Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:14252

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30-12-2020
Datum publicatie
17-02-2021
Zaaknummer
C/09/604565 / JE RK 20-2937
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

machtiging uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp na een spoedmachtiging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Kinderrechter

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaksgegevens: C/09/604565 / JE RK 20-2937

Datum uitspraak: 30 december 2020

Beschikking van de kinderrechter

Machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp na een spoedmachtiging

in de zaak naar aanleiding van het op 18 december 2020 ingekomen verzoekschrift van:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg (hierna te noemen: het college),

betreffende:

- [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2003 te [geboorteplaats] (Italië),

hierna te noemen: [minderjarige] ;

advocaat: mr. A.B. Baumgarten, gevestigd te Den Haag.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de man] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats] ,

[de vrouw]

hierna te noemen: de moeder,

zonder woon- of verblijfplaats in Nederland, wonende te Italië.

Het procesverloop

Bij beschikking d.d. 18 december 2020 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven van 18 december 2020 tot 31 december 2020, en het verzoek voor het overige aangehouden tot deze zitting.

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:

  • -

    voornoemde beschikking d.d. 18 december 2020;

  • -

    het verzoekschrift met bijlagen van het college d.d. 18 december 2020;

  • -

    de instemmingsverklaring d.d. 19 december 2020 van een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht;

  • -

    de bepaling jeugdhulp als bedoeld in artikel 6.1.2, vijfde lid, van de Jeugdwet, van het college d.d. 18 december 2020.

Op 30 december 2020 is de behandeling van de zaak ter zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij zijn verschenen:

  • -

    [minderjarige] , bijgestaan door zijn advocaat mr. Baumgarten;

  • -

    de vader;

  • -

    [vertegenwoordiger van de gemeente] namens het college;

  • -

    [vertegenwoordigers van VT] namens Veilig Thuis.

Feiten

- Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden, zijn de vader en de moeder belast met het ouderlijk gezag.

- [minderjarige] verblijft feitelijk bij de vader.

Verzoek

Het verzoek strekt tot machtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de periode tot aan zijn meerderjarigheid, te weten: 22 februari 2021. Het college heeft het verzoek, blijkens de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, als volgt toegelicht. [minderjarige] is bekend met ernstige verslavingsproblematiek. Hij gebruikt onder andere xanax, lsd, speed, ecstasy, lachgas, cannabis en drank. Hij staat sinds 10 november 2020 op de wachtlijst voor een klinische behandeling bij de Brijder en kan hier op 13 januari 2021 opgenomen worden. Gezien het feit dat [minderjarige] zichzelf en de rest van het gezin in gevaar brengt door zijn verslavingsproblematiek kan hij niet langer meer bij de vader wonen. Het middelengebruik van [minderjarige] zorgt regelmatig voor heftige escalaties in de thuissituatie tussen de vader en [minderjarige] . Veilig Thuis is inhoudelijk betrokken en het college is gemandateerd om een verzoek tot gesloten machtiging in te dienen. Nadat de spoedmachtiging is afgegeven heeft de plaatsingsfunctionaris van de accommodatie voor gesloten jeugdhulp (Harreveld) de plaatsing weer ingetrokken, vanwege onvoldoende expertise op het gebied van detox. Aangezien in de tussentijd geen passende oplossing is gevonden, is de afgegeven spoedmachtiging niet verzilverd en verblijft [minderjarige] feitelijk nog bij de vader. Inmiddels heeft het college ervoor gezorgd dat extern medisch personeel met kennis van verslavingszorg aanwezig zal zijn op Harreveld, zodat er geen medische risico’s meer bestaan. Harreveld heeft daarop alsnog ingestemd met de plaatsing van [minderjarige] .

De standpunten

Veilig Thuis heeft zich geschaard achter het verzoek van het college en ter zitting naar voren gebracht dat [minderjarige] steeds wisselt in zijn motivatie om zijn verslavingsproblematiek aan te pakken. De situatie bij de vader thuis is onhoudbaar met drie kinderen en er ontstaan onveilige situaties. Als [minderjarige] op 13 januari 2021 opgenomen wordt bij de Brijder kan de machtiging gesloten jeugdhulp geschorst worden. Indien [minderjarige] wegloopt bij de Brijder kan hij teruggeplaatst worden naar Harreveld.

De vader staat achter het verzoek van het college.

De advocaat van [minderjarige] heeft naar voren gebracht dat hij de zorgen ten aanzien van [minderjarige] inziet en zich refereert aan het oordeel van de kinderrechter.

[minderjarige] is het niet eens met het verzochte en geeft de voorkeur aan de opname bij de Brijder vanaf 13 januari 2021, omdat hij eerst nog een rondleiding bij de Brijder krijgt en een feest met vrienden heeft. Tot die tijd kan hij bij de vader blijven wonen.

Beoordeling

De kinderrechter stelt vast dat de moeder niet bereid is zich te doen horen gezien het feit dat zij niet in Nederland woont, zodat het horen van deze persoon op grond van artikel 6.1.10, eerste lid onder a, Jeugdwet achterwege kan blijven.

De kinderrechter overweegt dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat het verzoek tot machtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp de instemming heeft van de gezaghebbende ouders. Nu derhalve sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6.1.2, derde lid onder c, van de Jeugdwet, is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] niet vereist.

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp noodzakelijk zijn om te voorkomen dat [minderjarige] zich aan de zorg die hij nodig heeft onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat een machtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk is omdat de situatie bij de vader thuis onhoudbaar is. [minderjarige] brengt zichzelf en zijn familie in gevaar door zijn ernstige verslavingsproblematiek. Hierdoor ontstaan er veelvuldig heftige escalaties tussen [minderjarige] en de vader, hetgeen leidt tot onveilige situaties. Op 13 januari 2021 kan [minderjarige] terecht bij de Brijder voor klinische behandeling. Tot die tijd zal [minderjarige] verblijven in Harreveld, waar door deskundige begeleiders zal worden toegezien op zijn veiligheid en gezondheid en hem de benodigde bijstand kan worden geboden. De machtiging gesloten jeugdzorg is nodig ter overbrugging tot de klinische opname bij de Brijder. Op dat moment kan de minderjarige verlof worden verleend om de gesloten accommodatie te verlaten conform de daaraan te stellen voorwaarden. Met dit traject kan [minderjarige] geholpen worden zijn verslavingen te boven te komen.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 6.1.2, eerste lid, van de Jeugdwet van 31 december 2020 tot 22 februari 2021.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2020 door mr. E.C.M. Bouman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.P.M. van der Hoorn als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 13 januari 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.