Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:13952

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-09-2020
Datum publicatie
14-01-2021
Zaaknummer
NL20.16039 en NL20.16042
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dublin, Italië, geen kwetsbaren a.b.i. arrest Tarakhel, slachtoffers mensenhandel/uitbuiting, niet onder reikwijdte getroffen interim measures EHRM, beroepen ongegrond. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBDHA:2020:13953)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amersfoort Bestuursrecht

zaaknummers: NL20.16039 en NL20.16042

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [eiseres] en [eiser] , eisers

V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2]

(gemachtigde: mr. G.J. Dijkman), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N. Hamzaou).

Procesverloop

Bij besluiten van 25 augustus 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL20.16040 en NL20.16043, plaatsgevonden op 8 september 2020. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

  1. Eisers stellen dat zij de Nigeriaanse nationaliteit hebben en dat zij zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum 1] 1991 en [geboortedatum 2] 1991. Eiseres heeft op 20 oktober 2016 in Italië asiel aangevraagd. Eiser heeft dit op 23 november 2016 gedaan. Eisers hebben op 29 juni 2020 in Nederland asiel aangevraagd.

  2. Verweerder heeft de bestreden besluiten gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw); daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Italië een verzoek om terugname gedaan. Italië heeft dit verzoek aanvaard.

3. Eisers voeren aan dat zij als bijzonder kwetsbaar moeten worden aangemerkt in de zin van het arrest Tarakhel.1 De reden hiervoor is dat eisers in Italië slachtoffer zijn geweest van mensenhandel en uitbuiting. Eiseres werkte namelijk gedwongen in de prostitutie en eiser moest drugs verkopen omdat zij geld geleend hebben voor hun reis naar Europa. Nu eisers onder de reikwijdte vallen van het arrest Tarakhel zijn er individuele garanties nodig om te waarborgen dat in Italië de noodzakelijke opvang- en zorgvoorzieningen aanwezig zijn. Hoewel het merendeel van de door het EHRM getroffen interim measures2 gezinnen met kinderen betreft, kunnen ook anderen onder bijzonder kwetsbaren vallen in de zin van het arrest Tarakhel. Weliswaar heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) in de uitspraak van 8 april 20203 geoordeeld dat ten aanzien van het Italië, ook in het geval van bijzonder kwetsbare asielzoekers, nog steeds van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan, maar de ABRvS baseert zijn oordeel deels op informatie die voor eisers niet toegankelijk is. De ABRvS verwijst in de uitspraak van 8 april 2020 namelijk naar de antwoorden van de Italiaanse autoriteiten aan het EHRM in de zaak F.O. tegen Nederland4, maar deze antwoorden zijn niet openbaar. Eisers verzoeken de rechtbank dan ook om deze informatie op te vragen bij verweerder en wijzen in dit verband op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 4 mei 2020.5 Tot sloten wijzen eisers nog op informatie van Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) waaruit blijkt dat een aantal interim measures zijn verlengd. Het EHRM zal op relatieve korte termijn uitspraak doen en eisers verzoeken de rechtbank om het beroep aan te houden in afwachting daarvan.

4. De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder er in het algemeen van uitgaan dat Italië zijn verdragsverplichtingen nakomt. Het ligt daarom op de weg van eisers om aannemelijk te maken dat Italië dit niet doet. Eisers zijn daar niet in geslaagd. Verweerder mag daarom van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan. De rechtbank legt hierna uit waarom dat zo is.

5. In het arrest Tarakhel is geoordeeld dat slechts ten aanzien van bijzonder kwetsbare asielzoekers aanleiding kan bestaan om aanvullende garanties te vragen aan de ontvangende lidstaat. De rechtbank vindt in dit verband van belang dat in Tarakhel wordt verwezen naar het arrest van het EHRM van 19 januari 2012, Popov tegen Frankrijk6, waarin aansluiting is gezocht bij de definitie van kwetsbare personen in de Opvangrichtlijn.7 Daaruit volgt dat met kwetsbare personen wordt gedoeld op minderjarigen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, bejaarden, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen en personen die gefolterd of verkracht zijn of andere ernstige vormen van psychisch, fysiek of seksueel geweld hebben ondergaan. De rechtbank vindt de enkele

1. Het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Tarakhel vs. Zwitserland van 4 november 2014 (ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712).

2 M.T. tegen Nederland van 6 september 2019 (no. 46595/19); F.O. tegen Nederland van 16 september 2019 (no. 48125/19); V.A. tegen Nederland van 16 september 2019 (no. 48062/19); A.S. tegen Nederland van 17 september 2019 (no. 48397/19); S.O. tegen Nederland van 24 september 2019 (no. 49569/19) en P.T. tegen Nederland van 1 oktober 2019 (no. EHRM 50389/10).

3 ECLI:NL:RVS:2020:986.

4 No. 48125/19.

5 NL20.8146 en NL20.8149.

6 ECLI:CE:ECHR:2012:0119JUD003947207, § 91 en § 60.

7 Richtlijn 2003/9/EG van de Raad van 27 januari 2003 tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten.

stelling van eisers dat zij slachtoffer zijn van mensenhandel en uitbuiting onvoldoende om hen als kwetsbaar aan te merken, omdat zij deze stelling niet hebben onderbouwd. Er zijn door eisers bovendien geen bijkomende omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat zij bijzondere behoeften hebben waardoor zij zijn aangewezen op speciale opvangvoorzieningen. Eisers hebben derhalve, anders dan de vreemdelingen in de zaak Tarakhel, niet aannemelijk gemaakt dat zij, zonder het verkrijgen van aanvullende garanties van de Italiaanse autoriteiten, in Italië geen adequate zorg- en opvangvoorzieningen zullen kunnen krijgen.

6. Het EHRM heeft alleen interim measures getroffen in zaken van kwetsbare asielzoekers. In die interim measures is besloten om de overdracht van de betrokkenen op te schorten en aan de Nederlandse en Italiaanse autoriteiten vragen te stellen met betrekking tot de overdracht aan Italië. Deze interim measures zien op personen in andere omstandigheden dan eisers. Zoals de rechtbank in rechtsoverweging 5 heeft geoordeeld hebben eisers immers niet aannemelijk gemaakt dat zij bijzonder kwetsbaar zijn. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding om bij verweerder de antwoorden van de Italiaanse autoriteiten, die overigens zijn gepubliceerd op Vluchtweb8, op te vragen of de beroepen van eisers aan te houden in afwachting van het arrest van het EHRM. Concluderend overweegt de rechtbank dat verweerder in het aangevoerde geen aanleiding heeft hoeven zien om te concluderen dat Italië niet langer zijn internationale verplichtingen nakomt of dat voor eisers aanvullende garanties gevraagd moeten worden. De beroepsgrond slaagt niet.

7. De beroepen zijn ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

8 https://www.vluchtweb.nl/node/260491/

De uitspraak is gedaan op:

09 september 2020

Documentcode: DSR12673437

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.