Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:12113

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25-11-2020
Datum publicatie
27-11-2020
Zaaknummer
NL20.14687
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank onbevoegd. Artikel 1 van de TwodI.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL20.14687

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[eiseres] , geboren op [geboortedatum] , van Venezolaanse nationaliteit, eiseres,

V-nummer: [#]

(gemachtigde: mr. E. Stap),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 27 juli 2020 beroep ingesteld in verband met het niet tijdig nemen van een beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van 2 juni 2019.

Verweerder heeft op 5 augustus 2020 een verweerschrift ingediend. Eiser heeft op 4 november 2020 gevraagd uitspraak te doen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.

2. Op 11 juli 2020 is de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND in werking getreden.

2.1

In artikel 1 van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (TwodI) is bepaald dat de artikelen 4:17 tot en met 4:19 en 6:2, aanhef en onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing zijn op besluiten op aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

2.2

In artikel 3 van de TwodI is bepaald dat artikel 1 buiten toepassing blijft indien Onze Minister van Justitie en Veiligheid vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en hij vóór die datum van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling als bedoeld in artikel 4:17, derde lid of 6:12, tweede lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht heeft ontvangen.

3. Ingevolge artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) wordt binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een beschikking gegeven.

4. Eiseres heeft op 2 juni 2019 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Gelet op het bepaalde in artikel 42, eerste lid, Vw had verweerder uiterlijk op 1 december 2019 op de aanvraag moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat deze beslistermijn is verstreken voor de inwerkingtreding van de TwodI. Eiseres heeft verweerder op 13 juli 2020 in gebreke gesteld. De rechtbank stelt vast dat de ingebrekestelling dateert van na de inwerkingtreding van de TwodI. Gelet daarop kan eiseres ingevolge artikel 1 van de TwodI geen beroep instellen wegens het niet tijdig nemen van een besluit.

5. De rechtbank is kennelijk onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P. W. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van
A.C. Karels, griffier.

De uitspraak is in het openbaar uitgesproken en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.