Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:12586

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-11-2020
Datum publicatie
16-12-2020
Zaaknummer
C/09/601895 / JE RK 20-2533
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging tot uithuisplaatsing 1:256b BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaksgegevens: C/09/601895 / JE RK 20-2533

Datum uitspraak: 24 november 2020

Beschikking van de kinderrechter

Machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak naar aanleiding van het op 30 oktober 2020 ingekomen verzoekschrift van:

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

betreffende:

[minderjarige] geboren op [geboortedag] 2006, te [geboorteplaats]

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de vrouw]

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.

Op 24 november 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:

  • -

    de moeder met de [begeleider] als toehoorder;

  • -

    [vertegenwoordigers van de GI] namens de gecertificeerde instelling.


[minderjarige] is op 24 november 2020 voorafgaand aan de zitting apart door de kinderrechter in raadkamer gehoord.

Feiten

  • -

    De moeder is van rechtswege belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] .

  • -

    [minderjarige] verblijft feitelijk bij de moeder.

  • -

    De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 18 september 2020 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd van 21 september 2020 tot 21 september 2021.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot machtiging [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een zorgaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling. Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. [minderjarige] woont na lange tijd uit huis te zijn geplaatst weer bij de moeder. Het gaat periodes goed genoeg, maar er zijn ook periodes waarin de zorgen toenemen. Er is veel sprake van ernstig huiselijk geweld en de moeder kan [minderjarige] niet bieden wat hij nodig heeft. Ze heeft geen eenduidige regels en afspraken en is niet in staat om deze op een juiste manier in te zetten. [minderjarige] vertoont hierdoor zelfbepalend gedrag, is brutaal naar de moeder en behandelt haar respectloos. Er is de afgelopen periode meerdere malen overwogen om [minderjarige] uit huis te plaatsen, maar er was nog geen geschikte plek voor hem gevonden. Op dit moment is de veiligheid van [minderjarige] en de rest van het gezin zodanig in het geding dat [minderjarige] niet langer thuis kan wonen. Op 7 december 2020 vindt er een screeningsgesprek plaats bij [verblijfplaats]

De moeder is het niet eens met het verzoek. De moeder wil voor [minderjarige] zorgen en heeft geen vertrouwen in de uithuisplaatsing. Hij heeft hier veel vrienden in de buurt wonen en hij zit op voetbal, dat is erg belangrijk voor hem.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn.

Daarbij overweegt de kinderrechter dat er sprake is van ADHD en een reactieve hechtingsstoornis bij [minderjarige] en de moeder niet in staat is om hem de duidelijkheid en structuur te bieden die hij nodig heeft. De moeder is niet leerbaar en [minderjarige] wordt zowel fysiek als emotioneel verwaarloosd. [minderjarige] vertoont zelfbepalend gedrag en heeft tijdens ruzies meerdere malen gedreigd de zus of de moeder iets aan te doen. Ondanks de intensieve inzet van hulpverlening lukt het de moeder niet om een positief en veilig opvoedklimaat voor [minderjarige] te bewerkstelligen. Hierdoor kan de veiligheid van [minderjarige] en de rest van het gezin niet langer worden gewaarborgd. [minderjarige] heeft een plek nodig waar duidelijke regels en afspraken zijn en waar gewerkt kan worden aan een positieve ontwikkeling van [minderjarige] en een positieve deelname aan de maatschappij. De kinderrechter zal het verzoek tot uithuisplaatsing daarom toewijzen.

Het is van groot belang voor [minderjarige] dat hij in zijn nieuwe woonomgeving in staat wordt gesteld om bij een voetbalclub aan te sluiten. Uit voetballen haalt hij het meeste plezier in zijn leven!

Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

machtigt William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een zorgaanbieder van 24 november 2020 tot 21 september 2021, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2020 door mr. M. van Loenhoud, kinderrechter, in tegenwoordigheid van V.A.H. Schoorl als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 10 december 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.