Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:12595

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
02-12-2020
Datum publicatie
16-12-2020
Zaaknummer
19_1284 en 19_7442
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gelet op het verschil tussen door een horecaonderneming aangegeven omzet en gegevens uit haar kassasysteem is aannemelijk dat een hogere omzet is gerealiseerd dan verantwoord. De rechtbank acht ook aannemelijk dat de verzwegen omzet aan eiser, die zowel onmiddellijk aandeelhouder als leidinggevende is, ten goede is gekomen. Eiser moet zich bewust zijn geweest van de bevoordeling zodat sprake is van een uitdeling. Nu de uitdeling door eiser niet in zijn aangifte inkomstenbelasting is verantwoord is niet de vereiste aangifte gedaan. Eiser doet niet blijken dat naar een te hoog bedrag inkomstenbelasting is geheven. Voor matiging van de opgelegde vergrijpboete in verband met omkering en verzwaring van de bewijslast bestaat geen aanleiding omdat de navordering met name is gebaseerd op gegevens uit het kassasysteem van de horecaonderneming. Beroepen ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 16-12-2020
V-N Vandaag 2020/3183
FutD 2020-3794
NTFR 2021/304
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummers: SGR 19/1284 en SGR 19/7442

uitspraak van de meervoudige kamer van 2 december 2020 in de zaken tussen

[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. F.H.H. Sijbers),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser voor de jaren 2011 en 2012 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd. Daarbij is heffingsrente dan wel belastingrente in rekening gebracht. Bij de navorderingsaanslag voor het jaar 2012 is tevens een vergrijpboete opgelegd.

Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar de navorderingsaanslag voor het jaar 2011 verminderd en de navorderingsaanslag voor het jaar 2012 gehandhaafd.

Eiser heeft daartegen beroepen ingesteld.

Verweerder heeft verweerschriften ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 september 2020.

Namens eiser zijn verschenen de gemachtigde en mr. M.M. Mokveld. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [A] , mr. [B] , drs. [C] , mr. drs. [D] .

Overwegingen

Feiten

1. [vennootschap] B.V. (de vennootschap) exploiteerde in de onderhavige jaren een horecaonderneming (de onderneming).

2. Alle aandelen in de vennootschap worden gehouden door [B.V. 1] Alle aandelen in [B.V. 1] worden gehouden door Stichting Administratiekantoor [holding] . [eiser] Holding B.V. houdt 60% van de certificaten van de aandelen in [B.V. 1] De overige 40% wordt gehouden door Beheersmaatschappij [B.V. 2]

3. Eiser houdt 100% van de aandelen in [eiser] Holding BV. Hij is tevens bestuurder van de vennootschap en feitelijk leidinggevende in de onderneming.

4. Eiser heeft voor de jaren 2011 en 2012 aangifte IB/PVV gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 59.546 respectievelijk € 65.379. Bij de aanslagoplegging zijn de aangiften gevolgd.

5. Over de jaren 2011 een 2012 is bij de vennootschap een boekenonderzoek verricht naar de aanvaardbaarheid van ingediende aangiften vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonheffingen.

6. Ter behoud van rechten is met dagtekening 20 januari 2018 aan eiser een navorderingsaanslag IB/PVV voor het jaar 2011 opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 59.546 en een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van
€ 1.000.000. Daarbij is een bedrag van € 53.618 aan heffingsrente in rekening gebracht.

7. Met dagtekening 22 mei 2018 is een definitief controlerapport opgesteld van het boekenonderzoek bij de vennootschap. In het controlerapport is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:

“2.6 Personeel en taakverdeling

[de vennootschap] is in de controleperiode een platte organisatie. De floormanager (o.a. [namen]) geeft dagelijks leiding aan de werkvloer bij de horeca-onderneming en rapporteert aan [eiser]. (…)

Mevrouw [L.] is via haar eenmanszaak met de handelsnaam [naam] verantwoordelijk voor het personeelsbeleid binnen [de vennootschap]. Mevrouw [L.] is tevens de partner van [eiser]. (…) Uit de kassagegevens blijkt dat zij ook toegang tot de kassa heeft en daar mutaties in doorvoert in de controleperiode (bijvoorbeeld bestellingen en afrekeningen).

(…)

[Eiser] houdt namens de aandeelhouders toezicht op de onderneming. Hij heeft tijdens gesprekken verklaard dat hij in ieder geval in de weekenden aanwezig is om toezicht te houden. (…)

Uit de “Systeem Omzet Rapporten” blijkt dat [eiser] zelf de dagomzetten en marges uit de systemen genereert. Dit doet hij voor elke omzetdag in 2011 en 2012. Uit de kassagegevens blijkt dat [eiser] ook mutaties in de kassa in- en doorvoert.

(…)

Aan het begin van de dag boekt hij ook verschillende bedragen op “vervallen”. (…) Het is onduidelijk voor de Belastingdienst waarom deze bedragen aan het begin van de dag als vervallen worden geboekt, in het geval van 7 juli 2012 [de rechtbank begrijpt: 2011] op het moment dat er op die dag nog geen mutaties in de kassa hebben plaatsgevonden. Uit de Systeem Omzet Rapporten blijkt in ieder geval niet dat er nog openstaande bonnen/tafels van de dag ervoor aanwezig waren.(…)

Zowel [eiser] als mevrouw [L.] hebben de mogelijkheid om bestelde artikelen in de kassa te voiden. Dit blijkt uit de mutaties die op hun gebruikersnaam plaatsvinden.

(…)

2.8

Kassasysteem

Binnen de onderneming van [de vennootschap] is het kassasysteem leidend. Alle omzet met betrekking tot de onderneming wordt door middel van dit systeem geboekt. (…).

(…)

Voor het kassasysteem heeft de Stichting Betrouwbare Afreken-systemen (SBA) een keurmerk afgegeven. (…)

2.8.1

Detailgegevens, database en back-up

Alle detailgegevens van bestellingen en afrekeningen (mutaties) worden in het kassasysteem ingevoerd. Alle mutaties worden opgeslagen in de database van het systeem.

(…)

De database (…) kan maximaal 24 maanden aan data opslaan; daarna wordt de informatie gewist. De termijn van 24 maanden wordt door [de leverancier] bij installatie van het kassasysteem ingegeven, maar deze termijn kan door de gebruiker worden aangepast.

(…) het systeem kan de detailgegevens niet 24 maanden bewaren, maar verwijdert deze na 14 dagen waarna alleen nog totalen maximaal 24 maanden worden bewaard op een zodanig niveau dat rapportages kunnen worden gemaakt.

(…)

In de controleperiode (2011 en 2012) was de ingestelde bewaartermijn (…) 6 maanden.

(…)

Vanuit het kassasysteem kan een groot aantal standaardrapportages worden gemaakt, waaronder het « Systeem Omzet Rapport ». Het systeem stelt de rapportages samen aan de hand van verdichte detailgegevens (de zogenoemde totalen) uit de database. (…)

Op 6 maart 2017 is op het bedrijfsadres van [de vennootschap] feitelijk gezamenlijk door zowel [de vennootschap] en [de gemachtigde], als de Belastingdienst vastgesteld dat de database van het kassasysteem geen gegevens meer bevat over de jaren 2011 en 2012 en dat de detailgegevens niet zijn bewaard en dat van de detailgegevens geen back-up beschikbaar is.

(…)

2.8.2

Primaire bescheiden

Hier wordt nog opgemerkt dat er geen primaire bescheiden bestaan die zijn gegenereerd ten tijde van de kasafsluiting zoals x-afslagen, uitdraai per pinautomaat e.d. De enige primaire registraties uit de kassa zijn de (…) Systeem Omzet Rapporten. (…)

(…)

3.2.2.

Grand totals volgens het kassasysteem

(…)

Het kassasysteem genereert vanuit de database standaardrapportages, waaronder het zogenoemde « Systeem Omzet Rapport » , dat dagelijks wordt opgemaakt. Het Systeem Omzet Rapport bevat onder andere de gegevens « Grand Total » en « Change Grand Total ».

3.2.2.1 Het functioneren van Grand Totals

Over het Systeem Omzet Rapport en de daarin opgenomen gegevens « Grand Total » en « Change Grand Total » merkt de leverancier van het kassasysteem het volgende op:

“Verandering groottotaal: hier komt het bedrag te staan wat die dag bij « Groot Totaal » wordt opgeteld.

Groot totaal: dit bedrag laat zien wat de totale omzet zou zijn geweest als er nooit iets was teruggeboekt, gecorrigeerd, gereturned of als er nooit korting was verleend.”

(…)

3.2.2.2.1 Verschillen tussen de Grand Totals en de verantwoorde omzet

(…). In 2011 laten is op slechts 40 dagen van de door [de vennootschap] verantwoorde omzet (Total revenue) met overige mutaties geen verschil in het Grand Total van het kassasysteem zien. In heel 2012 laten slechts 8 dagen (steeds op zondag) geen verschil in het Grand Total van het kassasysteem zien. Op alle overige dagen wijkt de door [de vennootschap] verantwoorde omzet met overige mutaties dus af van de grand totals.

Een voorbeeld van een dag waarop geen verschil bestaat tussen de door [de vennootschap] verantwoorde omzet met overige mutaties en het Grand Total is dinsdag 11 januari 2011. Op deze dag wordt een Total Revenue verantwoord van € 29.410,35. Uit het Systeem Omzet Rapport blijkt dat alleen omzet op rekening is gerealiseerd. Waarschijnlijk is er die dag blijkbaar een bedrijfsfeest geweest dat achteraf is gefactureerd. Er is die dag namelijk geen contante omzet of omzet entree gerealiseerd.

(…)

3.2.2.3 Omvang van de verschillen Grand Totals versus de Total revenue

Het totale verschil tussen de Grand Totals en de Total revenues bedraagt in 2011 € 1.592.459 en in 2012 (exclusief de maand december 2012) € 1.601.367.

(…)

Omdat bij andere belastingplichtigen met hetzelfde kassasysteem dergelijke afwijkingen zich niet voordoen, heeft de Belastingdienst aan de leverancier van het kassasysteem (…) gevraagd of hij in de gemaakte berekeningen elementen mist en, zo ja, om welke elementen het dan gaat. De leverancier heeft geantwoord dat naar zijn mening niets wordt gemist.

3.2.2.4. Conclusie

De Belastingdienst constateert dat zowel absoluut als relatief sprake is van substantiële verschillen tussen de Grand Totals van het kassasysteem en de door [de vennootschap] verantwoorde omzet.

(…)

Uit deze verschillen rijst het vermoeden dat [de vennootschap] de gerealiseerde omzet in het gecontroleerde tijdvak onvolledig heeft verantwoord. [de vennootschap] heeft geen op feiten steunend bewijs geleverd waarmee het gerezen vermoeden is ontzenuwd.

(…)

6.1.

Verschil in Grand Totals

De belastingdienst heeft in zowel het jaar 2011 als 2012 verschillen in Grand Totals geconstateerd. Deze verschillen kan de Belastingdienst niet verklaren. De kassaleverancier heeft ook geen verklaring voor de verschillen. Ook [de vennootschap] is gevraagd naar de verschillen in Grand Totals maar hij heeft deze vraag niet beantwoord.

Daarnaast blijken uit het onderzoek van de Belastingdienst de bevindingen en vermoedens dat:

- De brutomarges voor de controleperiode laag zijn.

- De theoretische goederenbeweging een hogere omzet voor verschillende productgroepen laat zien.

- De omzet entree onvolledig is verantwoord.

- (…)

Gezien de bovenstaande bevindingen is de Belastingdienst van mening dat [de vennootschap] vermoedelijk omzet niet verantwoordt. [de vennootschap] heeft deze vermoedens niet kunnen weerleggen. De Belastingdienst merkt de verschillen in de Grand Totals aan als zijnde door [de vennootschap] afgeroomde omzet over de jaren 2011 en 2012. Het gaat om de volgende bedragen.

2011: € 1.592.460

2012: € 1.601.367

(…)

6.5.

Inkomen uit aanmerkelijk belang (uitdeling)

Het geld dat met de hiervoor genoemde hogere omzetten ontvangen is, is in ieder geval niet meer binnen de vennootschap aanwezig. Van de niet als loon aangemerkte bedragen dient te worden aangenomen dat deze aan [eiser] in zijn hoedanigheid van (middellijk aandeelhouder) ten goede zijn gekomen. Dit past ook bij het beeld dat [eiser] uiteindelijk beleidsmatig en financieel eindverantwoordelijk is binnen de onderneming. [Eiser heeft de volledige controle over de geldstromen binnen [de vennootschap].

[Eiser] heeft de procedure omtrent de kasafsluiting ingeregeld waarbij slechts wordt gewerkt met extracomptabele excelbestanden in plaats van een automatische digitale verwerking. [Eiser] heeft de procedure bij de entree ingeregeld die onvoldoende is om de volledigheid van de entreegelden te waarborgen. [Eiser] heeft, net als zijn partner (…), toegang tot de kassa en voert daar dan (achteraf) mutaties in door. Daarnaast draait [eiser] van alle omzetdagen het Systeem Omzet Rapport van de horecazaak pas enkele dagen later uit. Hij wekt hiermee de indruk dat hij pas enkele dagen na de dagafsluiting de goedkeuring over de controle van de kasgelden geeft. Het zijn met name de primaire vastlegging van de kassa die onder beheer en verantwoordelijkheid van [eiser] staan die ontbreken, waaronder de kassadatabase.

(…)

Uit hoofde van zijn bestuurs- c.q. rol als meerderheidsaandeelhouder informeert [eiser] jaarlijks d.m.v. het overleggen van de concept-jaarrekeningen de minderheidsaandeelhouder [naam minderheidsaandeelhouder].

(…)

Dat is voor de Belastingdienst aanleiding om aan te nemen dat de niet verantwoorde opbrengsten, na aftrek van 30% loonbelasting, ter beschikking van [eiser] zijn gekomen.

De berekening van de correctie wordt hieronder weergegeven:

2011

2012

Verschil Grand Totals

€ 1.592.459

€ 1.601.367

Gemiddeld OB percentage

12,75%

11,96%

Correctie omzetbelasting

€ 180.079

€ 181.086

Verschil Grand Totals exclusief omzetbelasting

€ 1.412.380

€ 1.420.281

Minus: theoretische zwarte inkoop (24%/16%)

€ 335.511

€ 230.973

Tussensaldo (Verschil GT -/- OB /- zwarte inkoop

€ 1.076.869

€ 1.189.308

Plus: Correctie omzetbelasting

€ 180.079

€ 181.086

Tussensaldo

€ 1.256.948

€ 1.370.394

Looncorrectie 32,5%

€ 408.508

€ 445.378

Uitdeling

€ 848.440

€ 925.016

8. Aan de vennootschap is een informatiebeschikking gegeven met betrekking tot een op te leggen navorderingsaanslag vennootschapsbelasting (Vpb) voor het jaar 2011 en de op te leggen aanslag Vpb voor het jaar 2012. Gerechtshof Den Haag heeft in zijn uitspraak van 27 november 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3319, geoordeeld dat de informatiebeschikking terecht is gegeven. In verband met de lopende cassatieprocedure staat de informatiebeschikking nog niet onherroepelijk vast en zijn de belastingaanslagen aan de vennootschap nog niet opgelegd.

9. Met dagtekening 21 december 2018 heeft verweerder aangekondigd een navorderingsaanslag IB/PVV voor het jaar 2012 aan eiser te zullen opleggen. Daarbij stelt verweerder eiser in kennis van zijn voornemen om op grond van artikel 67e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) een vergrijpboete op te leggen van 50% van het bedrag van de navorderingsaanslag. Onder het kopje “Kennisgeving boete (…)” is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:
“(…)
Op grond van de bevindingen van het boekenonderzoek blijkt (…) dat de vennootschappen
een deel van de omzet fiscaal niet hebben verantwoord. Dat wil zeggen dat een deel van de omzet (…) zowel niet in de aangiften vennootschapsbelasting als in de aangiften omzetbelasting is opgenomen.
Uit het boekenonderzoek blijkt onder meer (…) dat [eiser] de niet aangegeven omzet (…) in
privé heeft genoten. Het geld dat immers is genoten met de verzwegen omzet is namelijk
niet meer in de vennootschap aanwezig. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat het (zeer)
aannemelijk is dat [eiser] de verzwegen en niet aangegeven omzet (…) in zijn hoedanigheid
van aandeelhouder heeft onttrokken uit de vennootschap.
Het is een algemene ervaringsregel en een feit van algemene bekendheid dat als een
belastingplichtige gelden onttrekt aan een vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang
houdt, hij dit als belastbaar inkomen dient op te geven in zijn aangifte inkomstenbelasting.
(…)
In casu heeft [eiser] de niet verantwoorde omzet onttrokken aan de vennootschap waarin
hij een aanmerkelijk belang heeft en heeft vervolgens verzuimd om deze onttrekking van
gelden te verantwoorden in zijn aangifte inkomstenbelasting voor het jaar 2012. Alleen al
om die reden kan het in algemeen worden aangenomen dat [eiser] de aangifte
inkomstenbelasting voor het jaar 2012 opzettelijk onjuist heeft gedaan. Dit met het bewuste
oogmerk om aldus te weinig belasting te betalen. (…)”

10. De navorderingsaanslag IB/PVV voor het jaar 2012 is opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 65.379 en een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 925.000. Daarbij is een vergrijpboete van € 115.625 opgelegd en is een bedrag van € 50.553 aan belastingrente in rekening gebracht.

11. Bij uitspraak op bezwaar is het vastgestelde belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang voor 2011 verminderd tot € 848.440.

Geschil

12. In geschil is of de navorderingsaanslagen terecht en naar juiste bedragen zijn opgelegd. Tevens is in geschil of bij de navorderingsaanslag voor het jaar 2012 terecht een vergrijpboete is opgelegd.

13. Eiser stelt zich op het standpunt dat de navorderingsaanslagen en de vergrijpboete ten onrechte zijn opgelegd. Volgens eiser maakt verweerder niet aannemelijk dat de primitieve aanslagen naar te lage bedragen zijn vastgesteld. Van omkering en verzwaring van de bewijslast kan geen sprake zijn. Indien de navorderingsaanslagen (deels) in stand blijven, stelt eiser zich op het standpunt dat de vergrijpboete vernietigd moet worden, omdat verweerder (voorwaardelijk) opzet of grove schuld niet aannemelijk maakt. Dat sprake zou zijn van grove schuld heeft verweerder volgens eiser in het geheel niet gemotiveerd.

14. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de navorderingsaanslagen en de vergrijpboete terecht zijn opgelegd. Volgens verweerder heeft eiser de vereiste aangiften niet gedaan. De vergrijpboete is volgens verweerder terecht opgelegd.

Beoordeling van het geschil

15. Ingevolge artikel 27e, eerste lid, van de Awr wordt een beroep ongegrond verklaard indien de vereiste aangifte niet is gedaan, tenzij is gebleken dat en in hoeverre de uitspraak op het bezwaar onjuist is (omkering en verzwaring van de bewijslast). Een belastingplichtige heeft niet de vereiste aangifte gedaan indien sprake is van één of meer gebreken die ertoe leiden dat de volgens de aangifte verschuldigde belasting zowel absoluut als relatief bezien aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting. Dat de vereiste aangifte niet is gedaan, dient verweerder volgens de regels van normale bewijslastverdeling aannemelijk te maken (vgl. HR 30 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1083).

16. Verweerder heeft zijn stelling dat de vereiste aangifte niet is gedaan, gebaseerd op de bevindingen uit het boekenonderzoek. Gedurende het boekenonderzoek is vastgesteld dat de omzet van de vennootschap in 2011 en 2012 op basis van gegevens uit het kassasysteem € 1.592.459 respectievelijk € 1.601.367 hoger is dan de vennootschap heeft verantwoord. Tevens is vastgesteld dat dergelijke verschillen zich bij andere gebruikers van het kassasysteem niet voordoen en dat er geen sprake is van een verschil op dagen dat de gehele omzet op factuur is betaald. Daarnaast is geconcludeerd dat de verantwoorde brutomarges laag zijn. Met hetgeen hij heeft aangevoerd, is verweerder er naar het oordeel van de rechtbank in geslaagd om aannemelijk te maken dat de vennootschap een hogere omzet heeft gerealiseerd dan zij heeft verantwoord.

17. De vraag die zich vervolgens aandient, is of dit verschil kan worden aangemerkt als een winstuitdeling door de vennootschap aan eiser. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Nu de additionele omzet niet in de boeken van de vennootschap is verantwoord, acht de rechtbank aannemelijk dat deze verzwegen omzet aan eiser als middellijk aandeelhouder ten goede is gekomen (vgl. Hof Arnhem 27 april 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BA5606). Daarbij weegt de rechtbank mee dat eiser toegang had tot het kassasysteem en daarin ook mutaties doorvoerde. Daarnaast was eiser, zo volgt uit de bevindingen van het boekenonderzoek en zo is ook ter zitting bevestigd, eindverantwoordelijk voor de operationele gang van zaken binnen de onderneming. Als feitelijk leidinggevende met actieve bemoeienis met het kassasysteem moet eiser zich naar het oordeel van de rechtbank wel bewust zijn geweest van de bevoordeling, zodat sprake is van een uitdeling aan eiser.

18. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder erin slaagt aannemelijk te maken dat de op aangifte verschuldigde belasting zowel absoluut als relatief bezien aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting. Eiser heeft voor de jaren 2011 en 2012 niet de vereiste aangiften gedaan, zodat de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard.

19. Eiser heeft niet doen blijken dat de bestreden uitspraken op bezwaar onjuist zijn. Ter zitting heeft eiser desgevraagd medegedeeld de hoogte van de omzet van de vennootschap niet in de onderhavige procedure, maar bij behandeling van aan de vennootschap op te leggen belastingaanslagen te zullen onderbouwen. Een dergelijke proceshouding dient voor rekening en risico van eiser te komen. Dat het geconstateerde verschil tussen de verantwoorde omzet en de omzet zoals opgenomen in kassasysteem mogelijk het gevolg is van een programmafout, is niet aannemelijk gemaakt en strookt ook niet met het feit dat, zo heeft de kassaleverancier verklaard, dergelijke verschillen zich bij andere gebruikers van het kassasysteem niet hebben voorgedaan. Eiser heeft verder niet aannemelijk gemaakt, laat staan doen blijken, dat Beheersmaatschappij [B.V. 2] of haar aandeelhouder enige bemoeienis heeft gehad met de dagelijkse gang van zaken binnen de onderneming dan wel een rol heeft gespeeld bij de uitdelingen in 2011 en 2012. Daarom is terecht 100% van de uitdelingen aan eiser toegerekend.

20. De opgelegde navorderingsaanslagen moeten ten minste zijn gebaseerd op een redelijke schatting. Naar het oordeel van de rechtbank wordt aan die voorwaarde voldaan. Verweerder is uitgegaan van het geconstateerde verschil tussen verantwoorde omzet van de vennootschap en de omzetgegevens uit het kassasysteem. Daarop heeft verweerder vervolgens correcties toegepast in verband met de hogere inkoopkosten, loonkosten en verschuldigde omzetbelasting die met een hogere omzet gepaard gaan. Het beroep gericht tegen de navorderingsaanslagen is dan ook ongegrond.

21. De vergrijpboete is opgelegd op grond van artikel 67e van de Awr in samenhang met paragraaf 25 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst. Voor het opleggen van een dergelijke vergrijpboete bestaat aanleiding, indien het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige is te wijten dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven.

22. Op verweerder rust de bewijslast dat, zoals hij stelt, in onderhavig geval sprake is van (voorwaardelijk) opzet. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder, met de hiervóór onder 9 weergegeven motivering, hierin geslaagd en heeft hij daarmee bewezen dat eiser voor wat betreft de winstuitdeling van de niet verantwoorde omzet met opzet een onjuiste aangifte heeft ingediend, waardoor de (primitieve) aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld. Het is een feit van algemene bekendheid dat winstuitdelingen zijn onderworpen aan de heffing van IB/PVV en daarom moeten worden aangegeven. Door de uitdeling niet op te nemen in zijn aangifte IB/PVV voor het jaar 2012 heeft eiser bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat te weinig belasting zou worden geheven. De vergrijpboete is dan ook terecht opgelegd. Voor matiging van de opgelegde boete in verband met de omkering en verzwaring van de bewijslast bestaat geen aanleiding, aangezien de navordering met name is gebaseerd op gegevens uit het kassasysteem van eiser. De rechtbank acht een vergrijpboete van 50% van de te weinig geheven belasting passend en geboden.

23. Tegen de in rekening gebrachte heffingsrente respectievelijk belastingrente zijn geen afzonderlijke gronden ingediend. Dat in strijd met enige regel van geschreven of ongeschreven recht rente in rekening is gebracht, is gesteld noch gebleken.

24. Gelet op wat hiervóór is overwogen, dienen de beroepen ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

25. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, voorzitter, en mr. E.E. Schotte en
mr. E.J.W. Heithuis, leden, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 december 2020.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,

2500 EH Den Haag.