Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:14081

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-12-2020
Datum publicatie
20-01-2021
Zaaknummer
C-09-598005
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Adoptie. Erkenning Malawische adoptie-uitspraak. Daarmee is voldaan aan de eis in artikel 5b lid 1 sub b RWN “dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 20-5670

Zaaknummer: C/09/598005

Datum beschikking: 22 december 2020

Erkenning buitenlandse adoptie en inschrijving geboorteakte

Beschikking op het op 17 augustus 2020 ingekomen verzoekschrift van:

[X] en [Y]

verzoekers, dan wel verzoekster en verzoeker,

wonende te Malawi,

advocaat: mr. B. Wegelin te Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage,

zetelend te ‘s-Gravenhage,

hierna: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift, met bijlagen;

- de brief van 13 oktober 2020, met bijlage, van de zijde van de ambtenaar;

- de brief van 30 oktober 2020, met bijlagen, van de zijde van verzoekers;

- de brief van 4 november 2020 van de Raad voor de Kinderbescherming;

- de brief van 16 november 2020, met bijlage, van de zijde van verzoekers;

- het F9-formulier van 17 november 2020 van de zijde van verzoekers.

Op 26 november 2020 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld door middel van een videoverbinding (Skype). Hierbij waren aanwezig: verzoekers, bijgestaan door hun advocaat, en mevrouw R.N. Janki en de heer [ambtenaar] , namens de ambtenaar. Van de zijde van verzoekers zijn pleitnotities overgelegd.

Verzoek

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank:

primair:

  • -

    verklaart dat de adoptie naar Malawisch recht van [naam bij geboorte mj] door verzoekers voor erkenning in Nederland vatbaar is;

  • -

    de ambtenaar van de burgerlijke stand gelast de geboortegegevens van [naam bij geboorte mj] plus de latere vermelding van de adoptie in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage;

subsidiair:

  • -

    de adoptie naar Nederlands recht uitspreekt van [naam bij geboorte mj] door verzoekers;

  • -

    gelast dat namen van de minderjarige worden gewijzigd in “ [gewijzigde naam mj] [geslachtsnaam Y] ”;

  • -

    de ambtenaar van de burgerlijke stand gelast de geboortegegevens van [gewijzigde naam mj] plus de latere vermelding van de adoptie in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage.

De ambtenaar heeft geen bezwaar gemaakt tegen de verzochte verklaring voor recht van de erkenning in Nederland van de Malawische adoptie van [gewijzigde naam mj] door verzoekers en de (ambtshalve) last tot toevoeging van de latere vermelding betreffende de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende geboorteakte. Evenmin heeft de ambtenaar bezwaar gemaakt tegen de inschrijving van de buitenlandse geboorteakte van [gewijzigde naam mj] , met dien verstande dat de namen van de vader van [gewijzigde naam mj] zoals die in de akte vermeld staan moeten worden omgedraaid. De ambtenaar heeft zich ten aanzien van de vraag of de adoptie uit Malawi een zwak of sterk karakter heeft en een eventuele adoptie naar Nederlands recht gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Feiten

- Verzoekers zijn op [huwelijksdatum] 2008 te [huwelijksplaats] met elkaar gehuwd.

- Verzoekers hebben twee andere kinderen: [mj kind van X en Y 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1] en [mj kind van X en Y 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1] .

- Medio januari 2018 zijn verzoekers met [mj kind van X en Y 1] en [mj kind van X en Y 2] in Malawi gaan wonen, zoals ook is opgenomen in de Basisregistratie Personen.

- Blijkens een geboorteakte, nummer [nr. 1] 2019 (hierna geboorteakte 1) is op [geboortedatum 2] 2019 [naam bij geboorte mj] (hierna: [gewijzigde naam mj] ) geboren in [geboorteplaats 2] , Malawi. Zijn moeder is [naam moeder] en zijn vader is [naam vader]

- De moeder van [gewijzigde naam mj] , geboren op [geboortedatum 3] 1988, overleed tijdens/kort na de geboorte op [geboortedatum 2] 2019. De ouders waren gehuwd maar de vader woonde in [woonplaats vader] . [gewijzigde naam mj] werd toevertrouwd aan de zorg van zijn grootmoeder moederszijde, [naam grootmoeder] Deze grootmoeder kon echter de zorg voor [gewijzigde naam mj] niet dragen. Toen [gewijzigde naam mj] vier dagen oud was werd hij in een kindertehuis geplaatst.

- Op 18 juli 2019 zijn verzoekers door het Department of Social Welfare benoemd als pleegouders van [gewijzigde naam mj] .

- Volgens verzoekers is op 3 oktober 2019 een verzoek ingediend om [gewijzigde naam mj] te mogen adopteren. De vader en de grootmoeder van moederszijde hebben (kort daarvoor) schriftelijk toestemming gegeven voor de adoptie van [gewijzigde naam mj] door verzoekers.

- Op 3 december 2019 vond volgens verzoekers de zitting aangaande de adoptie plaats, waar zij aanwezig waren, alsmede de vader en grootmoeder van moederszijde van [gewijzigde naam mj] . Ter zitting herhaalden de vader en oma van moederszijde hun toestemming voor de adoptie van [gewijzigde naam mj] .

- Op 20 januari 2020 bracht het Department of Social Welfare, officieel betrokken als “guardian ad litem”, een positief rapport uit met betrekking tot de verzochte adoptie door verzoekers van [gewijzigde naam mj] .

- Op 5 februari 2020 sprak de High Court of Malawi, [plaatsnaam 1] District Registry, Adoption Cause Number [nr. 2] of 2019, de adoptie van [gewijzigde naam mj] naar Malawisch recht uit door verzoekers. Bij de adoptie werden de namen van [gewijzigde naam mj] gewijzigd in: [gewijzigde naam mj] [geslachtsnaam Y] .

- De adoptie is geregistreerd in het adoptieregister van Malawi.

- Na de adoptie werd op 16 maart 2020, een nieuwe geboorteakte uitgegeven, nummer [nr. 3] /2020.

- Verzoekers dienden bij de Nederlandse ambassade in [plaatsnaam 2] , een aanvraag in om een Nederlands paspoort te verstrekken aan [gewijzigde naam mj] . Bij besluit van 1 juli 2020 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag voor het Nederlandse paspoort ten behoeve van [gewijzigde naam mj] niet in behandeling genomen. Overwogen werd dat adopties in Malawi zwakke adopties zijn, dat dit betekent dat de familierechtelijke banden tussen het kind en de oorspronkelijke ouders niet geheel worden verbroken en dat de adoptie ook in Nederland dat gevolg mist, hetgeen betekent dat de adoptie geen nationaliteitsrechtelijk gevolg heeft. [gewijzigde naam mj] kan derhalve niet het Nederlanderschap aan de adoptie ontlenen. Het tegen dit besluit ingediende bezwaar van verzoekers is bij beslissing van 30 oktober 2020 ongegrond verklaard.

- Verzoekers wonen ook nu nog met [mj kind van X en Y 1] , [mj kind van X en Y 2] en [gewijzigde naam mj] in Malawi. Verzoekers zijn voornemens om zich begin volgend jaar weer in Nederland te vestigen.

- Verzoekers hebben beiden de Nederlandse nationaliteit.

Beoordeling

Erkenning buitenlandse adoptie

Rechtsmacht

De rechtbank acht voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer aanwezig om op grond van artikel 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van het onderhavige verzoek kennis te nemen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verzoekers de Nederlandse nationaliteit hebben. Daarnaast hebben verzoekers verklaard dat het verzoekers er in deze procedure om te doen is dat [gewijzigde naam mj] in het bezit komt van een Nederlands paspoort. Op deze manier hebben verzoekers de mogelijkheid om met [gewijzigde naam mj] naar Nederland te kunnen halen, hetgeen hij zonder de Nederlandse nationaliteit niet, althans moeilijk zullen kunnen. Verzoekers zullen zich begin 2021 weer in Nederland vestigen. Zij hebben inmiddels ook beiden een dienstbetrekking in Nederland.

Erkenning buitenlandse adoptie

Blijkens de beslissing van de High Court of Malawi van 5 februari 2020 is naar Malawisch recht op die datum de adoptie van [gewijzigde naam mj] door verzoekers tot stand gekomen.

Verzoekers verzoeken voor recht te verklaren dat de Malawische adoptie in Nederland kan worden erkend. Bij de beoordeling van het verzoek is afdeling 3 van titel 6 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing. Deze afdeling bevat voorschriften ter zake het toepasselijk recht op de in Nederland uit te spreken adoptie en haar rechtsgevolgen, alsmede de erkenning en haar rechtsgevolgen van een adoptie die tot stand is gekomen in een staat die geen partij is bij het Haags Adoptieverdrag. Malawi is niet aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag. De adoptie dient derhalve te worden beoordeeld aan de hand van de vereisten in artikel 10:108 BW dan wel artikel 10:109 BW.

De ambtenaar heeft geen bezwaar tegen de verklaring voor recht dat de Malawische adoptie in Nederland voor erkenning vatbaar is.

De adoptie heeft in Malawi plaatsgevonden toen verzoekers en [gewijzigde naam mj] daar woonden. Verzoekers wonen ook nu nog in Malawi met [gewijzigde naam mj] , samen met [mj kind van X en Y 1] en [mj kind van X en Y 2] , hun biologische kinderen. Derhalve zal de rechtbank de te erkennen adoptie toetsen aan de hand van de vereisten van artikel 10:108 BW.

Dit artikel bepaalt in lid 1 dat een in het buitenland gegeven beslissing waarbij een adoptie tot stand is gekomen in Nederland van rechtswege wordt erkend indien zij is uitgesproken door:

  1. een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptiefouder(s) en het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden; of

  2. een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptiefouder(s), hetzij het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden.

Het tweede lid bepaalt dat aan een beslissing houdende adoptie erkenning wordt onthouden indien:

  1. an die beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan; of

  2. in het geval, bedoeld in lid 1 onder b, de beslissing niet is erkend in de staat waar het kind onderscheidenlijk de staat waar de adoptiefouder(s) zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden; of

  3. de erkenning van die beslissing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.

Lid 3 bepaalt dat op de in lid 2 onder c genoemde grond aan een beslissing houdende adoptie in elk geval erkenning wordt onthouden indien de beslissing kennelijk op een schijnhandeling betrekking heeft. Lid 4 bepaalt dat de erkenning van de beslissing, ook wanneer daarbij een Nederlander betrokken is, niet op de in lid 2 onder c genoemde grond kan worden geweigerd enkel omdat daarop een ander recht is toegepast dan uit de bepalingen van afdeling 2 van Boek 10 zou zijn gevolgd.

Gezien de overgelegde stukken en de rechtsregels die op de in Malawi gegeven adoptiebeslissing van toepassing zijn, te weten de ‘Adoption of Children Act’, is de rechtbank van oordeel dat voldoende is gebleken dat de uitspraak van de High Court of Malawi, [plaatsnaam 1] District Registry, Adoption Cause Number [nr. 2] of 2019, van 5 februari 2020, waarbij de adoptie van [gewijzigde naam mj] door verzoekers tot stand is gekomen, te beschouwen is als een beslissing tot adoptie gegeven door een ter plaatse bevoegde autoriteit.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat voldoende is gebleken dat aan de Malawische adoptiebeslissing een behoorlijk onderzoek en een behoorlijke rechtspleging vooraf is gegaan.

Nu verder geen omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit zou kunnen volgen dat erkenning van de beslissing in strijd zou komen met de Nederlandse openbare orde is de rechtbank van oordeel dat de Malawische adoptiebeslissing voldoet aan de in artikel 10:108 BW genoemde voorwaarden voor erkenning.

De Malawische adoptie komt dus van rechtswege voor erkenning in Nederland in aanmerking. Het verzoek op dit punt zal dan ook worden toegewezen.

Is [gewijzigde naam mj] door de adoptie Nederlander geworden?

De erkenning van de Malawische adoptie leidt ertoe dat deze in Nederland dezelfde rechtsgevolgen heeft als in Malawi. Als de adoptie in Malawi niet tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, mist de adoptie ook in Nederland dit gevolg, gelet op artikel 10:110, lid 2, BW. De rechtbank dient dan ook te beoordelen welke rechtsgevolgen de Malawische adoptie heeft en of de Malawische adoptie ertoe leidt dat [gewijzigde naam mj] de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen.

Verzoekers stellen zich primair op het standpunt dat sprake is van een adoptie met een sterk karakter. Zij voeren daartoe aan dat uit artikel 6(1) van de Malawische Adoption of Children Act duidelijk blijkt dat een Malawische adoptie een sterke adoptie is en dat alle banden tussen biologische ouders en adoptiekind door de Malawische adoptie worden geacht te zijn verbroken. Artikel 6(2) van de Malawische Adoption of Children Act geeft het adoptiekind een erfrechtelijke aanspraak maar herstelt geenszins de familierechtelijke betrekkingen, noch geeft het de biologische ouders enig recht jegens hun geadopteerde kind. Voorts blijkt uit een uitspraak van de High Court of Malawi van 18 oktober 2011 van artikel 6(2) duidelijk dat een adoptie de ouder permanent van zijn ouderlijke rechten ontheft en dat Malawische adopties sterke adopties zijn. Artikel 6(2) biedt de mogelijkheid een bestaande erfrechtelijke aanspraak te handhaven in geval van adoptie en geenszins om de banden tussen de biologische ouders en kind te herstellen c.q. niet te verbreken. Voorts zal een geadopteerd kind veelal geen erfrechtelijke aanspraken hebben ten aanzien van zijn biologische ouders. In de adoptie-uitspraak van [gewijzigde naam mj] is door de rechter ook vastgesteld dat hij geen erfrechtelijke aanspraken heeft.

De ambtenaar heeft zich ten aanzien van de vraag of de adoptie uit Malawi een zwak of sterk karakter gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank oordeelt als volgt. Voor de beantwoording van de vraag of [gewijzigde naam mj] door de Malawische adoptie de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen is van belang het bepaalde in artikel 5b lid 1 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN):

“1 Nederlander wordt ook het kind dat in het buitenland bij uitspraak van een ter plaatse bevoegde autoriteit wordt geadopteerd, indien en op het tijdstip waarop aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a. de adoptie voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in Nederland van artikel 108 of artikel 109 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek, en

b. de adoptie heeft tot gevolg dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, en

c. ten minste een der adoptiefouders is Nederlander op de dag dat de uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen, en

d. het kind was op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig.”

Gelet op het hierboven overwogene is voldoende gebleken dat in dit geval aan de onder sub a, c en d gestelde eisen is voldaan. Onduidelijk is echter of in dit geval ook is voldaan aan de eis sub b “dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken”.

Daartoe moet allereerst worden nagegaan welke rechtsgevolgen een adoptie naar Malawisch recht heeft. Bij de vaststelling van de inhoud van het buitenlandse recht is de Nederlandse rechter gebonden aan de daaraan door de buitenlandse rechter gegeven uitleg (vgl. Kamerstukken II, 32 137, nr. 3, bij artikel 10:2 BW– Ambtshalve toepassing ad punt 2.)

De Malawi Adoption of Children Act van 26 juni 1949, gewijzigd in 1987, luidt, voor zover relevant:

“Section 6. Effect of adoption order

(1) Upon an adoption order being made, all rights, duties, obligations and liabilities of the parent or parents, guardian or guardians of the adopted child, in relation to the future custody, maintenance and education of the adopted child, including all rights to appoint a guardian or to consent or give notice of dissent to marriage shall be extinguished, and all such rights, duties, obligations and liabilities shall vest in and be exercisable by and enforceable against the adopter as though the adopted child was a child born to the adopter in lawful wedlock, and in respect of the same matters and in respect of liability of a child to maintain its parents the adopted child shall stand to the adopter exclusively in the position of a child born to the adopter in lawful wedlock;

Provided that, in any case where two spouses are the adopters, such spouses shall in respect of the matters aforesaid and for the purpose of the jurisdiction of any court to make orders as to the custody and maintenance of and right of access to children stand to each other and to the adopted child in the same relation as they would have stood if they had been the lawful father and mother of the adopted child, and the adopted child shall stand to them respectively in the same relation as a child would have stood to a lawful father and mother respectively.

(2) An adoption order shall not deprive the adopted child of any right to or interest in property to which, but for the order, the child would have been entitled under any intestacy or disposition, whether occurring or made before or after the making of the adoption order, or confer on the adopted child any right to or interest in property as a child of the adopter and the expressions “child”, “children” and “issue”, where used in any disposition whether made before or after the making of an adoption order, shall not, unless the contrary intention appears, include an adopted child or children or the issue of an adopted child.”

De High Court van Malawi heeft op 18 oktober 2011, in de zaak met nummer 356 van 2011 betreffende de adoptie van [naam geadopteerde] , geoordeeld:

“1. That the effect of an adoption of a child pursuant to the provisions of the Adoption Act, Cap 26:01 of the Laws of Malawi is to extinguish all the ties, claims and rights over the child from the biological parents and to vest all the said claims and rights on the adoption parents as if the same were the biological parents.

2. That pursuant to Section 6(1) of the Adoption Act biological parents of an adopted child would not have any subsisting rights and claims over the adopted child once an adoption order has been made.

3. That the section 6(2) of the Adoption Act does not have the effect of rendering non-permanent or ‘soft’ any adoption done in Malawi pursuant to the said Adoption Act.

4. That the intended effect of the provisions of Sections 6(2) of the said Adoption Act was not to entitle biological parents of the adopted child to have permanent ties with the adopted child despite adoption but just to safeguard inheritance rights (if any) that were existing at the time of the adoption. (…)

5. That having adopted [naam geadopteerde] the Applicants have exclusive and permanent rights, duties and obligations over the said [naam geadopteerde] as if the same were their biological daughter.

6. That the Dutch Authorities cannot claim on the basis of the provisions of section 6(2) of the said Adoption Act that the biological parents of [naam geadopteerde] still have ties with her or rights over her and hence the adoption is not permanent but soft.

7. That the provisions of Section 6(2) of the Adoption Act do not have any applicability to adopted children like [naam geadopteerde] who were abandoned by their biological parents and their whereabouts are not known and were not also involved during the adoption process.”

Hieruit leidt de rechtbank af dat een adoptie naar Malawisch recht tot gevolg heeft dat de familierechtelijke betrekkingen tussen het geadopteerde kind en zijn biologische ouders worden verbroken, echter met uitzondering van de erfrechtelijke band. Deze blijft intact voor zover die op het moment van de adoptie bestaat. In de praktijk zal het dikwijls zo zijn dat er niets van de biologische ouders te erven valt (zie ook paragraaf 7 van bovenstaande uitspraak van de High Court van Malawi). Dit wordt soms ook met zoveel woorden in een Malawisch adoptievonnis vastgesteld. Tevens ontstaat er een erfrechtelijke band met de adoptiefouders.

De adoptie naar Malawisch recht heeft dus zowel kenmerken van de sterke adoptie, zoals Nederland die kent (waarbij alle familierechtelijke banden worden verbroken), als van de zwakke adoptie (waarbij bepaalde banden blijven bestaan). De aanknopingspunten met de sterke adoptie hebben de overhand. Er blijft echter één familierechtelijke band, de erfrechtelijke band met de biologische ouders, intact. Daarmee rijst de vraag of dit betekent dat niet aan het bepaalde artikel 5b lid 1 sub b RWN “dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken” is voldaan. Daartoe moet worden beoordeeld hoe deze bepaling uit de RWN moet worden uitgelegd.

De Rijkswet op het Nederlanderschap van 19 december 1984, Stb. 1984, 628, is nadien diverse malen (en soms ingrijpend) gewijzigd. Het bepaalde in het huidige artikel 5b lid 1 sub b RWN is (in verband met de inwerkingtreding op dezelfde dag van de Wet conflictenrecht adoptie) bij Stb. 2003, 284 ingevoegd. Dezelfde bewoordingen zijn echter te vinden in het oude artikel 5 RWN, dat in 2003 is vernummerd tot artikel 5a RWN (zie Stb. 2003, 284, 456). Tijdens de wijzigingen van de Rijkswet is deze passage niet wezenlijk aangepast. Evenmin is daarbij teruggekomen op de aanvankelijke bedoeling van de wetgever. Dit brengt mee dat ook nu nog relevant is wat de wetgever destijds voor ogen heeft gestaan.

Aan de Memorie van Toelichting, Kamerstukken II, 1981, 16 947 (R 1181) nrs. 3-4, p. 10, ontleent de rechtbank het volgende:

Artikel 5

Dit artikel wijkt in een aantal opzichten af van het huidige artikel 1 bis van de Wet op het Nederlanderschap.

In de eerste plaats is hier uiteraard, evenals in artikel 3, het beginsel gevolgd, dat het Nederlanderschap zowel van de man als van de vrouw wordt afgeleid.

Voorts is de beperking, gelegen in de voorwaarde dat het kind «in het Koninkrijk bij rechterlijke uitspraak» is geadopteerd vervallen. Die beperking lijkt niet nodig en op de keper beschouwd ook moeilijk verdedigbaar. Er is geen reden om, wanneer het nationaliteitsgevolg afhangt van het antwoord op de vraag of er naar Nederlands (c.q. Nederlands-Antilliaans) recht geldig een adoptie tot stand is gekomen, te onderscheiden of deze in het Koninkrijk of in het buitenland is tot stand gekomen. De praktische moeilijkheid welke zich hier voordoet en welke waarschijnlijk de wetgever destijds heeft gebracht tot de beperking tot in het Koninkrijk verkregen adopties is, dat het niet steeds gemakkelijk is vast te stellen of een buiten 's lands tot stand gekomen adoptie naar Nederlands (c.q. Nederlands-Antilliaans) recht is geschied. Bovendien is de vraag of een dergelijke adoptie welke met toepassing van vreemd recht is tot stand gekomen in het Koninkrijk rechtsgeldig is, gelet op de internationaalprivaatrechtelijke verwikkelingen welke daarbij kunnen optreden, niet steeds eenvoudig te beantwoorden. Deze moeilijkheid wordt ondervangen door de bepaling van het tweede lid dat, als de adoptie buiten het Koninkrijk is tot stand gekomen, het adoptiefkind het Nederlanderschap alleen dan verkrijgt, als de Nederlandse of Nederlands-Antilliaanse rechter heeft beslist dat die adoptie rechtskracht heeft en dat daaraan tenminste dezelfde familierechtelijke gevolgen zijn verbonden als aan een adoptie, die in het Koninkrijk is uitgesproken [vet door de rechtbank].

Een adoptie welke in Nederland is tot stand gekomen heeft haar gevolgen - zie artikel 230 Boek 1 BW - van de dag waarop de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Voor een buitenlandse uitspraak ligt dit mogelijk anders. Dit verklaart het verschil in terminologie op dit punt met het huidige artikel 1 bis. Er wordt daarmede dus geen materieel verschil beoogd.

Zoals dat bij het huidige artikel Ibis reeds het geval is, wordt voorgesteld de toekenning van het Nederlanderschap te beperken tot minderjarigen, zoals ook ten aanzien van erkenning en wettiging in artikel 4 is bepaald.

Artikel 5 zal niet aanstonds in werking kunnen treden, aangezien de Nederlandse en de Nederlands-Antilliaanse wet nog niet voorzien in de mogelijkheid dat de rechter een beslissing geeft als bedoeld in het tweede lid. Zolang in die mogelijkheid niet is voorzien, zal het artikel Ibis van de huidige wet van kracht moeten blijven. (…)”

De Memorie van Antwoord, Kamerstukken II, 1982-1983, 16 947 (R 1181), nr. 7, p. 19, houdt, voor zover van belang, in:

“(…) Ten slotte maakt de voorgestelde omschrijving duidelijk, dat slechts z.g. «sterke» adopties, dat wil zeggen adopties waardoor de familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en zijn ouder(s) geheel worden verbroken, in aanmerking komen. Voor de verkrijging van het Nederlanderschap is niet relevant of wellicht nog vermogensrechtelijke betrekkingen blijven bestaan. Wel is van belang, dat het kind in familierechtelijk opzicht uitsluitend met de adoptiefouders is verbonden. Zou die eis niet worden gesteld, dan zou - indien het vreemde recht dat de adoptie beheerst daar geen nationaliteitsverlies aan verbindt - dubbele nationaliteit ontstaan [vet door de rechtbank]. (…)”

Zie tot slot Kamerstukken II, 2001-2002, 28 458 (R 1725) nr. 3, p. 1 (zijnde de aan de opname van art. 5b RWN voorafgaande Memorie van Toelichting):

“Het is wenselijk aan de erkenning van rechtswege of via een gerechtelijke procedure de consequentie te verbinden dat het kind het Nederlanderschap van rechtswege verkrijgt indien het een «sterke» adoptie betreft (een adoptie derhalve die tot gevolg heeft dat de familierechtelijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouders worden verbroken) en indien beide adoptanten of één van hen Nederlander zijn. Daartoe strekt het thans voorgestelde artikel 5b, eerste lid. Gelet op de stringente vereisten voor de erkenning van buitenlandse adopties, die in het wetsvoorstel conflictenrecht adoptie zijn opgenomen, acht ik verkrijging van rechtswege van het Nederlanderschap door het bij een erkende «sterke» adoptie geadopteerde kind verantwoord. Deze oplossing ligt ook voor de hand, nu in het huidige artikel 5 reeds is voorzien in de verkrijging van rechtswege van het Nederlanderschap door een kind dat bij een «sterke» onder het verdrag vallende adoptie is geadopteerd. Momenteel is het in gevallen waarin een niet onder het Haagse verdrag van 1993 vallende buitenlandse adoptiebeslissing voorhanden is, noodzakelijk dat opnieuw een adoptieprocedure voor de Nederlandse rechter wordt gevoerd ten einde het kind de Nederlandse nationaliteit te doen verkrijgen. De voorgestelde voorzieningen in de Rijkswet voorkomen dat dit in de daardoor bestreken gevallen nog nodig is. Een belangrijk winstpunt van de voorgestelde voorziening is derhalve dat de rechtspraak wordt ontlast, terwijl dit naar verwachting niet zal resulteren in toename van het aantal gevallen van verkrijging van het Nederlanderschap.”

Op grond van de aangehaalde passages uit de parlementaire geschiedenis komt de rechtbank tot de conclusie dat met de adoptie naar Malawisch recht is voldaan aan de eis in artikel 5b lid 1 sub b RWN “dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken”. Het enige verschil met de Nederlandse, sterke, adoptie is immers dat de geadopteerde in theorie óók nog van zijn biologische ouders kan erven. Voor het overige zijn alle bestaande familierechtelijke banden doorgesneden. Het risico van verkrijging van een dubbele nationaliteit doet zich dan ook niet voor, althans niet op die grond. De rechtbank is daarom, alles afwegende, van oordeel dat sprake is van een sterke adoptie. Dit betekent dat [gewijzigde naam mj] door de Malawische adoptie van rechtswege Nederlander is geworden. Gelet op het vooroverwogene hebben verzoekers geen belang bij het uitspreken van een adoptie naar Nederlands recht.

De rechtbank zal gelasten dat een latere vermelding van adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte zal worden toegevoegd.

Ook zal de rechtbank in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder sub k van het Besluit gezagsregisters tevens bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.

Inschrijving geboorteakte

Ten aanzien van de in Malawi geboren minderjarige is een akte van geboorte (geboorteakte 1) opgemaakt overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie, waarvan door verzoekster een authentiek afschrift, met apostille, is overgelegd.

De ambtenaar heeft in principe geen bezwaar tegen een last tot inschrijving van deze buitenlandse geboorteakte, met dien verstande dat de vadergegevens zoals die zijn opgenomen in de akte dienen te worden omgedraaid, nu deze niet correct in de geboorteakte zijn opgenomen. De ambtenaar stelt voor een last tot inschrijving van de geboorteakte te gelasten, onder gelijktijdige verbetering van de geboorteakte en wel zodanig dat de namen van de vader komen te luiden: [naam vader] dan wel dat de juiste geboortegegevens van [gewijzigde naam mj] worden vastgesteld.

Verzoekers zijn het eens met het voorstel van de ambtenaar. Het is juist dat de voornaam van de vader [naam vader] en de achternaam van de vader [naam vader] luidt. Kennelijk zijn abusievelijk de namen van de vader omgedraaid.

Naar het oordeel van de rechtbank is de door verzoekers overgelegde geboorteakte vatbaar voor inschrijving in het register van geboorten van de gemeente 's-Gravenhage, zodat de rechtbank op de voet van artikel 1:25 lid 5 BW de inschrijving van die geboorteakte 1 zal gelasten. De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, gelasten dat de geboorteakte gelijktijdig moet worden verbeterd, in die zin dat de vadergegevens “ [naam vader] ” moeten worden gewijzigd in “ [correcte naam vader] .

Namen

De namen van de minderjarige luiden thans, na de adoptie: [geslachtsnaam Y] , [gewijzigde naam mj] , welke naamsvaststelling ingevolge artikel 10:24 BW dient te worden erkend en als latere vermelding zal worden toegevoegd aan de geboorteakte.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart voor recht dat wordt erkend de beslissing zoals vervat in de overgelegde gelegaliseerde uitspraak van de High Court of Malawi, [plaatsnaam 1] District Registry, Adoption Cause Number [nr. 2] of 2019, van 5 februari 2020 (waarvan een kopie aan deze beschikking is gehecht), waarbij de (sterke) adoptie tot stand is gekomen van de minderjarige [geslachtsnaam vader] , [naam bij geboorte mj], thans genaamd [geslachtsnaam Y] , [gewijzigde naam mj], van het mannelijk geslacht, geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats 2] , Malawi, door [Y] geboren op [geboortedatum 4] 1983 te [geboorteplaats 3] en [X] , geboren op [geboortedatum 5] 1984 te [geboorteplaats 4] ;

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende geboorteakte toe te voegen;

gelast de inschrijving van de akte van geboorte van de minderjarige geregistreerd onder nummer [nr. 1] 2019 opgemaakt door de door het National Registration Bureau te Malawi (die in fotokopie aan deze beschikking is gehecht) in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage;

gelast de gelijktijdige verbetering van voormelde geboorteakte, in die zin dat in deze akte de namen van vader worden omgedraaid, zodat deze komen te luiden: “ [correcte naam vader] ;

bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, aantekening te doen van deze beschikking;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C. Sluymer, J.M. Vink en M.J. Alt-van Endt, kinderrechters, bijgestaan door mr. S.G.J. Verkennis als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 22 december 2020.