Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:13872

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19-11-2020
Datum publicatie
12-01-2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 4416
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de NOW 1. De door eiseres gedane correctie op de loonaangifte dateert van na 15 maart 2020, de peildatum, en wordt daarom niet meer meegenomen bij de bepaling van de loonsom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2021-0180
Viditax (FutD), 12-01-2021
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 20/4416

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2020 in de zaak tussen

Elita Spa B.V., te Zoetermeer, eiseres

(gemachtigde: S. Abdoelkarim),

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. J.J. Grasmeijer).

Procesverloop

Bij besluit van 10 april 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de Eerste tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW 1) ten bedrage van € 6.620,- aan eiseres toegekend en een voorschot van € 5.295,- aan eiseres verstrekt.

Bij besluit van 19 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2020. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, vergezeld van [A] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld van mr. M.C. Puister.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres heeft op 6 april 2020 een aanvraag voor een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de NOW 1 ingediend. Bij het primaire besluit heeft verweerder een tegemoetkoming in de loonkosten ten bedrage van € 6.620,- aan eiseres toegekend en een voorschot van € 5.295,- aan eiseres verstrekt.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd. Daartoe heeft verweerder het volgende overwogen. De loonsom is het loon van alle werknemers behorende tot een loonheffingennummer. Voor directeur-grootaandeelhouder (DGA) [B] worden geen premies voor de werknemersverzekeringen afgestaan. Verweerder heeft [B] daarom niet als werknemer aangemerkt en zijn loon niet bij de loonsom betrokken. Eiseres heeft op 1 mei 2020 een correctiebericht op de loonaangifte verzonden. Correctieberichten op de loonaangifte van na 15 maart 2020, de peildatum, worden echter niet meer meegenomen bij de bepaling van de loonsom. De NOW 1 biedt geen mogelijkheid om af te wijken van de peildatum.

3. Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit. Zij voert aan dat [B] per abuis was aangemerkt als DGA, terwijl uit de statuten volgt dat hij geen bestuurder is. Eiseres heeft de loonaangifte van januari 2020 gecorrigeerd. Hiermee heeft eiseres voldaan aan haar plicht om de juiste sociale lasten van haar werknemers door te geven. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat de loonadministrateur een (uitdrukkelijk verzochte) wijziging niet heeft doorgevoerd. Tegen die achtergrond kan haar dus geen verwijt worden gemaakt dat in de aanvraag is uitgegaan van een te lage loonsom.

4. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.

4.1

Op grond van artikel 10, tweede lid, van de NOW 1 wordt voor de loonsom uitgegaan van het loon over het eerste aangiftetijdvak van het jaar 2020. Dat is dus januari 2020. Op grond van het vijfde lid worden de in aanmerking te nemen gegevens uit de loonaangifte van de werkgever beoordeeld op grond van de loonaangifte zoals die uiterlijk op 15 maart 2020 is ingediend, alsmede de aanvullingen daarop die uiterlijk op die datum hebben plaatsgevonden.

4.2

De in artikel 10, vijfde lid, van de NOW 1 genoemde peildatum is een harde datum waarvan niet kan worden afgeweken. Blijkens de Memorie van Toelichting (Staatscourant 2020, 19874) op deze bepaling is een peildatum nodig omdat een werkgever de loonaangifte met terugwerkende kracht kan corrigeren door middel van correctieberichten. Deze datum is vastgesteld op 15 maart 2020, een datum die gelegen is vóór de aankondiging van deze regeling ter beperking van fraude- en misbruikrisico’s. Correctieberichten op de loonaangifte van na 15 maart 2020 worden daarom niet meer meegenomen in de bepaling van de loonsom.

4.3

De rechtbank is van oordeel dat verweerder het salaris van [B] terecht niet bij de vaststelling van de loonsom heeft betrokken. De correctie op de loonaangifte heeft eiseres na 15 maart 2020 gedaan, waardoor dit niet meer kan worden meegenomen in de bepaling van de loonsom. De ter zitting ingebrachte e-mail van 17 augustus 2019 van eiseres aan de loonadministrateur met het verzoek de functie van [B] te wijzigen van DGA naar algemeen directeur, geeft geen aanleiding tot een ander oordeel. Eiseres is zelf verantwoordelijk voor een juiste invulling van de gegevens op de loonaangifte, ook indien zij gebruik maakt van een loonadministrateur. Dat de loonadministrateur van eiseres een fout heeft gemaakt door [B] aan te merken als DGA en niet als werknemer voor wie premies voor de werknemersverzekeringen worden afgestaan, komt voor rekening en risico van eiseres. Hoewel de rechtbank op zichzelf begrip heeft voor de omstandigheden van eiseres, zijn deze niet als zeer uitzonderlijk aan te merken op grond waarvan verweerder in afwijking van de peildatum van 15 maart 2020 de correctie van loonaangifte had moeten meenemen bij de bepaling van de loonsom. De regeling biedt daarvoor nu eenmaal niet die ruimte. Bovendien heeft de wetgever er bewust voor gekozen om in de NOW 1-regeling geen hardheidsclausule op te nemen. Dit betekent dat daarom ook niet aan een belangenafweging wordt toegekomen.

4.4

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder het loon van [B] terecht en op goede gronden niet bij de bepaling van de loonsom heeft meegenomen.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. O.M. Harms, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P.G. van Egeraat, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 november 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.