Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2020:12004

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-10-2020
Datum publicatie
26-11-2020
Zaaknummer
C/09/599812 / FA RK 20-6644
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

beroep tegen crisismaatregel, Er is geen druk uitgeoefend door de burgemeester. van de woonplaats van betrokkene om betrokkene op te nemen. Het beroep is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2020-0899
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/599812 / FA RK 20-6644

Datum beschikking: 17 november 2020

Beroep tegen een crisismaatregel

Beschikking naar aanleiding van het op 14 september 2020 ingediend beroep ex artikel 7:6 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) tegen een crisismaatregel, ten aanzien van:

[de vrouw]

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende te [verblijfplaats] ,

advocaat: mr. J. Gravesteijn te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 14 september 2020, heeft betrokkene beroep ingesteld tegen de door de burgemeester van de gemeente Leiden op 25 augustus 2020 aan haar opgelegde crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een beslissing van de burgemeester houdende het opleggen van de crisismaatregel

van 25 augustus 2020;

- een op 25 augustus 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater]

die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;

- een e-mailbericht van de advocaat van betrokkene aan [psychiater] van 8 september 2020;

- een e-mailbericht van 10 september 2020 van [psychiater] aan de advocaat van betrokkene.

Op 15 oktober 2020 heeft een zitting per telefoon plaatsgevonden, waarbij de behandeling van het verzoek is aangehouden tot de zitting van de meervoudige kamer. Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Op 29 oktober 2020 heeft de rechtbank per e-mail aanvullende stukken van betrokkene ontvangen.

De mondelinge behandeling van het verzoek is meervoudig voortgezet op 3 november 2020.

Ter zitting zijn de volgende personen door de rechtbank gehoord:

- de advocaat van betrokkene;

- [vertegenwoordigers van de gemeente] namens de gemeente Leiden;

Als informanten zijn gehoord de psychiater, drs. [psychiater] , [voormalig burgemeester] van de gemeente [woonplaats] en [vertegenwoordiger van de gemeente] namens de gemeente [woonplaats] .

Verzoek en verweer

Betrokkene verzoekt te bepalen dat de crisismaatregel onrechtmatig is geweest en aan haar een schadevergoeding toe te kennen van € 1.750,-. Betrokkene stelt daartoe thans dat de medische verklaring niet juist was en dat de beslissing van de burgemeester van Leiden van 25 augustus 2020 onterecht en onrechtmatig is genomen en dat de beslissing van de burgemeester gebrekkig tot stand is gekomen. De burgemeester van [woonplaats] heeft oneigenlijke druk uitgeoefend op de psychiater om te komen tot de conclusie dat er sprake was van een ernstig vermoeden van een psychische stoornis. De crisismaatregel is afgegeven op basis van de desbetreffende medische verklaring. Tijdens de daarop volgende opname is ook gebleken dat er geen sprake was van een psychische stoornis, aldus betrokkene.

Namens de burgemeester van Leiden is - kort en zakelijk weergegeven - het volgende naar voren gebracht. De crisismaatregel is genomen op basis van de medische verklaring. Er was geen aanleiding om eraan te twijfelen dat de medische verklaring wel op medisch verantwoorde en goede wijze tot stand was gekomen. Het is gebruikelijk dat er kort telefonisch contact plaatsvindt tussen de burgemeester en de psychiater die de medische verklaring opstelt om de situatie te bespreken De burgemeester van Leiden heeft geen contact gehad met de burgemeester van [woonplaats] en was er niet van op de hoogte dat betrokkene ook al eerder die dag (in de vroege ochtenduren) was beoordeeld door een psychiater.

De psychiater heeft ter zitting onder meer meegedeeld dat de burgemeester van [woonplaats] contact heeft opgenomen met de sociaalverpleegkundige van de Psychiatrische Eerste Hulp (hierna: de PEH) bij GGZ Rivierduinen. Deze verpleegkundige heeft vervolgens bij de psychiater melding gemaakt van dit gesprek en aangegeven dat de burgemeester had gezegd dat er een duidelijke noodzaak was voor opname en dat er grote zorgen waren over betrokkene. De psychiater heeft niet zelf contact gehad met de burgemeester van [woonplaats] , maar wel met de wijkagent. Naar aanleiding daarvan is ingeschat dat het geen goed idee zou zijn om het onderzoek ter plaatse bij betrokkene uit te voeren, maar is besloten dat betrokkene naar Leiden zou worden gebracht voor onderzoek. Bij het opstellen van de medische verklaring is rekening gehouden met de verklaring van de wijkagent, met de mutaties en de beslissing van de crisisdienst in Amsterdam. Op grond van het door de psychiater gedane onderzoek is zij tot de conclusie gekomen dat er sprake was van een psychische stoornis bij betrokkene en ernstig nadeel. Er was geen andere oplossing dan een opname, aangezien betrokkene geen inzicht liet zien in haar handelen en het niet mogelijk was om met haar een alternatief te bedenken voor het afwenden van het gevaar. Daarbij is tevens meegewogen dat betrokkene het risico liep haar huis kwijt te raken. De psychiater heeft in het kader van de beoordeling contact gehad met de geneesheer-directeur omdat het een bijzondere casus betrof, aangezien niet vaak iemand wordt opgenomen bij een autismestoornis. Ook is er contact geweest met de burgemeester van Leiden. Dat is niet ongebruikelijk. In dit geval is de casus uitgebreid besproken omdat de burgemeester die de beslissing moest nemen niet de burgemeester was van de woonplaats van betrokkene. De psychiater is daarbij open geweest en heeft verteld dat het een ongebruikelijke stoornis is om op te nemen, dat er geen alternatief kon worden bedacht, dat opname betrokkene niet zou doen genezen, maar dat de situatie wel zo acuut was dat ernstig nadeel dreigde. Ook is het signaal van de burgemeester van [woonplaats] benoemd. De burgemeester van Leiden heeft vervolgens de beslissing genomen. De situatie in vergelijking met het eerder die ochtend uitgevoerde onderzoek bij betrokkene was in die zin veranderd dat inmiddels aanvullende informatie was verkregen dat de kinderen van de buurvrouw die naar het ziekenhuis was gebracht, hele forse bedreigingen aan het adres van betrokkene hadden geuit. Betrokkene had niet het vermogen om in te zien wat er was gebeurd en wat de gevolgen waren van haar gedrag. Het verzoek van de burgemeester van [woonplaats] aan de verpleegkundige van de PEH om iets aan de verstoorde situatie in de buurt te doen is niet ervaren als druk om tot de medische verklaring te komen maar is wel meegenomen in de beoordeling. Als er een alternatief was geweest of geen psychische stoornis was gezien, was de beslissing anders geweest. De twijfel die er was bij het geven van de medische verklaring lag op medisch inhoudelijk vlak omdat het de vraag was of er naast het autisme nog een onderliggende stoornis was en of een opname ook op lange termijn een oplossing zou bieden. Voor de korte termijn was het, mede gelet op het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, de enige mogelijkheid.

Ter zitting heeft [voormalig burgemeester] toenmalig burgemeester van [woonplaats] , onder meer verklaard dat zij in de ochtend van 25 augustus 2020 werd geïnformeerd over de gebeurtenissen die in de nacht daarvoor hadden plaatsgevonden. Zij was er niet van op de hoogte dat betrokkene door de politie was meegenomen voor onderzoek door de crisisdienst. Betrokkene had in de nacht op de muren en ramen geslagen bij een buurvrouw van in de 80. Die had 112 gebeld en haar dochter. De buurvrouw moest worden opgenomen in het ziekenhuis met hartklachten. Betrokkene had zich inmiddels verstopt in de tuin van iemand anders. Toen zij vervolgens terug kwam, deed zij alsof er niets was gebeurd. Op het moment dat [voormalig burgemeester] van de gebeurtenissen hoorde was sprake van een gevaarlijke situatie, omdat er door de familie van de buurvrouw bedreigingen jegens betrokkene werden geuit. Omdat de situatie al langer problematisch was en de zorgen over het gedrag van betrokkene groot heeft de burgemeester op dat moment te besloten om te bellen met de PEH. Zij vond dat de situatie niet langer kon voortduren en dat betrokkene moest worden beoordeeld. [voormalig burgemeester] heeft niet met de beoordelend psychiater gesproken. Op een gegeven moment is aan de medewerker zorg van de gemeente [woonplaats] bericht dat er door de burgemeester van Leiden een crisismaatregel was afgegeven voor 72 uur. Na overleg met de politie en zorg is besproken wat gedaan zou kunnen worden. Toen is het advies gegeven betrokkene een huisverbod te geven.

Beoordeling

Op grond van artikel 7:1 Wvggz kan een burgemeester een crisismaatregel nemen ten aanzien van een persoon die zich in zijn gemeente bevindt, indien er onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van een persoon als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend ernstig nadeel veroorzaakt, met de crisismaatregel het ernstig nadeel kan worden weggenomen en de crisissituatie dermate ernstig is dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. De burgemeester neemt een crisismaatregel niet dan nadat hij er voor zorg heeft gedragen dat een psychiater in een medische verklaring zijn bevindingen hierover en over de actuele gezondheidstoestand van betrokkene vermeldt.

De rechtbank dient dan ook te beoordelen of de burgemeester van Leiden op basis van bovengenoemde criteria in redelijkheid een crisismaatregel kon nemen.

Uit de stukken en het ter zitting besprokene, blijkt dat aan betrokkene op 25 augustus 2020 een crisismaatregel is opgelegd op basis van een medische verklaring van een (onafhankelijke) psychiater die geoordeeld heeft dat op dat moment sprake was van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en van een ernstig vermoeden dat dit nadeel werd veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Omdat er sprake was van verzet kon naar het oordeel van de psychiater het ernstig nadeel slechts worden weggenomen door het nemen van de crisismaatregel. De psychiater heeft de medische verklaring afgegeven op basis van de informatie die op dat moment voorhanden was en het onderzoek dat zij zelf bij betrokkene heeft verricht.

In de medische verklaring is onder “7 overige mededelingen” het volgende vermeld:

“[…]

De burgemeester van haar woonplaats heeft ons uitdrukkelijk verzocht een crisismaatregel uit te schrijven. Wij onderschrijven dat er sprake is van een crisis, voortkomend uit haar psychiatrische stoornis en op dit moment zo acuut dat ernstig nadeel dreigt. De vraag is of een opname in een kliniek bijdragend gaat zijn aan de behandeling van het toestandsbeeld, gezien een ontwikkelingsstoornis een meer gedragsmatige behandeling vraagt. Echter, opname geeft de mogelijkheid tot zorgvuldige observatie met betrekking tot de diagnostiek en om te evalueren of gedwongen behandeling effect heeft.

[…]”.

De psychiater heeft op vragen van de advocaat van betrokkene aangegeven dat zij bij het afgeven van de medische verklaring is afgegaan op haar onderzoek van de betrokkene en (onder meer) de informatie van de sociaal verpleegkundige en de wijkagent. Daarbij werden recente ontwikkelingen benoemd die onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voor de betrokkene meebrachten. Betrokkene was door haar stoornis niet in staat om de gevolgen van haar handelen te overzien. De psychiater heeft verklaard dat zij het verzoek van de burgemeester van [woonplaats] heeft aangemerkt als een signaal dat er vanuit de gemeenschap grote zorgen waren en dit signaal heeft meegewogen bij het vaststellen van het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Zij heeft evenwel desgevraagd benadrukt dat zij zich bij haar medische beoordeling niet onder druk gezet voelde door de burgemeester van [woonplaats] .

Gelet op de verklaringen die door alle betrokkenen ter zitting zijn afgelegd is niet aannemelijk geworden dat de burgemeester van [woonplaats] oneigenlijke druk op de psychiater heeft uitgeoefend, noch dat aan de totstandkoming van de medische verklaring op andere gronden bezwaren kleven. De psychiater is zorgvuldig te werk gegaan, heeft uitvoerig met betrokkene gesproken en heeft zich – aan de hand van de informatie van onder meer de sociaalverpleegkundige en de wijkagent – ook een goed beeld kunnen vormen van het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en de noodzaak van een crisismaatregel. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de medische verklaring op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, geen tegenstrijdigheden bevat en voldoende duidelijk is.

Voor zover betrokkene naar voren heeft gebracht dat in de medische verklaring een onjuiste diagnose is opgenomen, betreft dit een medisch oordeel dat tot de specifieke deskundigheid van de psychiater behoort. Mede gelet hierop heeft betrokkene niet aannemelijk gemaakt dat dit medische oordeel onjuist is. De enkele omstandigheid dat, zoals betrokkene heeft gesteld, tijdens de daarop volgende opname zou zijn gebleken dat er geen sprake was van een psychische stoornis bij betrokkene, is daartoe onvoldoende.

Gelet op het voorgaande mocht de burgemeester van Leiden zich bij zijn besluit tot het afgeven van de crisismaatregel baseren op de medische verklaring van de psychiater en verder zijn de wettelijke bepalingen in acht genomen. De burgemeester heeft dan ook in redelijkheid tot zijn besluit tot het afgeven van een crisismaatrel aan betrokkene kunnen komen. Gelet op het voorgaande zal het beroep ongegrond worden verklaard. Het verzoek tot schadevergoeding aan betrokkene wordt om die reden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep tegen de crisismaatregel van 25 augustus 2020 ongegrond;

wijst het verzoek tot schadevergoeding af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.F. Baaij, H.J.M. Smid-Verhage en B. Martinez-Hammer, rechters, bijgestaan door mr. T.M.M.P. Westbroek als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 november 2020.