Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:14303

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-08-2020
Datum publicatie
25-02-2021
Zaaknummer
C/09/596384 / FA RK 20-4678
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

IKO / benoeming bijzondere curator

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Den HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 20-4678

Zaaknummer: C/09/596384

Datum beschikking: 7 augustus 2020

Internationale kinderontvoering/benoeming bijzondere curator

Beschikking in het kader van het op 22 [geboortedatum 2] 2020 ingekomen verzoek van:

[Y]

de vader,

wonende te [woonplaats 1] , Canada,

advocaat: mr. M.M. van Maanen te Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[X] ,

de moeder,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat: mr. J.A.M. Schoenmakers te Breda.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het e-mailbericht van 5 augustus 2020 van de zijde van de moeder, inhoudende voorlopige verweren.

Op 6 augustus 2020 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld in de vorm van een videozitting door middel van Skype for Business. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk, alsmede de moeder, bijgestaan door haar advocaat. Namens de Raad voor de Kinderbescherming is verschenen: mevrouw [medewerker RvdK] Het betrof hier een regiezitting met het oog op crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. H. Dragtsma. De behandeling ter terechtzitting is aangehouden.

Op genoemde regiezitting is aan partijen de gelegenheid geboden om een crossborder mediation traject te volgen, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, teneinde tot een minnelijke regeling te komen. De ouders hebben daar om hen moverende redenen geen gebruik van gemaakt.

Verzoek en verweer

De vader heeft verzocht, met toepassing van artikel 13 van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering (hierna: de Uitvoeringswet),

primair de onmiddellijke terugkeer van de na te melden minderjarigen te bevelen,

althans de terugkeer van de minderjarigen vóór een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum te bevelen, waarbij de moeder de minderjarigen dient terug te brengen naar het adres [plaatsnaam] Canada, aan de [adres]

subsidiair te bevelen, voor het geval de moeder nalaat de minderjarigen terug te

brengen naar het adres [plaatsnaam] Canada, aan de [adres] ., dat de moeder de minderjarigen met hun paspoort aan de vader zal afgeven, onmiddellijk, doch uiterlijk op een door de rechtbank te bepalen datum, opdat de vader de kinderen zelf mee terug kan nemen naar Canada;

meer subsidiair de terugkeer van de minderjarigen te gelasten naar [plaatsnaam in Egypte]

, Egypte, aan de [adres in Egypte] met onmiddellijke ingang, doch uiterlijk op een door de rechtbank te bepalen datum, waarbij de moeder de minderjarigen dient terg te brengen naar [plaatsnaam in Egypte] , Egypte, aan de [adres in Egypte]

meest subsidiair te bevelen, voor het geval de moeder nalaat de minderjarigen terug

te brengen naar [plaatsnaam in Egypte] , Egypte, aan de [adres in Egypte] dat de moeder de minderjarigen met hun paspoort aan de vader zal afgeven, onmiddellijk, doch uiterlijk op een door de rechtbank te bepalen datum, opdat de vader de kinderen zelf mee terug kan nemen naar Egypte;

met veroordeling van de moeder in de nog te specificeren kosten die de vader

heeft moeten maken in verband met de ontvoering en teruggeleiding,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder heeft verweer gevoerd tegen de verzoeken van de vader.

Feiten

  • -

    De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van 18 juni 2004 tot 24 oktober 2015.

  • -

    Zij zijn de ouders van de volgende op dit moment nog minderjarige kinderen:

o [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2005 te [geboorteplaats 1] , Egypte, verder: [minderjarige 1] ;

o [minderjarige 2] geboren op 13 [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats 2] , Egypte, verder: [minderjarige 2] .

- In het kader van de echtscheiding hebben de ouders op 25 januari 2015 een

overeenkomst opgesteld (‘regelingsakte tussen echtgenoten’). Daarin zijn in artikel 3 afspraken omtrent ‘omgangsregeling en voogdij’ en in artikel 4 afspraken omtrent ‘ouderlijk gezag en voogdij’ opgenomen.

- De vader, de moeder en de kinderen hebben allen de Egyptische nationaliteit.

Beoordeling

Ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen. De rechtbank acht het, gelet op de aard van de zaak en van de daarin spelende belangenstrijd, in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk een bijzondere curator te benoemen. Daarbij is er mogelijk sprake van dat de belangen van de kinderen onderling verschillen.

De rechtbank verzoekt de bijzondere curator de volgende vragen te beantwoorden:

  1. Wat geven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zelf aan over een eventueel verblijf in Canada/Egypte en een eventueel verblijf in Nederland?

  2. In hoeverre lijken [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zich vrij te kunnen uiten?

  3. In hoeverre lijken [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de gevolgen van het verblijf in Canada/Egypte of het verblijf in Nederland te overzien?

  4. Willen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de minderjarige met de rechter(s) spreken en zo ja, wensen zij dat de bijzondere curator daarbij aanwezig zal zijn?

  5. Zijn er nog bijzonderheden naar voren gekomen die van belang zijn voor de te nemen beslissingen?

In aanvulling op deze vragen geeft de rechtbank de bijzondere curator in overweging om ook te onderzoeken hoe de kinderen staan tegenover contact(herstel) met de vader.

Van de bijzondere curator wordt verwacht dat deze door gesprekken te voeren met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] probeert zicht te krijgen op hun mening ten aanzien van het verblijf in Egypte/Canada en het verblijf in Nederland en vervolgens die mening van de kinderen naar voren te brengen in deze procedure. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van de rechtbank dat de bijzondere curator hierbij ouders zal betrekken. Het gaat alleen om gesprekken met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Van de ouders wordt verwacht dat zij volledige medewerking verlenen aan het inplannen en uitvoeren van de gesprekken van de kinderen met de bijzondere curator.

Van zijn bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter terechtzitting een schriftelijk verslag aan de rechtbank en de ouders toe te sturen. De bijzondere curator licht het verslag zo nodig ter terechtzitting toe.

De rechtbank zal de zaak voor de verdere inhoudelijke behandeling verwijzen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank.

(alleen opnemen indien kostenveroordeling is verzocht)

Beslissing

De rechtbank:

*

benoemt tot bijzondere curator over de minderjarigen: [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2005 te [geboorteplaats 1] , Egypte, en [minderjarige 2] geboren op 13 [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats 2] , Egypte:

[gegevens bijzondere curator]

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de bijzondere curator zal toesturen;

bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter terechtzitting zijn schriftelijk verslag aan de rechtbank en de (advocaten van de) ouders dient te sturen;

*

houdt iedere verdere beslissing aan;

*

verwijst de zaak naar de meervoudige kamer.

Deze beschikking is gegeven door mr. H. Dragtsma, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. K. Willems als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 augustus 2020.