Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:12462

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-12-2020
Datum publicatie
28-12-2020
Zaaknummer
20_5312
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Berekening doorlooptijd opleiding, artikel 31 OER Politieacademie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/5312

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. D.F. Lansbergen),

en

de korpschef van politie, verweerder

(gemachtigde: mr. A.H.G.M. van den Boomen-Meeuwissen).

Procesverloop

Bij besluit van 7 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder voor eiseres de einddatum voor de afronding van de leergang Recherchekundige Master, afstudeerrichting Financieel (de leergang) opnieuw bepaald.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft op grond van artikel 2, eerste lid, van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid plaatsgevonden via een skypeverbinding op 7 december 2020. Daaraan heeft eiseres en haar gemachtigde en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Overwegingen

1. Eiseres is na de uitspraak van deze rechtbank van 17 juli 2019 (ECLI:NL:RBDHA:2019:7076) door verweerder opnieuw toegelaten tot de leergang en heeft die op 15 januari 2020 hervat. Verweerder heeft, met verwijzing naar artikel 31, eerste en tweede lid, van de Onderwijs en Examenregeling (OER) zich op het standpunt gesteld dat nu eiseres niet (opnieuw) start voor de gehele opleiding, maar enkel nog voor de twee niet behaalde modules OVVK en MWO, de doorlooptijd van de opleiding loopt tot 15 januari 2022.
2. Eiseres bestrijdt het standpunt van verweerder en stelt dat er geen grond is om af te wijken van de reguliere doorlooptijd van twee en een half jaar voor de gehele opleiding. Volgens eiseres eindigt de doorlooptijd op 15 juli 2022.
3. De rechtbank overweegt dan niet kan worden geoordeeld dat verweerder een onjuiste toepassing heeft gegeven aan artikel 31, eerste en tweede lid, van de OER. Ingevolge deze bepalingen is voor eiseres de doorlooptijd van een opleiding het dubbele van de standaard doorlooptijd, ook als een doorlooptijd in losse delen is gevolgd. Eiseres volgt de opleiding niet in losse delen. Zij hoeft na haar nieuwe toelating niet de gehele opleiding te volgen en heeft in die zin dus vrijstellingen. Voor de module OVVK en MWO is de doorlooptijd 7, respectievelijk 12 maanden. Na verdubbeling van die termijnen heeft verweerder terecht vastgesteld dat na hervatting op 15 januari 2020 de einddatum 15 januari 2022 is. In de hiervoor onder 1 genoemde uitspraak vindt de rechtbank geen aanknopingspunt voor het standpunt van eiseres. Dit standpunt zou tot gevolg hebben dat eiseres zou worden bevoordeeld ten opzichte van met eiseres vergelijkbare cursisten die voor alle modules een doorlooptijd van twee en een half jaar hebben. Ter zitting is niet gebleken dat eiseres binnen de voor haar berekende doorlooptijd onvoldoende gelegenheid zal hebben voor het afleggen van de examens van de modules en het benutten van mogelijkheden tot herkansing.

4. Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. I.N. Powell, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 december 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.