Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:13234

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-12-2020
Datum publicatie
22-12-2020
Zaaknummer
NL20.18770
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asiel. Dublin Italië. Tekortkomingen in de rechtshulp voor asielzoekers. Discretionaire bevoegdheid. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.18770


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).

Procesverloop

Bij besluit van 22 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië daarvoor verantwoordelijk is.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL20.18771, plaatsgevonden op 3 december 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Idemudia. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Nigeriaanse nationaliteit te bezitten.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Daarbij heeft verweerder erop gewezen dat de autoriteiten van Italië het verzoek om eiser terug te nemen hebben geaccordeerd op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening).

3. Op wat eiser daartegen aanvoert wordt hierna ingegaan.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Ter zitting heeft eiser de beroepsgrond dat er in Italië sprake is van systematische tekortkomingen in de opvangvoorzieningen voor asielzoekers ingetrokken.

5. Eiser voert aan dat de autoriteiten van Italië in strijd handelen met de Richtlijn 2013/32/EU (Procedurerichtlijn) door geen gefinancierde rechtsbijstand, geen toelichting op de asielprocedure en geen gefinancierde tolkendienst te verstrekken aan asielzoekers.

6. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Zoals verweerder in het bestreden besluit al heeft overwogen, staat de Procedurerichtlijn toe dat het verstrekken van gefinancierde rechtsbijstand afhankelijk wordt gemaakt van de kans van slagen van het beroep (artikel 20, derde lid) en mag worden beperkt tot degenen die niet over voldoende middelen van bestaan beschikken (artikel 21, tweede lid). Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat Italië de toegang tot gefinancierde rechtsbijstand voor asielzoekers verder beperkt. Ook eisers stellingen dat er in Italië voor asielzoekers geen toegang is tot informatie over de asielprocedure en tot een gefinancierde tolkendienst is niet van enige onderbouwing voorzien.

7. Gelet hierop kan eiser evenmin worden gevolgd in zijn stelling dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 4 van het Handvest voor de grondrechten van de Europese Unie.

8. Verder voert eiser aan dat verweerder ten onrechte geen aanleiding heeft gezien om zijn asielaanvraag aan zich te trekken zoals bedoeld in artikel 17 van de Dublinverordening. Daarbij stelt hij dat er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden. Deze zijn volgens eiser daarin gelegen dat ten aanzien van Italië niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Uit wat hiervoor is overwogen blijkt echter dat dit niet opgaat. Deze beroepsgrond slaagt dan ook niet.

9. Het beroep is ongegrond.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.