Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:14082

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-12-2020
Datum publicatie
20-01-2021
Zaaknummer
C-09-597867
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Adoptie. Erkenning Malawische adoptie-uitspraak. Daarmee is voldaan aan de eis in artikel 5b lid 1 sub b RWN “dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 20-5574

Zaaknummer: C/09/597867

Datum beschikking: 22 december 2020

Erkenning buitenlandse adoptie en inschrijving geboorteakte/vaststelling geboortegegevens

Beschikking op het op 17 augustus 2020 ingekomen verzoekschrift van:

[X]

verzoekster,

wonende te Malawi,

advocaat: mr. B. Wegelin te Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage,

zetelend te ‘s-Gravenhage,

hierna: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift, met bijlagen;

- de brief van 24 augustus 2020, met bijlage, van de zijde van verzoekster;

- het F9-formulier van 7 september 2020 van de zijde van verzoekster;

- de brief van 29 september 2020, met bijlage, van de zijde van de ambtenaar;

- de brief van 15 oktober 2020, met bijlagen, van de zijde van verzoekster;

- de brief van 19 oktober 2020, met bijlagen, van de zijde van verzoekster;

- de brief van 28 oktober 2020 van de zijde van de ambtenaar;

- de brief van 2 november 2020, met bijlagen, van de zijde van verzoekster;

- de brief van 4 november 2020 van de Raad voor de Kinderbescherming;

- de brief van 16 november 2020, met bijlage, van de zijde van verzoekster;

- het F9-formulier van 17 november 2020 van de zijde van verzoekster.

Op 26 november 2020 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld door middel van een videoverbinding (Skype). Hierbij waren aanwezig: verzoekster, bijgestaan door haar advocaat, en mevrouw D. Reijntjes-Brooker en de [ambtenaar] , namens de ambtenaar. Van de zijde van verzoekster zijn pleitnotities overgelegd.

Verzoek

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank:

primair:

- verklaart dat de adopties naar Malawisch recht van [minderjarige 1] [minderjarige 2]

en [minderjarige 3] door verzoekster voor erkenning in Nederland

vatbaar zijn;

- de ambtenaar van de burgerlijke stand gelast de geboortegegevens van [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] en [minderjarige 3] plus de latere vermelding van de adoptie in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage;

subsidiair:

- de adoptie naar Nederlands recht uitspreekt van [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en [minderjarige 3] door

verzoekster;

- gelast dat namen van de minderjarigen worden gewijzigd conform het verzoek;

- de ambtenaar van de burgerlijke stand gelast de geboortegegevens van [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] en [minderjarige 3] , plus de latere vermelding van de adoptie in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage.

Feiten

- Verzoekster is sinds 2012 woonachtig in Malawi. Ze heeft daar een stichting

opgericht, de [naam stichting] , en zij leidt een kindertehuis, [naam kindertehuis]

- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ) werd geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats 1] , Malawi. Volgens de overgelegde geboorteakte, opgemaakt op 5 september 2013 met het nummer [nr. geboorteakte] , is [moeder mj 1] haar moeder. Haar vader is onbekend. De moeder, die verstandelijk beperkt is, alsook de grootmoeder van [minderjarige 1] , [grootmoeder mj 1] , konden niet voor haar zorgen. De grootmoeder droeg daarom op 1 december 2012 de zorg voor [minderjarige 1] over aan verzoekster. Verzoekster werd vervolgens benoemd als pleegmoeder.

- Volgens verzoekster is eind 2014 een verzoek ingediend om [minderjarige 1] te adopteren. Op 19 februari 2015 werd dit verzoek door de High Court of Malawi, [geboorteplaats mj 1] District Registry, toegewezen in een zogenaamde Adoption Order, Adoption Cause Number [nr. 1] van 2014. De grootmoeder van [minderjarige 1] gaf namens haar dochter toestemming voor de adoptie.

- Bij de adoptie werden de namen van [minderjarige 1] gewijzigd in [minderjarige 1] [extra naam en geslachtsnaam X 1] .

- De adoptie is geregistreerd in het adoptieregister van Malawi.

- Na de adoptie werd op 14 augustus 2017 een nieuwe geboorteakte opgemaakt (nummer [nieuw aktenr. mj 1] 2017) waarop verzoekster als de moeder is vermeld.

- Na de adoptie heeft verzoekster voor [minderjarige 1] een Nederlands paspoort aangevraagd en dit paspoort werd aan haar verstrekt.

- [minderjarige 2] Kambalame (hierna: [minderjarige 2] ) werd geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats 2] , Malawi. Volgens de overgelegde geboorteakte, opgemaakt op 22 augustus 2013 met het nummer 190073, is haar moeder [moeder mj 2] en haar vader [vader mj 2] . Haar ouders waren niet gehuwd en volgens verzoekster heeft [minderjarige 2] ’s vader, toen hij erachter kwam dat [minderjarige 2] ’s moeder in verwachting was, haar verstoten. De moeder van [minderjarige 2] overleed kort na de geboorte, op [datum] 2013. De zorg voor [minderjarige 2] kwam bij haar grootouders aan moederszijde te liggen. Zij konden de zorg niet aan. Verzoekster nam de pleegzorg voor [minderjarige 2] op zich op verzoek van de grootmoeder. [minderjarige 2] verbleef bij verzoekster in het [naam kindertehuis] vanaf 17 maart 2014.

- Verzoekster wilde [minderjarige 2] na verloop van tijd adopteren. De rechtbank benoemde een ‘guardian ad litem’ om een onderzoek hiernaar te verrichten. De familie van [minderjarige 2] gaf toestemming voor de adoptie. De guardian adviseerde de rechter de adoptie uit te spreken.

- Op 3 juni 2016 sprak de High Court of Malawi, [geboorteplaats 2] District Registry, Adoption Cause Number [nr. 2] of 2015, de adoptie uit van [minderjarige 2] door verzoekster.

- Na de adoptie werden de namen van [minderjarige 2] gewijzigd in [extra naam en geslachtsnaam X 2]

- De adoptie is geregistreerd in het adoptieregister van Malawi.

- Na de adoptie werd op 19 juli 2016 een nieuwe geboorteakte uitgegeven (nummer [nieuw aktenr. mj 2] 2016) waarop verzoekster als de moeder is genoteerd.

- Na de adoptie heeft verzoekster voor [minderjarige 2] een Nederlands paspoort aangevraagd en dit paspoort werd aan haar verstrekt.

- [minderjarige 3] (hierna: [minderjarige 3] ) werd geboren op [geboortedatum 3] 2019 te [geboorteplaats 3] , Malawi. Volgens de overgelegde geboorteakte, opgemaakt op 18 november 2019 met het nummer [aktnr. mj 3] /2019, is haar moeder [naam moeder mj 3] en haar vader [naam vader mj 3] . [minderjarige 3] ’s ouders waren niet gehuwd en [minderjarige 3] ’s vader heeft [minderjarige 3] ’s moeder verlaten voor de geboorte van [minderjarige 3] . Zijn verblijfplaats is onbekend en hij is tot op heden onvindbaar. Vier dagen na de geboorte van [minderjarige 3] , op [datum overlijden] 2019, is haar moeder overleden. De grootmoeders aan beide zijden waren verantwoordelijk voor de zorg voor [minderjarige 3] . [minderjarige 3] was ziek en verzoekster werd gevraagd de zorg voor haar op zich te nemen. Verzoekster werd tot pleegouder van [minderjarige 3] benoemd op 12 november 2019. Een ‘guardian ad litem’ werd benoemd voor onderzoek. De guardian adviseerde de rechter de adoptie uit te spreken. De grootmoeders van [minderjarige 3] gaven toestemming voor de adoptie.

- Bij beslissing van 9 juni 2020 van de High Court of Malawi, [geboorteplaats mj 3] District Registry, Adoption Cause Number [nr. 3] of 2020, is de adoptie van [minderjarige 3] door verzoekster uitgesproken. Bij de adoptie werden de namen van [minderjarige 3] gewijzigd in [extra naam en geslachtsnaam X 3]

- De adoptie is geregistreerd in het adoptieregister van Malawi.

- Na de adoptie werd op 3 juli 2020 een nieuwe geboorteakte uitgegeven (nummer [nieuw aktenr. mj 3] 2020) waarop verzoekster als de moeder is genoteerd.

- De Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken heeft de aanvraag om een noodpaspoort ten behoeve van [minderjarige 3] afgewezen op 11 augustus 2020. Bij beslissing van 30 oktober 2020 is het bezwaar tegen die beslissing door de minister van Buitenlandse Zaken ongegrond verklaard.

- Verzoekster heeft de Nederlandse nationaliteit.

- Verzoekster verblijft op dit moment tijdelijk met [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in Nederland bij haar ouders, in verband met een operatie en het herstel daarvan van [minderjarige 3] .

Beoordeling

Erkenning buitenlandse adopties [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3]

Rechtsmacht

De rechtbank acht voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer aanwezig om op grond van artikel 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van het onderhavige verzoek kennis te nemen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit heeft. Daarnaast hebben [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een Nederlands paspoort en is het verzoekster er in deze procedure om te doen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de Nederlandse nationaliteit niet verliezen en dat [minderjarige 3] ook in het bezit komt van de Nederlandse nationaliteit en een Nederlands paspoort. Verzoekster verblijft op dit moment met [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in Nederland bij haar ouders in verband met een operatie van [minderjarige 3] . Verzoekster wil, met het oog op de medische omstandigheden van [minderjarige 3] , de mogelijkheid openhouden dat zij in de toekomst terugkeert naar Nederland en zich ook permanent met de kinderen in Nederland kan vestigen.

Erkenning buitenlandse adopties Marie, [minderjarige 2] en [minderjarige 3]

Blijkens de beslissingen van de High Court of Malawi, van respectievelijk

19 februari 2015, 3 juni 2016 en 9 juni 2020 zijn naar Malawisch recht op deze data respectievelijk de adopties van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] door verzoekster tot stand gekomen.

Verzoekster verzoekt voor recht te verklaren dat de voornoemde Malawische adopties in Nederland kunnen worden erkend. Bij de beoordeling van het verzoek is afdeling 3 van titel 6 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing. Deze afdeling bevat voorschriften ter zake het toepasselijk recht op de in Nederland uit te spreken adoptie en haar rechtsgevolgen, alsmede de erkenning en haar rechtsgevolgen van een adoptie die tot stand is gekomen in een staat die geen partij is bij het Haags Adoptieverdrag. Malawi is niet aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag. De adopties dienen derhalve te worden beoordeeld aan de hand van de vereisten in artikel 10:108 BW dan wel artikel 10:109 BW.

Artikel 10:108 lid 1 BW bepaalt dat een in het buitenland gegeven beslissing waarbij een adoptie tot stand is gekomen in Nederland van rechtswege wordt erkend indien zij is uitgesproken door:

  1. een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptiefouder(s) en het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden; of

  2. een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptiefouder(s), hetzij het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster tot 20 april 2017 in Nederland in de Basisregistratie Personen stond ingeschreven. Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat zij gedurende de gehele adoptieprocedures haar woonplaats had in Malawi. Verzoekster is op 5 januari 2012 naar Malawi gegaan om haar zus te helpen. In april 2012 is verzoekster kort terug gegaan naar Nederland en in augustus 2012 is zij vervolgens teruggegaan naar Malawi. Verzoekster is sindsdien in Malawi gebleven en alleen af en toe kort, niet meer dan een paar weken, in Nederland geweest om haar ouders te bezoeken. Verzoekster heeft ook een verklaring van woonplaats en nationaliteit van 9 juli 2020 overgelegd, afgegeven door het Consulaat van het Koninkrijk der Nederlanden in Malawi, waaruit blijkt dat zij woonachtig is in Malawi en bekend is bij het consulaat sinds januari 2012.

De rechtbank overweegt dat het conflictenrechtelijk begrip ‘gewone verblijfplaats’ zoals in het hiervoor genoemde artikel 10:108 BW bedoeld, een feitelijk begrip is waaraan inhoud wordt gegeven door de omstandigheden en feiten van het concrete geval en dat het moet worden onderscheiden van het internrechtelijke begrip ‘woonplaats’. Het gaat daarbij om de plaats waar de betrokkene het permanente centrum van zijn belangen heeft gevestigd met de bedoeling daaraan een vast karakter te geven. De enkele omstandigheid dat de betrokkene in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven, brengt niet mee dat de betrokkene daar ook zijn gewone verblijfplaats heeft. Aanknopingspunten om vast te stellen of sprake is van een permanent centrum kunnen zijn de duur van het verblijf, de regelmatigheid, de nationaliteit, de plaats van school, familiaire banden, intentie van het verblijf, en/of een tastbare uiting zoals huis of werk.

De ambtenaar is van mening dat is aangetoond dat het centrum van het bestaan van verzoekster en de minderjarigen zowel ten tijde van de verzoeken tot adoptie als de adoptie uitspraken in Malawi was.

De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op de inhoud van de stukken, de verklaring van verzoekster ter zitting en de verklaring van woonplaats van 9 juli 2020 afgegeven door het Consulaat van het Koninkrijk der Nederlanden in Malawi, waaruit blijkt dat verzoekster sinds januari 2012 in Malawi woonachtig is, is de rechtbank - met de ambtenaar - van oordeel dat verzoekster voldoende heeft onderbouwd dat zij, net als [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , gedurende de gehele adoptieprocedure gewone verblijfplaats hebben gehad in Malawi. Verzoekster, [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben ook nu nog in Malawi hun gewone verblijfplaats; zij zijn alleen tijdelijk, in verband met de operatie en behandeling van [minderjarige 3] , in Nederland en zullen zodra dit medisch mogelijk is weer terugkeren naar Malawi. Derhalve zal de rechtbank de te erkennen adoptie ook verder toetsen aan de hand van de vereisten van artikel 10:108 BW.

Het tweede lid bepaalt dat aan een beslissing houdende adoptie erkenning wordt onthouden indien:

  1. an die beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan; of

  2. in het geval, bedoeld in lid 1 onder b, de beslissing niet is erkend in de staat waar het kind onderscheidenlijk de staat waar de adoptiefouder(s) zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden; of

  3. de erkenning van die beslissing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.

Lid 3 bepaalt dat op de in lid 2 onder c genoemde grond aan een beslissing houdende adoptie in elk geval erkenning wordt onthouden indien de beslissing kennelijk op een schijnhandeling betrekking heeft. Lid 4 bepaald dat de erkenning van de beslissing, ook wanneer daarbij een Nederlander betrokken is, niet op de in lid 2 onder c genoemde grond kan worden geweigerd enkel omdat daarop een ander recht is toegepast dan uit de bepalingen van afdeling 2 van Boek 10 zou zijn gevolgd.

Gezien de overgelegde stukken en de rechtsregels die op de in Malawi gegeven adoptiebeslissing van toepassing zijn, te weten de ‘Adoption of Children Act’, is de rechtbank van oordeel dat voldoende is gebleken dat de uitspraken van de High Court of Malawi, [geboorteplaats minderjarigen] District Registry, Adoption Cause Number [nr. 1] of 2014, van 19 februari 2015, Adoption Cause Number [nr. 2] of 2015, van 3 juni 2016 en Adoption Cause Number [nr. 3] of 2020, van 9 juni 2020, waarbij de adopties van respectievelijk [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] door verzoekster tot stand zijn gekomen, te beschouwen zijn als beslissingen tot adoptie gegeven door een ter plaatse bevoegde autoriteit.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat voldoende is gebleken dat aan de Malawische adoptiebeslissingen een behoorlijk onderzoek en een behoorlijke rechtspleging vooraf is gegaan.

Nu verder geen omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit zou kunnen volgen dat erkenning van de beslissing in strijd zou komen met de Nederlandse openbare orde is de rechtbank van oordeel dat de Malawische adoptiebeslissingen voldoen aan de in artikel 10:108 BW genoemde voorwaarden voor erkenning.

Gelet op de relevante wettelijke bepalingen en na beoordeling van het verzoekschrift en de daarbij overgelegde documenten heeft de ambtenaar geen bezwaar tegen de verklaring voor recht van de erkenning van de Malawische adopties.

De Malawische adopties komen dus van rechtswege voor erkenning in Nederland in aanmerking. Het verzoek op dit punt zal dan ook worden toegewezen.

Zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] door de Malawiche adoptie Nederlander geworden?

De erkenning van de Malawische adoptie leidt ertoe dat deze in Nederland dezelfde rechtsgevolgen heeft als in Malawi. Als de adoptie in Malawi niet tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, mist de adoptie ook in Nederland dit gevolg, gelet op artikel 10:110, lid 2, BW. De rechtbank dient dan ook te beoordelen welke rechtsgevolgen de Malawische adoptie heeft en of de Malawische adoptie ertoe leidt dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] de Nederlandse nationaliteit hebben verkregen.

Verzoekster stelt zich primair op het standpunt dat sprake is van een adoptie met een sterk karakter. Zij voert daartoe aan dat uit artikel 6(1) van de Malawische Adoption of Children Act duidelijk blijkt dat een Malawische adoptie een sterke adoptie is en dat alle banden tussen biologische ouders en adoptiekind door de Malawische adoptie worden geacht te zijn verbroken. Artikel 6(2) van de Malawische Adoption of Children Act geeft het adoptiekind een erfrechtelijke aanspraak maar herstelt geenszins de familierechtelijke betrekkingen, noch geeft het de biologische ouders enig recht jegens hun geadopteerde kind. Voors blijkt uit een interpretatie van het High Court of Malawi van 18 oktober 2011 van artikel 6(2) duidelijk dat een adoptie de ouder permanent van zijn ouderlijke rechten ontheft en dat Malawische adopties sterke adopties zijn. Artikel 6(2) biedt de mogelijkheid een bestaande erfrechtelijke aanspraak te handhaven in geval van adoptie en geenszins om de banden tussen de biologische ouders en kind te herstellen c.q. niet te verbreken. Voorts zal een geadopteerd kind veelal geen erfrechtelijke aanspraken hebben ten aanzien van zijn biologische ouders. In de adoptie-uitspraak van [minderjarige 2] is door de rechter ook vastgesteld dat zij geen erfrechtelijke aanspraken heeft. In de uitspraken van [minderjarige 1] en [minderjarige 3] komt een dergelijke overweging niet voor, maar een dergelijke overweging is wel terug te vinden in de betreffende adoptieverzoeken.

De ambtenaar heeft zich ten aanzien van de vraag of de adoptie uit Malawi een zwak of sterk karakter gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank oordeelt als volgt. Voor de beantwoording van de vraag of [de minderjarigen] door de Malawische adoptie de Nederlandse nationaliteit [hebben] verkregen is van belang het bepaalde in artikel 5b lid 1 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN):

“1 Nederlander wordt ook het kind dat in het buitenland bij uitspraak van een ter plaatse bevoegde autoriteit wordt geadopteerd, indien en op het tijdstip waarop aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a. de adoptie voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in Nederland van artikel 108 of artikel 109 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek, en

b. de adoptie heeft tot gevolg dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, en

c. ten minste een der adoptiefouders is Nederlander op de dag dat de uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen, en

d. het kind was op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig.”

Gelet op het hierboven overwogene is voldoende gebleken dat in dit geval aan de onder sub a, c en d gestelde eisen is voldaan. Onduidelijk is echter of in dit geval ook is voldaan aan de eis sub b “dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken”.

Daartoe moet allereerst worden nagegaan welke rechtsgevolgen een adoptie naar Malawisch recht heeft. Bij de vaststelling van de inhoud van het buitenlandse recht is de Nederlandse rechter gebonden aan de daaraan door de buitenlandse rechter gegeven uitleg (vgl. Kamerstukken II, 32 137, nr. 3, bij artikel 10:2 BW– Ambtshalve toepassing ad punt 2.)

De Malawi Adoption of Children Act van 26 juni 1949, gewijzigd in 1987, luidt, voor zover relevant:

“Section 6. Effect of adoption order

(1) Upon an adoption order being made, all rights, duties, obligations and liabilities of the parent or parents, guardian or guardians of the adopted child, in relation to the future custody, maintenance and education of the adopted child, including all rights to appoint a guardian or to consent or give notice of dissent to marriage shall be extinguished, and all such rights, duties, obligations and liabilities shall vest in and be exercisable by and enforceable against the adopter as though the adopted child was a child born to the adopter in lawful wedlock, and in respect of the same matters and in respect of liability of a child to maintain its parents the adopted child shall stand to the adopter exclusively in the position of a child born to the adopter in lawful wedlock;

Provided that, in any case where two spouses are the adopters, such spouses shall in respect of the matters aforesaid and for the purpose of the jurisdiction of any court to make orders as to the custody and maintenance of and right of access to children stand to each other and to the adopted child in the same relation as they would have stood if they had been the lawful father and mother of the adopted child, and the adopted child shall stand to them respectively in the same relation as a child would have stood to a lawful father and mother respectively.

(2) An adoption order shall not deprive the adopted child of any right to or interest in property to which, but for the order, the child would have been entitled under any intestacy or disposition, whether occurring or made before or after the making of the adoption order, or confer on the adopted child any right to or interest in property as a child of the adopter and the expressions “child”, “children” and “issue”, where used in any disposition whether made before or after the making of an adoption order, shall not, unless the contrary intention appears, include an adopted child or children or the issue of an adopted child.”

De High Court van Malawi heeft op 18 oktober 2011, in de zaak met nummer [nr. 4] van 2011 betreffende de adoptie van [naam geadopteerde] geoordeeld:

“1. That the effect of an adoption of a child pursuant to the provisions of the Adoption Act, Cap 26:01 of the Laws of Malawi is to extinguish all the ties, claims and rights over the child from the biological parents and to vest all the said claims and rights on the adoption parents as if the same were the biological parents.

2. That pursuant to Section 6(1) of the Adoption Act biological parents of an adopted child would not have any subsisting rights and claims over the adopted child once an adoption order has been made.

3. That the section 6(2) of the Adoption Act does not have the effect of rendering non-permanent or ‘soft’ any adoption done in Malawi pursuant to the said Adoption Act.

4. That the intended effect of the provisions of Sections 6(2) of the said Adoption Act was not to entitle biological parents of the adopted child to have permanent ties with the adopted child despite adoption but just to safeguard inheritance rights (if any) that were existing at the time of the adoption. (…)

5. That having adopted [naam geadopteerde] , the Applicants have exclusive and permanent rights, duties and obligations over the said [naam geadopteerde] as if the same were their biological daughter.

6. That the Dutch Authorities cannot claim on the basis of the provisions of section 6(2) of the said Adoption Act that the biological parents of [naam geadopteerde] still have ties with her or rights over her and hence the adoption is not permanent but soft.

7. That the provisions of Section 6(2) of the Adoption Act do not have any applicability to adopted children like [naam geadopteerde] who were abandoned by their biological parents and their whereabouts are not known and were not also involved during the adoption process.”

Hieruit leidt de rechtbank af dat een adoptie naar Malawisch recht tot gevolg heeft dat de familierechtelijke betrekkingen tussen het geadopteerde kind en zijn biologische ouders worden verbroken, echter met uitzondering van de erfrechtelijke band. Deze blijft intact voor zover die op het moment van de adoptie bestaat. In de praktijk zal het dikwijls zo zijn dat er niets van de biologische ouders te erven valt (zie ook paragraaf 7 van bovenstaande uitspraak van de High Court van Malawi). Dit wordt soms ook met zoveel woorden in een Malawisch adoptievonnis vastgesteld. Tevens ontstaat er een erfrechtelijke band met de adoptiefouders.

De adoptie naar Malawisch recht heeft dus zowel kenmerken van de sterke adoptie, zoals Nederland die kent (waarbij alle familierechtelijke banden worden verbroken), als van de zwakke adoptie (waarbij bepaalde banden blijven bestaan). De aanknopingspunten met de sterke adoptie hebben de overhand. Er blijft echter één familierechtelijke band, de erfrechtelijke band met de biologische ouders, intact. Daarmee rijst de vraag of dit betekent dat niet aan het bepaalde artikel 5b lid 1 sub b RWN “dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken” is voldaan. Daartoe moet worden beoordeeld hoe deze bepaling uit de RWN moet worden uitgelegd.

De Rijkswet op het Nederlanderschap van 19 december 1984, Stb. 1984, 628, is nadien diverse malen (en soms ingrijpend) gewijzigd. Het bepaalde in het huidige artikel 5b lid 1 sub b RWN is (in verband met de inwerkingtreding op dezelfde dag van de Wet conflictenrecht adoptie) bij Stb. 2003, 284 ingevoegd. Dezelfde bewoordingen zijn echter te vinden in het oude artikel 5 RWN, dat in 2003 is vernummerd tot artikel 5a RWN (zie Stb. 2003, 284, 456). Tijdens de wijzigingen van de Rijkswet is deze passage niet wezenlijk aangepast. Evenmin is daarbij teruggekomen op de aanvankelijke bedoeling van de wetgever. Dit brengt mee dat ook nu nog relevant is wat de wetgever destijds voor ogen heeft gestaan.

Aan de Memorie van Toelichting, Kamerstukken II, 1981, 16 947 (R 1181) nrs. 3-4, p. 10, ontleent de rechtbank het volgende:

Artikel 5

Dit artikel wijkt in een aantal opzichten af van het huidige artikel 1 bis van de Wet op het Nederlanderschap.

In de eerste plaats is hier uiteraard, evenals in artikel 3, het beginsel gevolgd, dat het Nederlanderschap zowel van de man als van de vrouw wordt afgeleid.

Voorts is de beperking, gelegen in de voorwaarde dat het kind «in het Koninkrijk bij rechterlijke uitspraak» is geadopteerd vervallen. Die beperking lijkt niet nodig en op de keper beschouwd ook moeilijk verdedigbaar. Er is geen reden om, wanneer het nationaliteitsgevolg afhangt van het antwoord op de vraag of er naar Nederlands (c.q. Nederlands-Antilliaans) recht geldig een adoptie tot stand is gekomen, te onderscheiden of deze in het Koninkrijk of in het buitenland is tot stand gekomen. De praktische moeilijkheid welke zich hier voordoet en welke waarschijnlijk de wetgever destijds heeft gebracht tot de beperking tot in het Koninkrijk verkregen adopties is, dat het niet steeds gemakkelijk is vast te stellen of een buiten 's lands tot stand gekomen adoptie naar Nederlands (c.q. Nederlands-Antilliaans) recht is geschied. Bovendien is de vraag of een dergelijke adoptie welke met toepassing van vreemd recht is tot stand gekomen in het Koninkrijk rechtsgeldig is, gelet op de internationaalprivaatrechtelijke verwikkelingen welke daarbij kunnen optreden, niet steeds eenvoudig te beantwoorden. Deze moeilijkheid wordt ondervangen door de bepaling van het tweede lid dat, als de adoptie buiten het Koninkrijk is tot stand gekomen, het adoptiefkind het Nederlanderschap alleen dan verkrijgt, als de Nederlandse of Nederlands-Antilliaanse rechter heeft beslist dat die adoptie rechtskracht heeft en dat daaraan tenminste dezelfde familierechtelijke gevolgen zijn verbonden als aan een adoptie, die in het Koninkrijk is uitgesproken [vet door de rechtbank].

Een adoptie welke in Nederland is tot stand gekomen heeft haar gevolgen - zie artikel 230 Boek 1 BW - van de dag waarop de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Voor een buitenlandse uitspraak ligt dit mogelijk anders. Dit verklaart het verschil in terminologie op dit punt met het huidige artikel 1 bis. Er wordt daarmede dus geen materieel verschil beoogd.

Zoals dat bij het huidige artikel Ibis reeds het geval is, wordt voorgesteld de toekenning van het Nederlanderschap te beperken tot minderjarigen, zoals ook ten aanzien van erkenning en wettiging in artikel 4 is bepaald.

Artikel 5 zal niet aanstonds in werking kunnen treden, aangezien de Nederlandse en de Nederlands-Antilliaanse wet nog niet voorzien in de mogelijkheid dat de rechter een beslissing geeft als bedoeld in het tweede lid. Zolang in die mogelijkheid niet is voorzien, zal het artikel Ibis van de huidige wet van kracht moeten blijven. (…)”

De Memorie van Antwoord, Kamerstukken II, 1982-1983, 16 947 (R 1181), nr. 7, p. 19, houdt, voor zover van belang, in:

“(…) Ten slotte maakt de voorgestelde omschrijving duidelijk, dat slechts z.g. «sterke» adopties, dat wil zeggen adopties waardoor de familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en zijn ouder(s) geheel worden verbroken, in aanmerking komen. Voor de verkrijging van het Nederlanderschap is niet relevant of wellicht nog vermogensrechtelijke betrekkingen blijven bestaan. Wel is van belang, dat het kind in familierechtelijk opzicht uitsluitend met de adoptiefouders is verbonden. Zou die eis niet worden gesteld, dan zou - indien het vreemde recht dat de adoptie beheerst daar geen nationaliteitsverlies aan verbindt - dubbele nationaliteit ontstaan [vet door de rechtbank]. (…)”

Zie tot slot Kamerstukken II, 2001-2002, 28 458 (R 1725) nr. 3, p. 1 (zijnde de aan de opname van art. 5b RWN voorafgaande Memorie van Toelichting):

“Het is wenselijk aan de erkenning van rechtswege of via een gerechtelijke procedure de consequentie te verbinden dat het kind het Nederlanderschap van rechtswege verkrijgt indien het een «sterke» adoptie betreft (een adoptie derhalve die tot gevolg heeft dat de familierechtelijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouders worden verbroken) en indien beide adoptanten of één van hen Nederlander zijn. Daartoe strekt het thans voorgestelde artikel 5b, eerste lid. Gelet op de stringente vereisten voor de erkenning van buitenlandse adopties, die in het wetsvoorstel conflictenrecht adoptie zijn opgenomen, acht ik verkrijging van rechtswege van het Nederlanderschap door het bij een erkende «sterke» adoptie geadopteerde kind verantwoord. Deze oplossing ligt ook voor de hand, nu in het huidige artikel 5 reeds is voorzien in de verkrijging van rechtswege van het Nederlanderschap door een kind dat bij een «sterke» onder het verdrag vallende adoptie is geadopteerd. Momenteel is het in gevallen waarin een niet onder het Haagse verdrag van 1993 vallende buitenlandse adoptiebeslissing voorhanden is, noodzakelijk dat opnieuw een adoptieprocedure voor de Nederlandse rechter wordt gevoerd ten einde het kind de Nederlandse nationaliteit te doen verkrijgen. De voorgestelde voorzieningen in de Rijkswet voorkomen dat dit in de daardoor bestreken gevallen nog nodig is. Een belangrijk winstpunt van de voorgestelde voorziening is derhalve dat de rechtspraak wordt ontlast, terwijl dit naar verwachting niet zal resulteren in toename van het aantal gevallen van verkrijging van het Nederlanderschap.”

Op grond van de aangehaalde passages uit de parlementaire geschiedenis komt de rechtbank tot de conclusie dat met de adoptie naar Malawisch recht is voldaan aan de eis in artikel 5b lid 1 sub b RWN “dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken”. Het enige verschil met de Nederlandse, sterke, adoptie is immers dat de geadopteerde in theorie óók nog van zijn biologische ouders kan erven. Voor het overige zijn alle bestaande familierechtelijke banden doorgesneden. Het risico van verkrijging van een dubbele nationaliteit doet zich dan ook niet voor, althans niet op die grond. De rechtbank is daarom, alles afwegende, van oordeel dat sprake is van een sterke adoptie. Dit betekent dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] door de Malawische adoptie van rechtswege Nederlander zijn geworden. Gelet op het vooroverwogene heeft verzoekster geen belang bij het uitspreken van een adoptie naar Nederlands recht.

De rechtbank zal gelasten dat een latere vermelding van adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende geboorteakten zal worden toegevoegd.

Ook zal de rechtbank in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder sub k van het Besluit gezagsregisters tevens bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.

Inschrijving geboorteakte [minderjarige 1]

Ten aanzien van de in Malawi geboren minderjarige [minderjarige 1] is een akte van geboorte opgemaakt overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie, waarvan door verzoekster een authentiek afschrift, met apostille, is overgelegd.

De ambtenaar heeft geen bezwaar tegen een last tot inschrijving van deze buitenlandse geboorteakte.

Naar het oordeel van de rechtbank is de door verzoekster overgelegde geboorteakte vatbaar voor inschrijving in het register van geboorten van de gemeente 's-Gravenhage, zodat de rechtbank op de voet van artikel 1:25 lid 5 BW de inschrijving van die akte zal gelasten.

Namen [minderjarige 1]

De namen van de minderjarige luiden thans, na de adoptie: [extra naam en geslachtsnaam X 1] welke naamsvaststelling ingevolge artikel 10:24 BW dient te worden erkend en als latere vermelding zal worden toegevoegd aan de geboorteakte.

Vaststelling geboortegegevens [minderjarige 2]

Er zijn twee geboorteaktes van de minderjarige [minderjarige 2] beschikbaar, doch beide aktes zijn, zoals ook de ambtenaar stelt, niet voor inschrijving in het daarvoor bestemde register van de burgerlijke stand vatbaar. De biologische ouders van [minderjarige 2] waren niet gehuwd. In Malawi is het gebruikelijk om in het geval van een ongehuwde moeder alleen een vader in de geboorteakte op te nemen als de man hierom verzoekt en hij het kind erkent. In dit geval moet de moeder hiermee instemmen en moet hij de aan het geboorteakte ten grondslag liggende geboorterapport tekenen. Volgens de overlijdensakte van de moeder van [minderjarige 2] is zij op 1 juni 2013 overleden. Uit de geboorteakte van [minderjarige 2] blijkt dat de geboorteaangifte op 22 augustus 2013 is gedaan. De ambtenaar vraagt zich dan ook af hoe de moeder zou hebben kunnen instemmen met een erkenning. Daarbij komt dat de vader van [minderjarige 2] al voor haar geboorte uit beeld was. De geboorteaangifte is dan ook niet door de vader gedaan. Het is de ambtenaar daarom niet duidelijk hoe de familierechtelijke betrekkingen tussen de in de akten genoemde vader en [minderjarige 2] tot stand is gekomen. Uit de akte zelf blijkt niet op welke wijze het ouderschap tot stand is gekomen. De eerste oorspronkelijke geboorteakte komt daarom niet voor inschrijving in aanmerking. De na de adoptie opgemaakte komt evenmin voor inschrijving in aanmerking; inschrijving van deze akte zou tot gevolg hebben dat de oorspronkelijke geboortegegevens van [minderjarige 2] niet correct zijn vermeld.

De ambtenaar heeft geadviseerd omtrent de wijze van vaststelling van de geboortegegevens en verzoekster heeft hiermee ingestemd.

De rechtbank zal dan ook na te melden geboortegegevens van [minderjarige 2] vaststellen.

Namen [minderjarige 2]

De namen van de minderjarige luiden thans, na de adoptie, [extra naam en geslachtsnaam X 2] welke naamsvaststelling ingevolge artikel 10:24 BW dient te worden erkend en als latere vermelding zal worden toegevoegd aan de (op te maken) geboorteakte.

Vaststelling geboortegegevens [minderjarige 3]

Er zijn twee geboorteaktes van de minderjarige [minderjarige 3] beschikbaar, doch beide aktes zijn, zoals ook de ambtenaar stelt, niet voor inschrijving in het daarvoor bestemde register van de burgerlijke stand vatbaar. De biologische ouders van [minderjarige 3] waren niet gehuwd. In Malawi is het gebruikelijk om in het geval van een ongehuwde moeder alleen een vader in de geboorteakte op te nemen als de man hierom verzoekt en hij het kind erkent. In dit geval moet de moeder hiermee instemmen en moet hij de aan het geboorteakte ten grondslag liggende geboorterapport tekenen. Volgens de overlijdensakte van de moeder van [minderjarige 3] is zij op 8 september 2019 overleden. Uit de geboorteakte van [minderjarige 3] blijkt dat de geboorteaangifte op 18 november 2019 is gedaan. De ambtenaar vraagt zich af hoe de moeder zou hebben kunnen instemmen met een erkenning. Daarbij komt dat de vader van [minderjarige 3] al voor haar geboorte uit beeld was. De geboorteaangifte is dan ook niet door de vader gedaan. Het is de ambtenaar niet duidelijk hoe de familierechtelijke betrekkingen tussen de in de akten genoemde vader en [minderjarige 3] tot stand is gekomen. Uit de akte zelf blijkt niet op welke wijze het ouderschap tot stand is gekomen. De eerste oorspronkelijke geboorteakte komt daarom niet voor inschrijving in aanmerking. De na de adoptie opgemaakte komt eveneens niet voor inschrijving in aanmerking; inschrijving van deze akte zou tot gevolg hebben dat de oorspronkelijke geboortegegevens van [minderjarige 3] niet correct zijn vermeld.

De ambtenaar heeft geadviseerd omtrent de wijze van vaststelling van de geboortegegevens en verzoekster heeft hiermee ingestemd.

De rechtbank zal dan ook na te melden geboortegegevens van [minderjarige 3] vaststellen.

Namen [minderjarige 3]

De namen van de minderjarige luiden thans, na de adoptie, [extra naam en geslachtsnaam X 3] welke naamsvaststelling ingevolge artikel 10:24 BW dient te worden erkend en als latere vermelding zal worden toegevoegd aan de (op te maken) geboorteakte.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart voor recht dat wordt erkend de beslissing zoals vervat in de overgelegde gelegaliseerde uitspraak van de High Court of Malawi, [geboorteplaats minderjarigen] District Registry, Adoption Cause Number [nr. 1] of 2014, van 19 februari 2015 (waarvan een kopie aan deze beschikking is gehecht), waarbij de (sterke) adoptie tot stand is gekomen van de minderjarige [minderjarige 1] thans genaamd [extra naam en geslachtsnaam X 1] van het vrouwelijk geslacht, geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats minderjarigen] , Malawi, door [X] geboren op [geboortedatum X] 1986 te [geboorteplaats X] ;

verklaart voor recht dat wordt erkend de beslissing zoals vervat in de overgelegde gelegaliseerde uitspraak van de High Court of Malawi, [geboorteplaats minderjarigen] District Registry, Adoption Cause Number [nr. 2] of 2015, van 3 juni 2016 (waarvan een kopie aan deze beschikking is gehecht), waarbij de (sterke) adoptie tot stand is gekomen van de minderjarige [minderjarige 2], thans genaamd [extra naam en geslachtsnaam X 2] van het vrouwelijk geslacht, geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats minderjarigen] , Malawi, door [X] geboren op [geboortedatum X] 1986 te [geboorteplaats X] ;

verklaart voor recht dat wordt erkend de beslissing zoals vervat in de overgelegde gelegaliseerde uitspraak van de High Court of Malawi, [geboorteplaats minderjarigen] District Registry, Adoption Cause Number 7 of 2020, van 9 juni 2020 (waarvan een kopie aan deze beschikking is gehecht), waarbij de (sterke) adoptie tot stand is gekomen van de minderjarige [minderjarige 3], thans genaamd [extra naam en geslachtsnaam X 3] van het vrouwelijk geslacht, geboren op 4 september 2019 te [geboorteplaats minderjarigen] , Malawi, door [X] geboren op [geboortedatum X] 1986 te [geboorteplaats X] ;

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand een latere vermelding van de adopties aan de daarvoor in aanmerking komende akten toe te voegen;

gelast de inschrijving van de akte van geboorte van de minderjarige [minderjarige 1] geregistreerd onder nummer [nr. geboorteakte] opgemaakt door de door het National Registration Bureau te Malawi (die in fotokopie aan deze beschikking is gehecht) in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage;

stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte van [minderjarige 2] noodzakelijke gegevens vast:

KIND

naam : [geslachtsnaam vader mj 2]

voornaam : [minderjarige 2]

geboortedatum : [geboortedatum 2] 2012

geboorteplaats : [geboorteplaats minderjarigen] , Malawi

geslacht : F (vrouwelijk)

OUDERS

naam vader : -

voornamen vader : -

naam moeder : [geslachtsnaam moeder mj 2]

voornamen moeder : [voornaam moeder mj 2]

stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte van [minderjarige 3] noodzakelijke gegevens vast:

KIND

naam : [geslachtsnaam vader mj 3]

voornaam : [minderjarige 3]

geboortedatum : [geboortedatum 3] -2019

geboorteplaats : [geboorteplaats minderjarigen] , Malawi

geslacht : F (vrouwelijk)

OUDERS

naam vader : -

voornamen vader : -

naam moeder : [geslachtsnaam moeder mj 3]

voornamen moeder : [voornaam moeder mj 3]

bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, aantekening te doen van deze beschikking;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M. Vink, M.J. Alt-van Endt en J.C. Sluymer, kinderrechters, bijgestaan door mr. S.G.J. Verkennis als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 22 december 2020.

Bij ontstentenis van de voorzitter is deze beschikking getekend door mr. J.C. Sluymer.