Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:14319

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-08-2020
Datum publicatie
26-02-2021
Zaaknummer
NL20.14434
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

AKT, plakvovo

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.14434

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. G. van Reemst), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Hadfy Kovacs).

Procesverloop

Bij besluit van 16 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde asielprocedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van het door verzoeker ingediende beroep, geregistreerd onder het zaaknummer NL20.14433, plaatsgevonden op 19 augustus 2020. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk in de bron- en doeltalen Nederlands en Amhaars is verschenen N. Fictoor. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

  1. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep, geregistreerd onder het zaaknummer NL20.14433, gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verweerder dient een nieuw besluit op de aanvraag van verzoeker te nemen.

  2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak en gezien het tegen verzoeker uitgevaardigde terugkeerbesluit van 12 juni 2015 ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek toe te wijzen.

  3. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de

door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1). In de kosten voor het verschijnen ter zitting van de gemachtigde van verzoeker is verweerder in de uitspraak op het beroep van verzoeker veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • -

    wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen toe;

  • -

    verbiedt verweerder verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat op zijn aanvraag is beslist;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 525,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Ramsaroep, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

27 augustus 2020

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.