Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:12898

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-12-2020
Datum publicatie
22-12-2020
Zaaknummer
C/09/603080 / FA RK 20-8357
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/603080 / FA RK 20-8357

Datum beschikking: 09 december 2020

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[de man]

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedag] 1966 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats]

advocaat: mr. Y.J. Doornik te ’s-Gravenhage.

Procesverloop
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 12 november 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging voor de duur van (kennelijk) 12 maanden.

Bij het verzoekschrift zijn onder meer de volgende nu relevante bijlagen gevoegd:

- een op 4 november 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater] die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij zijn behandeling betrokken was;

- een zorgkaart van 6 november 2020;

- een zorgplan van 6 november 2020;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 10 november 2020;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een afschrift van de politiemutaties;

- een historisch overzicht van eerdere zorgmachtigingen voor betrokkene.

Op 08 december 2020 heeft de officier van justitie een gewijzigd verzoek ingediend

inhoudende dat het opnemen in een accommodatie wordt verzocht voor de duur van

12 maanden (in plaats van de in het verzoekschrift bij vergissing vermelde 12 weken).

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 09 december 2020.

Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:

- betrokkene;

- de advocaat;

- de [verpleegkundig specialist] .

Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht door de officier van justitie, is de officier van justitie niet telefonisch gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft verklaard dat hij liever alles zelf bepaalt en dat hij het niet eens is met opname en overige verplichte zorg.

De advocaat heeft aangegeven dat betrokkene in een daklozenopvang verblijft en dat hij dit prima vindt. Betrokkene heeft liever de ongemakken, dan dat hij wordt opgesloten en geen alcohol mag gebruiken. De advocaat heeft verder aangegeven dat in het gewijzigde verzoek een opnameduur van 12 maanden is opgenomen. Volgens de advocaat moet dit zes maanden zijn, omdat de geldigheidsduur van de vorige machtiging is vervallen op 27 november 2020.

De verpleegkundig specialist heeft aangegeven dat de lichamelijke toestand van betrokkene is verslechterd. Betrokkene loopt slecht en is incontinent. Daarnaast leeft betrokkene op straat en ligt hij vaak in de regen te slapen. Betrokkene blijft echter alcohol gebruiken. De verpleegkundig specialist heeft verder aangegeven dat de daklozenopvang een tijdelijke voorziening is. Het is dan ook de bedoeling dat betrokkene naar Duurzaam Verblijf Verslaafden gaat ter detox en dat hij vanuit daar doorstroomt naar een passende woonvoorziening.

Beoordeling

Op 13 januari 2020 is door de rechtbank een nieuwe voorwaardelijke Bopz-machtiging verleend geldend tot en met 13 januari 2021. Deze is op 27 mei 2020 geconverteerd in een voorlopige Bopz-machtiging geldend tot en met 27 november 2020.

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten middelgerelateerde en verslavingsstoornissen en neurocognitieve stoornissen.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Om het ernstig nadeel af te wenden en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Tegen de verzochte vormen van verplichte zorg is ter zitting geen verweer gevoerd.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- toedienen van vocht;

- toedienen van voeding;

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

- opnemen in een accommodatie.

De rechtbank wijst er op dat de zorgverantwoordelijke ter uitvoering van een zorgmachtiging op grond van artikel 8:9 Wvggz pas kan beslissen tot het verlenen van de hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg nadat hij zich op de hoogte heeft gesteld van de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene, met de betrokkene overleg heeft gevoerd over de voorgenomen beslissing en, voor zover hij geen psychiater is, hierover overeenstemming heeft bereikt met de geneesheer-directeur.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

Over het verweer van de advocaat tegen de verzochte termijn van de zorgmachtiging van twaalf maanden oordeelt de rechtbank als volgt. Op 29 oktober 2020 is de spoedreparatiewet in werking getreden en kan het aantal jaren dat betrokkene op grond van de Wet Bopz een rechterlijke machtiging heeft gehad worden meegerekend bij de vraag hoelang een zorgmachtiging mag worden afgegeven. Een zorgmachtiging die aansluit op een Bopz-machtiging kan, op grond van artikel 1 onderdeel C van de spoedreparatiewet en artikel 6:5 onder b Wvggz, worden verleend voor de duur van twaalf maanden.

Aan de rechtbank is ambtshalve gebleken dat de voorwaardelijke Bopz-machtiging is geconverteerd op 27 mei 2020. Gelet op de Wet Bopz gold deze machtiging vanaf het moment van conversie als een voorlopige machtiging voor de resterende duur van de machtiging met een maximale termijn van zes maanden, te weten tot en met 27 november 2020. Betrokkene is echter voor afloop van die termijn blijkbaar opnieuw met ontslag gegaan. De rechtbank overweegt dat niet vast is komen te staan dat met het ontslag van betrokkene ook de lopende machtiging is opgeheven of is komen te vervallen. De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat de verzochte zorgmachtiging aansluit op een Bopz-machtiging. De rechtbank zal de zorgmachtiging dan ook verlenen voor de verzochte duur van twaalf maanden. Nu de behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden na de expiratiedatum op 27 november 2020 van de laatst geldende Bopz-machtiging met nawerking, zal de rechtbank hiermee rekening houden op de wijze zoals hierna volgt.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[de man]

geboren op [geboortedag] 1966 te [geboorteplaats] ,

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van vocht;

- toedienen van voeding;

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

- opnemen in een accommodatie.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 november 2021.

Deze beschikking is gegeven door mr. H. Wien, rechter, bijgestaan door K.D. van den Berg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 09 december 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 15 december 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.