Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:14559

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21-09-2020
Datum publicatie
15-04-2021
Zaaknummer
NL20.16621
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

bewaring, asielzoeker in procedure, terecht geen lichter middel, bewaringsgronden niet betwist, meerdere aliassen gebruikt, vals paspoort overgelegd, beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.16621

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. T. Esen), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.M.H. van de Wal).

Procesverloop

Bij besluit van 6 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen mevrouw E. Villegas Selma.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

  1. Eiser stelt dat hij de Chileense nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [1988] .

  2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag. Daarnaast heeft verweerder in de maatregel van bewaring overwogen dat eiser een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel e, van de Opvangrichtlijn. Verweerder heeft als zware gronden1 vermeld dat eiser:

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;

3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op

1. Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).

vreemdelingen heeft onttrokken;

3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

3f. zich zonder noodzaak heeft ontdaan van zijn reis- of identiteitsdocumenten;

3. en als lichte gronden2 vermeld dat eiser: 4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;

4e. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld.

4. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden van de maatregel niet heeft bestreden.

5. Eiser voert aan dat een lichter middel dan bewaring kan worden toegepast, omdat hij asiel heeft aangevraagd. Gelet daarop kan eiser in het asielzoekerscentrum (AZC) verblijven.

6. De rechtbank moet beoordelen of verweerder terecht geen lichter middel heeft gekozen dan de inbewaringstelling. Verweerder mag daarbij niet alleen verwijzen naar de bewaringsgronden, maar moet in de maatregel specifiek motiveren waarom hij de bewaring noodzakelijk vindt. Daarbij moet verweerder ook ingaan op de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling. Dit is vaste rechtspraak.3 Dat heeft verweerder in deze zaak gedaan en verweerder hoefde geen lichter middel toe te passen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat eiser meerdere aliassen heeft gebruikt sinds hij zich in de Europese Unie bevindt. Verder heeft eiser bij zijn aanhouding een vals Chileens paspoort overgelegd. Daarnaast heeft eiser zich niet gemeld bij de korpschef, terwijl hij al enige tijd in Nederland is. Tot slot volgt ook uit de gronden van de maatregel dat er een risico op onttrekking bestaat. Deze gronden zijn inhoudelijk niet bestreden. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de bewaring noodzakelijk mogen achten voor de beoordeling van de asielaanvraag van eiser. De beroepsgrond slaagt niet.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep ongegrond;

  • -

    wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.

2 Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.

3 Onder meer de uitspraken van de ABRvS van 23 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:674) en van 10 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1309).

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

21 september 2020

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.