Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:14084

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-12-2020
Datum publicatie
20-01-2021
Zaaknummer
C-09-585273
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Adoptie. Erkenning Malawische adoptie-uitspraak. Daarmee is voldaan aan de eis in artikel 5b lid 1 sub b RWN “dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2021/5618
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 19-9357

Zaaknummer: C/09/585273

Datum beschikking: 22 december 2020

Erkenning buitenlandse adoptie en inschrijving geboorteakte

Beschikking op het op 9 december 2019 ingekomen verzoekschrift van:

[X]

verzoekster,

wonende te Malawi,

advocaat: mr. C.P. Robben te Gieten.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage,

zetelend te ‘s-Gravenhage,

hierna: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift, met bijlagen;

- de brief van 29 januari 2020 van de zijde van ambtenaar;

- de brief van 22 april 2020, met bijlage, van de zijde van verzoekster;

- de brief van 17 juni 2020 van de zijde van ambtenaar;

- de brief van 4 november 2020 van de Raad voor de Kinderbescherming.

Op 26 november 2020 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld door middel van een videoverbinding (Skype). Hierbij zijn aanwezig: verzoekster, bijgestaan door haar advocaat, en de heer [naam ambtenaar] namens de ambtenaar.

Verzoek

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank:

primair:

- ingevolge artikel 10:108 BW voor recht verklaart dat wordt erkend de beslissing

van de High Court of Malawi, [geboorteplaats mj] District Registry van 26 februari 2019 tot adoptie naar het recht van Malawi van [minderjarige] geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats mj] , Malawi door verzoekster;

- om ingevolge artikel 10:109 lid 3 BW een last te geven tot toevoeging van een

latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte van de burgerlijke stand;

subsidiair:

- de adoptie uitspreekt van [minderjarige] geboren op [geboortedatum 1] 2012 te

[geboorteplaats mj] , Malawi door verzoekster;

alsmede:

- voor zover nodig de verklaring van verzoekster dat het kind de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam X] ” zal hebben in de beschikking vermeldt;

- voor zover nodig gelast dat de voornamen van het kind zijn: “ [nieuwe voornamen] ”;

- primair ingevolge artikel 1:25 lid 5 BW de gemeente ‘s-Gravenhage gelast om de overeenkomstig de plaatselijke voorschriften en door de bevoegde instantie opgemaakte geboorteakte in te schrijven in het register van geboorten en subsidiair ingevolge artikel 1:25c BW vaststelt dat het kind [minderjarige] is geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats mj] , Malawi als kind van de biologische moeder [moeder mj]

De ambtenaar heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

- Verzoekster woont sinds medio januari 2013 in Malawi, zoals ook is opgenomen in de Basisregistratie Personen.

- Volgens de geboorteakte, nummer [nr. geboorteakte] 2018 (hierna: geboorteakte 1) is op [geboortedatum 1] 2012 geboren [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ) te [geboorteplaats mj] , Malawi.

- Haar moeder is [moeder mj] . Haar vader is onbekend.

- [minderjarige] verblijft volgens verzoekster sinds oktober 2017 bij haar. Omstreeks 30 november 2018 is het verzoek tot adoptie ingediend.

- Verzoekster heeft blijkens de beslissing van de High Court of Malawi, [geboorteplaats mj]

District Registry, Adoption Cause Number [nr.] of 2018 van 26 februari 2019 naar Malawisch recht [minderjarige] geadopteerd. De biologische moeder heeft in de Malawische adoptieprocedure met de adoptie ingestemd.

- Bij Adoption Order van hetzelfde gerecht van 19 maart 2019 is onder meer de naam van de minderjarige gewijzigd in [nieuwe voornamen] [geslachtsnaam X] .

- Vervolgens is een nieuwe geboorteakte opgemaakt, nummer [nr. nieuwe geboorteakte] 2019 waarin verzoekster als moeder is vermeld.

- Verzoekster woont met [minderjarige] in Malawi.

- Verzoekster heeft de Nederlandse nationaliteit.

Beoordeling

Erkenning buitenlandse adoptie

Rechtsmacht

De rechtbank acht voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer aanwezig om op grond van artikel 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van het onderhavige verzoek kennis te nemen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit heeft. Daarnaast heeft verzoekster verklaard dat het haar er in deze procedure om te doen is dat [minderjarige] in het bezit komt van een Nederlands paspoort. Op deze manier heeft verzoekster de mogelijkheid om zo nodig met [minderjarige] naar Nederland te kunnen komen, hetgeen zonder dat [minderjarige] de Nederlandse nationaliteit heeft een stuk lastiger is, omdat zij dan steeds een langdurige visa-procedure moet volgen, waardoor zij in geval van nood [minderjarige] niet op korte termijn naar Nederland kan meenemen. Mocht verzoekster niet meer in staat zijn om [minderjarige] te verzorgen en op te voeden, dan zal de zus van verzoekster de verzorging en opvoeding op zich nemen. Deze zus woont in Nederland en in dat geval zal het wenselijk zijn dat [minderjarige] ook naar Nederland komt en daarvoor is nodig dat [minderjarige] ook naar Nederlands recht familierelaties heeft met de zus van verzoekster. Verzoekster voedt [minderjarige] deels Engelstalig en deels Nederlandstalig op. Verzoekster komt een keer per jaar met [minderjarige] een aantal weken naar Nederland om fondsen te werven voor haar werk in Malawi, om familie en vrienden te bezoeken en om banden met de kerkelijke gemeente te onderhouden.

Erkenning buitenlandse adoptie

Blijkens de beslissing van de High Court of Malawi van 26 februari 2019, Adoption Cause Number [nr.] of 2018, is volgens Malawisch recht op die datum de adoptie van [minderjarige] door verzoekster tot stand gekomen.

Verzoekster verzoekt voor recht te verklaren dat de Malawische adoptie in Nederland kan worden erkend. Bij de beoordeling van het verzoek is afdeling 3 van titel 6 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing. Deze afdeling bevat voorschriften ter zake het toepasselijk recht op de in Nederland uit te spreken adoptie en haar rechtsgevolgen, alsmede de erkenning en haar rechtsgevolgen van een adoptie die tot stand is gekomen in een staat die geen partij is bij het Haags Adoptieverdrag. Malawi is niet aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag. De adoptie dient derhalve te worden beoordeeld aan de hand van de vereisten in artikel 10:108 BW dan wel artikel 10:109 BW.

De adoptie heeft in Malawi plaatsgevonden toen verzoekster en [minderjarige] daar woonden. Verzoekster woont ook nu nog met [minderjarige] in Malawi. Derhalve zal de rechtbank de te erkennen adoptie toetsen aan de hand van het kader als vermeld in artikel 10:108 BW.

Dit artikel bepaalt in het eerste lid dat een in het buitenland gegeven beslissing waarbij een adoptie tot stand is gekomen in Nederland van rechtswege wordt erkend indien zij is uitgesproken door:

a. een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptiefouder(s) en het

kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun

gewone verblijfplaats hadden; of

een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptiefouder(s), hetzij het

kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun

gewone verblijfplaats hadden.

Het tweede lid bepaalt dat aan een beslissing houdende adoptie erkenning wordt onthouden indien:

a. aan die beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging

is voorafgegaan; of

in het geval, bedoeld in lid 1 onder b, de beslissing niet is erkend in de staat waar

het kind onderscheidenlijk de staat waar de adoptiefouder(s) zowel ten tijde van het

verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden;

of

de erkenning van die beslissing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.

Het derde lid bepaalt dat op de in lid 2 onder c genoemde grond aan een beslissing houdende adoptie in elk geval erkenning wordt onthouden indien de beslissing kennelijk op een schijnhandeling betrekking heeft. Het vierde bepaalt dat de erkenning van de beslissing, ook wanneer daarbij een Nederlander betrokken is, niet op de in lid 2 onder c genoemde grond kan worden geweigerd enkel omdat daarop een ander recht is toegepast dan uit de bepalingen van afdeling 2 van Boek 10 zou zijn gevolgd.

Gezien de overgelegde stukken en de rechtsregels die op de in Malawi gegeven adoptiebeslissing van toepassing zijn, te weten de ‘Adoption of Children Act’, is de rechtbank van oordeel dat voldoende is gebleken dat de uitspraak van de High Court of Malawi, [geboorteplaats mj] District Registry, Adoption Cause Number [nr.] of 2018, van 26 februari 2019, waarbij de adoptie van [minderjarige] door verzoekster tot stand is gekomen, te beschouwen is als een beslissing tot adoptie gegeven door een ter plaatse bevoegde autoriteit.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat voldoende is gebleken dat aan de Malawische adoptiebeslissing een behoorlijk onderzoek en een behoorlijke rechtspleging vooraf is gegaan.

Nu verder geen omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit zou kunnen volgen dat erkenning van de beslissing in strijd zou komen met de Nederlandse openbare orde is de rechtbank van oordeel dat de Malawische adoptiebeslissing voldoet aan de in artikel 10:108 BW genoemde voorwaarden voor erkenning.

De Malawische adoptie komt dus van rechtswege voor erkenning in Nederland in aanmerking. Het verzoek op dit punt zal dan ook worden toegewezen.

Is [minderjarige] door de adoptie Nederlander geworden?

De erkenning van de Malawische adoptie leidt ertoe dat deze in Nederland dezelfde rechtsgevolgen heeft als in Malawi. Als de adoptie in Malawi niet tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, mist de adoptie ook in Nederland dit gevolg, gelet op artikel 10:110, lid 2, BW. De rechtbank dient dan ook te beoordelen welke rechtsgevolgen de Malawische adoptie heeft en of de Malawische adoptie ertoe leidt dat [minderjarige] de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen.

Verzoekster stelt zich primair op het standpunt dat sprake is van een adoptie met een sterk karakter. Zij voert daartoe aan dat uit sections 4 en 6 van de Malawische Adoption of Children Act duidelijk blijkt dat een Malawische adoptie een sterke adoptie is en dat alle banden tussen biologische ouders en adoptiekind door de Malawische adoptie worden verbroken. Voorts voert verzoekster aan dat haar Malawische advocaat heeft aangegeven dat section 6(2) van de Malawische Adoption of Children Act in deze zaak niet van toepassing is omdat [minderjarige] ten tijde van de adoptie geen erfrechtelijke aanspraken had. Dit volgt ook uit het onder productie 7 overgelegde verzoekschrift voor de adoptie, waarin is aangegeven dat [minderjarige] “entitled to no property” is.

De ambtenaar heeft aangegeven dat het antwoord op de vraag of een Malawische adoptie een sterk of zwak karakter heeft lastig is te geven. Malawi kent in beginsel een sterke adoptie, maar bepaalde rechten blijven in stand (artikel 6 Adoption of Children Act), waardoor ook kan worden aangenomen dat een adoptie uitgesproken in Malawi als een zwakke adoptie moet worden omschreven. Dit wordt bevestigd door de Duitse zienswijze en uitleg ten aanzien van de werking van een adoptie uit Malawi, aldus de ambtenaar.

De rechtbank oordeelt als volgt. Voor de beantwoording van de vraag of [minderjarige] door de Malawische adoptie de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen is van belang het bepaalde in artikel 5b lid 1 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN):

“1 Nederlander wordt ook het kind dat in het buitenland bij uitspraak van een ter plaatse bevoegde autoriteit wordt geadopteerd, indien en op het tijdstip waarop aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a. de adoptie voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in Nederland van artikel 108 of artikel 109 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek, en

b. de adoptie heeft tot gevolg dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, en

c. ten minste een der adoptiefouders is Nederlander op de dag dat de uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen, en

d. het kind was op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig.”

Gelet op het hierboven overwogene is voldoende gebleken dat in dit geval aan de onder sub a, c en d gestelde eisen is voldaan. Onduidelijk is echter of in dit geval ook is voldaan aan de eis sub b “dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken”.

Daartoe moet allereerst worden nagegaan welke rechtsgevolgen een adoptie naar Malawisch recht heeft. Bij de vaststelling van de inhoud van het buitenlandse recht is de Nederlandse rechter gebonden aan de daaraan door de buitenlandse rechter gegeven uitleg (vgl. Kamerstukken II, 32 137, nr. 3, bij artikel 10:2 BW– Ambtshalve toepassing ad punt 2.)

De Malawi Adoption of Children Act van 26 juni 1949, gewijzigd in 1987, luidt, voor zover relevant:

“Section 6. Effect of adoption order

(1) Upon an adoption order being made, all rights, duties, obligations and liabilities of the parent or parents, guardian or guardians of the adopted child, in relation to the future custody, maintenance and education of the adopted child, including all rights to appoint a guardian or to consent or give notice of dissent to marriage shall be extinguished, and all such rights, duties, obligations and liabilities shall vest in and be exercisable by and enforceable against the adopter as though the adopted child was a child born to the adopter in lawful wedlock, and in respect of the same matters and in respect of liability of a child to maintain its parents the adopted child shall stand to the adopter exclusively in the position of a child born to the adopter in lawful wedlock;

Provided that, in any case where two spouses are the adopters, such spouses shall in respect of the matters aforesaid and for the purpose of the jurisdiction of any court to make orders as to the custody and maintenance of and right of access to children stand to each other and to the adopted child in the same relation as they would have stood if they had been the lawful father and mother of the adopted child, and the adopted child shall stand to them respectively in the same relation as a child would have stood to a lawful father and mother respectively.

(2) An adoption order shall not deprive the adopted child of any right to or interest in property to which, but for the order, the child would have been entitled under any intestacy or disposition, whether occurring or made before or after the making of the adoption order, or confer on the adopted child any right to or interest in property as a child of the adopter and the expressions “child”, “children” and “issue”, where used in any disposition whether made before or after the making of an adoption order, shall not, unless the contrary intention appears, include an adopted child or children or the issue of an adopted child.”

De High Court van Malawi heeft op 18 oktober 2011, in de zaak met nummer 356 van 2011 betreffende de adoptie van [naam geadopteerde] geoordeeld:

“1. That the effect of an adoption of a child pursuant to the provisions of the Adoption Act, Cap 26:01 of the Laws of Malawi is to extinguish all the ties, claims and rights over the child from the biological parents and to vest all the said claims and rights on the adoption parents as if the same were the biological parents.

2. That pursuant to Section 6(1) of the Adoption Act biological parents of an adopted child would not have any subsisting rights and claims over the adopted child once an adoption order has been made.

3. That the section 6(2) of the Adoption Act does not have the effect of rendering non-permanent or ‘soft’ any adoption done in Malawi pursuant to the said Adoption Act.

4. That the intended effect of the provisions of Sections 6(2) of the said Adoption Act was not to entitle biological parents of the adopted child to have permanent ties with the adopted child despite adoption but just to safeguard inheritance rights (if any) that were existing at the time of the adoption. (…)

5. That having adopted [naam geadopteerde] the Applicants have exclusive and permanent rights, duties and obligations over the said [naam geadopteerde] as if the same were their biological daughter.

6. That the Dutch Authorities cannot claim on the basis of the provisions of section 6(2) of the said Adoption Act that the biological parents of [naam geadopteerde] still have ties with her or rights over her and hence the adoption is not permanent but soft.

7. That the provisions of Section 6(2) of the Adoption Act do not have any applicability to adopted children like [naam geadopteerde] who were abandoned by their biological parents and their whereabouts are not known and were not also involved during the adoption process.”

Hieruit leidt de rechtbank af dat een adoptie naar Malawisch recht tot gevolg heeft dat de familierechtelijke betrekkingen tussen het geadopteerde kind en zijn biologische ouders worden verbroken, echter met uitzondering van de erfrechtelijke band. Deze blijft intact voor zover die op het moment van de adoptie bestaat. In de praktijk zal het dikwijls zo zijn dat er niets van de biologische ouders te erven valt (zie ook paragraaf 7 van bovenstaande uitspraak van de High Court van Malawi). Dit wordt soms ook met zoveel woorden in een Malawisch adoptievonnis vastgesteld. Tevens ontstaat er een erfrechtelijke band met de adoptiefouders.

De adoptie naar Malawisch recht heeft dus zowel kenmerken van de sterke adoptie, zoals Nederland die kent (waarbij alle familierechtelijke banden worden verbroken), als van de zwakke adoptie (waarbij bepaalde banden blijven bestaan). De aanknopingspunten met de sterke adoptie hebben de overhand. Er blijft echter één familierechtelijke band, de erfrechtelijke band met de biologische ouders, intact. Daarmee rijst de vraag of dit betekent dat niet aan het bepaalde artikel 5b lid 1 sub b RWN “dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken” is voldaan. Daartoe moet worden beoordeeld hoe deze bepaling uit de RWN moet worden uitgelegd.

De Rijkswet op het Nederlanderschap van 19 december 1984, Stb. 1984, 628, is nadien diverse malen (en soms ingrijpend) gewijzigd. Het bepaalde in het huidige artikel 5b lid 1 sub b RWN is (in verband met de inwerkingtreding op dezelfde dag van de Wet conflictenrecht adoptie) bij Stb. 2003, 284 ingevoegd. Dezelfde bewoordingen zijn echter te vinden in het oude artikel 5 RWN, dat in 2003 is vernummerd tot artikel 5a RWN (zie Stb. 2003, 284, 456). Tijdens de wijzigingen van de Rijkswet is deze passage niet wezenlijk aangepast. Evenmin is daarbij teruggekomen op de aanvankelijke bedoeling van de wetgever. Dit brengt mee dat ook nu nog relevant is wat de wetgever destijds voor ogen heeft gestaan.

Aan de Memorie van Toelichting, Kamerstukken II, 1981, 16 947 (R 1181) nrs. 3-4, p. 10, ontleent de rechtbank het volgende:

Artikel 5

Dit artikel wijkt in een aantal opzichten af van het huidige artikel 1 bis van de Wet op het Nederlanderschap.

In de eerste plaats is hier uiteraard, evenals in artikel 3, het beginsel gevolgd, dat het Nederlanderschap zowel van de man als van de vrouw wordt afgeleid.

Voorts is de beperking, gelegen in de voorwaarde dat het kind «in het Koninkrijk bij rechterlijke uitspraak» is geadopteerd vervallen. Die beperking lijkt niet nodig en op de keper beschouwd ook moeilijk verdedigbaar. Er is geen reden om, wanneer het nationaliteitsgevolg afhangt van het antwoord op de vraag of er naar Nederlands (c.q. Nederlands-Antilliaans) recht geldig een adoptie tot stand is gekomen, te onderscheiden of deze in het Koninkrijk of in het buitenland is tot stand gekomen. De praktische moeilijkheid welke zich hier voordoet en welke waarschijnlijk de wetgever destijds heeft gebracht tot de beperking tot in het Koninkrijk verkregen adopties is, dat het niet steeds gemakkelijk is vast te stellen of een buiten 's lands tot stand gekomen adoptie naar Nederlands (c.q. Nederlands-Antilliaans) recht is geschied. Bovendien is de vraag of een dergelijke adoptie welke met toepassing van vreemd recht is tot stand gekomen in het Koninkrijk rechtsgeldig is, gelet op de internationaalprivaatrechtelijke verwikkelingen welke daarbij kunnen optreden, niet steeds eenvoudig te beantwoorden. Deze moeilijkheid wordt ondervangen door de bepaling van het tweede lid dat, als de adoptie buiten het Koninkrijk is tot stand gekomen, het adoptiefkind het Nederlanderschap alleen dan verkrijgt, als de Nederlandse of Nederlands-Antilliaanse rechter heeft beslist dat die adoptie rechtskracht heeft en dat daaraan tenminste dezelfde familierechtelijke gevolgen zijn verbonden als aan een adoptie, die in het Koninkrijk is uitgesproken [vet door de rechtbank].

Een adoptie welke in Nederland is tot stand gekomen heeft haar gevolgen - zie artikel 230 Boek 1 BW - van de dag waarop de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Voor een buitenlandse uitspraak ligt dit mogelijk anders. Dit verklaart het verschil in terminologie op dit punt met het huidige artikel 1 bis. Er wordt daarmede dus geen materieel verschil beoogd.

Zoals dat bij het huidige artikel Ibis reeds het geval is, wordt voorgesteld de toekenning van het Nederlanderschap te beperken tot minderjarigen, zoals ook ten aanzien van erkenning en wettiging in artikel 4 is bepaald.

Artikel 5 zal niet aanstonds in werking kunnen treden, aangezien de Nederlandse en de Nederlands-Antilliaanse wet nog niet voorzien in de mogelijkheid dat de rechter een beslissing geeft als bedoeld in het tweede lid. Zolang in die mogelijkheid niet is voorzien, zal het artikel Ibis van de huidige wet van kracht moeten blijven. (…)”

De Memorie van Antwoord, Kamerstukken II, 1982-1983, 16 947 (R 1181), nr. 7, p. 19, houdt, voor zover van belang, in:

“(…) Ten slotte maakt de voorgestelde omschrijving duidelijk, dat slechts z.g. «sterke» adopties, dat wil zeggen adopties waardoor de familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en zijn ouder(s) geheel worden verbroken, in aanmerking komen. Voor de verkrijging van het Nederlanderschap is niet relevant of wellicht nog vermogensrechtelijke betrekkingen blijven bestaan. Wel is van belang, dat het kind in familierechtelijk opzicht uitsluitend met de adoptiefouders is verbonden. Zou die eis niet worden gesteld, dan zou - indien het vreemde recht dat de adoptie beheerst daar geen nationaliteitsverlies aan verbindt - dubbele nationaliteit ontstaan [vet door de rechtbank]. (…)”

Zie tot slot Kamerstukken II, 2001-2002, 28 458 (R 1725) nr. 3, p. 1 (zijnde de aan de opname van art. 5b RWN voorafgaande Memorie van Toelichting):

“Het is wenselijk aan de erkenning van rechtswege of via een gerechtelijke procedure de consequentie te verbinden dat het kind het Nederlanderschap van rechtswege verkrijgt indien het een «sterke» adoptie betreft (een adoptie derhalve die tot gevolg heeft dat de familierechtelijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouders worden verbroken) en indien beide adoptanten of één van hen Nederlander zijn. Daartoe strekt het thans voorgestelde artikel 5b, eerste lid. Gelet op de stringente vereisten voor de erkenning van buitenlandse adopties, die in het wetsvoorstel conflictenrecht adoptie zijn opgenomen, acht ik verkrijging van rechtswege van het Nederlanderschap door het bij een erkende «sterke» adoptie geadopteerde kind verantwoord. Deze oplossing ligt ook voor de hand, nu in het huidige artikel 5 reeds is voorzien in de verkrijging van rechtswege van het Nederlanderschap door een kind dat bij een «sterke» onder het verdrag vallende adoptie is geadopteerd. Momenteel is het in gevallen waarin een niet onder het Haagse verdrag van 1993 vallende buitenlandse adoptiebeslissing voorhanden is, noodzakelijk dat opnieuw een adoptieprocedure voor de Nederlandse rechter wordt gevoerd ten einde het kind de Nederlandse nationaliteit te doen verkrijgen. De voorgestelde voorzieningen in de Rijkswet voorkomen dat dit in de daardoor bestreken gevallen nog nodig is. Een belangrijk winstpunt van de voorgestelde voorziening is derhalve dat de rechtspraak wordt ontlast, terwijl dit naar verwachting niet zal resulteren in toename van het aantal gevallen van verkrijging van het Nederlanderschap.”

Op grond van de aangehaalde passages uit de parlementaire geschiedenis komt de rechtbank tot de conclusie dat met de adoptie naar Malawisch recht is voldaan aan de eis in artikel 5b lid 1 sub b RWN “dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken”. Het enige verschil met de Nederlandse, sterke, adoptie is immers dat de geadopteerde in theorie óók nog van zijn biologische ouders kan erven. Voor het overige zijn alle bestaande familierechtelijke banden doorgesneden. Het risico van verkrijging van een dubbele nationaliteit doet zich dan ook niet voor, althans niet op die grond. De rechtbank is daarom, alles afwegende, van oordeel dat sprake is van een sterke adoptie. Dit betekent dat [minderjarige] door de Malawische adoptie van rechtswege Nederlander is geworden. Gelet op het vooroverwogene heeft verzoekster geen belang bij het uitspreken van een adoptie naar Nederlands recht.

Gelet op het voornoemde komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het subsidiaire verzoek tot het uitspreken van een adoptie naar Nederlands recht.

De rechtbank zal gelasten dat een latere vermelding van adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte zal worden toegevoegd.

Ook zal de rechtbank in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder sub k van het Besluit gezagsregisters tevens bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.

Inschrijving geboorteakte

Ten aanzien van de in Malawi geboren minderjarige is een akte van geboorte (geboorteakte 1) opgemaakt overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie, waarvan door verzoekster een authentiek afschrift, met apostille, is overgelegd.

De ambtenaar heeft geen bezwaar tegen een last tot inschrijving van deze buitenlandse geboorteakte.

Naar het oordeel van de rechtbank is de door verzoekster overgelegde geboorteakte vatbaar voor inschrijving in het register van geboorten van de gemeente 's-Gravenhage, zodat de rechtbank op de voet van artikel 1:25 lid 5 BW de inschrijving van die akte zal gelasten.

Namen

De namen van de minderjarige luiden thans, na de adoptie: [geslachtsnaam X] , [nieuwe voornamen] , welke naamsvaststelling ingevolge artikel 10:24 BW dient te worden erkend en als latere vermelding zal worden toegevoegd aan de geboorteakte.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart voor recht dat wordt erkend de beslissing zoals vervat in de overgelegde gelegaliseerde uitspraak van de High Court of Malawi, [geboorteplaats mj] District Registry, Adoption Cause Number [nr.] of 2018, van 26 februari 2019 (waarvan een kopie aan deze beschikking is gehecht), waarbij de (sterke) adoptie tot stand is gekomen van de minderjarige [minderjarige] thans genaamd [geslachtsnaam X] , [nieuwe voornamen], van het vrouwelijk geslacht, geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats mj] , Malawi, door [X] geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats] ;

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand een latere vermelding van de adoptie en naamswijzigingen aan de daarvoor in aanmerking komende geboorteakte toe te voegen;

gelast de inschrijving van de akte van geboorte van de minderjarige geregistreerd onder nummer [nr. geboorteakte] 2018, opgemaakt door de door het National Registration Bureau te Malawi (die in fotokopie aan deze beschikking is gehecht) in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage;

bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, aantekening te doen van deze beschikking;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C. Sluymer, J.M. Vink en M.J. Alt-van Endt, bijgestaan door mr. S.G.J. Verkennis als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 22 december 2020.