Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:14279

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-09-2020
Datum publicatie
24-02-2021
Zaaknummer
AWB 20/747
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

mvv verblijf als familie- of gezinslid - paragraaf B7/3.7.1. Vc - minderjarige kinderen - geen onaanvaardbare toekomst in Turkije - artikel 8 EVRM - geen hechte persoonlijke banden - geen beschermingswaardig familieleven - ongegrond. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2020:14278)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/747

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 september 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , geboren op [geboortedatum 1] 2011, V-nummer [V-nummer 1] (eiseres) en

[eiser] , geboren op [geboortedatum 2] 2010, V-nummer [V-nummer 2] (eiser),

(tezamen; eisers)

(gemachtigde: mr. T. Mustafada),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. L. Verhaegh).

Procesverloop

Bij besluit van 5 juni 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvragen tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [A] ’ afgewezen.

Bij besluit van 2 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juli 2020. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Tevens was aanwezig, [A] , referente. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum 1] 2011 en eiser is geboren op [geboortedatum 2] 2010. Eisers hebben de Turkse nationaliteit. Referente is hun oma. Zij heeft de voogdij gekregen over eisers. Voor eisers zijn op 8 januari 2019 aanvragen ingediend om afgifte van een mvv met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ om het mogelijk te maken om bij referente te kunnen verblijven.

Standpunten partijen

2. Verweerder heeft de aanvragen afgewezen omdat eisers niet voldoen aan de voorwaarden voor verlening van de mvv’s. Volgens verweerder is namelijk niet gebleken dat eisers geen aanvaardbare toekomst hebben in Turkije. De afwijzing van de aanvragen levert volgens verweerder geen schending op van artikel 8 van het EVRM, omdat geen sprake is van een beschermenswaardig familie- en gezinsleven tussen eisers en referente.

3. Volgens eisers heeft verweerder niet tot het oordeel kunnen komen dat geen sprake is van een situatie dat voor hen in Turkije geen aanvaardbare toekomst is weggelegd. De familieleden van eisers hebben verklaard dat zij niet in staat zijn om de zorg voor eisers op zich te nemen. Verweerder gaat voorbij aan de ingebrachte bewijsstukken. In beroep hebben eisers nogmaals stukken overgelegd die in bezwaar waren overgelegd en die nu zijn bekrachtigd door een beëdigde vertaler. Ter onderbouwing van hun standpunt dat eisers nu in Istanbul wonen, hebben eisers een verklaring overgelegd waaruit blijkt dat zij onderwijs volgen in Istanbul. Ook hebben eisers een beëdigde vertaling van de Turkse psycholoog [B] overgelegd.

Onaanvaardbare toekomst in land van herkomst

4. Op grond van artikel 3.28 van het Vreemdelingenbesluit (Vb) kan de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid worden verleend aan de minderjarige vreemdeling:

a. die als pleegkind in Nederland wil verblijven in het gezin van één of meer Nederlanders of vreemdelingen met rechtmatig verblijf, als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Vreemdelingenwet; en

b. die naar het oordeel van Onze Minister in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst heeft.

5. Verweerder neemt op grond van paragraaf B7/3.7.1 van de Vreemdelingencirculaire (Vc) aan dat voor het kind geen aanvaardbare toekomst is weggelegd in het land van herkomst, als sprake is van zodanige omstandigheden, dat het kind niet of bezwaarlijk door in het land van herkomst wonende naaste bloed- of aanverwanten kan worden verzorgd. Verweerder neemt niet aan dat sprake is van een onaanvaardbare toekomst als het kind verblijft bij zijn ouders in minder welvarende omstandigheden, voor zover die omstandigheden ter plaatse als normaal zijn te beschouwen.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van een situatie waarin eisers in Turkije geen aanvaardbare toekomst hebben. Uit de verklaringen van familieleden van eisers die zijn overgelegd blijkt namelijk niet dat zij niet of bezwaarlijk voor eisers kunnen zorgen. In de verklaringen is gesteld dat de familieleden niet willen of kunnen zorgen voor eisers. Zoals verweerder terecht heeft gesteld, moeten eisers objectieve onderbouwing overleggen van het standpunt dat er niemand is die in Turkije voor de kinderen kan zorgen. De verklaringen van de familieleden dat zij dit niet kunnen of willen, is daarvoor onvoldoende. Uit de medische stukken over eisers die zijn overgelegd volgt ook niet dat eisers een onaanvaardbare toekomst hebben in Turkije. Bovendien volgt uit de verklaring van de huisarts dat deze op verzoek is opgesteld. Uit de verklaring van de psycholoog volgt dat eiser zich emotioneel geïsoleerd voelt, een paniekstoornis heeft en dat sprake is van een trauma wegens de scheiding van zijn ouders. Ten aanzien van eiseres volgt uit de verklaring van de psycholoog dat sprake is van een trauma, huilbuien en bedplassen. Er blijkt echter niet uit hoe de verklaring tot stand is gekomen, of eisers onder behandeling zijn en of behandeling mogelijk is in Turkije, noch dat zij voor een medische behandeling enkel zijn aangewezen op Nederland. De andere bewijsstukken die zijn overgelegd heeft verweerder eveneens onvoldoende onderbouwing mogen vinden. De medische verklaring over de biologische vader is onnavolgbaar en daaruit volgt ook niet dat hij niet voor eisers kan zorgen. De rechtelijke uitspraken die eisers hebben overgelegd zijn niet gelegaliseerd en kunnen reeds om die reden niet de bewijswaarde krijgen de eisers wensen. Voor zover eisers stellen dat economische redenen ook een rol spelen bij de beoordeling of zij in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst hebben omdat de familieleden daar niet voor hun kunnen zorgen en zij niet bij hun ouders verblijven, volgt de rechtbank dat niet. Minder welvarende omstandigheden vormen geen reden en referent kan eisers op afstand financieel blijven ondersteunen.

7. Aangezien eisers niet hebben onderbouwd dat zij een onaanvaardbare toekomst in Turkije hebben, wordt niet voldaan aan de voorwaarden in artikel 3.28 van het Vb. Daarom is verweerder terecht niet toegekomen aan toetsing van de andere voorwaarden die worden genoemd in paragraaf B7/3.7.2. van de Vc.

Artikel 8 van het EVRM

8. Eisers hebben verder aangevoerd dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM). Aangezien referente eisers heeft geadopteerd, is sprake van beschermenswaardig familieleven. De belangen van eisers als kinderen zijn in deze toets niet betrokken en dat is in strijd met artikel 3 van het Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK).

9. Uit paragraaf B7/3.8.1 van de Vc volgt dat de IND in ieder geval familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM aanneemt tussen een minderjarig kind en zijn grootouders als uit de feiten en omstandigheden volgt dat daadwerkelijk sprake is van hechte persoonlijke banden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat daarvan onvoldoende is gebleken en dat er daarom tussen eisers en referente geen sprake is van beschermenswaardig familieleven. Het enkele feit dat referente de juridisch vertegenwoordiger is voor eisers, is onvoldoende. De andere omstandigheden die eisers aanvoeren, namelijk dat referente vanaf de geboorte van eisers tot haar vertrek uit Turkije voor eisers heeft gezorgd, dat referente dagelijks contact heeft met eisers via WhatsApp, dat referente regelmatig naar Turkije gaat om eisers te zien, dat zij hen financieel ondersteunt vanuit Nederland en de omstandigheid dat referente een kamer voor eisers heeft ingericht in haar woning, is onvoldoende om vast te stellen dat sprake is van een meer dan gebruikelijke, hechte en persoonlijke band tussen referente en eisers. Daarbij vindt de rechtbank van belang dat referente al in 2012 naar Nederland is vertrokken waardoor de periode waarin zij stelt voor eisers te hebben gezorgd beperkt is en verder is ook niet gebleken dat zij tot die tijd de feitelijke verzorger van eisers was. Verweerder heeft de belangen van eisers daarbij voldoende betrokken. Er is daarom geen sprake van beschermenswaardig familieleven. Gelet hierop wordt niet toegekomen aan een belangenafweging. Het bestreden besluit is niet in strijd met artikel 8 van het EVRM genomen.

10. Ook wat verder is aangevoerd, leidt niet tot het oordeel dat het bestreden besluit onrechtmatig is. Het beroep is ongegrond.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 24 september 2020 door mr. L.A. Banga, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.