Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:13456

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-09-2020
Datum publicatie
30-12-2020
Zaaknummer
NL19.31611
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

beroep niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding - eiser is na oplegging terugkeerbesluit in bewaring gesteld en had ondanks zijn verzoek geen rechtsbijstand - volgens rechtbank geen omstandigheid die overschrijding rechtvaardigt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL19.31611

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.R. Verdoner),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 november 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Omdat eiser heeft verzocht de zaak af te doen zonder op zitting te worden gehoord, en verweerder heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het afdoen van de zaak zonder zitting, heeft de rechtbank bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 25 december 2019 beroep ingesteld tegen het terugkeerbesluit van

18 november 2019. De beroepstermijn bedraagt vier weken. Het beroep is dus niet tijdig ingesteld.

2. Eiser stelt dat de termijnoverschrijding niet aan hem te wijten is. Het beroep is ingesteld zodra hem bekend werd dat het terugkeerbesluit was genomen. Dit is buiten de termijn gebeurd omdat eiser direct na de oplegging van het terugkeerbesluit in bewaring is gesteld en hij vier weken verstoken is gebleven van rechtsbijstand. Hierom had eiser wel verzocht. De rechtbank Den Haag, locatie Utrecht, heeft bij uitspraak van 24 december 2019 geoordeeld dat de bewaring om deze reden onrechtmatig was.

3. De rechtbank ziet hierin geen reden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Uit het terugkeerbesluit blijkt dat een afschrift van het besluit onmiddellijk aan eiser is uitgereikt. Dit besluit vermeldt dat binnen vier weken beroep tegen het besluit

kan worden ingesteld. Uit het gehoor voorafgaand aan het terugkeerbesluit blijkt verder dat het gehoor in het Nederlands heeft plaatsgevonden omdat eiser, die overigens stelt in Duitsland te zijn geboren en de Duitse nationaliteit te bezitten, de Nederlandse taal voldoende beheerst. Eiser moet dan ook worden geacht de beroepstermijn te hebben begrepen en daarvan op de hoogte te zijn geweest. Hij had dus beroep tegen het terugkeerbesluit kunnen instellen. Dat dit volgens eiser niet mogelijk was omdat hij in bewaring zat zonder toegang tot een advocaat volgt de rechtbank niet. Beroep tegen een terugkeerbesluit kan immers zonder advocaat worden ingesteld, ook gedurende vreemdelingenbewaring. Verder maakt het feit dat bij uitspraak van 24 december 2019 is geoordeeld dat de bewaring vanwege het achterwege laten van rechtsbijstand onrechtmatig is geweest, het voor de voorliggende procedure over het terugkeerbesluit niet anders. Artikel 100 van de Vreemdelingenwet bepaalt dat op verzoek van de vreemdeling aan hem een raadsman wordt toegevoegd op het moment dat hij in verband met bewaring van zijn vrijheid ontnomen is. Op deze manier is gewaarborgd dat eiser zo snel mogelijk tegen deze vrijheidsontnemende maatregel kan opkomen. Hiermee wordt echter een ander belang gediend dan het belang van eiser om beroep tegen een terugkeerbesluit in te stellen.

5. Gelet op het voorgaande is het beroep van eiser niet-ontvankelijk. Aan beoordeling van de overige beroepsgronden kan de rechtbank niet toekomen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Ruizendaal-van der veen, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

De uitspraak is gedaan op:

04 september 2020

Documentcode: DSR12621523

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.