Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:14531

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-09-2020
Datum publicatie
22-07-2021
Zaaknummer
19/7350
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Buiten zitting; te laat bezwaar; bekendmaking; Nidos.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 19/7350

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 september 2020 in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F.W. Verweij),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 16 oktober 2019.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Namens eiser is op 24 mei 2018 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel ‘familie en gezin’. Eiser wil met zijn aanvraag bereiken dat hij in Nederland bij referent kan verblijven. Referent is de jongere minderjarige broer van eiser en heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nidos is op 15 maart 2016 als voogd van referent benoemd. Nidos heeft in opdracht van referent de mvv-aanvraag voor eiser ingediend.

3. In het besluit van 5 november 2018 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag afgewezen. De bezwaartermijn liep tot 3 december 2018. De gemachtigde van eiser heeft op 26 februari 2019 bezwaar gemaakt. Verweerder heeft in het besluit van 16 oktober 2019 (het bestreden besluit) het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat het buiten de bezwaartermijn is ingediend.

4. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert aan dat zijn bezwaar verschoonbaar te laat is, omdat het primaire besluit niet op de juiste wijze bekend is gemaakt. Het besluit is namelijk niet naar eiser gestuurd. Hij heeft pas voor het eerst op 19 februari 2019, toen van het besluit een kopie aan hem is verstrekt door Vluchtelingenwerk West- en Midden Nederland, kennis genomen van het besluit en binnen een week bezwaar gemaakt. Verder voert eiser aan dat niet vaststaat dat het primaire besluit naar Nidos is gestuurd. Ook al zou dit zo zijn, is het besluit nog niet op de juiste wijze bekendgemaakt. Nidos is namelijk niet de gemachtigde van eiser.

5. Verweerder handhaaft het standpunt dat het bezwaar niet tijdig is ingediend en voert aan dat het primaire besluit op de juiste wijze is bekendgemaakt. Verweerder heeft een toelichting gegeven dat op 6 november 2018 het primaire besluit naar Nidos is verzonden en heeft ter onderbouwing een uitdraait uit Indigo (geautomatiseerd systeem van verweerder) overgelegd. Volgens verweerder is door verzending naar Nidos het primaire besluit op de juiste wijze bekendgemaakt. Op het moment van verzending was Nidos namelijk de voogd van referent en dus zijn ‘wettelijke vertegenwoordiger’. In die hoedanigheid is Nidos verantwoordelijk voor de behandeling en afhandeling van de poststukken van referent.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat eiser te laat bezwaar heeft gemaakt. Het bezwaarschrift moet binnen vier weken, nadat het besluit is bekendgemaakt, worden ingediend1. In dit geval is het besluit op 6 november 2018 door toezending aan Nidos op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt2. Verweerder heeft met zijn toelichting en uitdraai uit Indigo aannemelijk gemaakt dat het besluit op 6 november 2018 daadwerkelijk naar Nidos is verzonden. Eisers stelling dat het besluit niet op juiste wijze bekend is gemaakt door het aan Nidos te verzenden in plaats van aan eiser zelf, volgt de rechtbank niet. Verweerder mocht het besluit aan Nidos versturen, omdat Nidos de voogd is van referent en in die hoedanigheid ook de aanvraag voor een mvv voor eiser heeft ingediend. Dat eiser mogelijk niet tijdig door Nidos op de hoogte is gebracht van de beschikking, is betreurenswaardig maar komt voor zijn rekening en leidt niet tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding3. Het bezwaarschrift van 26 februari 2019 is dan ook niet verschoonbaar te laat ingediend.

6. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).

7. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra rechter, in aanwezigheid van mr. R.P. Stehouwer, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 16 september 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

1 Artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

2 Artikel 3:41, eerste lid, van de Awb.

3 ECLI:NL:CRVB:2012:BY2265.