelang. Beroep niet-ontvankelijk. Vovo afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 19/5980 en AWB 19/2891

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van 17 september 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , geboren op [1955] , van Sri Lankaanse nationaliteit, eiseres/verzoekster

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R. Jonkman).

Procesverloop

Bij besluit van 12 april 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres/verzoekster (hierna te noemen: eiseres) van 6 februari 2019 tot het verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet afgewezen.

Bij besluit van 8 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 september 2020. Eiseres is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

Griffierecht

2. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht voor de behandeling van haar verzoek wegens betalingsonmacht. Ter onderbouwing van dit verzoek heeft gemachtigde van eiseres aangegeven dat eiseres niet over inkomen of over vermogen beschikt. Gelet hierop wijst de rechtbank het verzoek om vrijstelling van het griffierecht toe.

Procesbelang

3. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiseres procesbelang heeft bij haar beroep. Verweerder heeft in het verweerschrift aangegeven dat eiseres op 13 februari 2020 in België asiel heeft aangevraagd. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat Nederland op

21 april 2020 een claimakkoord heeft gegeven aan België in het kader van de Dublinverordening. Daarnaast heeft gemachtigde van eiseres per brief van 11 augustus 2020 aangegeven dat eiseres het contact met hem sinds april 2020 heeft verbroken. Eiseres heeft haar gemachtigde in maart 2020 telefonisch laten weten te overwegen om toch terug te keren naar Sri Lanka. Sinds april 2020 verblijft eiseres niet meer op het adres waar zij tot toen verbleef. Post wordt aan gemachtigde geretourneerd en ook via Vluchtelingenwerk heeft gemachtigde geen spoor van eiseres kunnen vinden.

4. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van

22 februari 20191 volgt dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.

5. Gezien de onder 3 genoemde omstandigheden, getoetst aan genoemde uitspraak, stelt de rechtbank vast dat er geen concreet procesbelang is voor deze zaak. Eiseres heeft in België asiel aangevraagd, is vertrokken uit Nederland en is mogelijk teruggekeerd naar Sri Lanka. Het niet duidelijk waar eiseres zich nu bevindt. Verder heeft zij al geruime tijd geen contact meer met haar gemachtigde.

6. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

8. Gegeven de beslissing in de hoofdzaak is er geen grond meer voor het treffen van de verzochte voorlopige voorziening, zodat het verzoek wordt afgewezen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

17 september 2020.

De griffier en de (voorzieningen)rechter zijn verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.

griffier (voorzieningen)rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan, voor zover het beroep betreft, binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1 ECLI:NL:RVS:2019:579