Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:14686

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-09-2020
Datum publicatie
11-05-2021
Zaaknummer
NL19.31525
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amersfoort

Bestuursrecht

zaaknummer: NL19.31525


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.H.R. de Boer),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S. De Vita).


Procesverloop
Bij besluit van 28 november 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 september 2020. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Kandeh. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres stelt dat zij de Guinese nationaliteit heeft en dat zij is geboren op [2000] .

2. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Eiseres is door haar stiefmoeder uitgehuwelijkt aan een oudere man die al met twee vrouwen getrouwd was. Eiseres is getrouwd en vervolgens zwanger geraakt. Haar echtgenoot heeft gezegd dat eiseres herbesneden moet worden. Na de bevalling vond de echtgenoot van eiseres dat het kind niet op hem leek, maar op de christelijke vriend van eiseres. Hij heeft eiseres, nadat zij weer beter was, teruggebracht naar haar stiefmoeder en gezegd dat hij nog met eiseres zal afrekenen. Hij heeft eiseres verstoten. Eiseres mocht niet bij haar stiefmoeder blijven. Ze is vervolgens een aantal maanden bij haar christelijke vriend gaan wonen. Toen hij werd aangevallen, is ze naar een vriendin gegaan. Daar heeft ze haar zoon achtergelaten. Ze kon niet bij haar vriendin blijven. Eiseres is vervolgens vertrokken uit Guinee. Volgens eiseres kan ze niet terug naar Guinee. Ze kan bij niemand terecht en ze wordt bovendien gezocht door haar echtgenoot en haar stiefmoeder. Eiseres is bang om herbesneden te worden. Overigens heeft ze in Nederland nog een buitenechtelijk kind gekregen. Ook daarom kan ze niet terugkeren naar Guinee.

3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

a. a) de identiteit, nationaliteit en herkomst;

b) huwelijk en scheiding;

c) bedreigingen;

d) verstoting;

e) herbesnijdenis;

f) in Nederland geboren zoon.

Verweerder heeft alleen de nationaliteit en herkomst en het element onder f) geloofwaardig geacht. De overige elementen heeft verweerder ongeloofwaardig geacht.

Identiteit

4. Over het verzoek van eiseres ter zitting om aanhouding van de behandeling van het beroep ten behoeve van nader onderzoek in Guinee, overweegt de rechtbank dat eiseres al voldoende in de gelegenheid is gesteld om haar identiteit te onderbouwen. Haar aanvraag dateert immers uit 2018. Eiseres heeft haar verzoek overigens ook onvoldoende geconcretiseerd. De rechtbank wijst het verzoek om aanhouding dan ook af.

5. Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat zij haar identiteit niet aannemelijk heeft gemaakt. Niet is aangetoond dat zij zelf moedwillig onjuiste identiteitsgegevens heeft opgegeven. Eiseres verkeert zelf in bewijsnood. Eiseres heeft zich immers al gewend tot de Guinese ambassade in Brussel. De ambassade wil identificerende documenten, maar eiseres weet alleen dat een geboorteakte op haar school in Guinee is afgegeven. Eiseres heeft middels een medewerkster van Vluchtelingenwerk Nederland alles gedaan om aan het nodige bewijs te komen. Ter onderbouwing hiervan heeft eiseres e-mailberichten overgelegd. Ook vanwege corona en de goudkoorts is de school waar eiseres onderwijs heeft gevolgd in Guinee gesloten en kan helaas nog geen nader bewijs worden overgelegd.
Eiseres wijst erop dat zij verifieerbare informatie heeft gegeven over de school, de leerkrachten en diverse mensen die haar identiteit zouden kunnen bevestigen. Gezien de samenwerkingsverplichting als bedoeld in artikel 31, tweede en zesde lid, van de Vw, moet haar identiteit niet meer in twijfel worden getrokken. Nu eiseres in bewijsnood is, is subsidiair ook nader onderzoek mogelijk en geïndiceerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de vorm van een individueel ambtsbericht.

6. De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast om haar identiteit aannemelijk te maken in beginsel op eiseres zelf rust. Zij heeft haar identiteit echter niet met officiële identificerende documenten aangetoond. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat zij toereikende andere documenten heeft overgelegd ter staving van de door haar gestelde identiteit. Eiseres heeft haar identiteit ook niet door middel van haar verklaringen aannemelijk weten te maken. Daarbij is van belang dat uit informatie verkregen van de Italiaanse autoriteiten naar voren komt dat eiseres bij hen bekend is onder drie verschillende namen en geboortedata. De enkele stelling van eiseres dat Italië “er een potje van maakt” en dat niemand onfeilbaar is, is een onvoldoende verschoonbare verklaring voor het feit dat eiseres onder drie verschillende namen staat geregistreerd in Italië.
Verder betrekt de rechtbank dat verweerder ter zitting onweersproken heeft gesteld dat eiseres een sociaal vangnet heeft in Guinee. Niet is gebleken dat ze contact heeft opgenomen met bijvoorbeeld haar stiefmoeder en voldoende inspanningen heeft verricht om aan documenten, zoals de door eiseres genoemde huwelijksakte, te komen. De rechtbank merkt hierbij op dat hierna onder 8. wordt overwogen dat verweerder de verklaring dat eiseres door haar stiefmoeder is verstoten ongeloofwaardig heeft mogen vinden. Verweerder heeft zich gelet op het voorgaande op het standpunt mogen stellen dat er onvoldoende aanleiding is om bewijsnood aan te nemen. Van strijd met de samenwerkingsverplichting is de rechtbank niet gebleken. De beroepsgrond slaagt niet.

Huwelijk en scheiding, bedreigingen, verstoting

7. Over de tegenwerping van verweerder dat eiseres geen document heeft overgelegd

waarmee zij haar gestelde huwelijk kan onderbouwen, voert eiseres aan dat het niet ongebruikelijk is dat bij een religieus huwelijk geen huwelijksakte wordt overgelegd.

Volgens eiseres wordt ook ten onrechte aan haar tegengeworpen dat ze wisselend zou hebben verklaard over de reden waarom haar echtgenoot haar na de bevalling niet eerder naar haar stiefmoeder heeft gebracht. Verweerder heeft ook niet onderbouwd om welke reden niet valt in te zien dat de echtgenoot eiseres de gegeven bruidsschat niet meteen afhandig heeft gemaakt. Eiseres weet ook niet precies of, hoe en wanneer hij wraak zal nemen. Hij heeft haar wel duidelijk gemaakt dat hij haar nooit zou vergeven. Verder is haar christelijke vriend ernstig mishandeld. Dit is ook niet als zodanig in twijfel getrokken door verweerder. Om die reden kon zij ook daar niet meer langer verblijven. Eiseres is door haar stiefmoeder verstoten en de anderen willen ook niets meer met haar te maken hebben.

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bestreden besluit ook op deze punten voldoende heeft gemotiveerd. Eiseres heeft niet onderbouwd dat een huwelijksakte niet gebruikelijk is in Guinee. Daar komt bij dat uit de verklaringen van eiseres blijkt dat een huwelijksakte in Guinee in de moskee is achtergebleven. Niet gebleken is dat eiseres een poging heeft ondernomen om aan deze huwelijksakte te komen. Ze heeft ook niet middels andere bewijsstukken enig begin van bewijs geleverd over het gestelde huwelijk.

Voorts bevreemdt het dat de echtgenoot heeft gewacht met het terugbrengen van eiseres naar haar stiefmoeder totdat ze was hersteld van haar bevalling, indien hij van mening was dat hij niet de vader is van het kind. Voorts bevreemdt het dat de echtgenoot haar laat gaan indien hij wraak op haar wilde nemen.

Verder valt niet in te zien dat de gestelde echtgenoot de gegeven bruidsschat niet meteen afhandig heeft gemaakt. Eiseres stelt immers dat hij wraak op haar wil nemen omdat hij zoveel geld heeft uitgegeven aan de bruiloft.
Voorts valt niet in te zien dat eiseres vervolgens nog een paar maanden bij de christelijke vriend kan logeren zonder dat zij zelf problemen heeft ondervonden.

Verweerder heeft de verklaringen van eiseres over haar huwelijk en scheiding gelet op het voorgaande ongeloofwaardig mogen vinden. Gelet hierop heeft verweerder dus ook de gestelde bedreigingen en verklaringen over dat ze verstoten is ongeloofwaardig mogen vinden. De rechtbank merkt hierbij nog op dat eiseres ter zitting heeft verklaard dat zij niet zo zeer vreest voor wraak van haar gestelde echtgenoot. Dat is tegenstrijdig met wat zij tijdens het nader gehoor bij verweerder naar voren heeft gebracht. De beroepsgrond slaagt niet.

Herbesnijdenis

9. Eiseres wijst erop dat uit het thematisch ambtsbericht Guinee van de Minister van Buitenlandse zaken van mei 2020 (het ambtsbericht) volgt dat er een reëel risico op herbesnijdenis bestaat in Guinee. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat herbesnijdenis eventueel zou kunnen plaatsen als zij opnieuw trouwt.

10. In het door eiseres aangehaalde ambtsbericht staat dat volgens vertrouwelijke bronnen het niet voorkomt dat vrouwen die reeds besneden zijn opnieuw worden besneden. Een vertrouwelijke bron gaf aan dat de laatste gevallen van besneden vrouwen die opnieuw besneden werden dateerden van 1998 of daarvoor. Volgens een vertrouwelijke bron worden sommige vrouwen na een bevalling wel opnieuw dichtgenaaid. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank op het standpunt mogen stellen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarvoor te vrezen heeft. Zij heeft ter zitting desgevraagd ook niet kunnen verklaren wie haar daartoe zou dwingen in Guinee. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor de conclusie dat bij gedwongen terugkeer van eiseres naar Guinee sprake is van een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Deze beroepsgrond slaagt ook niet.

Alleenstaande moeder met buitenechtelijk kind

11. Eiseres stelt dat bij terugkeer sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM vanwege het zijn van een alleenstaande islamitische moeder van een buitenechtelijk kind. Bij terugkeer zal zij worden gezien als prostituee. Hierbij heeft zij verwezen naar het ambtsbericht en de brief van verweerder van 30 juni 2020 aan de

voorzitter van de Tweede Kamer (kenmerk 2916511).

12. In zijn verweerschrift heeft verweerder erop gewezen dat uit het ambtsbericht blijkt dat het voor alleenstaande vrouwen mogelijk is om zich zelfstandig in Guinee te vestigen. Verweerder heeft betrokken dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Guinee geen netwerk heeft en is verstoten. Verder acht verweerder van belang dat eiseres heeft verklaard dat zij tot haar veertiende levensjaar in Guinee naar school is geweest en enige tijd heeft gewerkt. Daaruit kan volgens verweerder een zekere mate van zelfredzaamheid worden afgeleid. Verder heeft verweerder erop gewezen dat in het ambtsbericht staat vermeld dat er ngo’s zijn die hulp kunnen verstrekken aan alleenstaande vrouwen die zijn teruggekeerd naar Guinee. De rechtbank is van oordeel dat eiseres daar onvoldoende tegenover heeft gesteld. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor de conclusie dat bij gedwongen terugkeer van eiseres naar Guinee sprake is van een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. De beroepsgrond faalt.
Conclusie

13. De beroepsgronden slagen niet. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Het beroep is ongegrond.

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.J. van Ravenhorst, griffier.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.