Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:12625

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-12-2020
Datum publicatie
11-12-2020
Zaaknummer
NL20.17466
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vreemdelingenrecht. Beroep bij niet tijdig handelen. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND bepaalt dat het niet tijdig nemen van een besluit op een asielaanvraag met ingang van 11 juli 2020, behoudens de gevallen waarin verweerder voor deze datum rechtsgeldig in gebreke is gesteld, niet langer wordt gelijkgesteld met een besluit in de zin van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht. De bestuursrechter is daarom, behoudens voornoemde uitzonderingen, niet bevoegd om kennis te nemen van beroepen tegen het niet tijdig beslissen op asielaanvragen zolang deze wet kracht is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL20.17466


uitspraak van de enkelvoudige kamer als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. J. Bravo Mougán),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 13 juni 2019 een aanvraag ingediend tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

Op 25 september 2020 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kan de bestuursrechter, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is omdat hij kennelijk onbevoegd is of het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.

2. Op grond van artikel 8:1 van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.

Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld.

Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb kan het beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit worden ingediend zodra:

a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en

b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.

3. Op grond van artikel 1 van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (hierna: de Tijdelijke wet) – voor zover hier van belang – is artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb niet van toepassing op besluiten op aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Vw 2000.

Op grond van artikel 3 van de Tijdelijke wet – voor zover hier van belang – blijft artikel 1 buiten toepassing indien verweerder vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Vw 2000 en hij vóór die datum van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, onder b, van de Awb heeft ontvangen.

4. De Tijdelijke wet is op 11 juli 2020 in werking getreden. Uit het digitale zaakdossier blijkt dat verweerder eisers ingebrekestelling na deze datum, te weten op

9 september 2020, heeft ontvangen, zodat artikel 1 van de Tijdelijke wet in dit geval van toepassing is. Dat betekent dat het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser niet kan worden gelijkgesteld met een besluit waartegen bij de bestuursrechter beroep kan worden ingesteld.

5. De bestuursrechter is kennelijk onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.A. Faulborn, griffier.

De uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.