Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:12029

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17-11-2020
Datum publicatie
26-11-2020
Zaaknummer
C/09/602135 / FA RK 20-7865
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/602135 / FA RK 20-7865

Datum beschikking: 17 november 2020

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

Beschikking naar aanleiding van het op 27 oktober 2020 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van drie jaar als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[de man]

hierna te noemen: cliënt,

geboren op [geboortedag] 1958 te [geboorteplaats] , Soedan,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats]

advocaat: mr. E. Huineman-Lindt te ’s-Gravenhage.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 27 oktober 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van

24 maart 2017;

- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 8 oktober 2020;

- een op 14 september 2020 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige [arts 1] , die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was;

- een zorgplan van 17 april 2020.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 november 2020.

Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:

- cliënt,

- de advocaat,

- de arts [arts 2]

Standpunten ter zitting

Cliënt heeft aangegeven dat hij al negen jaar in de accommodatie verblijft en dat het niet goed met hem gaat. Client wil vrijgelaten worden en zelf een kamer gaan zoeken.

De advocaat heeft hier aan toegevoegd dat cliënt absoluut niet in de accommodatie wil blijven en dat hij al negen jaar tegen zijn zin in zit opgesloten. Cliënt wil zijn eigen leven leiden en het zou goed zijn om hem een keer wat vrijheid te gunnen. Volgens de advocaat is de agressie het gevolg van het feit dat cliënt is opgenomen.

De advocaat heeft aangegeven dat er steeds wordt gezegd dat er aan de toekomst van cliënt wordt gewerkt, maar er gebeurd niets. Cliënt zal in de accommodatie blijven totdat hij een andere woonplek heeft gevonden. De advocaat heeft zich tot slot verzet tegen een rechterlijke machtiging van langer dan zes maanden.

De arts heeft aangegeven dat er feitelijk niets is veranderd in de situatie van cliënt. Er wordt geprobeerd om toch een toekomstperspectief te bieden aan cliënt, maar hij verzet zich nog steeds tegen de hele situatie. Inmiddels heeft cliënt meer vrijheden en hij heeft ook activiteiten buiten de accommodatie, maar het is soms lastig om hem in het gareel te houden. De arts heeft tot slot aangegeven dat wanneer cliënt de accommodatie zal verlaten, hij op zoek zal gaan mogelijkheden om alcohol te gebruiken.

Beoordeling

Op 8 april 2020 is door de rechtbank een machtiging tot opname en verblijf verleend tot en met 8 oktober 2020.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis, amnetisch-confabulerend type door alcohol. Dit omvat het syndroom van Korsakov. De rechtbank verwijst in dit verband naar het Besluit gelijkgestelde aandoeningen, waarbij onder meer het syndroom van Korsakov per 1 mei 2020 is gelijkgesteld met een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, indien deze ziekte bij cliënt zich uit als een neurocognitieve stoornis met daaruit voortkomende significante beperkingen overeenkomstig die van een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap. Uit de stukken en de verklaring van de arts ter zitting blijkt dat dit bij cliënt het geval is.

Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd.

De rechtbank overweegt dat het onderhavige verzoek is ingediend na het expireren van de vorige rechterlijke machtiging. Van een aansluitende rechterlijke machtiging is dan ook geen sprake. De rechtbank zal daarom, in afwijking van de door het CIZ verzochte termijn, de rechtelijke machtiging verlenen voor de duur van zes maanden.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:

[de man]

geboren op [geboortedag] 1958 te [geboorteplaats] , Soedan,

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 mei 2021;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.F. Mewe, rechter, bijgestaan door K.D. van den Berg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 november 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 november 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.